-
1 rond
rond14 [niet hoekig; volklinkend] round(ed)6 [afgerond] round11 [met betrekking tot wijn] full-bodied♦voorbeelden:3 een rond venster • a round/circular window5 de zaak is rond • everything is arranged/fixed (up)hij kon de financiering niet rond krijgen • he couldn't arrange the financehet klokje rond slapen • sleep (a)round the clock————————rond2〈 voorzetsel〉♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 de sfeer van geheimzinnigheid rond haar verdwijning • the mystery surrounding her disappearancerond (de) 2000 betogers • approximately/about/some 2000 demonstrators -
2 rondrijden
1 [rijdend een kring beschrijven] drive/ride round2 [toeren] go for a drive/run/ride3 [plaatsen in een kring bezoeken] tour, make a tour (of) ⇒ make/do a round 〈melkboer e.d.〉♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [met een voertuig rondleiden] drive (a)round/about -
3 rondgang
1 [kringloop] walk-round2 [het gaan langs een vooraf bepaalde weg] circuit3 [het bezoeken van afdelingen] tour4 [het op de rij af rondgaan] going/passing round5 [collecte] collection♦voorbeelden: -
4 omrijden
1 [langs een omweg rijden] make a detour ⇒ take a roundabout route/the long way round♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [omverrijden] knock/run down -
5 ronde
2 [rondgang] round(s)5 → link=rondje 0.4rondje 0.4♦voorbeelden:twee ronden voor/achter liggen • be two laps ahead/behind -
6 omslaan
3 [met betrekking tot een pagina] turn (over)♦voorbeelden:4 de onkosten hoofdelijk omslaan • divide the costs (among the participants), go shares5 een jas/sjaal omslaan • put a coat/scarf on4 [omgebogen stand aannemen] turn down♦voorbeelden:omslaan als een blad aan een boom • make a U-turn/complete turnabout -
7 omtrekken
1 [omvertrekken] pull down♦voorbeelden: -
8 rondreizen
1 [overal heen reizen] travel (a)round/about♦voorbeelden:1 de wereld rondreizen • travel round the globe/world -
9 voorkomen
voorkomen1 prevent♦voorbeelden:we moeten voorkomen dat hij hier weggaat • we must prevent him from leaving————————voorkomen1〈 het〉1 [uiterlijk] appearance2 [het aangetroffen worden] occurrence, incidence♦voorbeelden:hij heeft een representatief voorkomen • he has a presentable appearancehet voorkomen hebben van • bear the semblance of————————voorkomen21 [vóór iemand/iets anders komen] get/draw ahead2 [gebeuren] occur, happen3 [aangetroffen worden] occur, be found4 [voor het gerecht verschijnen] appear5 [toeschijnen] seem, appear6 [voor het huis komen] come round♦voorbeelden:3 die planten komen overal voor • those plants grow/are found everywhere5 dat komt mij bekend voor • that rings a bell/sounds familiarhet is niet zo goed als hij laat voorkomen • it's not as good as he'd have you believehet laten voorkomen alsof … • make it appear as if …het komt mij voor, dat … • it seems to me that … -
10 collecteren
1 [inzamelen] collect, make a collection ⇒ 〈 in kerk〉 take the collection, 〈 onder de aanwezigen〉 take (up) a collection, 〈informeel; voornamelijk straatmuziek, demonstraties enz.〉 send the hat round2 [loten verkopen] sell lottery/raffle tickets♦voorbeelden: -
11 hand
1 [lichaamsdeel] hand♦voorbeelden:in andere handen komen • change handsblote handen • bare handsdie zaak is in goede/slechte handen • that matter is in good/bad handsin goede/verkeerde handen vallen • 〈 figuurlijk〉 fall into the right/wrong handsiemand de helpende hand bieden • lend someone a (helping) handniet met lege handen komen • not come empty-handed〈 figuurlijk〉 uit de losse hand • roughly, in an improvised wayiets met vaste hand doen • do something with a sure touch〈 figuurlijk〉 met vaste/krachtige hand regeren • rule with a firm/iron handhij is in veilige handen • he is in safe handsiemand (de) handen vol werk geven • give someone no end of work/troublede handen vol hebben aan iemand/iets • have one's hands full with someone/somethinghij heeft de handen meer dan vol • he has enough/too much on his platedat kost handen vol geld • that costs lots of moneyiets aan vreemde handen toevertrouwen • entrust something to strangershij heeft de handen niet vrij • he does not have a free hand〈 figuurlijk〉 de vrije hand hebben/krijgen • have/acquire a free handergens zijn handen niet aan vuil willen maken • refuse to soil one's hands with something〈 figuurlijk〉 ik draai er mijn hand niet voor om • 〈 ik heb er geen moeite mee〉 I think nothing of it; 〈 het kan me niet schelen〉 I don't care a rap (for it)iemand de hand drukken/geven/schudden • give someone one's hand, shake hands with someonedan kunnen we elkaar de hand geven • we're in the same boat〈 figuurlijk〉 iemand de hand boven het hoofd houden • 〈 aan zijn kant staan〉 stand by someone; 〈 iemand beschermen die iets misdaan heeft〉 protect someone〈 figuurlijk〉 de handen op elkaar krijgen • earn/get applause〈 figuurlijk〉 de hand op iets/iemand leggen • lay hands on someone/somethingiemands hand lezen • read someone's palmde hand lichten met het reglement • disregard the regulationselkaar de hand reiken • hold out a hand to each other 〈 ook figuurlijk〉; 〈 figuurlijk〉 reach out to each otherhanden schudden • shake handshij steekt geen/nooit een hand uit • he never does a stroke of workde hand over het hart strijken • 〈 figuurlijk〉 be lenient/soft-heartedhij kan zijn handen niet thuishouden • he can't keep his hands to himselfdaar wordt vaak de hand mee gelicht • that is often skimped/not taken seriously(mijn) hand erop! • you have/here's my hand on it!handen omhoog! (of ik schiet) • hands up!/ 〈 informeel〉stick 'em up! (or I'll shoot)handen thuis! • hands off!〈 figuurlijk〉 iets aan de hand hebben • 〈 met iets bezig zijn〉 have something going/on; 〈 bij iets betrokken zijn〉 be involved in somethingaan de hand van deze berekeningen • on the basis of these calculationsiemand een middel aan de hand doen tegen huiduitslag • put someone on to a good remedy for a rashniks aan de hand! • there's nothing the matteraan de hand van deze ervaringen concludeer ik … • in view of these experiences I conclude …iets achter de hand hebben • 〈 figuurlijk〉 have something to fall back on; 〈 heimelijk〉 have something up one's sleevewat geld achter de hand houden • keep some money for a rainy dayik heb mijn gummetje altijd vlak bij de hand • I always have my rubber near at handin de handen klappen • clap one's handsiemand iets in handen spelen • put something someone's wayiemand iets in de hand duwen/stoppen • slip/thrust something into someone's hands; 〈 figuurlijk〉 palm/fob someone off with somethingeen bewijs in handen hebben • have evidencehet onderzoek is in handen van N. • the investigation is being conducted by N.de markt in handen hebben • control/have control of the marketde politie heeft de zaak nu in handen • the police have the case in handde macht in handen hebben • have powerde toestand in de hand hebben • have the situation in handin handen vallen van de politie/de vijand • fall into the hands of the police/enemy〈 figuurlijk〉 iets met beide handen aangrijpen • jump at something; 〈 aanbod, gelegenheid ook〉 seize (upon) somethingmet de hand gemaakt/geschreven • hand-made/handwritten〈 figuurlijk〉 iemand naar zijn hand zetten • force/mould/bend someone to one's will, manage someone, twist someone round one's (little) fingeriets om handen hebben • have something to do〈 figuurlijk〉 iemand onder handen nemen • take someone in hand/to taskiemand op (de) handen dragen • 〈 figuurlijk〉 worship/idolize someonehand over hand toenemen • increase hand over fist, gain ground rapidlyiemand iets ter hand stellen • hand something (over) to someoneiets ter hand nemen • take something up, take something in hand, undertake somethinger komt niets uit zijn handen • he doesn't get anything doneuit de hand lopen • get out of handiemand het werk uit (de) handen nemen • take work off someone's handsiets van de hand doen • sell/part with/dispose of somethingvan hand tot hand gaan • be passed from hand to handgoed/duur van de hand gaan • sell well/at high prices 〈 van koopwaren〉dat is de meest voor de hand liggende conclusie • that is the most obvious conclusiongeen hand voor iemand/iets uitsteken • not lift a finger for someone/somethinghij heeft er geen hand naar uitgestoken • 〈 niets aan gedaan〉 he hasn't done a stroke of work on it; 〈 niets van gegeten〉 he hasn't touched itgeen hand voor ogen kunnen zien • 〈 figuurlijk〉 not be able to see one's hand in front of one('s face)ik heb maar twee handen! • I have only (got) one pair of hands!een verhaal van de hand van • a story (written) by3 de zieke is aan de beterende hand • the patient is on the mend/getting betteraan mijn rechter/linker hand • on my right/left (hand/side)aan de winnende hand zijn • be winning〈 figuurlijk〉 iemand op zijn hand hebben/krijgen • have/get someone on one's side¶ wat is er daar aan de hand? • what's going on there?〈 figuurlijk〉 alsof er niets aan de hand was • as if nothing had happened/was wronger is iets aan de hand • there's something the matter/upiets/iemand in de hand werken • encourage something/someone; 〈 iets ook〉 make for something; 〈 iemand ook〉 play into someone's hands〈 van personen〉 zwaar op de hand zijn • be heavy/ponderousop handen zijn • be (near) at hand/imminent/forthcomingvan de hand in de tand leven • live from hand to moutheen verzoek/voorstel van de hand wijzen • refuse a request 〈 verzoek〉; turn down a proposal 〈 voorstel〉 -
12 hier
1 [op/naar deze plaats; waarbij de spreker iets overhandigt] here2 [als voornaamwoordelijk bijwoord] this♦voorbeelden:1 dit meisje hier • this girl, this girl herehier de VPRO • this is the VPROik ben hier nieuw • I'm new herebreng dat boek even hier • just bring that book over herewat/wie hebben we hier! • Hello, hello, hello!, look what's/who's herehier is het gebeurd • this is where it happenedhier is de krant • here's the newspaperkom eens hier! • come here!hier staat dat … • it says here that …hier en daar • here and therehier of daar vinden wij wel wat • we'll find something somewhere or otherhier en hiernamaals • in this world and the nexttot hier toe (en niet verder) • up to here (and no further)het zit me tot hier • I've had it up to herehij is niet van hier • he isn't from these partsvan hier naar Londen • from here to Londonhier in de buurt • round here, in the neighbourhoodhier moet je het mee doen • you'll have to make do with this -
13 kring
3 [maatschappelijke groep] circle5 [personen die iemand omringen] circle♦voorbeelden:in een kring(etje) ronddraaien • go/run round in circleskringen maken in/op een tafelblad • make rings on a tabletop2 in een kring zitten • sit in a ring/circlein politieke kringen • in political circlesin de hoogste kringen verkeren • move in the highest circlesin alle kringen • in all walks of lifein brede kring ontevredenheid oproepen • cause widespread dissatisfactionde huiselijke kring • the family/domestic circle -
14 pet
pet1〈de〉1 [hoofddeksel] cap2 [figuurlijk] [hersens] upstairs♦voorbeelden:petje af (voor die prestatie)! • hats off!〈 figuurlijk〉 gooi maar in mijn pet • ask me another, search memet de pet naar iets gooien • 〈 met weinig inzet〉 make a halfhearted attempt at something; 〈 gissen〉 have a wild guess at somethinghet is huilen met de pet op • 〈 hopeloos mis〉 it's enough to make you cry; 〈 slecht〉 it's a wash-out, it's dreadfulik kan er met mijn pet niet bij • it beats me¶ geen hoge pet op hebben van • not think much of, have a low opinion of————————pet2♦voorbeelden:ik vind het (maar) pet • I think it's a disaster -
15 wind
2 [scheet] wind♦voorbeelden:bestand zijn tegen weer en wind • be wind and weatherproofgeen zuchtje wind • not a breath of wind, dead calmeen bijtende/veranderlijke wind • a biting/gusty windeen felle wind • a fierce windeen harde/krachtige wind • a high/powerful windzwakke/matige wind • light/moderate breezede wind draaide naar het oosten • the wind veered round to the eastde wind draait • the wind is changing/turningde wind gaat liggen • the wind is droppingde wind van voren krijgen • 〈 figuurlijk〉 get lectured at, have the book thrown at onede wind kwam van zee • the wind was blowing onshoremaak niet zo'n wind met die deur • don't make such a draught with that dooriemand de wind uit de zeilen nemen • 〈 figuurlijk〉 steal a march on someone, take the wind out of someone's sailser staat niet veel wind • there's not much (of a) windkijken uit welke hoek de wind waait • see which way the wind blows, play it by earde wind zat in de goede hoek • the wind was from the right quarterwind achter/tegen • tail/head windmet de wind mee • with the windwind tegen hebben • walk/sail against the wind, have a head wind; 〈 figuurlijk〉 sail against the wind/currentmet alle winden (mee)waaien/draaien • trim one's sails (according) to the wind, swim with the tidetegen de wind in • against the wind, into the teeth of the windvan de wind kan je niet leven • you can't live on air/nothing〈 figuurlijk〉 het gaat hem voor de wind • he's doing well/flying higher als de wind vandoor gaan • be off like a shot/(greased) lightning -
16 besluiten
♦voorbeelden:2 de vergadering besloot het volgende/stappen te nemen • the meeting resolved as follows/to take stepsde scheidsrechter besloot dat de wedstrijd niet door kon gaan • the referee decided to call off the match1 [kiezen voor] decide♦voorbeelden:overhaast besluiten • make a hasty decision -
17 brengen
2 [begeleiden naar] take♦voorbeelden:mensen (weer) bij elkaar brengen • bring/get people (back) togethernaar huis brengen • take homeeen kind naar bed brengen • put a child to bed3 iemand dank/hulde brengen • give someone thanks, pay someone tributeeen lied brengen • perform a songin deze aflevering brengen wij drie reportages • in this week's/today's 〈enz.〉programme we have/present three reportswat zal de tijd ons brengen? • what will the future bring (us)?brengen zij dit jaar weer een toneelstuk? • will they be doing another play this year?te berde brengen • bring up, raiseeen zaak voor het gerecht brengen • take a matter to courtzich(zelf) ertoe brengen om … • bring oneself to …wat bracht je ertoe het niet te doen? • what(ever) stopped you ((from) doing it)?wat bracht je ertoe het te doen? • what(ever) made you do it?iemand aan het twijfelen brengen • raise doubt(s) in someone's mindiets aan de man brengen • sell somethingiemand aan het lachen brengen • make someone laughhet gesprek op een bepaald onderwerp brengen • bring the conversation round to a particular subjecthet gesprek op iets anders brengen • change the subjectwie/wat heeft hem op dat idee gebracht? • who(ever)/what(ever) gave him that idea?het nooit en te nimmer tot iets brengen • never get anywherehet voor elkaar brengen • fix things (up)¶ jawel! morgen brengen • not likely!het ver brengen • go far -
18 een inzameling houden
een inzameling houdenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een inzameling houden
-
19 getal
♦voorbeelden:1 deelbaar/ondeelbaar/oneindig/onmeetbaar getal • divisible/prime/infinite/irrational numberzij kwamen in groten getale • they came in large numberseen heel getal • a whole numbereen imaginair/reëel/reciproque getal • a(n) imaginary/real/reciprocal numbereen rekenkundig/algebraïsch getal • an arithmetic/algebraic numbereen rond getal • a round number/figureom het getal vol te maken • to make up (the) numbersin getallen uitdrukken • quantifydrie in getal • three in numbereen getal van drie cijfers • a three-digit/-figure number -
20 inzameling
♦voorbeelden:
- 1
- 2
См. также в других словарях:
round — round1 [round] adj. [ME < OFr roont < L rotundus: see ROTUND] 1. shaped like a ball; spherical; globular 2. a) shaped like a circle, ring, or disk; circular b) shaped like a cylinder (in having a circular cross section); cylindrical 3 … English World dictionary
Round Texel — is the biggest catamaran race in the world with an annual average of 600 participants.The Ronde om Texel (Round Texel) is a regatta for catamarans around the island of Texel in The Netherlands. Round Texel was first organized in 1978. In that… … Wikipedia
round — round1 roundness, n. /rownd/, adj., rounder, roundest, n., adv., prep., v. adj. 1. having a flat, circular surface, as a disk. 2. ring shaped, as a hoop. 3. curved like part of a circle, as an outline. 4. having a circular cros … Universalium
round — /raʊnd / (say rownd) adjective 1. circular, as a disc. 2. ring shaped, as a hoop. 3. curved like part of a circle, as an outline. 4. having a circular cross section, as a cylinder. 5. spherical or globular, as a ball. 6. rounded more or less like …
round — I [[t]raʊnd[/t]] adj. round•er, round•est, n. adv. prep. v. 1) having a flat, circular form, as a disk or hoop 2) curved like part of a circle, as an outline 3) having a circular cross section, as a cylinder 4) spherical or globular, as a ball 5) … From formal English to slang
round out — verb 1. make bigger or better or more complete (Freq. 3) • Syn: ↑fill out • Hypernyms: ↑enrich • Verb Frames: Somebody s something Something s something … Useful english dictionary
round — I. adjective Etymology: Middle English, from Anglo French rund, reund, from Latin rotundus more at rotund Date: 14th century 1. a. (1) having every part of the surface or circumference equidistant from the center (2) cylindrical < a round peg > … New Collegiate Dictionary
round — I (New American Roget s College Thesaurus) adj. circular, annular, spherical, globular, cylindrical; approximate. See circularity, rotundity, numeration. n. revolution, cycle; circuit, ambit, course, itinerary, beat; series, catch, rondeau;… … English dictionary for students
Round Lake Library — The Round Lake Library is located in the village of Round Lake, New York, USA. The village is located in Saratoga County, northeast of SchenectadyThe Round Lake Library was established in 1897 by the Woman s Round Lake Improvement Society… … Wikipedia
round — {{11}}round (adj., adv.) late 13c., from Anglo Fr. rounde, O.Fr. roont, probably originally *redond, from V.L. *retundus (Cf. Prov. redon, Sp. redondo, O.It. ritondo), from L. rotundus like a wheel, circular, round, related to rota wheel (see… … Etymology dictionary
round off — verb 1. make round (Freq. 1) round the edges • Syn: ↑round, ↑round out • Derivationally related forms: ↑rounder (for: ↑round) … Useful english dictionary