-
41 avond
♦voorbeelden:met het vallen van de avond • à la nuit tombanteop de late avond • tard dans la soirée〈 ironisch〉 leuke avond! • charmante soirée!de vorige avond • la veille au soirde avond valt • le soir tombehij wijdt zijn avonden aan de studie • il passe ses soirées à étudierhet wordt avond • le jour baissealle avonden • tous les soirseen avondje uit • une sortiebij avond • le soirlaat in de avond • tard le soirin de avond van zijn leven • au soir de sa viemet de avond • vers le soirop de avond • le soirhet liep tegen de avond • le soir approchaitde avond tevoren, 's avonds tevoren • la veille au soir's avonds • le soir〈 spreekwoord〉 hoe later op de avond, hoe schoner volk • ±bienvenue aux combattants de la dernière heure!muzikale avondjes • soirées musicaleseen avond geven • donner une soiréemensen op een avondje vragen • inviter des gens à venir passer la soirée -
42 bliksem
2 [krachtterm]±diable!♦voorbeelden:de bliksem slaat in • la foudre tombe2 om de bliksem niet! • pas question!loop naar de bliksem! • va te faire voir!alles is naar de bliksem • tout est foutuik geef er geen bliksem om • je m'en fous (comme de ma première chemise)je krijgt er geen bliksem van • tu n'en auras pas une mietteals de bliksem • immédiatement -
43 breken
1 [algemeen] casser2 [een einde maken aan] briser3 [schenden] manquer (à)♦voorbeelden:iemand de benen breken • briser les os à qn.hij heeft een fles gebroken • il a cassé une bouteilledit breekt mij het hart • cela me brise le coeureen zegel breken • briser un sceauhet breken • le fait de casseriemands wil breken • briser la volonté de qn.het breken • la rupturehet breken • la ruptureeen vrije dag breekt de week • un jour de congé coupe la semaine1 [stukgaan] se casser2 [een doorgang, scheiding forceren] percer3 [m.b.t. een jongensstem] muer4 [m.b.t. stralen] se réfracter♦voorbeelden:de lucht breekt • le ciel s'éclaircitde ruit is gebroken • le carreau est casséde golven breken tegen de kust • les vagues se brisent sur la côte5 met iemand breken • rompre avec qn.met een gewoonte breken • rompre avec une habitude→ link=ijs ijs -
44 de groeten!
de groeten!〈 afscheidsgroet〉 salut!; 〈 loop heen!〉 va te promener! -
45 doorlopen
doorlopen11 [doorkruisen; vluchtig lezen] parcourir2 [volgen] suivre♦voorbeelden:————————doorlopen21 [lopen door iets] passer (à travers qc.)2 [verder lopen; niet onderbroken worden] continuer♦voorbeelden:doorlopen met een ziekte • traîner une maladiede eetkamer loopt door naar de keuken • la salle à manger communique avec la cuisinedoorlopen a.u.b. • circulez s.v.p. -
46 drommel
♦voorbeelden:1 loop naar de drommel! • va-t-en au diable!voor de drommel! • bigre!¶ om de drommel niet! • jamais de la vie! -
47 duivel
♦voorbeelden:〈 Algemeen Zuid-Nederlands〉 iemand de duivel aandoen • embêter qn.〈 figuurlijk〉 de duivel hale je! • (que) le diable t'emporte!daar speelt de duivel mee, 't is of de duivel ermee speelt • c'est à croire que le diable s'en mêlede duivel uitdrijven • exorciser le diable〈 figuurlijk〉 loop naar de duivel! • que le diable t'emporte!ik kan hem wel naar de duivel wensen • je voudrais qu'il aille au diable〈 figuurlijk〉 om de duivel niet! • jamais de la vie!voor de duivel en zijn ouwe moer niet bang zijn • ne craindre ni Dieu ni Diablehij is zo gierig als de duivel • il est d'une avarice sordide〈 Algemeen Zuid-Nederlands〉 tekeergaan als een duivel in een wijwatervat • se démener comme un diable dans un bénitier〈 spreekwoord〉 men maakt de duivel altijd zwarter dan hij is • le diable n'est pas si noir qu'on le fait〈 spreekwoord〉 als je van de duivel spreekt, trap je op zijn staart • quand on parle du loup on en voit la queue¶ kom hier, voor de duivel • viens ici, nom d'un chien→ link=ziel ziel -
48 fantaseren
-
49 gedachte
♦voorbeelden:de achterliggende gedachte is dat … • l'idée qui se trouve derrière est que …dit zal je waarschijnlijk op andere gedachten brengen • tu devras sans doute réviser ton point de vueiemands innigste gedachten • les pensées les plus intimes de qn.een gedachte onder woorden brengen • formuler une penséezijn gedachten bij elkaar houden • rassembler ses idéeszijn gedachten bij iets houden • se concentrer sur qc.de gedachte koesteren • caresser l'idéezijn gedachten de vrije loop laten • s'abandonner à ses penséeszijn gedachten over iets laten gaan • réfléchir à qc.iemands gedachten lezen • lire dans la pensée de qn.een gedachte opwekken • susciter une idéezijn gedachten uitdrukken • exprimer sa penséeeen gedachte uiten • exprimer une idéewaar zijn je gedachten? • où as-tu la tête?ik u bedriegen, wat een gedachte! • vous tromper, moi, quelle idée!de gedachte alleen al • rien que d'y penserde gedachte aan zijn vrouw • la pensée de sa femme(diep) in gedachten zijn • être absorbé dans ses penséesiets in gedachten doen • faire qc. sans y penserik zal het in gedachte houden • j'y penseraiin zijn gedachte(n) • dans son espritiets in (zijn) gedachten houden • ne pas perdre qc. de vueiets in zijn gedachten nemen • prendre qc. en considérationer niet bij zijn met zijn gedachten • avoir la tête ailleursop de gedachte komen om • s'aviser denooit uit iemands gedachten zijn • ne jamais sortir de l'esprit de qn.van gedachten wisselen • échanger des points de vuevan gedachten veranderen • changer d'aviszijn eerste gedachte was • sa première pensée fut (de)→ link=wens wensiemand tot andere gedachten brengen • amener qn. à changer d'avisiemand tot betere gedachten brengen • ramener qn. à de meilleures penséesin gedachte(n) met, van iemand verschillen • ne pas partager l'avis de qn.op twee gedachten hinken • ne savoir sur quel pied danservan gedachte zijn dat • être d'avis que -
50 geluk
♦voorbeelden:een pril geluk • un bonheur naissantgeluk brengen • porter bonheurhopen op geluk • espérer trouver le bonheuriemand geluk wensen • souhaiter du bonheur à qn.iemand deelgenoot maken van zijn geluk • partager son bonheur avec qn.niet voor het geluk geschapen zijn • ne pas être né pour le bonheuruw geluk staat op het spel • il y va de votre bonheurstom geluk • un coup de chancezijn geluk beproeven • courir sa chanceik heb geluk gehad • j'ai eu de la chanceze hebben ook niet veel geluk! • ils ne sont pas gâtés!het geluk is met hem • la chance lui souritdat is een geluk bij een ongeluk • c'est encore une chanceer komt een beetje geluk bij • il y a une petite part de chancehet was zijn geluk dat hij zwemmen kon • il a eu la chance de savoir nagerik zou ook wel eens zo'n gelukje willen hebben • j'aimerais bien avoir une telle aubainegeluk ermee! • bonne chance!bij geluk • par chancegeluk hebben in de liefde • être heureux en amourgeluk hebben in het spel • être heureux au jeuhij mag van geluk spreken • il peut se féliciterdat is meer geluk dan wijsheid • il, elle a plus de chance que de méritezijn geluk niet op kunnen • se pâmer d'aisenog een geluk dat … • encore heureux que … -
51 groet
♦voorbeelden:iemand een laatste groet brengen • rendre un dernier hommage à qn.met vriendelijke, hartelijke groeten • 〈 formeel〉 recevez, Monsieur, Madame, mes salutations distinguées; 〈 aan bekenden〉 bien cordialementdoe de groeten aan je vrouw • bien le bonjour à ta femmedoe hem, haar de groeten • dites-lui bien des choses de ma partde groeten doen • passer le bonjour (à qn.)je krijgt de groeten van hem • il m'a chargé de te donner le bonjouriemands groeten overbrengen • saluer de la part de qn.de groeten aan uw vrouw • mes respects à votre femme -
52 grootje
♦voorbeelden:¶ 〈 schertsend〉 (loop naar) je grootje! • 〈 maak dat anderen wijs〉 à d'autres!; 〈 daar komt niets van in〉 tu peux toujours courir!dat is naar zijn grootje • c'est fichuiets naar zijn grootje helpen • déglinguer qc. -
53 heen
1 [weg] parti2 [op de heenweg] à l'aller♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 ver heen zijn • être à un stade avancé (de démence, d'alcoolisme, etc.)heen en weer lopen • aller et venir2 heen neem ik de tram, terug loop ik • je prendrai le tram à l'aller, et je rentrerai à piedergens heen gaan • aller quelque parthier wordt langs elkaar heen gepraat • c'est un dialogue de sourds〈 figuurlijk〉 waar wil je heen? • où veux-tu en venir?〈 figuurlijk〉 waar moet het heen? • comment cela finira-t-il?dwars door alles heen • à travers toutover de berg heen • par-delà la montagne -
54 hel
hel1〈de〉♦voorbeelden:de hel brak los in het stadion • le public du stade se déchaînadat stinkt naar de hel • ça sent le roussiiemand naar de hel wensen • maudire qn.wat een hel! • quel bagne!zondaars komen in de hel • les pécheurs vont en enferloop naar de hel! • va-t'en au diable!de hel op aarde hebben • faire son purgatoire sur terrehet stinkt er als de hel • ça pue terriblement là-dedanshet is hier zo donker als de hel • il fait noir comme dans un foural moest ik ervoor naar de hel lopen • quand le diable y seraitiemand het leven tot een hel maken • rendre la vie impossible à qn.→ link=weg weg————————hel2♦voorbeelden:de kamer was hel verlicht • la pièce baignait dans une lumière crue -
55 koers
♦voorbeelden:de koers bepalen • fixer la routekoers houden (op) • garder le cap (sur)koers zetten naar • mettre le cap surhet schip op, in koers brengen • redresser le navireuit de koers brengen • dévier -
56 maan
♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 loop naar de maan! • va te promener!naar de maan helpen • bousillerhij kan naar de maan lopen • il peut aller se faire voir ailleurswandeling op de maan • marche sur la lune -
57 moer
I 〈de〉♦voorbeelden:2 loop naar je moer! • va te faire foutre!iets naar zijn moer helpen • bousiller qc.dat kan me geen (ene) moer schelen • je m'en fiche complètement→ link=duivel duivelII 〈 het〉 -
58 neus
♦voorbeelden:een fijne neus voor iets hebben • 〈 opmerken〉 flairer qc. instantanément; 〈 waarde schatten〉 avoir du nezeen frisse neus halen • prendre un bol d'aireen lange neus maken (tegen iemand) • faire un pied de nez (à qn.)een lopende neus hebben • avoir le nez qui coulehet is zijn neus voorbijgegaan • ça lui a passé sous le nezzijn neus ophalen • reniflerzijn neus snuiten • se moucherzijn neus overal in steken • fourrer son nez partoutzijn neus in de wind steken • porter le nez au ventzijn neus stoten • se casser le nezneuzen tellen • compter les têtes〈 schertsend〉 ja, mijn neus! • mon oeil!dat ga ik jou niet aan je neus hangen • je ne risque pas de te le direiemand bij de neus hebben, nemen • mener qn. en bateaudoor de neus spreken • parler du nezlangs zijn neus weg • comme si de rien n'étaitje staat er met je neus bovenop • tu as le nez dessusaltijd met zijn neus in de boeken zitten • avoir toujours le nez dans les livresiemand met zijn neus op de feiten drukken • forcer qn. à regarder la réalité en facemet zijn neus in de boter vallen • avoir une veine de cocuje kijkt met je neus! • mets des lunettes!met zijn neus kijken • avoir le nez sur qc.wit om de neus zien • être blanc comme un linge〈 figuurlijk〉 iemand iets onder zijn neus wrijven • jeter des reproches au nez de qn.sta niet uit je neus te eten • ne reste pas là à te tourner les pouceshet komt me mijn neus uit • j'en ai par-dessus la têteuit zijn neus bloeden • saigner du nez〈 figuurlijk〉 iemand iets voor de neus wegnemen, wegkapen • souffler qc. au nez de qn.niet verder kijken dan je neus lang is • ne pas voir plus loin que le bout de son nez〈 spreekwoord〉 wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht • qui coupe son nez défigure son visage¶ dat examen is een wassen neus • cet examen, c'est de la frimeiemand iets door de neus boren • faire passer qc. sous le nez de qn. -
59 overdag
-
60 piekeren
См. также в других словарях:
Loop — (engl.: ‚Schleife‘ oder ‚Schlaufe‘) bezeichnet eine Universal Chess Interface Schachengine, siehe Loop (Schach). bei Druckwasserreaktoren einen Rohrleitungsstrang der Hauptkühlmittelleitung. in der Funktechnik eine Antennenbauweise, bei der die… … Deutsch Wikipedia
loop — loop1 [lo͞op] n. [ME loup < Anglo N forms corresponding to ON hlaup, a leap, hlaupa, to run (akin to LEAP) > Dan løbe(knude), lit., running (knot)] 1. a) the more or less circular figure formed by a line, thread, wire, etc. that curves back … English World dictionary
loop — ► NOUN 1) a shape produced by a curve that bends round and crosses itself. 2) (also loop the loop) a manoeuvre in which an aircraft describes a vertical circle in the air. 3) an endless strip of tape or film allowing continuous repetition. 4) a… … English terms dictionary
loop — [luːp] noun [countable] 1. in the loop informal if a person is in the loop, he or she is one of the group of people who receive information about important subjects or who are involved in making important decisions 2. COMPUTING a set of commands… … Financial and business terms
Loop — Loop, n. [Cf. Ir. & Gael. lub loop, noose, fold, thong, bend, lub to bend, incline.] 1. A fold or doubling of a thread, cord, rope, etc., through which another thread, cord, etc., can be passed, or which a hook can be hooked into; an eye, as of… … The Collaborative International Dictionary of English
Loop — 〈[ lu:p] m. 6〉 1. 〈Popmus.〉 elektronisch erzeugte Schlaufe, die einen Teil eines Musikstückes ständig od. endlos wiederholt, Soundschleife 2. 〈EDV〉 Teil eines in sich geschlossenen u. mehrfach zu durchlaufenden Programms, Programmschleife 3.… … Universal-Lexikon
Loop — (l[=oo]p), v. t. [imp. & p. p. {Looped} (l[=oo]pt); p. pr. & vb. n. {Looping}.] To make a loop of or in; to fasten with a loop or loops; often with up; as, to loop a string; to loop up a curtain. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
loop — loop; loop·er; loop·ful; sa·loop; strand·loop·er; loop·hole; … English syllables
loop|y — «LOO pee», adjective, loop|i|er, loop|i|est. 1. full of loops. 2. Scottish. crafty; deceitful … Useful english dictionary
Loop — (l[=oo]p), n. [G. luppe an iron lump. Cf. {Looping}.] (Iron Works) A mass of iron in a pasty condition gathered into a ball for the tilt hammer or rolls. [Written also {loup}.] [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
Loop — Loop, the the central business area of Chicago. The name comes from an ↑elevated railway that forms a large circle or ↑loop around the area … Dictionary of contemporary English