-
101 afvegen
1 [door vegen reinigen] wipe (off)♦voorbeelden: -
102 afzeggen
1 [meedelen dat iets niet doorgaat] cancel2 [opzeggen] cancel3 [verloochenen] give up♦voorbeelden:een vergadering afzeggen • cancel a meeting1 [meedelen dat men niet komt] call off♦voorbeelden:afzeggen voor een vergadering • send apologies for missing a meeting -
103 bedorven
♦voorbeelden:de melk is bedorven • the milk has gone offdit worstje is bedorven • this sausage is off -
104 breed
2 [royaal] 〈zie voorbeelden 2〉♦voorbeelden:de kamer is 6 m lang en 5 m breed • the room is 6 metres (long) by 5 metres (wide)breder worden/maken • broaden/widen (out)niet breder dan twee meter • not more than two metres wide/in widthhet breed hebben • be well offII 〈 bijwoord〉2 [ruim] 〈zie voorbeelden 2〉♦voorbeelden:1 een breed omgeslagen kraag • a wide/loose collarbreed opgezet • broadly-basediets breed uitmeten • lay something on thick〈 spreekwoord〉 wie het breed heeft, laat het breed hangen • they that have a good store of butter may lay it thick on their bread -
105 breken
1 [in stukken vaneenscheiden; een breuk doen oplopen] break ⇒ 〈 medicijnen, geneeskunde ook〉 fracture2 [een einde maken aan] break3 [van een geheel scheiden] break♦voorbeelden:vaatwerk/zijn been breken • break crockery, break/fracture one's legiets in tweeën breken • break something in two/in halftovermacht/verzet breken • break a spell/resistance3 er een uurtje uit breken • take an hour's break, break (off) for an hour2 [een doorgang/scheiding forceren] break♦voorbeelden:2 door/uit iets breken • break through/out of something -
106 doorgaan
1 [verder gaan] go/walk on ⇒ continue2 [voortgaan met een handeling] continue (-ing, with) ⇒ go/carry on (-ing, with), persist (in/with), proceed (with)4 [door een ruimte/opening gaan] go/pass through ⇒ pass6 [ingaan op] go into♦voorbeelden:dat gaat in één moeite door • we can do that as well while we're about itiets laten doorgaan • allow something to take placeiets niet laten doorgaan • cancel somethingniet doorgaan • be off7 willen doorgaan voor iets/iemand • try to pass oneself off as something/someonezij gaat voor erg rijk door • she is said to be very richII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [zich bewegen door] go/pass through -
107 een speler uit het veld sturen
een speler uit het veld sturen————————een speler uit het veld sturensend/order a player off the field————————een speler uit het veld sturenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een speler uit het veld sturen
-
108 huis
1 [gebouw (als woning)] house2 [huisgezin] home3 [(vorstelijk) geslacht] House♦voorbeelden:huis en haard • hearth and homehet huis des Heren • the house of Godhet huis alleen hebben • have the house to oneselfeen eigen huis hebben • own one's own houseopen huis houden • have an open Bday/ Ahouseeen uitverkocht huis • a full houseeen huis vol hebben • have a housefulhij doet in/bezit huizen • he deals in/owns propertyhet ouderlijk huis verlaten, uit huis gaan • leave homehuis aan huis (verkopen) • (sell) door-to-dooraan huis gebonden • housebound, tied to one's housebezorging aan huis • home deliverydicht bij huis • near homeeen huis in een rij • a Bterraced/ Arow househuis in de stad • town houseiemand in huis hebben/nemen • have a/take in a lodgerin huis is het veel warmer • it's much warmer insidepantoffels voor in huis • slippers for indoorsniets in huis hebben • have no food/drinks in the houseik ga/moet naar huis • I'm off, I must be getting back/homemee naar huis nemen • take homenaar huis sturen • send home; 〈 arbeiders ook〉 lay off; 〈 patiënten〉 discharge; 〈 soldaten〉 demobilizeeen meisje naar huis brengen • see/take/walk a girl homeiemand uit zijn huis zetten • turn someone out (of his house)nu de kinderen het huis uit zijn • now that the children have all lefteen huis van drie verdiepingen • a three-storeyed houseik kom van huis • I have come from homedan zijn we nog verder van huis • 〈 figuurlijk〉 then we will be even worse off, that's not going to get us anywheretuin vóór het huis • front gardeneen tweede huis • a second homeLauriergracht 78 huis • Bground floor flat/Afirst-floor apartment, 78 Lauriergracht〈 figuurlijk〉 van huis uit • originally, by birthvan huis weglopen • run away from homehet Koninklijk huis • the Royal Family -
109 kluit
2 [klomp aarde rond de wortels] ball of earth/soil3 [hoop, menigte] bunch♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 zich niet met een kluitje in het riet laten sturen • not let oneself be put off by fair words/be given the brush-off〈 figuurlijk〉 op een kluitje zitten • squeeze together, be bunched up -
110 leveren
1 [ter beschikking stellen] supply5 [produceren] produce7 [aandoen] do (to)♦voorbeelden:wij leveren ook aan particulieren • we also supply private customerskritiek leveren op iemand • criticize someonehij heeft het hem weer geleverd • he's done it againik weet niet hoe hij het hem geleverd heeft • I don't know how he pulled it off7 wie heeft me dat geleverd? • who did that to me? -
111 lijf
1 body♦voorbeelden:het vege lijf redden • save one's skinaan mijn lijf geen polonaise! • no way!bijna geen kleren aan zijn lijf hebben • have hardly a shirt to one's backiets aan den lijve ondervinden • experience (something) personallygeen hart in zijn lijf hebben • have no heartdie rol is haar op het lijf geschreven • she's made for that partiemand te lijf gaan • let go at someoneiemand (toevallig) tegen het lijf lopen • run into someone, stumble upon someonezijn longen uit zijn lijf hoesten • cough one's lungs upblijf van mijn lijf • hands offzich iets van het lijf houden • fend something offik kon hem niet van het lijf houden • I couldn't keep him off megezond van lijf en leden • able-bodiedde voorstelling had weinig om het lijf • the performance didn't amount to much -
112 losbreken
-
113 loslaten
3 [met rust laten] let go (of)♦voorbeelden:laat me los! • let go of me!, let me go!2 zij wil niets loslaten over het programma • she will not reveal/give away anything about the programme1 [losgaan] come/peel off ⇒ come loose/unstuck/untied, give way♦voorbeelden:1 de zolen laten los • the soles are coming loose/off -
114 losweken
2 [langzaam losmaken] detach ⇒ ease away/off♦voorbeelden:2 zich losweken van zijn oude omgeving • ease oneself away/detach oneself from one's old milieu1 [door weking losgaan] become unstuck -
115 maat
I 〈de〉2 [eenheid] measure3 [gematigdheid] moderation♦voorbeelden:in belangrijke mate • to a considerable extentin niet geringe mate • to no small extent/degreeextra grote maten • outsizesin hoge mate • greatly, highly, to a great degree, to a large extentincourante maten • off-sizesin meerdere of mindere mate • to a greater or lesser extentin ruime mate • in great measurein toenemende mate • increasingly, more and morein voldoende mate • sufficientlyin welke mate …? • to what extent/degree …?in zekere mate • to a certain extent/degreede maat van iets bepalen/nemen • measure something, take the measurements of somethingmaat elf hebben/dragen • take/wear (a) size elevenwelke maat hebt u? • what size do you take?iemand de maat nemen • take someone's measure(ments)neem maar een maat groter • try a size bigger/larger〈 figuurlijk〉 onder de maat blijven • not come up to scratch/expectationsiets op maat snijden/zagen • cut/saw (down) to sizematen voor droge en natte waren • dry and liquid measureszij weten geen maat te houden • they don't know where to draw the linealles met mate • everything in moderation(geen) maat kunnen houden • be (un)able to keep time〈 figuurlijk〉 in/uit de maat lopen • march in time/out of time, (not) keep stepop de maat van de muziek dansen • dance to the (beat of the) musictegen de maat in • against the beatuit de maat zijn • be off one's stroke, be out of timeII 〈 de (mannelijk)〉 -
116 ophouden
♦voorbeelden:maar daar houdt de overeenkomst op • but here the similarity endsde straat hield daar op • the street ended there(plotseling) doen ophouden • break offdan houdt alles op • then there's nothing more to be said/there's no point in going onsteeds even ophouden • keep stoppingniet halverwege ophouden • go the whole hogplotseling ophouden • break offwaar ben je opgehouden? • where did you leave off?ze hield maar niet op met huilen • she (just) went on and on cryingophouden met gokken/roken • give up/stop gambling/smokinghet is opgehouden met regenen • the rain has stoppedeven ophouden met werken/praten • pause (in one's work/speech)ophouden te bestaan • cease to existzonder ophouden • without stopping, continuouslyhij heeft tien uur zonder ophouden gewerkt • he worked ten hours at a stretchniet van ophouden weten • not know when to stophou op! • stop it!, cut it out!laten we erover ophouden • let's leave it at thatals hij eenmaal begint weet hij niet van ophouden • once he gets going there's no stopping himII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [omhooghouden] hold up3 [openhouden] hold open4 [tegenhouden] hold (up)6 [op het hoofd houden] keep on♦voorbeelden:de schijn ophouden • keep up appearances3 hou die zak eens op • hold that bag open, will you?5 iemand niet langer ophouden • not take up any more of someone's time, not keep someone any longerdoor mist/noodweer opgehouden • fogbound, stormboundhet schip werd opgehouden • the ship was detainedhet verkeer ophouden • hold up/delay trafficdat houdt de zaak alleen maar op • that just slows things downik houd je toch niet op, hè? • I'm not keeping you, am I?ik werd opgehouden • I was delayed/held upIII 〈wederkerend werkwoord; zich ophouden〉♦voorbeelden:zich verdacht ophouden • loiter with intentzich ophouden bij het huis • hang around the housezich in verdachte kringen ophouden • move in dubious circleszich niet met politiek ophouden • not be concerned with politicszich altijd ophouden met • go about with, hang around with -
117 schilferen
-
118 thuishouden
1 [in huis houden] keep at home2 [bij zich houden] keep/lay off♦voorbeelden:2 hou je handen thuis! • keep/lay off me!, (keep your) hands off (me)! -
119 uitkleden
-
120 uitzetten
2 [uitspreiden] spread (out)3 [verspreid zetten] set/spread (out)4 [op interest zetten] place, put out5 [buiten werking stellen] switch/turn off♦voorbeelden:1 ongewenste vreemdelingen uitzetten • deport/expel undesirable aliens3 planten uitzetten • put plants out, plant seedlings outschildwachten uitzetten • post sentries/guards5 het gas uitzetten • switch/turn the gas off6 een koers uitzetten • plot/chart a course♦voorbeelden:
См. также в других словарях:
off — off … Dictionnaire des rimes
off — [ ɔf ] adj. inv. et adv. • 1944; de l angl. off screen « hors de l écran » ♦ Anglic. 1 ♦ Adj. Cin., télév. Qui n est pas sur l écran, n est pas lié à l image; hors champ (opposé à in). Le narrateur est off. Une voix off commente la scène. Adv. En … Encyclopédie Universelle
Off — ([o^]f; 115), adv. [OE. of, orig. the same word as R. of, prep., AS. of, adv. & prep. [root]194. See {Of}.] In a general sense, denoting from or away from; as: [1913 Webster] 1. Denoting distance or separation; as, the house is a mile off. [1913… … The Collaborative International Dictionary of English
off — off1 [ôf, äf] adv. [LME var. of of,OF1, later generalized for all occurrences of of in stressed positions] 1. so as to be or keep away, at a distance, to a side, etc. [to move off, to ward off] 2. so as to be measured, divided, etc. [to pace off … English World dictionary
off — off; cast·off; off·en; off·ing; off·ish; off·let; off·scape; off·sid·er; off·spring; off·ward; stand·off·ish; off·hand·ed·ly; off·hand·ed·ness; off·ish·ly; off·ish·ness; off·wards; stand·off·ish·ly; stand·off·ish·ness; … English syllables
off — (izg. ȍf) prid. DEFINICIJA term. 1. koji nije aktiviran, izvan službe; isključen 2. koji je drugačiji od uobičajenog, normalnog, standardnog; osebujan 3. koji je izvan službenog dijela programa, rasprave, razgovora SINTAGMA offbeat (izg. offbȋt)… … Hrvatski jezični portal
Off! — Жанр Хардкор панк Годы с 2009 Страна … Википедия
Off — Off, prep. Not on; away from; as, to be off one s legs or off the bed; two miles off the shore. Addison. [1913 Webster] {Off hand}. See {Offhand}. {Off side} (Football), out of play; said when a player has got in front of the ball in a scrimmage … The Collaborative International Dictionary of English
Off — Off, a. 1. On the farther side; most distant; on the side of an animal or a team farthest from the driver when he is on foot; in the United States, the right side; as, the off horse or ox in a team, in distinction from the {nigh} or {near} horse… … The Collaborative International Dictionary of English
Off — steht für: Off Broadway oder Off Theater, Begriffe aus dem Theaterbereich Off camera, Erzählstimmen, Geräusche und Musik in einer visuellen Produktion, die zu hören, aber nicht zu sehen sind (aus dem Off) Die Abkürzung Off steht für: Offenbarung… … Deutsch Wikipedia
off — s.m.inv., agg.inv. ES ingl. {{wmetafile0}} 1. s.m.inv., agg.inv., in diciture su interruttori, apparecchiature spec. elettriche e sim., indica che non è attivato, che non è in funzione: l interruttore è sull off, posizione off, l amplificatore è… … Dizionario italiano