-
1 gagner
gagner [gaanjee]2 winnen♦voorbeelden:gagner de quoi vivre • in zijn levensonderhoud kunnen voorzien3 y gagner • erop vooruitgaan, in iemands voordeel zijnil gagne à être connu • als je hem beter leert kennen, valt hij best meeon ne gagne rien à attendre • wachten helpt niet veelc'est toujours ça de gagné! • dat is alvast meegenomen!gagner en qualité • beter van kwaliteit zijn, wordengagner en profondeur • veel dieper, veel verder gaanla mer gagne sur la côte • de zee wint terrein op de kustII 〈 overgankelijk werkwoord〉3 verkrijgen ⇒ verwerven, winnen4 bereiken ⇒ gaan naar, reiken tot5 zich meester maken van ⇒ bevangen, overmannen♦voorbeelden:gagner une maladie contagieuse • een besmettelijke ziekte oplopengagner de la place • ruimte winnengagner qn. à sa cause • iemand voor zijn zaak winnenla faim le gagnait • hij kreeg hongerle froid le gagna • hij werd door kou bevangenle vertige le gagna • hij werd plotseling duizelig♦voorbeelden:se laisser gagner • zich laten overhalen, verleidenv1) verdienen2) winnen4) verkrijgen, behalen5) bereiken, gaan (naar) -
2 frictionner
fʀiksjɔnevfrictionnerfrictionner [fʀiksjɔne] <1>1 (frotter) abreiben2 figuré Beispiel: je vais lui frictionner les oreilles/la tête! familier ich werd' ihm eine Abreibung verpassen! familierBeispiel: se frictionner sich abreiben -
3 décevoir
décevoir [deesvwaar]〈 werkwoord〉♦voorbeelden:leurs espoirs furent déçus • hun hoop werd beschaamdêtre déçu dans ses espoirs • bedrogen uitkomencela m'a beaucoup déçu • dat is me erg tegengevallenvteleurstellen, tegenvallen -
4 écarlate
écarlate [eekaarlaat]〈v.; ook bijvoeglijk naamwoord〉♦voorbeelden:f, adj -
5 écrouler
écrouler (s') [eekroelee]〈 werkwoord〉1 instorten ⇒ inzakken, in puin vallen♦voorbeelden:2 〈 sport en spel〉 le coureur s'écroula dans la ligne d'arrivée • de renner zakte op de finish in elkaarses espoirs se sont écroulés • al zijn, haar hoop werd de bodem ingeslagenles prix s'écroulent • de prijzen kelderens'écrouler dans un fauteuil • in een fauteuil neerploffenv( s'écrouler)1) instorten, inzakken -
6 établir
établir [eetaablier]1 vestigen ⇒ instellen, stichten, invoeren♦voorbeelden:établir les fondements de • de grondslag leggen voorétablir des liens d'amitié • vriendschapsbanden aanknopenétablir l'ordre • orde doen heersenétablir sa démonstration sur qc. • zijn bewijsvoering op iets baseren♦voorbeelden:il s'est établi à son compte • hij is voor zichzelf begonnen1. v1) vestigen, stichten, invoeren2) opstellen3) vaststellen2. s'établirv -
7 pleuvoir
pleuvoir [pleuvwaar]1 regenen ⇒ (neer)vallen, toestromen♦voorbeelden:II 〈 onpersoonlijk werkwoord〉1 regenen♦voorbeelden:qu' il pleuve ou qu'il vente • weer of geen weerv -
8 saisir
saisir [sezzier]2 aangrijpen ⇒ waarnemen, gebruik maken van3 opmerken ⇒ opvangen, waarnemen4 begrijpen ⇒ (be)vatten, doorhebben5 bevangen ⇒ aangrijpen, overvallen♦voorbeelden:saisir par le regard • overziensaisir par l'intuition • intuïtief begrijpen→ ballele Conseil municipal fut saisi de la question • de zaak werd voorgelegd aan de gemeenteraadsaisir un tribunal d'une affaire • een zaak bij een rechtbank aanhangig makenv2) aanhouden4) aangrijpen5) opmerken6) begrijpen, snappen7) begrijpen, bevatten8) invoeren [gegevens] -
9 sentir
sentir [sãtier]1 voelen ⇒ gewaarworden, zich bewust zijn van, merken5 proeven ⇒ smaken (naar), de smaak hebben van♦voorbeelden:1 sentir la fatigue • moe zijn, zich moe voelenfaire sentir qc. à qn. • iemand iets doen voelen, doen begrijpenfaire sentir à qn. que • iemand duidelijk maken datse faire sentir • merkbaar worden, zich doen geldenje sentis la colère me gagner • ik voelde dat ik boos werdje sens à quel point cela a dû être difficile • ik besef hoe moeilijk dat moet zijn geweestne pas pouvoir sentir qn. • iemand niet kunnen luchten (of zien)à cause de son rhume il ne sent plus rien • vanwege zijn verkoudheid ruikt hij niets meer3 sentir bon, mauvais • lekker, vies ruiken, stinkenfromage qui sent fort • kaas die sterk ruiktil sent des pieds • zijn voeten stinkence poisson commence à sentir • die vis begint te stinken2 voelbaar, merkbaar zijn♦voorbeelden:〈 informeel〉 alors, tu ne te sens plus? • ben je niet goed wijs geworden?ne pas pouvoir se sentir • elkaar niet kunnen luchten (of zien)v1) voelen, merken2) ruiken (aan, naar)5) aanvoelen -
10 suite
suite [sŵiet]〈v.〉1 vervolg ⇒ voortzetting, opvolging3 consequentie ⇒ uitvloeisel, gevolg4 logica ⇒ orde, aaneenschakeling5 opeenvolging ⇒ rij, serie, reeks♦voorbeelden:faire suite à • volgen op, komen naprendre la suite de qn. • iemand opvolgenà la suite de • achterdeux coups furent tirés à la suite • er werd tweemaal achtereen geschotendans la suite, par la suite • later, in het vervolgla suite au prochain numéro • wordt vervolgddonner suite à • gevolg geven aan(comme) suite à votre lettre • in antwoord op uw schrijvenà la suite de, par suite de • tengevolge vanen suite de quoi • tengevolge waarvanpar suite • bijgevolgfaire preuve d'esprit de suite • consequent zijndes propos sans suite • onsamenhangende woorden¶ deux, trois fois de suite • twee, drie keer achtereenet ainsi de suite • enzovoort(s)1. f1) vervolg2) stoet3) gevolg5) opeenvolging6) suite2. suitesf pl -
11 tôt
tôt [too]〈 bijwoord〉2 spoedig ⇒ snel, gauw♦voorbeelden:un peu plus tôt, un peu plus tard, un jour plus tôt, un jour plus tard • vroeg of laat, vandaag of morgenle plus tôt sera le mieux • hoe eerder hoe beterne … pas plus tôt … que … • niet zodra … of …, nauwelijks … of …au plus tôt en 1908 • op z'n vroegst in 1908ce n'est pas trop tôt! • het werd tijd!, eindelijk!le plus tôt possible, au plus tôt • zo snel, vroeg mogelijkpas de si tôt • voorlopig nietadv1) vroeg2) spoedig -
12 traverser
traverser [traaversee]〈 werkwoord〉3 kruisen4 dwars door … gaan5 doordringen ⇒ doorboren, gaan (dwars) door♦voorbeelden:v1) oversteken2) doorreizen, lopen (door)3) kruisen4) dwars door.. gaan5) doordringen6) doormaken -
13 ce n'est pas trop tôt!
ce n'est pas trop tôt!het werd tijd!, eindelijk! -
14 déraidir
déraidir [deereddier]♦voorbeelden:♦voorbeelden: -
15 deux coups furent tirés à la suite
deux coups furent tirés à la suiteDictionnaire français-néerlandais > deux coups furent tirés à la suite
-
16 dont
dont [dõ]1 〈= de + qui, lequel, laquelle, lesquel(le)s〉 waarvan ⇒ van wie, waaruit, waarover, waardoor 〈enz.〉♦voorbeelden:1 toute la famille était là, dont votre frère • de hele familie was er, waaronder (ook) uw broerMadame X, dont je connais la fille • Mevrouw X, wier dochter ik kendes plantes dont la floraison est brève • planten waarvan de bloeitijd kort isc'est ce dont je suis fier • daar ben ik trots opla maladie dont il a souffert • de ziekte waaraan hij geleden heeftla manière dont il a fait cela • de manier waarop hij dat gedaan heeftle coup dont elle fut frappée • de klap waardoor zij getroffen werdvoilà ce dont nous nous occupons • daar zijn wij mee bezigl'affaire dont on parle • de zaak waarover men spreektla pièce dont je sors • het vertrek waaruit ik kom -
17 elle devint écarlate
elle devint écarlate -
18 encadrer
encadrer [ãkaadree]1 omlijsten ⇒ omlijnen, omgeven, omringen♦voorbeelden:il était encadré par deux gendarmes • hij werd geflankeerd door twee agenten -
19 gendarmer
gendarmer (se) [zĵãdaarmee]〈 werkwoord〉1 zich kwaad maken ⇒ heftig protesteren, opstuiven♦voorbeelden:1 se gendarmer contre qn., qc. • fel tekeergaan tegen iemand, ietsil a dû se gendarmer pour se faire obéir • hij moest flink opspelen voordat er naar hem geluisterd werd -
20 il a dû se gendarmer pour se faire obéir
Dictionnaire français-néerlandais > il a dû se gendarmer pour se faire obéir
- 1
- 2
См. также в других словарях:
Werd — Werd, 1) (Wörth), Donauinsel bei dem Strudel dieses Flusses im Bezirk Grein des Mühlkreises in Österreich ob der Enns, mit den Ruinen des uralten Werdschlosses; 2) (Werde), vormalige Grafschaft im Elsaß, so v.w. Wörd 2) … Pierer's Universal-Lexikon
Werd — Wêrd, eine Insel, S. Werder … Grammatisch-kritisches Wörterbuch der Hochdeutschen Mundart
Werd — Sm Werder … Etymologisches Wörterbuch der deutschen sprache
werd — obs. form of weird n., word, world … Useful english dictionary
Werd — Die Bezeichnung Werd bzw. Wert oder auch Werth geht auf das mittelhochdeutsche Wort für Insel zurück und bezeichnet heute folgende Orte: in Deutschland eine Gemeinde im sächsischen Vogtlandkreis, siehe Werda eine Große Kreisstadt im sächsischen… … Deutsch Wikipedia
Werd AG — Rottenschwil Basisdaten Kanton: Aargau Bezirk: Muri … Deutsch Wikipedia
ǽwerd — adj? religious; noun? regular priest adj perverse, froward, averse; [ǽ law, werd from werdan to corrupt] … Old to modern English dictionary
werd — To offer agreement and congratulations on an outstanding proposition or statment. Damn, fool! I told you he was steppin!, Werd! … Dictionary of american slang
werd — To offer agreement and congratulations on an outstanding proposition or statment. Damn, fool! I told you he was steppin!, Werd! … Dictionary of american slang
WERD (defunct) — WERD was the first radio station owned and programmed by African Americans. The station was established in Atlanta, Georgia in early October 1949. WERD Atlanta was the first radio station owned and operated by African Americans. (WDIA in Memphis… … Wikipedia
Werd ich zum Augenblicke sagen: Verweile doch, du bist so schön! — Die beiden Verszeilen aus Goethes Faust I (Studierzimmer) enthalten die Bedingung, unter der Faust sich Mephisto verschreibt: »Dann magst du mich in Fesseln schlagen,/Dann will ich gern zugrunde gehn!« Im 5. Akt von Faust II (Großer Vorhof des… … Universal-Lexikon