-
21 gaan
1 [zich verplaatsen] go ⇒ move3 [zich begeven] go4 [+ onbepaalde wijs] [beginnen te] go, be going to5 [in beweging zijn, functioneren] go ⇒ run6 [losraken] come7 [plaatshebben] go ⇒ be, run9 [begrepen zijn in] go ⇒ fit11 [+ over] [tot onderwerp hebben] be (about)♦voorbeelden:een uur gaans • an hour's walk〈 figuurlijk〉 hoe gaat dat liedje ook weer? • how does that song go (again)?hé, waar ga jij naar toe? • where are you going?; 〈 achterdochtig〉 where do you think you're going?het gaat niet zo best/slecht met de patiënt • the patient isn't doing so well/so badlyhoe laat gaat de trein? • what time does the train go?ze zien hem liever gaan dan komen • they're glad to see the back of himik moet (nu) gaan • I must go/be going/off (now)ik ga ervandoor • I'm going/offdie twee gaan uit elkaar • those two are breaking upvan tafel gaan • leave the tableik ga! • I'm going!; 〈 informeel〉 I'm off!ga nu maar • off you go nowaan de kant gaan • move aside〈 figuurlijk〉 er gaat niets boven … • nothing beats …zijn gezin gaat bij hem boven alles • his family comes first (with him)zaken gaan voor het meisje • business before pleasure4 hij wil medicijnen gaan doen • he wants to do/study medicinegaan kijken • go and (have a) lookgaan liggen/staan/zitten • lie down, stand up, sit downgaan slapen • go (off) to bedga er maar eens aan staan • it's no picnic, it's not the easiest thing in the worldze gaan trouwen • they're getting marriediets gaan waarderen • come to appreciate somethinggaan wandelen/zwemmen • go for a walk/swim, go walking/swimmingaan het werk gaan • set to work〈 ironisch〉 ik ga (me) daar een beetje in de rij staan • I am (definitely) not going to join that queueals alles goed gaat • if all goes welldat kon toch nooit goed gaan • that was bound to go wronghoe is het gegaan? • how was it? how did it/things go?nou, dat ging zo • well, it was like thisalles gaat naar wens • everything's as it should beals het even gaat • if at all possibledat gaat zomaar niet • you can't just do thatik heb het al zo vaak geprobeerd, maar het gaat niet • I've tried it so often, but it won't workzo gaat het niet langer • things can't go on like thiser gaan 5 volwassenen in • it'll take 5 adultser gaat een liter in die fles • that bottle will take a litreer gaan zes glazen uit een fles • you can get six glasses out of a bottlezij gaat over de typekamer • she's in charge of the typing-pool11 waar gaat die film over? • what's that film about?zijn verhaal gaat er wel in bij de stakers • his speech went down (well) with the strikersdit type gaat eruit • this model's on the way outopzij gaan • give way to, make way for, go to one sidevoor niemand opzij gaan • make way for no man, yield/give way to no one〈 zoek raken〉 verloren gaan • get/be lostvreemd gaan • be unfaithfulvrijuit gaan • get offdaar gaan we weer • (t)here we go againin het zwart gekleed gaan • be dressed in blackhet gaat allemaal langs haar heen • it all goes (right) over her headmet iemand gaan • go out with someonewe hebben nog twee uur te gaan • we've got two hours to gozich te buiten gaan aan • overindulge inom kort te gaan • to cut a long story shortII 〈 onpersoonlijk werkwoord〉1 [gesteld zijn] be ⇒ go2 [geschieden] be ⇒ go, happen3 [+ om] [te doen zijn] be (about)♦voorbeelden:hoe gaat het (met u)? • how are you?, how are things with you?hoe gaat het op het werk? • how's (your) work (going)?, how are things (going) at work?het gaat hem niet slecht • he's not doing badlyje weet hoe dat gaat • you know how it is/things are/it goeszo gaat het nu altijd • it's always like thatzo gaat dat in het leven • that's lifedaar gaat het juist om • that's the whole pointhet gaat hem er alleen om dat … • all (that) he's concerned about is that …het gaat erom of … • the point is whether …het gaat om het principe • it's the principle that mattershet gaat om je baan • your job is at stakehet gaat hier om een nieuw type • we're talking about a new type -
22 afslaan
♦voorbeelden:1 zie je die fietser daar links afslaan? • do you see where that cyclist is turning left?II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [door slaan verdrijven] beat off5 [doen wegspoelen] wash away♦voorbeelden:een thermometer afslaan • shake down a thermometerde vijand/een aanval afslaan • beat off the enemy/an attack -
23 af
af1〈 het〉♦voorbeelden:————————af2I 〈 bijwoord〉1 [met betrekking tot een verwijdering] off, away2 [+ van] [met betrekking tot het uitgangspunt] from3 [met betrekking tot een verwijderd/gescheiden zijn] away, off4 [naar beneden] down♦voorbeelden:1 af en aan • back and forth, to and fromensen liepen af en aan • people came and wentaf en toe • (every) now and thenklaar? af! • get set! go!2 van die dag af • from that day (on/onward(s))van de grond af • from ground levelde nieuwigheid is er een beetje af • the novelty has worn off a bitde verf is er af • the paint has come offver af • a long way offhij woont een eindje van de weg af • he lives a little way away from the roadvan iemand af zijn • be rid of someoneu bent nog niet van me af • you haven't seen the last/back of mede trap af • down the stairsaf! • (get) down!; 〈 tegen hond ook〉 down boy/girl!goed/beter/slecht af zijn • have come off well/better/badlydaar wil ik (van) af zijn • I wouldn't like to sayop 't onbeleefde af • to the point of rudenessik weet er niets van af • I don't know anything about itII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉4 [spel] out♦voorbeelden:2 het werk is af • the work is done/finishedde voorstelling was af • the performance was perfect -
24 afgaan
5 [in werking gebracht worden] go off6 [gedaan worden] 〈zie voorbeelden 6〉7 [een gek figuur slaan] lose face, flop, fail♦voorbeelden:afgaande op wat hij zegt • judging by what he saysop zijn gevoel afgaan • play it by ear3 van het toneel afgaan • go off, leave the stagevan school afgaan • leave schoolik ga volgend jaar van hockey af • I'm giving up hockey next year4 daar gaat 10 % van af • 10 % is taken off thathet vuil wil er niet afgaan • the dirt won't come off6 dat gaat hem gemakkelijk af • it comes easy/easily to himII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [geheel/allemaal langsgaan] go along the line♦voorbeelden: -
25 afrukken
1 [met een ruk lostrekken] pull off/away2 [met geweld af-/uitdoen] tear/snatch off/away3 [vulgair] jerk/jack off, wank (off)♦voorbeelden:2 iemand de hoed van het hoofd afrukken • tear/snatch the hat off someone's headzich afrukken • (have a) wank, jerk off1 [zich verwijderen] withdraw2 [met ‘op’] [oprukken] advance on -
26 afschrijven
1 [afboeken] debit2 [schriftelijk afzeggen] cancel3 [uit het hoofd zetten] write off4 [afpennen] do a lot of writing6 [schrappen] write off7 [zich schrijvend ontdoen van] write out of one's system8 [bouwkunst] mark off/out♦voorbeelden:een vergadering afschrijven • cancel a meetingwe hadden haar al afgeschreven • we had already written her off -
27 afsluiten
1 [ontoegankelijk maken] close (off/up)4 [tot stand brengen] conclude 〈 bijvoorbeeld contract〉 ⇒ enter into 〈 overeenkomst〉, negotiate 〈 hypotheek〉6 [verwijderd houden van] cut off♦voorbeelden:2 heb je de voordeur goed afgesloten? • have you locked the front door? -
28 afspringen
1 [naar beneden springen] jump down/off ⇒ spring down/off2 [wegspringen] jump away (from/off)3 [+ op] jump at/on4 [plotseling loslaten] fly off♦voorbeelden:de splinters sprongen eraf • the splinters flew off5 de koop is afgesprongen (op …) • the deal is off/has fallen through (because of …) -
29 afwaaien
1 [waaien in tegengestelde richting] blow off2 [door de wind weggerukt worden] blow off/away3 [naar beneden waaien] blow off/down♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [wegwaaien] blow off -
30 afweren
3 [afslaan] ward off♦voorbeelden:lastige vragen afweren • duck tricky questions3 een aanval/aanvaller afweren • repel an attack/attacker -
31 tip
2 [fooi] tip♦voorbeelden:iemand een tip geven • tip someone off, give someone a tip-offeen tip krijgen • get a tip(-off), be tipped off -
32 ver
I 〈 bijwoord〉1 [met betrekking tot ruimte/tijd] 〈 voornamelijk in ontkennende en vragende zinnen〉 far; 〈 in bevestigende zinnen〉 a long way2 [in hoge mate] far, way; 〈 na werkwoord〉 by far, by a long way♦voorbeelden:ver gevorderd zijn • be well advancedhij heeft het ver geschopt • he's come a long wayde vakantie is nog ver • the holidays are still a long way offhet zou te ver voeren om … • it would be going too far to …ver vooruitzien • look well/way aheadhoe ver is het nog? • how much further is it?hoe ver ben je met je huiswerk? • how far have you got with your homework?in hoe ver • how far, to what extentdat gaat te ver! • 〈 ook〉 that is the limit!je zoekt het te ver • you're missing the pointver weg • a long way away/off, far away/offhet is zo ver! • here we go, this is itmaar zo ver zijn we nog (lang) niet • but we haven't reached that stage yetben je zo ver? • (are you) ready?die dagen liggen ver achter ons • those days are long pasttot ver in het binnenland • well inland, deep into the interiorvan ver komen • come a long way/from distant partszijn tijd ver vooruit zijn • be way ahead of one's timeII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉1 [op grote afstand gelegen; ook in de tijd; niet spoedig vervulbaar] 〈 voornamelijk attributief〉 distant; 〈 voornamelijk predicatief〉 far ⇒ 〈 attributief〉 far-off/-away, 〈 predicatief〉 far off/away2 [zich uitstrekkend over een grote afstand] 〈 voornamelijk attributief〉 distant; 〈 voornamelijk predicatief〉 far ⇒ 〈 predicatief〉 a long way3 [komend van verre; niet nauw verwant] distant♦voorbeelden:1 verre landen • distant/far-off countriesde verre toekomst • the distant futurein een ver verleden • in some distant/remote pasteen ver vooruitzicht • a distant/remote prospect -
33 weggaan
n. quit--------v. depart, go away, quit, come away, pass out, pull out, clear, clear off, move off, take off, be off, off, separate, get in the way -
34 afbuigen
1 [een andere richting nemen] turn off ⇒ bear/branch off♦voorbeelden:naar rechts afbuigen • bear (off to the) rightII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [door buigen verwijderen] bend off2 [neerwaarts buigen] bend down -
35 afdoen
2 [wegnemen] take off4 [betalen] settle♦voorbeelden:2 〈 figuurlijk〉 zijn armoede deed niets af aan zijn waardigheid • his poverty did not detract from his dignity〈 figuurlijk〉 dat doet niets af aan het feit dat … • that doesn't alter the fact that …hij heeft voorgoed bij mij afgedaan • I'm through with himiets van de prijs afdoen • knock a bit off the price, come down a bit (in price)die zaak is afgedaan • that business is over and done withdaarmee is dat afgedaan • that is the end of thatiets afdoen met een lachertje • laugh something offhet laatste agendapunt werd met een paar woorden afgedaan • the last item on the agenda was disposed of in a few wordsde schade onderhands afdoen • settle the damages out of court -
36 afdraaien
1 [zijwaartse richting nemen] turn off/away♦voorbeelden:1 hier draait men rechts af • you turn right/turn off to the right hereII 〈 overgankelijk werkwoord〉2 [door draaien afscheiden] twist off4 [ongeïnteresseerd afwikkelen] reel/rattle off♦voorbeelden: -
37 afkomen
1 [zich verwijderen] come off/away (from)2 [+ op] [toegaan naar] come up to/towards3 [afdalen] come down4 [ontslagen, bevrijd raken] get rid of ⇒ be done/finished with 〈 iets vervelends〉, 〈 ontsnappen〉 get off/away, get out of 〈 uitnodiging, verplichting〉♦voorbeelden:de muggen komen op het licht af • mosquitoes are drawn/attracted to the lightzij zag de auto recht op zich afkomen • she saw the car heading straight for her/coming straight at her3 een weg/een rivier afkomen • come down a road/a riverer met de schrik van afkomen • get off with only a scareik kon niet van hem afkomen • I couldn't shake him off/get rid of him¶ wanneer komt die benoeming af? • when will that appointment come through? -
38 afschieten
2 [door schieten wegnemen] shoot off3 [doodschieten] shoot4 [afscheiden door middel van een schot] divide/partition off♦voorbeelden:4 een kamertje met planken afschieten • divide/partition off a room with boarding1 [zich snel verplaatsen] shoot2 [losschieten] slip off♦voorbeelden:1 op iemand/iets afschieten • go dashing towards someone/something -
39 afschudden
1 [door schudden doen vallen] shake off/down♦voorbeelden:II 〈wederkerend werkwoord; zich afschudden〉1 [zich ontdoen van iets] shake (off)♦voorbeelden: -
40 afsnijden
См. также в других словарях:
off — off … Dictionnaire des rimes
off — [ ɔf ] adj. inv. et adv. • 1944; de l angl. off screen « hors de l écran » ♦ Anglic. 1 ♦ Adj. Cin., télév. Qui n est pas sur l écran, n est pas lié à l image; hors champ (opposé à in). Le narrateur est off. Une voix off commente la scène. Adv. En … Encyclopédie Universelle
Off — ([o^]f; 115), adv. [OE. of, orig. the same word as R. of, prep., AS. of, adv. & prep. [root]194. See {Of}.] In a general sense, denoting from or away from; as: [1913 Webster] 1. Denoting distance or separation; as, the house is a mile off. [1913… … The Collaborative International Dictionary of English
off — off1 [ôf, äf] adv. [LME var. of of,OF1, later generalized for all occurrences of of in stressed positions] 1. so as to be or keep away, at a distance, to a side, etc. [to move off, to ward off] 2. so as to be measured, divided, etc. [to pace off … English World dictionary
off — off; cast·off; off·en; off·ing; off·ish; off·let; off·scape; off·sid·er; off·spring; off·ward; stand·off·ish; off·hand·ed·ly; off·hand·ed·ness; off·ish·ly; off·ish·ness; off·wards; stand·off·ish·ly; stand·off·ish·ness; … English syllables
off — (izg. ȍf) prid. DEFINICIJA term. 1. koji nije aktiviran, izvan službe; isključen 2. koji je drugačiji od uobičajenog, normalnog, standardnog; osebujan 3. koji je izvan službenog dijela programa, rasprave, razgovora SINTAGMA offbeat (izg. offbȋt)… … Hrvatski jezični portal
Off! — Жанр Хардкор панк Годы с 2009 Страна … Википедия
Off — Off, prep. Not on; away from; as, to be off one s legs or off the bed; two miles off the shore. Addison. [1913 Webster] {Off hand}. See {Offhand}. {Off side} (Football), out of play; said when a player has got in front of the ball in a scrimmage … The Collaborative International Dictionary of English
Off — Off, a. 1. On the farther side; most distant; on the side of an animal or a team farthest from the driver when he is on foot; in the United States, the right side; as, the off horse or ox in a team, in distinction from the {nigh} or {near} horse… … The Collaborative International Dictionary of English
Off — steht für: Off Broadway oder Off Theater, Begriffe aus dem Theaterbereich Off camera, Erzählstimmen, Geräusche und Musik in einer visuellen Produktion, die zu hören, aber nicht zu sehen sind (aus dem Off) Die Abkürzung Off steht für: Offenbarung… … Deutsch Wikipedia
off — s.m.inv., agg.inv. ES ingl. {{wmetafile0}} 1. s.m.inv., agg.inv., in diciture su interruttori, apparecchiature spec. elettriche e sim., indica che non è attivato, che non è in funzione: l interruttore è sull off, posizione off, l amplificatore è… … Dizionario italiano