-
1 belichten
v. illuminate, light up, throw light on, elucidate -
2 belichten
-
3 toelichten
1 〈 verklaren〉 explain; 〈 uitweiden over〉 amplify; 〈 duidelijk maken〉 throw light on, clarify; 〈 met voorbeeld duidelijk maken〉 exemplify, illustrate♦voorbeelden:als ik dat even mag toelichten • if I may go into that brieflyiets nader toelichten • amplify on something -
4 klaarheid
-
5 hand
1 [lichaamsdeel] hand♦voorbeelden:in andere handen komen • change handsblote handen • bare handsdie zaak is in goede/slechte handen • that matter is in good/bad handsin goede/verkeerde handen vallen • 〈 figuurlijk〉 fall into the right/wrong handsiemand de helpende hand bieden • lend someone a (helping) handniet met lege handen komen • not come empty-handed〈 figuurlijk〉 uit de losse hand • roughly, in an improvised wayiets met vaste hand doen • do something with a sure touch〈 figuurlijk〉 met vaste/krachtige hand regeren • rule with a firm/iron handhij is in veilige handen • he is in safe handsiemand (de) handen vol werk geven • give someone no end of work/troublede handen vol hebben aan iemand/iets • have one's hands full with someone/somethinghij heeft de handen meer dan vol • he has enough/too much on his platedat kost handen vol geld • that costs lots of moneyiets aan vreemde handen toevertrouwen • entrust something to strangershij heeft de handen niet vrij • he does not have a free hand〈 figuurlijk〉 de vrije hand hebben/krijgen • have/acquire a free handergens zijn handen niet aan vuil willen maken • refuse to soil one's hands with something〈 figuurlijk〉 ik draai er mijn hand niet voor om • 〈 ik heb er geen moeite mee〉 I think nothing of it; 〈 het kan me niet schelen〉 I don't care a rap (for it)iemand de hand drukken/geven/schudden • give someone one's hand, shake hands with someonedan kunnen we elkaar de hand geven • we're in the same boat〈 figuurlijk〉 iemand de hand boven het hoofd houden • 〈 aan zijn kant staan〉 stand by someone; 〈 iemand beschermen die iets misdaan heeft〉 protect someone〈 figuurlijk〉 de handen op elkaar krijgen • earn/get applause〈 figuurlijk〉 de hand op iets/iemand leggen • lay hands on someone/somethingiemands hand lezen • read someone's palmde hand lichten met het reglement • disregard the regulationselkaar de hand reiken • hold out a hand to each other 〈 ook figuurlijk〉; 〈 figuurlijk〉 reach out to each otherhanden schudden • shake handshij steekt geen/nooit een hand uit • he never does a stroke of workde hand over het hart strijken • 〈 figuurlijk〉 be lenient/soft-heartedhij kan zijn handen niet thuishouden • he can't keep his hands to himselfdaar wordt vaak de hand mee gelicht • that is often skimped/not taken seriously(mijn) hand erop! • you have/here's my hand on it!handen omhoog! (of ik schiet) • hands up!/ 〈 informeel〉stick 'em up! (or I'll shoot)handen thuis! • hands off!〈 figuurlijk〉 iets aan de hand hebben • 〈 met iets bezig zijn〉 have something going/on; 〈 bij iets betrokken zijn〉 be involved in somethingaan de hand van deze berekeningen • on the basis of these calculationsiemand een middel aan de hand doen tegen huiduitslag • put someone on to a good remedy for a rashniks aan de hand! • there's nothing the matteraan de hand van deze ervaringen concludeer ik … • in view of these experiences I conclude …iets achter de hand hebben • 〈 figuurlijk〉 have something to fall back on; 〈 heimelijk〉 have something up one's sleevewat geld achter de hand houden • keep some money for a rainy dayik heb mijn gummetje altijd vlak bij de hand • I always have my rubber near at handin de handen klappen • clap one's handsiemand iets in handen spelen • put something someone's wayiemand iets in de hand duwen/stoppen • slip/thrust something into someone's hands; 〈 figuurlijk〉 palm/fob someone off with somethingeen bewijs in handen hebben • have evidencehet onderzoek is in handen van N. • the investigation is being conducted by N.de markt in handen hebben • control/have control of the marketde politie heeft de zaak nu in handen • the police have the case in handde macht in handen hebben • have powerde toestand in de hand hebben • have the situation in handin handen vallen van de politie/de vijand • fall into the hands of the police/enemy〈 figuurlijk〉 iets met beide handen aangrijpen • jump at something; 〈 aanbod, gelegenheid ook〉 seize (upon) somethingmet de hand gemaakt/geschreven • hand-made/handwritten〈 figuurlijk〉 iemand naar zijn hand zetten • force/mould/bend someone to one's will, manage someone, twist someone round one's (little) fingeriets om handen hebben • have something to do〈 figuurlijk〉 iemand onder handen nemen • take someone in hand/to taskiemand op (de) handen dragen • 〈 figuurlijk〉 worship/idolize someonehand over hand toenemen • increase hand over fist, gain ground rapidlyiemand iets ter hand stellen • hand something (over) to someoneiets ter hand nemen • take something up, take something in hand, undertake somethinger komt niets uit zijn handen • he doesn't get anything doneuit de hand lopen • get out of handiemand het werk uit (de) handen nemen • take work off someone's handsiets van de hand doen • sell/part with/dispose of somethingvan hand tot hand gaan • be passed from hand to handgoed/duur van de hand gaan • sell well/at high prices 〈 van koopwaren〉dat is de meest voor de hand liggende conclusie • that is the most obvious conclusiongeen hand voor iemand/iets uitsteken • not lift a finger for someone/somethinghij heeft er geen hand naar uitgestoken • 〈 niets aan gedaan〉 he hasn't done a stroke of work on it; 〈 niets van gegeten〉 he hasn't touched itgeen hand voor ogen kunnen zien • 〈 figuurlijk〉 not be able to see one's hand in front of one('s face)ik heb maar twee handen! • I have only (got) one pair of hands!een verhaal van de hand van • a story (written) by3 de zieke is aan de beterende hand • the patient is on the mend/getting betteraan mijn rechter/linker hand • on my right/left (hand/side)aan de winnende hand zijn • be winning〈 figuurlijk〉 iemand op zijn hand hebben/krijgen • have/get someone on one's side¶ wat is er daar aan de hand? • what's going on there?〈 figuurlijk〉 alsof er niets aan de hand was • as if nothing had happened/was wronger is iets aan de hand • there's something the matter/upiets/iemand in de hand werken • encourage something/someone; 〈 iets ook〉 make for something; 〈 iemand ook〉 play into someone's hands〈 van personen〉 zwaar op de hand zijn • be heavy/ponderousop handen zijn • be (near) at hand/imminent/forthcomingvan de hand in de tand leven • live from hand to moutheen verzoek/voorstel van de hand wijzen • refuse a request 〈 verzoek〉; turn down a proposal 〈 voorstel〉 -
6 een ander facet van de zaak belichten
een ander facet van de zaak belichtenthrow/shed light upon another aspect of the matterVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een ander facet van de zaak belichten
-
7 facet
-
8 hoofd
1 [lichaamsdeel] head3 [persoon] head6 [(van personen) leider, meerdere] head ⇒ chief, leader, 〈 school〉 principal (teacher), 〈 school〉 headmaster 〈 mannelijk〉, headmistress 〈 vrouwelijk〉♦voorbeelden:een hoofd groter/kleiner zijn (dan) • be a head taller/shorter (than)met een kaal/rood hoofd • bald-headed/red-faced〈 figuurlijk〉 iets het hoofd bieden • stand/face up to something 〈 moeilijkheden〉; meet, defy 〈 concurrentie, aanvallen〉het hoofd buigen • 〈 figuurlijk〉 bow one's head, give in/submit (to)het hoofd in de nek gooien • 〈 letterlijk〉 fling/throw/toss back one's head; 〈 figuurlijk〉 bristle/bridle up〈 figuurlijk〉 het hoofd laten hangen • hang one's head, be downcasthet hoofd schudden bij/over • shake one's head at/overwat hangt ons nu weer boven het hoofd? • 〈 figuurlijk〉 what's hanging over our heads now?, what's in store for us now?〈 figuurlijk〉 hij groeit mij boven het hoofd • he's leaving me behind/standingheb je geen ogen in je hoofd! • can't you look where you're going?licht/zwaar in het hoofd zijn • be light-headed, have a heavy head〈 figuurlijk〉 met zijn hoofd in de wolken lopen • have one's head in the clouds; 〈 gelukkig zijn〉 walk on airiemand een verwijt naar het hoofd slingeren • hurl a reproach at someone('s head)het succes is hem naar het hoofd gestegen • success has gone to his head〈 figuurlijk〉 hij kreeg van alles naar zijn hoofd • 〈 figuurlijk〉 he had all kinds of abuse thrown at himeen beloning op iemands hoofd zetten • put a price on someone's headmen kon er wel over de hoofden lopen • it was choc-a-bloc with peopleiemand voor het hoofd stoten • offend someoneeen hoofd hebben als een boei • have a face as red as a beetroot2 uit het blote hoofd spreken • speak ad lib/off the cuff〈 figuurlijk〉 het hoofd verliezen/niet verliezen • lose/keep one's headhij heeft veel aan zijn hoofd • he has a lot of things on his mindje bent niet goed bij je hoofd! • you're out of your (tiny) minddat is mij door het hoofd gegaan/geschoten • it slipped my mindzich iets in het hoofd zetten • get something in(to) one's headhoe haalt hij het in zijn hoofd? • where does he get such an idea?zij kreeg het in haar hoofd om • she took it into her head tozoiets komt niet in mijn hoofd op • it would never enter my head/mind to do such a thingfeiten in zijn hoofd stampen • cramde drank stijgt hem naar het hoofd • the drink is going to his headiets uit het hoofd kennen • learn something by heart/roteik zal die gekheid wel uit mijn hoofd laten • I know better than to do something crazy like thatiemand iets uit zijn hoofd praten • talk someone out of somethingdat zou ik maar uit mijn hoofd zetten • I'd forget it if I were youuit het hoofd spelen/zingen • play/sing from memoryhet hoofd koel houden • keep one's head, stay level-headedper hoofd • per head/capitaper hoofd van de bevolking • per head of (the) population〈 spreekwoord〉 zoveel hoofden, zoveel zinnen • so many men, so many opinions〈 figuurlijk〉 hij stelde zich aan het hoofd van de beweging • he assumed the leadership of the movementaan het hoofd staan van • be at the head of; 〈 leger〉 be in command of; 〈 bedrijf, departement〉 be in charge of7 hoofdbureau • head/main officehoofdingang • main entranceuit hoofde van zijn functie van/als • in his capacity as -
9 iets tot klaarheid brengen
iets tot klaarheid brengenthrow/shed light on something, clear up somethingVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iets tot klaarheid brengen
-
10 klaarheid (proberen te) brengen in een zaak
klaarheid (proberen te) brengen in een zaak(try to) throw/shed light on a matterVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > klaarheid (proberen te) brengen in een zaak
-
11 maaltijd
♦voorbeelden:een lichte maaltijd • a light mealeen stevige maaltijd • a substantial/hearty mealeen uitgebreide maaltijd • an elaborate meal/dinnereen warme maaltijd • a hot meal, a dinnereen maaltijd aanbieden • offer a mealeen maaltijd in elkaar flansen • rustle up a meal, throw a meal togetherde maaltijd gebruiken • have a meal, have dinnerwij verzorgen al uw maaltijden • we cater for all your mealsovernachting inclusief/exclusief maaltijden • Bfull board, bed and breakfast; AAmerican/European planaan de maaltijd zitten • be Bat table/Aat the tabletijdens de maaltijd • during/at dinner; 〈 regelmatig〉 during/at mealtime(s) -
12 scherp
scherp1〈 het〉1 [snede van wapen] edge2 [kogels] ball♦voorbeelden:met scherp schieten • fire (with) live ammunition————————scherp21 [goed snijdend, geslepen] sharp2 [met een fijne punt] sharp(-pointed)4 [de zintuigen pijnlijk aandoend] sharp ⇒ pungent, hot, spicy 〈 voedsel〉, cutting 〈 kou, wind〉, biting 〈 kou, wind〉5 [streng] strict, severe9 [zonder veel speelruimte] 〈zie voorbeelden 9〉♦voorbeelden:scherpe rand • sharp edgedeze stok loopt scherp toe in een punt • this stick tapers off to a pointeen scherp licht • a glaring lightscherpe mosterd/kerrie • hot mustard/curryscherpe tabak • pungent tobaccoeen scherpe wind • a cutting windscherpe taal • trenchant languageop scherpe toon zijn instructies geven • rasp out one's instructionseen scherpe vraag • a pointed questionscherp uitvallen tegen iemand • lash out at someoneiemand/iets scherp veroordelen • condemn someone/something stronglyscherp gekant zijn tegen • be strongly opposed toeen scherp contrast vormen • be in sharp contrast withniet scherp omlijnd • not well-definedzich scherp aftekenen tegen • stand out boldly againstiets scherp uit laten komen • throw something into reliefscherp luisteren • listen intentlyscherp zien/horen • have a keen eye/earscherp concurreren • compete closely10 scherp zand • sharp/gritty sand -
13 wal
3 [het vaste land] shore♦voorbeelden:van twee walletjes eten • have one's cake and eat it2 aan lager wal geraken • 〈 letterlijk〉 be borne down on the lee shore; 〈 figuurlijk〉 come down in the world, go to seedaan lager wal zijn/zitten • be down and outhet schip ligt aan de wal • the ship is in the harbour/in dockaan de wal • on shoretussen wal en schip vallen • fall between two stoolsiemand van de wal in de sloot helpen • get someone out of the frying pan into the firesteek maar eens van wal! • fire away!, go ahead!〈 figuurlijk〉 dan moet de wal het schip maar keren • things will run their course, but then there will be a price to payaan wal brengen • land, bring (something/someone) ashore -
14 zee
♦voorbeelden:een zee van tijd • oceans/heaps of timein volle/open zee • on the high/open sea(s)zee kiezen • put (out) to seaaan zee • by the sea, on the coastin zee gaan • 〈 figuurlijk〉 take the plunge, embark (on something)〈 figuurlijk〉 met iemand in zee gaan • take one's chance with someone, throw in one's lot with someoneop zee • at seaover zee • across/over the sea
См. также в других словарях:
throw light on — See: CAST LIGHT ON, SHED LIGHT ON … Dictionary of American idioms
throw light on — See: CAST LIGHT ON, SHED LIGHT ON … Dictionary of American idioms
Throw — Throw, v. t. [imp. {Threw} (thr[udd]); p. p. {Thrown} (thr[=o]n); p. pr. & vb. n. {Throwing}.] [OE. [thorn]rowen, [thorn]rawen, to throw, to twist, AS. [thorn]r[=a]wan to twist, to whirl; akin to D. draaijen, G. drehen, OHG. dr[=a]jan, L. terebra … The Collaborative International Dictionary of English
throw — I. verb (threw; thrown; throwing) Etymology: Middle English thrawen, throwen to cause to twist, throw, from Old English thrāwan to cause to twist or turn; akin to Old High German drāen to turn, Latin terere to rub, Greek tribein to rub,… … New Collegiate Dictionary
throw in the towel — Sponge Sponge (sp[u^]nj), n. [OF. esponge, F. [ e]ponge, L. spongia, Gr. spoggia , spo ggos. Cf. {Fungus}, {Spunk}.] [Formerly written also {spunge}.] 1. (Zo[ o]l.) Any one of numerous species of Spongi[ae], or Porifera. See Illust. and Note… … The Collaborative International Dictionary of English
Light switch — A light switch is a switch, most commonly used to operate electric lights, permanently connected equipment, or electrical outlets.In modern homes most lights are operated using switches set in walls, usually 6 10 inches (15 25 cm) away from a… … Wikipedia
shed light on — or upon See: CAST LIGHT ON; THROW LIGHT ON … Dictionary of American idioms
shed light on — or upon See: CAST LIGHT ON; THROW LIGHT ON … Dictionary of American idioms
To throw away — Throw Throw, v. t. [imp. {Threw} (thr[udd]); p. p. {Thrown} (thr[=o]n); p. pr. & vb. n. {Throwing}.] [OE. [thorn]rowen, [thorn]rawen, to throw, to twist, AS. [thorn]r[=a]wan to twist, to whirl; akin to D. draaijen, G. drehen, OHG. dr[=a]jan, L.… … The Collaborative International Dictionary of English
To throw back — Throw Throw, v. t. [imp. {Threw} (thr[udd]); p. p. {Thrown} (thr[=o]n); p. pr. & vb. n. {Throwing}.] [OE. [thorn]rowen, [thorn]rawen, to throw, to twist, AS. [thorn]r[=a]wan to twist, to whirl; akin to D. draaijen, G. drehen, OHG. dr[=a]jan, L.… … The Collaborative International Dictionary of English
To throw by — Throw Throw, v. t. [imp. {Threw} (thr[udd]); p. p. {Thrown} (thr[=o]n); p. pr. & vb. n. {Throwing}.] [OE. [thorn]rowen, [thorn]rawen, to throw, to twist, AS. [thorn]r[=a]wan to twist, to whirl; akin to D. draaijen, G. drehen, OHG. dr[=a]jan, L.… … The Collaborative International Dictionary of English