-
1 ironisch
-
2 ironisch
1. bn 2. bw -
3 met een ironisch tintje
met een ironisch tintje -
4 mooi
mooi, hè?beau, hein?————————1 [algemeen] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 beau/bel/belle 〈 ook ironisch〉; 〈 bijwoord〉 bien ⇒ 〈 ironisch〉 joliment♦voorbeelden:op een mooie dag • un beau joureen mooie manier (van doen) is dat! • belle façon d'agir!een mooi salaris • un beau salaireje hebt mooi lachen • tu as beau (jeu de) rirehet is mooi (geweest) zo • cela suffitzij is mooi geslaagd • elle a réussi haut la maindat is mooi meegenomen! • c'est toujours ça de pris!zich mooi maken • se faire beau/belleiets mooi vinden • aimer qc.iets mooier voorstellen (dan het is) • embellir qc.〈 ironisch〉 hij was mooi op weg om alcoholicus te worden • il était bien parti pour devenir alcooliquewe zijn er mooi van afgekomen • nous nous en sommes tirés à bon comptewel nu nog mooier! • ça alors!het is te mooi om waar te zijn • c'est trop beau pour être vraimooi zo! • bravo!〈 ironisch〉 jij bent (me) ook een mooie! • tu es bien bon(ne), toi!… dat het niet mooi meer was • …, c'était terribledat is niet zo mooi van je • c'est pas joli, joli, ce que tu as faithet mooiste is, dat … • 〈 ook niet ironisch〉 le plus beau de l'histoire, c'est que … -
5 leuk
♦voorbeelden:een leuke opmerking • une remarque drôleleuke verhalen vertellen • en raconter de bonnes〈 ironisch〉 wat ben je weer leuk! • tu te crois drôle, hein!leuk! • chic!ik vind je jurk erg leuk • ta robe me plaîteen leuk tochtje • une belle baladedat is leuk om te zien • cela fait plaisir à voirik vind het niet leuk om dat te doen • je n'aime pas faire celaleuk dat je gebeld hebt • gentil d'avoir téléphoné〈 ironisch〉 leuk hoor!, om zo te jokken • c'est du joli de mentir comme ça!¶ hij zei maar leuk dat hij nergens van af wist • il a dit, mine de rien, qu'il n'était au courant de rien -
6 moois
-
7 fraai
♦voorbeelden:fraai gedrukt • imprimé en beaux caractères〈 ironisch〉 dat is me ook wat fraais! • c'est du joli! -
8 goed
goed1〈 het〉♦voorbeelden:liggende goederen • biens immeublesroerend en onroerend goed • biens meubles et immeublesik kan daar geen goed meer doen • tout ce que je fais est mal prisgoed doen • faire le bieniemand goed doen • faire du bien à qn.het zal u veel goed doen • cela vous fera grand bieniets goeds • qc. de bonhij lust graag wat goeds • il aime les bonnes choseshoud dat mij ten goede • ne le prenez pas en mauvaise partten goede komen (aan) • profiter (à)verandering ten goede • (une) améliorationzich ten goede keren • tourner bienwe hebben nog een diner te goed • nous avons encore un dîner en perspectiveik heb nog vier vakantiedagen te goed • il me reste encore quatre jours de vacances (à prendre)je houdt het van mij te goed • je te revaudrai çadat hebben we nog te goed • ce n'est que partie remisedat heb je nog van me te goed • je dois encore te rendre cela; 〈 als dreigement〉 tu ne perds rien pour attendre!wollen goed • lainagehij heeft zijn zondagse goed aan • il porte ses habits du dimanche————————goed2♦voorbeelden:een goed jaar geleden • il y a une bonne année (de cela)is dat je goeie pak? • c'est ton beau costume?hij is een goede veertiger • il a la quarantaine bien sonnéeeen goed verliezer • un bon perdantdoe maar goed wat zout in de soep • n'hésite pas à bien saler la soupeik ben het goed zat • j'en ai par-dessus la têteik ben wel goed maar niet gek • je ne suis pas tombé sur la têtehet goed doen • bien marcherhij kan het er goed van doen • il a de quoi, il a les moyensals ik het goed heb • si je ne me trompewij hebben het goed • nous ne manquons de rien〈 ironisch〉 is het nou goed? • ça y est, maintenant?het is mij goed • (je suis) d'accordhet is ook nooit goed! • tu (il) n'es (n'est) jamais contenthij kan geen goed meer doen • on critique tout ce qu'il faitdat komt wel weer goed • ça va s'arrangergoed kunnen leren • apprendre facilementer goed op staan • 〈 letterlijk〉 être bien (sur une photo); 〈 figuurlijk〉 avoir réussi; 〈 ironisch〉 avoir tout gâchéhij heeft goed praten • il a beau direhet eten ruikt goed • le repas sent bondie jas staat je goed • ce manteau te va bienhij was niet zo goed of hij moest betalen • il a bien fallu qu'il paiedat was maar goed ook! • heureusement!zou u zo goed willen zijn … • voudriez-vous avoir la gentillesse de …het zou goed zijn, als je … • il serait bon que tu …net goed! • (c'est) bien fait!ook goed! • d'accord!dat touw is precies goed • c'est exactement la corde qu'il nous, me fautalles goed en wel maar … • c'est bien beau (tout ça), mais …ik was nog maar goed en wel thuis of … • j'étais à peine à la maison que …goed zo! • très bien!zo goed en zo kwaad als het gaat • tant bien que malgoed bij zijn • être éveillézij zijn weer goed met elkaar • ils se sont réconciliésdat is goed om te weten • c'est bon à savoirwaar is dat goed voor? • à quoi ça sert?hij is nergens goed voor • il n'est bon à riengoed voor ƒ 1000,- • bon pour 1000 florinshij is goed voor een paar ton • 〈m.b.t. bezit〉 il a bien quelques briques; 〈m.b.t. verdienen〉 il se fait bien quelques briqueshij is er niet te goed voor • il en est bien capabledat is een goeie! • elle est bien bonne!dat is te veel van het goede • c'est trop, vraimenthet goede doen • faire le bienniet veel goeds • pas grand-chose de bonzich niet goed voelen • ne pas se sentir bienzij is er goed mee • cela l'arrange bienze is onderweg niet goed geworden • elle a eu un malaise en cours de routezo goed als • pratiquementhet boek is zo goed als af • le livre est pratiquement terminé -
9 grap
♦voorbeelden:grappen maken • plaisantergrappen vertellen • raconter des histoires〈 pejoratief〉 we zullen je die grappen wel afleren! • on saura bien t'en faire passer l'envie!hij probeerde zich er met een grap van af te maken • il a essayé de s'en tirer par une boutadetegen een grapje kunnen • avoir le sens de la plaisanteriegeen grappen! • la plaisanterie a assez duré2 dat is een dure grap! • ce n'est pas donné!een flauwe grap • une mauvaise plaisanteriedat is lang geen grap • ce n'est pas drôle du tout〈 ironisch〉 die grap kost al gauw ƒ 200,- • cette plaisanterie peut facilement nous coûter 200 florinsgrappen uithalen • jouer des tourswat een grap! • quelle histoire!de grap is eraf • ce n'est plus amusantvoor de grap • pour plaisanter -
10 fijn
fijn1♦voorbeelden:de fijne keuken • la cuisine fine〈 ironisch〉 fijne manieren zijn dat! • en voilà des manières!fijne vleeswaren • charcuteriede fijne was • le linge délicatfijn zand • sable finfijne zeep • savon de toilettelaten we het fijn houden • passons, n'insistons paseen fijne vakantie • des vacances agréablesons huis is fijn groot • notre maison est grande, c'est agréablewe gaan fijn samen uit • chouette, on sort ensemblejullie hebben fijn gezongen • vous avez bien chantélaat-ie-fijn-zijn • c'est drôlement chouettenou, fijn is anders • c'est pas drôleeen fijn lachje • un sourire finfijne spot • raillerie fine————————fijn21 chouette!♦voorbeelden:1 we gaan op vakantie, fijn! • chouette, on part en vacances! -
11 kroon
♦voorbeelden:iemand een kroon opzetten • faire l'éloge de qn.iemand naar de kroon steken • rivaliser avec qn.dat is de kroon op zijn werk • c'est le couronnement de son travail -
12 pret
♦voorbeelden:hij bederft de pret weer • il nous gâche encore le plaisirdaar kun je nog veel pret aan beleven • cela te fera encore passer de bons moments; 〈m.b.t. gebruiksvoorwerp〉 cela te rendra encore bien des servicesdat mag de pret niet drukken • il n'y a pas de quoi en faire un drame; 〈 figuurlijk, geen bezwaar〉 il n'y a pas d'inconvénientpret maken • s'amuserergens pret in hebben • aimer faire qc.(het is) uit met de pret! • fini de s'amuser!iets voor de pret doen • faire qc. pour s'amuser -
13 wijsheid
♦voorbeelden:veel wijsheid bezitten • être plein de sagesse〈 ironisch〉 waar heb je die wijsheid vandaan? • d'où tiens-tu toute cette science?hij meent de wijsheid in pacht te hebben • il s'imagine avoir la science infuse→ link=wijn wijn -
14 zegenen
1 [de zegen geven; prijzen] bénir2 [begunstigen] gratifier♦voorbeelden:een kerk zegenen • consacrer une égliseik zegen het uur dat jij weggaat • je bénis le moment où tu partirasiemand zegenen met iets • gratifier qn. de qc.met aardse goederen gezegend zijn • être largement pourvu de biens matériels〈 ironisch〉 gezegend ben je! • te voilà beau, belle! -
15 (echt) iets voor jou
(echt) iets voor jou -
16 Chinees
1 chinois♦voorbeelden:Chinees schrift • les caractères chinois〈zelfstandig; ironisch〉 spreek ik soms Chinees? • c'est du chinois que je parle?bij de Chinees gaan eten • aller (manger) au restaurant chinoiseen Chinees, Chinese • un(e) Chinois(e)het Chinees • le chinois -
17 actieveling
-
18 afhelpen
1 [ten einde toe helpen] aider2 [bevrijden] débarrasser (de)♦voorbeelden:iemand van de koorts afhelpen • faire tomber la fièvre de qn.mag ik u van uw jas afhelpen? • puis-je vous débarrasser de votre manteau?hij heeft mij van mijn verlegenheid afgeholpen • il m'a aidé à vaincre ma timiditéhij heeft haar van de drank afgeholpen • c'est grâce à lui qu'elle ne boit plus -
19 avond
♦voorbeelden:met het vallen van de avond • à la nuit tombanteop de late avond • tard dans la soirée〈 ironisch〉 leuke avond! • charmante soirée!de vorige avond • la veille au soirde avond valt • le soir tombehij wijdt zijn avonden aan de studie • il passe ses soirées à étudierhet wordt avond • le jour baissealle avonden • tous les soirseen avondje uit • une sortiebij avond • le soirlaat in de avond • tard le soirin de avond van zijn leven • au soir de sa viemet de avond • vers le soirop de avond • le soirhet liep tegen de avond • le soir approchaitde avond tevoren, 's avonds tevoren • la veille au soir's avonds • le soir〈 spreekwoord〉 hoe later op de avond, hoe schoner volk • ±bienvenue aux combattants de la dernière heure!muzikale avondjes • soirées musicaleseen avond geven • donner une soiréemensen op een avondje vragen • inviter des gens à venir passer la soirée -
20 baksteen
♦voorbeelden:iemand laten vallen als een baksteen • laisser tomber qn. comme une vieille chaussette
См. также в других словарях:
ironisch — Adj. (Mittelstufe) voller Ironie, feinen Spott enthaltend Beispiele: Er macht oft ironische Bemerkungen. Das war ironisch gemeint. Kollokation: ironisch lächeln … Extremes Deutsch
ironisch — [Redensart] Auch: • nicht ohne Hintergedanken • nicht ehrlich gemeint Bsp.: • Er fand tausend Entschuldigungen, aber ich wusste, dass seine Worte nicht ehrlich gemeint waren … Deutsch Wörterbuch
Ironisch — Die Ironie (griechisch εἰρωνεία eironeía, wörtlich „Verstellung, Vortäuschung“) ist eine Äußerung, welche – meist unausgesprochene – Erwartungen aufdeckt, indem zum Schein das Gegenteil behauptet wird. Inhaltsverzeichnis 1 Ausdrucksmittel der… … Deutsch Wikipedia
ironisch — spitz (umgangssprachlich); spöttelnd; lächerlich machend; (dezent) spöttisch; lästernd; halbernst; nicht ganz ernst gemeint; scharfzüngig; scherzhaft; läste … Universal-Lexikon
ironisch — i·ro̲·nisch Adj; voller Ironie <ein Lächeln, eine Bemerkung; ironisch lächeln; etwas ironisch meinen> … Langenscheidt Großwörterbuch Deutsch als Fremdsprache
ironisch — beißend, bissig, höhnisch, mit feinem Spott, scharfzüngig, spitzzüngig, spöttisch, voller Ironie, zynisch; (bildungsspr.): mokant, sarkastisch. * * * ironisch:⇨spöttisch ironischspöttisch,vollIronie,beißend,mokant,mitfeinemSpott,sarkastisch,zynisc… … Das Wörterbuch der Synonyme
ironisch — ironic англ. [айро/ник] ironico ит. [иро/нико] ironique фр. [ирони/к] ironisch нем. [иро/ниш] иронически, насмешливо … Словарь иностранных музыкальных терминов
ironisch — Ironie »feiner, verdeckter Spott«: Das Fremdwort wurde im 18. Jh. aus gleichbed. lat. ironia entlehnt, das seinerseits aus griech. eirōneía »erheuchelte Unwissenheit, Verstellung; Ironie« stammt. Dies gehört zu griech. eírōn »jemand, der sich… … Das Herkunftswörterbuch
ironisch — i|ro|nisch 〈Adj.〉 auf Ironie beruhend, versteckt spöttisch, fein spöttelnd … Lexikalische Deutsches Wörterbuch
ironisch — iro|nisch <über spätlat. ironicus aus gleichbed. gr. eirōnikós> voller Ironie; mit feinem, verstecktem Spott; durch übertriebene Zustimmung seine Kritik zum Ausdruck bringend … Das große Fremdwörterbuch
ironisch — iro|nisch … Die deutsche Rechtschreibung