-
101 dare
n. uitnodiging; uitdaging--------v. durven; uitdagendare1[ deə] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:————————dare2[ deə]♦voorbeelden:II 〈hulpwerkwoord; 3e persoon enkelvoud dare〉1 (aan)durven ⇒ het wagen, het lef hebben te♦voorbeelden:how dare (you say such things)? • hoe durf je zoiets te zeggen?¶ I dare say • ik veronderstel, ik neem aan; 〈 als tussenwerpsel〉natuurlijk, waarschijnlijk; 〈 Brits-Engels〉 misschien -
102 demand
n. eis; navraag, aanvraag--------v. vereisen, eisen; navragendemand1[ dimma:nd] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 eis ⇒ verzoek, verlangen2 aanspraak ⇒ claim, vordering5 → demand note demand note/♦voorbeelden:satisfy all demands • aan alle eisen tegemoet komenlittle demand for doctors • weinig vraag naar artsenbe in great demand • erg in trek zijn————————demand2〈 werkwoord〉1 eisen ⇒ verlangen, vorderen♦voorbeelden: -
103 description
-
104 elicit
-
105 elusive
adj. moeilijk te begrijpen, onvatbaar; moeilijk te vangen♦voorbeelden: -
106 flounder
n. bot, schar--------v. (in de modder) baggeren, spartelen; steigeren; hakkelen, knoeienflounder1[ flaundə] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————flounder2〈 werkwoord〉♦voorbeelden:2 the question left him floundering about for an answer • met horten en stoten probeerde hij een antwoord te vinden -
107 goodness
interj. lieve hemel! (uitroep van verbazing/verrassing)--------n. goed; goedhartig; de Naam, God[ goednəs]♦voorbeelden:¶ for goodness' sake! • in 's hemelsnaam!goodness gracious! • lieve hemel!have the goodness to answer, please • wees zo vriendelijk te antwoorden, a.u.b.thank goodness! • goddank!goodness me! • wel, heb je (me) ooit!(my) goodness! • wel heb je (me) ooit!, goeie genade! -
108 grope
v. tasten, rondtasten; onzeker naar een antwoord zoeken; betastengrope1[ groop] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————grope2♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden: -
109 least
adj. kleinst; minst--------adv. kleinst; minst--------n. minst; kleinste hoeveelheidleast1[ lie:st] 〈bijvoeglijk naamwoord; overtreffende trap van little〉1 kleinste ⇒ geringste, minste♦voorbeelden:the line of least resistance • de weg van de minste weerstand————————least2〈voornaamwoord; the; overtreffende trap van little〉1 minste♦voorbeelden:at (the) least seven • ten minste/minstens zevenyou might at least answer me • je zou me ten minste kunnen antwoordenit didn't bother me in the least • het stoorde mij helemaal niet/niet in het minst→ say say/————————least3〈 bijwoord〉1 minst♦voorbeelden:it doesn't bother me the least • het stoort me niet in het minst————————least4〈determinator; overtreffende trap van little〉1 minst(e)♦voorbeelden: -
110 negative
adj. negatief--------n. negatief; verwerping--------v. ontkennen; weigeren; loochenen; afwijzen; verwerpen; negatienegative1[ negətiv] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:2 the answer is in the negative • het antwoord luidt nee/is ontkennend————————negative21 negatief♦voorbeelden:〈 schertsend〉 negative quantity • negatieve hoeveelheid, nietsthe negative sign • het mintekennegative evidence • negatief bewijsmateriaal————————negative3〈 werkwoord〉1 verbieden ⇒ afwijzen, verwerpen————————negative41 nee -
111 no
adj. nee; in het geheel niet; geen--------adv. niet; geen--------n. geen; "nee" (tegenstemmen), ergens niet mee eens zijnno1[ noo] 〈zelfstandig naamwoord; meervoud: noes〉♦voorbeelden:I won't take no for an answer • ik sta erop, je kunt niet weigeren————————no2〈 bijwoord〉1 nee(n)2 niet ⇒ geenszins, in geen enkel opzicht♦voorbeelden:1 oh no! • 't is niet waar!did you tell her? no I didn't • heb je het haar gezegd? neenno! • neen toch!he told her in no uncertain terms • hij zei het haar in duidelijke bewoordingentell me whether or no you are coming • zeg me of je komt of nietthe mayor himself, no less • niemand minder dan de burgemeester zelf————————no3〈 determinator〉1 geen ⇒ geen enkele, helemaal geen2 haast geen ⇒ bijna geen, heel weinig, een minimum van♦voorbeelden:there's no milk • er is geen melk in huisI'm no philosopher • ik ben geen filosoofthere was no talking sense with her • er viel niet met haar te pratenin no time • in een (mini)mum van tijd→ no-one no-one/ -
112 pat
adj. passend--------adv. onmiddelijk; is niet uitstelbaar--------n. klopje--------v. tikken op, (zachtjes) kloppen oppat1[ pæt] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 klopje♦voorbeelden:give oneself a pat on the back • zichzelf feliciteren————————pat21 passend3 paraat♦voorbeelden:————————pat3〈 patted〉1 tikkenII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 tikken op ⇒ (zachtjes) kloppen op, aaien♦voorbeelden:————————pat4〈 bijwoord〉♦voorbeelden:3 have/know something (off) pat • iets uit het hoofd/op zijn duimpje kennen -
113 plump
adj. stevig, rond, mollig--------adv. plotselinge val, plof--------n. plof (bij geluid; molligheid--------v. mollig, dikplump1[ plump] 〈 zelfstandig naamwoord〉2 (harde) plof ⇒ klap, slag————————plump2〈bijvoeglijk naamwoord; plumpness〉♦voorbeelden:¶ a plump answer • een bot/kort antwoord -
114 pointed
adj. puntig; gericht; demonstratief[ pojntid]2 scherp ⇒ venijnig, bits3 nadrukkelijk ⇒ duidelijk, opvallend♦voorbeelden:2 a pointed answer • een bits/ad rem antwoordshe has a pointed wit • zij is zeer ad rem -
115 possible
adj. mogelijkpossible1[ possəbl] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 〈 the〉het/de mogelijke2 mogelijke kandidaat/keus————————possible21 mogelijk ⇒ denkbaar, eventueel2 acceptabel ⇒ aanvaardbaar, redelijk♦voorbeelden:if possible • zo mogelijk -
116 press
n. pers; druk--------v. persen; drukken; aandringen; pressen; strijkenpress1[ pres] 〈 zelfstandig naamwoord〉2 drukpers7 druk9 muurkast♦voorbeelden:get a good press • een goede pers krijgenat/in (the) press • ter perseoff the press • van de pers→ yellow yellow/————————press2♦voorbeelden:press down (up)on someone • op iemand drukkenII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 drukken ⇒ duwen, klemmen6 pressen ⇒ druk uitoefenen op, aanzetten♦voorbeelden:press a metaphor • een metafoor letterlijk opvattenbe pressed for money/time • in geld-/tijdnood zittenpress something upon someone • iemand iets opdringen¶ press home one's point of view • zijn zienswijze doordrijven/zetten -
117 quick
adj. snel; vlug; sneldenkend; snel begrijpend; vloeibaar; levendig--------adv. snel; met grote snelheid, vlug--------n. levende mensen; levend; snel; gevoelige plekkenquick1[ kwik] 〈 zelfstandig naamwoord〉2 hart ⇒ kern, essentie♦voorbeelden:2 cut someone to the quick • iemand in zijn hart raken, iemands gevoelens diep kwetsen————————quick2〈bijvoeglijk naamwoord; quickness〉1 snel ⇒ gauw, vlug2 gevoelig ⇒ vlug (van begrip), scherp♦voorbeelden:quick march! • voorwaarts/ingerukt mars!in quick succession • snel achter elkaarhe is quick to take offence • hij is gauw beledigd‘Have a drink?’ ‘Yes, I'll take a quick one’ • ‘Wat drinken?’ ‘Ja, een snelle dan’〈 slang〉 quick on the draw/uptake • sneldenkend/doorziend, flitsend————————quick31 vlug ⇒ gauw, snel♦voorbeelden:we all want to get rich quick • we willen allemaal snel rijk worden -
118 reluctant
-
119 square
adj. recht; rechthoekig; quitte; eerlijk; vierkant; loodrecht--------adv. vierkant, kwadraat; rechthoekig; eerlijk, openhartig--------n. vierkant; plein; kwadraat; recht; quitte; eerlijk--------v. vierkant maken; kanten; in het kwadraat verheffen; vierkant brassen; vereffenen; in het reine brengen; overhalen, omkopen; trotseren, onder ogen ziensquare1[ skweə] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 vierkant4 teken/winkelhaak8 oefenplein/terrein♦voorbeelden:¶ be/go back to square one • van voren af aan/opnieuw moeten beginnen→ magic magic/————————square2〈 squareness〉 〈→ Sporttermen: CricketSporttermen: Cricket/〉3 eerlijk ⇒ fair; open(hartig) 〈 antwoord, bijvoorbeeld〉; regelrecht, vierkant 〈 weigering, bijvoorbeeld〉♦voorbeelden:a square chin • een vierkante kinone square metre • één vierkante meterthree metres square • drie meter in het vierkantsquare to • recht(hoekig) opmeet (with) a square refusal • nul op het rekest krijgenget a square deal • eerlijk behandeld wordengive someone a square deal • iemand eerlijk/royaal behandelenbe square with someone • eerlijk zijn tegen/met iemanda square peg (in a round hole) • de verkeerde persoon (voor iets)II 〈 bijvoeglijk naamwoord, predicatief〉2 in orde♦voorbeelden:¶ be square with • effen/quitte zijn/staan met; op gelijke hoogte/voet staan metcall it all square • beschouw het als vereffend; we zijn/staan quitte, okay?————————square31 overeenstemmen ⇒ kloppen, stroken♦voorbeelden:1 square to • aansluiten/passen bij→ square up square up/II 〈 overgankelijk werkwoord〉4 van een vierkant/vierkanten voorzien6 in orde brengen ⇒ regelen, vereffenen♦voorbeelden:5 square to/with • doen aansluiten bij, in overeenstemming brengen metsquare up one's debts • zijn schuld voldoen→ square away square away/————————square4〈 bijwoord〉♦voorbeelden:square to • vlak/pal tegenover→ fair fair/ -
120 straight
adj. recht; eerlijk; in orde; puur--------adv. recht; eerlijk, in orde--------n. rechte eind (v. renbaan); eerlijkheidstraight1[ street] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:————————straight2〈bijvoeglijk naamwoord; straightness〉3 open(hartig) ⇒ eerlijk, recht door zee4 strak ⇒ in de plooi, correct5 ordelijk ⇒ geordend, netjes6 direct ⇒ rechtstreeks, zonder voorbehoud♦voorbeelden:straight whisky • whisky puurkeep (someone) to the straight and narrow path • (iemand) op het rechte pad houden5 get this straight • knoop dit even goed in je oren, begrijp me goedput/set the facts/record straight • alle feiten op een rijtje zettenset someone straight about something • iemand de ware toedracht over iets meedelen————————straight3〈 bijwoord〉1 rechtstreeks ⇒ meteen, zonder omwegen♦voorbeelden:tell someone straight out • iemand iets vierkant in zijn gezicht zeggenthink straight • helder denkenstraight away/off • onmiddellijk
См. также в других словарях:
answer — an·swer 1 n 1: the defendant s written response to the plaintiff s complaint in a civil suit in which he or she may deny any of plaintiff s allegations, offer any defenses, and make any counterclaims against the plaintiff, cross claims against… … Law dictionary
answer — n reply, response, rejoinder, retort (see under ANSWER vb 1) Analogous words: defense, vindication, justification (see corresponding verbs at MAINTAIN): refutation, rebuttal (see corresponding verbs at DISPROVE) Contrasted words: question, query … New Dictionary of Synonyms
answer to — 1. To give an indication of accepting as one s name 2. To have as one s name (informal) 3. To be accountable to • • • Main Entry: ↑answer * * * answer to (the name of) often humorous be called … Useful english dictionary
Answer — An swer ([a^]n s[ e]r), v. t. [imp. & p. p. {Answered} ([a^]n s[ e]rd); p. pr. & vb. n. {Answering}.] [OE. andswerien, AS. andswerian, andswarian, to answer, fr. andswaru, n., answer. See {Answer}, n.] 1. To speak in defense against; to reply to… … The Collaborative International Dictionary of English
answer — [an′sər, än′sər] n. [ME andsware < OE andswaru < and , against + swerian, SWEAR] 1. something said or written in return to a question, argument, letter, etc. 2. any act in response or retaliation [his answer was a well aimed blow] 3. one… … English World dictionary
Answer — An swer, v. i. 1. To speak or write by way of return (originally, to a charge), or in reply; to make response. [1913 Webster] There was no voice, nor any that answered. 1 Kings xviii. 26. [1913 Webster] 2. To make a satisfactory response or… … The Collaborative International Dictionary of English
Answer — An swer, n. [OE. andsware, AS. andswaru; and against + swerian to swear. [root]177, 196. See {Anti }, and {Swear}, and cf. 1st {un }.] 1. A reply to a charge; a defense. [1913 Webster] At my first answer no man stood with me. 2 Tim. iv. 16. [1913 … The Collaborative International Dictionary of English
Answer Me — is a popular song, originally written (with German lyrics, under the title Mutterlein ) by Gerhard Winkler and Fred Rauch. The English lyrics were written by Carl Sigman in 1952. After the song was recorded by David Whitfield and Frankie Laine in … Wikipedia
Answer — Pour l’article homonyme, voir The Answer. Answer est un film américain indépendant réalisé par Spike Lee en 1980. Fiche technique Réalisation : Spike Lee Pays … Wikipédia en Français
answer to — a person or thing regarded as the equivalent to a better known one from another place: → answer answer to be responsible or report to. → answer … English new terms dictionary
answer — [n] reply; reaction acknowledgment, antiphon, backcap*, back talk, band aid*, close, comeback, comment, cooler*, counterclaim, crack, defense, disclosure, echo, elucidation, explanation, feedback, guff*, interpretation, justification, key, lip*,… … New thesaurus