-
41 moeilijk
3 [vervelend] difficult♦voorbeelden:moeilijk opvoedbare kinderen • problem childrendoe niet zo moeilijk • don't make such a fussmoeilijk horen • have difficulty hearinghet zichzelf moeilijk maken • make things difficult for oneself, make it hard on oneselfhet moeilijke is, dat … • the trouble/difficulty/problem is that …2 het zijn moeilijke tijden • these are hard/trying timeshet is moeilijk te geloven • it's hard to believehij had het erg moeilijk met haar overlijden • he found it hard to cope with her deathhet moeilijk hebben • have a rough/hard/bad timehij maakte het ons moeilijk • he gave us a hard timedat zal hem moeilijk vallen • it won't be easy for himhet moeilijkste is nu achter de rug • we've had the hardest part, the worst is behind usII 〈 bijwoord〉1 [eigenlijk onmogelijk] hardly♦voorbeelden:1 ik kan (toch) moeilijk wegblijven • I can hardly stay away, can I?daar kan ik moeilijk iets over zeggen • it's hard for me to say -
42 riem
1 [gordel] belt2 [snaar, drijfriem] belt3 [band om iets vast te binden] strap 〈aan schoen/horloge〉 ⇒ belt 〈 over schouder〉, sling 〈van fototoestel/kijker/geweer〉, leash 〈 van hond〉4 [meervoud] [veiligheidsgordels] seat belts5 [roeispaan] oar6 [hoeveelheid papier] ream♦voorbeelden:schoenen met riempjes • strap shoes5 de riemen strijken/opsteken • lower/raise the oars〈 figuurlijk〉 (men moet) roeien met de riemen die men heeft • (one must) make do/manage/make shift with what one has (got), (one must) make the best of it -
43 sluiten
2 [opbergen, wegsluiten] lock up/away3 [buiten-/uitsluiten] lock out, close off4 [plaatsen zonder tussenruimte] close6 [beëindigen] close, conclude7 [verbieden] close8 [handel] [opmaken] close♦voorbeelden:het raam sluiten • shut/close the windowde winkel/zaak sluiten • 〈 in het bijzonder voorgoed〉 close (the shop) down; 〈 ook 's avonds〉 shut up shopvriendschap sluiten (met) • make friends (with)de rij sluiten • bring up the rear3 [goed geheel vormen] fit4 [afsluiten] lock up5 [ten einde lopen] close6 [als einduitkomst hebben] balance7 [gelijke eindcijfers aan debet- en creditzijde vertonen] balance♦voorbeelden:dinsdagmiddag zijn alle winkels gesloten • it's early closing day on Tuesdaydie redenering sluit niet • that argument doesn't hold (water)de begroting sluitend maken • balance the budgetIII 〈wederkerend werkwoord; zich sluiten〉♦voorbeelden: -
44 stellen
4 [doen, uiten] put5 [voorschrijven] dictate7 [veronderstellen] suppose8 [beweren] state9 [+ op] [begroten] estimate at11 [in een toestand verkeren] be (doing)♦voorbeelden:zich herkiesbaar stellen • be up for re-electioniemand verantwoordelijk stellen (voor iets) • hold someone responsible (for something)laat mij dit even duidelijk stellen • let me get this straightiemand op vrije voeten stellen • set someone freeten dienste stellen • put at the service (of)iemand voor een (voldongen) feit stellen • present someone with a fait accomplide problemen waarvoor wij gesteld zijn • the problems facing usop de voorgrond stellen • bring to the foreiets tegenover iets anders stellen • contrast one thing with anotherje opmerkingen stellen me voor een probleem • your remarks present me with a problemeen machine stellen • adjust/regulate a machine〈 figuurlijk〉 zijn vertrouwen stellen op/in iets/iemand • place one's trust in someone/something7 stel het geval van een leraar die … • take the case of a teacher who …(ge)stel(d), dat dit zo is • suppose this were trueveel te stellen hebben met iemand/iets • have one's hands full with someone/somethinghet zonder/buiten iets/iemand moeten stellen • have to do without something/someone11 het is er lelijk mee gesteld • it is in a bad way, the situation is badhoe is het gesteld met zijn vrouw? • how is his wife (doing)?het is niet zo best met hem gesteld • he is not doing too well1 [opstellen] draw up♦voorbeelden:de brief was slecht gesteld • the letter was badly worded -
45 treffen
treffen1〈 het〉2 [samenkomst] meeting3 [sport] [wedstrijd] encounter♦voorbeelden:————————treffen21 [raken] hit2 [ontmoeten, aantreffen] meet3 [met betrekking tot gevoelens] touch, affect4 [betreffen, aangaan] concern, affect5 [met ‘het’] [boffen] be lucky/in luck6 [met betrekking tot iets onaangenaams] hit, strike7 [tot stand brengen] make♦voorbeelden:1 het schot trof doel • the shot hit its mark/ 〈 van een bal ook〉went home/ 〈 figuurlijk〉 struck homegetroffen door de bliksem • struck by lightningde kogel trof haar in de borst • the bullet hit her in the chest5 je treft het (goed) • you're lucky/in luckhij had het slechter kunnen treffen met zijn werk • he could have fared worse/been worse off with his workde zwaar getroffen ouders • the distressed parentsgetroffen worden door • meet with 〈 ongelukken, rampen〉; be visited by 〈 ziekten, epidemieën〉; be involved in 〈 een faillissement〉voorbereidingen treffen • make preparations1 [(goed) uitkomen] turn out (well)♦voorbeelden:1 dat treft (goed) • what luck!, how fortunate! -
46 trekken
1 [kracht uitoefenen op iets] pull3 [spierbewegingen maken] stretch4 [luchtstroom doorlaten] draw5 [in een richting getrokken worden] pull6 [lijken (op)] be like♦voorbeelden:aan een sigaar trekken • puff at/draw a cigarover een rivier trekken • cross a riverten strijde/te velde trekken • go into battlede kinderen trekken nogal naar hun vader • the children take more to their father2 [aantrekken] draw4 [gewichtheffen] snatch♦voorbeelden:2 publiek/kopers trekken • draw an audience/customersvolle zalen trekken • play to/draw full houses1 [in genoemde toestand/op genoemde plaats brengen] pull3 [naar zich toehalen, ook figuurlijk] draw4 [aftreksel maken van] make6 [doen ontstaan] draw7 [uit een plaats vandaan halen] get♦voorbeelden:iemand aan zijn haar trekken • pull someone's hairiemand aan zijn mouw trekken • pull (at) someone's sleeveeen horoscoop trekken • cast a horoscopelering trekken uit iets • learn (a lesson) from something〈 wiskunde〉 de wortel uit een getal trekken • find/extract the (square/cube/ 〈enz.〉 ) root of a number8 gezichten trekken • make/pull (silly) faces -
47 uitvaardigen
♦voorbeelden:1 een bevel uitvaardigen • make/issue/promulgate an ordereen wet uitvaardigen • make/enact/promulgate a law -
48 verdienen
♦voorbeelden:zuur verdiend • hard-earned/-wondaar is niets aan te verdienen • there is no money in thater iets aan/mee verdienen • make something on it, gain something by it2 [salaris opleveren] pay♦voorbeelden: -
49 vergewissen
〈wederkerend werkwoord; zich vergewissen〉♦voorbeelden:¶ zich van iets vergewissen • make certain/persuade oneself of somethingzich ervan vergewissen dat • ascertain/make certain/make sure that, persuade oneself that -
50 vergissen
〈wederkerend werkwoord; zich vergissen〉1 be mistaken/wrong ⇒ make a mistake♦voorbeelden:zich lelijk vergissen • be greatly mistaken, make a grave errorvergis je niet • make no mistakeals ik mij niet vergis • if I'm not wrong/mistakenzich in de persoon vergissen • mistake someonezich in iemand vergissen • be mistaken/wrong about someoneals hij dat denkt, vergist hij zich • if he thinks that he'll have to think again -
51 verlies
1 loss♦voorbeelden:1 een verlies aanzuiveren • make good/up a losseen verlies bestrijden uit reserves • defray a loss from reserveseen verlies delgen • discharge/amortize a losshet verlies voor zijn rekening nemen, het verlies dragen • bear/stand the lossmet verlies verkopen • sell at a lossmet verlies draaien • make a loss/lossesniet tegen (zijn) verlies kunnen • be a bad loser -
52 waarvan
1 [vragend] what … from/of 〈enz.〉3 [onbepaald] whatever … from♦voorbeelden:1 waarvan maakt hij dat? • what does he make that of/from?; of/from what does he make that?2 100 academici, waarvan ongeveer de helft chemici • 100 graduates, of whom about half are chemistseen gelegenheid waarvan ieder gebruik zal maken • an opportunity of which everybody will make use/(that) everybody will seizeop grond waarvan • on the basis of whichmedeklinkers waarvan het eerste deel stemloos is • 〈 ook〉 consonants whose first portions are voicelessdat is een onderwerp waarvan hij veel verstand heeft • that is a subject he knows a lot about -
53 winst
1 [opbrengst boven de bestede kosten] profit ⇒ 〈 vaak meervoud, rendement〉 return, 〈 van bedrijf, ook〉 earning(s), 〈meervoud; speel/gokwinst〉 winning♦voorbeelden:ingehouden winsten • retained profits/earningsnetto winst • net/ 〈 Brits-Engels ook〉nett returns/gain/profitzuivere winst • clear profitwinst behalen/opleveren • gain/make/yield (a) profithet huis bracht winst op • the house realized a profitwinst slaan uit • make money out of, capitalize ontel uit je winst • it can't go wrong, Bob's your uncleer zit winst in • there's money in itmet winst verkopen • sell at a profitmet de winst gaan strijken • reap the profitop winst uit zijn • be out to make a profitop winst spelen • play to winop winst staan • be winningwinst uit onderneming • operating profits, profit from ordinary activities -
54 zekerheid
♦voorbeelden:iets in zekerheid brengen • put something (somewhere) for safe-keepingvoor alle zekerheid • for safety's sake, to make quite surezekerheid krijgen over iets • make sure about somethingzich zekerheid verschaffen omtrent iets • make sure about somethinghet is nu met zekerheid bekend • it is now known for certain -
55 zetten
1 [doen zitten] seat3 [bepalen] set6 [met kracht beginnen] set to7 [opwekken] set9 [zijn vaste vorm krijgen] set♦voorbeelden:zich aan tafel zetten • sit down at tableeruit zetten • eject, evict, throw outalle conventies opzij zetten • set aside all conventions, be unconventionalzet je auto aan de kant • pull up at the sideiemand achter de tralies zetten • put someone behind barseen edelsteen in goud zetten • set a jewel in goldhet eten op tafel zetten • serve dinnereen schip op het land zetten • run a ship ashoreeen ladder tegen de muur zetten • set a ladder against a wallzet dat maar uit je hoofd! • get that out of your headiemand uit een vereniging zetten • drop someone from a clubin elkaar zetten • 〈 machine〉 fit/put together, assemble something; 〈 vlug of slordig〉 knock together; 〈 plannetje〉 contrive, think uphet op een lopen zetten • (make a) run for ithet op een zuipen zetten • hit the bottle10 letters zetten • compose/set typehet zetten • typesetting, composingik zet er vijf pond op (dat) • I bet you five pounds (that)¶ zet de muziek harder/zachter • turn up/down the musicdat kan zij niet zetten • she can't stomach thatzich ergens toe zetten • put one's mind to something -
56 aanscherpen
v. make sharp, make pointed, be sharpened, sharpen -
57 actualiseren
v. actualize, make real, make actual, realize -
58 afkomen op
v. make at, make towards, seize on -
59 afplatten
v. flatten, make level or smooth, make flat, beat flat -
60 bekkentrekken
n. make faces, grimace, distort one's face (to make fun, express displeasure, etc.)
См. также в других словарях:
make — make, v. t. [imp. & p. p. {made} (m[=a]d); p. pr. & vb. n. {making}.] [OE. maken, makien, AS. macian; akin to OS. mak?n, OFries. makia, D. maken, G. machen, OHG. mahh?n to join, fit, prepare, make, Dan. mage. Cf. {Match} an equal.] 1. To cause to … The Collaborative International Dictionary of English
make — make1 [māk] vt. made, making [ME maken < OE macian, akin to Ger machen < IE base * maĝ , to knead, press, stretch > MASON, Gr magis, kneaded mass, paste, dough, mageus, kneader] 1. to bring into being; specif., a) to form by shaping or… … English World dictionary
Make — make утилита, автоматизирующая процесс преобразования файлов из одной формы в другую. Чаще всего это компиляция исходного кода в объектные файлы и последующая компоновка в исполняемые файлы или библиотеки. Утилита использует специальные… … Википедия
Make — (engl. machen, erstellen) ist ein Computerprogramm, das Shellskript ähnlich Kommandos in Abhängigkeit von Bedingungen ausführt. Es wird hauptsächlich bei der Softwareentwicklung eingesetzt. Genutzt wird es beispielsweise, um in einem Projekt, das … Deutsch Wikipedia
Make — Cet article a pour sujet le logiciel intitulé make. Pour une définition du mot « make », voir l’article make du Wiktionnaire. make est un logiciel traditionnel d UNIX. C est un « moteur de production » : il sert à appeler … Wikipédia en Français
make — (engl. machen, erstellen) ist ein Computerprogramm, das Kommandos in Abhängigkeit von Bedingungen ausführt. Es wird hauptsächlich bei der Softwareentwicklung als Programmierwerkzeug eingesetzt. Genutzt wird es beispielsweise, um in Projekten, die … Deutsch Wikipedia
make — ► VERB (past and past part. made) 1) form by putting parts together or combining substances. 2) cause to be or come about. 3) force to do something. 4) (make into) alter (something) so that it forms (something else). 5) constitute, amount to, or… … English terms dictionary
Make — (m[=a]k), v. i. 1. To act in a certain manner; to have to do; to manage; to interfere; to be active; often in the phrase to meddle or make. [Obs.] [1913 Webster] A scurvy, jack a nape priest to meddle or make. Shak. [1913 Webster] 2. To proceed;… … The Collaborative International Dictionary of English
Make — Saltar a navegación, búsqueda make es una herramienta de generación o automatización de código, muy usada en los sistemas operativos tipo Unix/Linux. Por defecto lee las instrucciones para generar el programa u otra acción del fichero makefile.… … Wikipedia Español
Make Me — Single by Janet Jackson from the album Number Ones Released … Wikipedia
make — es una herramienta de generación o automatización de código, muy usada en los sistemas operativos tipo Unix/Linux. Por defecto lee las instrucciones para generar el programa u otra acción del fichero makefile. Las instrucciones escritas en este… … Wikipedia Español