-
1 ashore
-
2 come down
naar beneden gaan, afdalencome down1 neerkomen ⇒ naar beneden komen, (neer)vallen3 afzakken, aan lager wal geraken6 overkomen♦voorbeelden:come down in the world • aan lager wal geraken4 this song has come down to us from the 14th century • dit lied is ons overgeleverd uit de 14e eeuw¶ come down in favour of/on the side of • zich uitspreken voor/ten gunste van -
3 land
n. land; aarde; volk; landschap; koninkrijk--------v. landen; neerkomen; belanden; doen belanden (in plaats of situatie); aan land zetten; aan land gaan; van boord gaan; anker uitgooienland1[ lænd] 〈 zelfstandig naamwoord〉3 land(streek) ⇒ staat, gebied4 (bouw)land ⇒ aarde, grond5 grondgebied ⇒ lap grond, weiland♦voorbeelden:make land • land in zicht krijgenthe promised land • het beloofde land————————land21 landen ⇒ aan land/wal gaan3 (be)landen ⇒ neerkomen, terechtkomen♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 aan land/wal brengen/zetten♦voorbeelden: -
4 shore
n. strand; kust; oever--------v. kust, strand, oever, wal; schoor, stutshore1[ sjo:] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:on shore • aan (de) wal, op het land¶ these shore s • dit land/eiland————————shore2〈 werkwoord〉♦voorbeelden: -
5 armchair critics
-
6 armchair
-
7 back-seat driver
back-seat driver -
8 be down and out
be down and out〈 boksen〉uitgeteld/knock-out zijn; 〈 figuurlijk〉berooid/aan lager wal zijn -
9 be down
be down1 beneden/onderaan zijn ⇒ minder/verminderd/gezakt zijn 〈 letterlijk en figuurlijk〉2 uitgeteld zijn/liggen ⇒ 〈 figuurlijk〉 somber/neerslachtig zijn3 neer/ingeschreven zijn♦voorbeelden:Sue's hair was still down • Sues haar was nog niet opgestokenMary isn't down yet • Maria is nog niet beneden/opour takings are £10 down on yesterday • we hebben £10 minder gedraaid vandaagbe down for a school • ingeschreven staan als leerling van een schoolhe's down to his last pound • hij heeft nog maar één pond over -
10 bring low
-
11 bulwark
n. fort, kasteel[ boelwək]♦voorbeelden: -
12 come down (in life)
-
13 come down in the world
come down in the world -
14 disembark
v. afstappen, disembarkeren; landen, belanden[ dissimba:k] 〈zelfstandig naamwoord: disembarkation〉1 van boord gaan ⇒ aan wal/land gaan; uitstappenII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 ontschepen ⇒ aan land brengen, lossen -
15 down
n. Down (johan lengdon hayden, engelse dokter,down syndroom een ziekte genoemd naar zijn naam)down1[ daun]♦voorbeelden:¶ have a down on someone • de pest/een hekel hebben aan iemand1 dons ⇒ haartjes, veertjesIII 〈meervoud; Down〉♦voorbeelden:1 the North/South Downs • de noordelijke/zuidelijke heuvelrug in Zuid-Engeland————————down21 neergaand ⇒ naar onder/beneden leidend2 beneden♦voorbeelden:2 it's 7.030, but no one is down yet • het is 7.30, maar er is nog niemand beneden¶ cash down • contante betaling, handje contantjedown payment • contante betaling————————down3〈 werkwoord〉♦voorbeelden:1 down an aeroplane • een vliegtuig neerschieten/halen————————down4〈 bijwoord〉♦voorbeelden:bend down • bukken, vooroverbuigencome down (in life) • aan lager wal (ge)rakenthe sun goes down • de zon gaat ondergo down (south) • naar het zuiden trekkengo down in price • goedkoper wordengo down three to one • met drie-een verliezenkeep down • onder de duim houden, onderdrukkenkeep down one's food • zijn eten binnenhoudenput down in writing • opschrijventhe wind went/died down • de wind ging liggenup and down • op en neerdown on your knees! • op de knieën!down with the president! • weg met de president!down! • liggen!, koest!, af! 〈 tegen hond〉go down to the country • het platteland bezoekentrack someone down • iemand opsporen〈 Amerikaans-Engels〉 down south • in/naar de zuidelijke staten¶ eight down and two to go • acht gespeeld, nog twee te spelendeep down inside, down under • in zijn binnenstedown under • bij de tegenvoeters, in Australië en Nieuw-Zeeland————————down5〈 voorzetsel〉♦voorbeelden:roll down (the) hill • (van) de berg (af)rollendown (the) river • de rivier af, verder stroomafwaartsdown South • zuidwaarts, in het zuidenhe went down the street • hij liep de straat doordown town • de stad in, in het centrum -
16 earthwork
-
17 embankment
-
18 fall between two stools
-
19 from/out of the frying pan into the fire
from/out of the frying pan into the fireEnglish-Dutch dictionary > from/out of the frying pan into the fire
-
20 frying pan
braadpan, koekepan♦voorbeelden:
См. также в других словарях:
Wal — steht für: eine Ordnung von Meeressäugern, siehe Wale das Wappentier Delfin und Wal, siehe Wal (Wappentier) das 1923 entwickelte Flugboot Dornier Wal WAL Basses, einen britischen Hersteller von E Bässen eine regionale Bezeichnung für den… … Deutsch Wikipedia
wał — I {{/stl 13}}{{stl 8}}rz. mnż I, D. u, Mc. wale {{/stl 8}}{{stl 20}} {{/stl 20}}{{stl 12}}1. {{/stl 12}}{{stl 7}} nasyp ziemny o silnie wydłużonym kształcie utworzony przez siły przyrody lub człowieka : {{/stl 7}}{{stl 10}}Wał morenowy. Wał… … Langenscheidt Polski wyjaśnień
walþu- — *walþu , *walþuz germ., stark. Maskulinum (u): nhd. Wald, Wildnis, Heide ( Femininum) (1); ne. wood, heather; Rekontruktionsbasis: got., an., ae., afries., anfrk., as., ahd.; … Germanisches Wörterbuch
WAL — may refer to:* Wide angle lens * Write Ahead Logging, a family of techniques for providing atomicity and durability (two of the ACID properties) in database systems. *, one of the four constituent nations of the United Kingdom. * Walloon Region,… … Wikipedia
Wal — Sm std. (8. Jh.), mhd. wal, ahd. (h)wal Stammwort. Aus g. * hwala m. Wal , auch in anord. hvalr, ae. hwæl. Vielleicht zu l. squalus Meersaufisch und apreuß. kalis Wels . Da Fischnamen in den indogermanischen Sprachen allgemein schlecht… … Etymologisches Wörterbuch der deutschen sprache
walþjō — *walþjō germ., stark. Femininum (ō): Verweis: s. *walþō *walþō *walþō, *walþjō germ., stark. Femininum (ō): nhd. Wau, Färberwau; ne. weld (Neutrum); Rekontruktionsbasis … Germanisches Wörterbuch
wal — {{/stl 13}}{{stl 8}}rz. mż III, lm D. i || ów {{/stl 8}}{{stl 7}} kilkunastometrowej długości ssak morski o krępej budowie ciała, bez płetwy grzbietowej, z silnie rozbudowanymi, dochodzącymi do 5 m długości fiszbinami, zamieszkujący wszystkie… … Langenscheidt Polski wyjaśnień
wal|y — wal|y1 «WAY lee, W », interjection. Scottish. an exclamation of sorrow. ╂[probably < Old English wā lā. Compare etym. under wellaway (Cf. ↑wellaway), woe. (Cf. ↑woe)] wal|y2 «WAY lee, WOL ee», adjective, noun, plural wal|ies. Scottish. wally … Useful english dictionary
Wal — Wal, volkstümlich dafür: Walfisch: Die Herkunft des altgerm. Namens des großen, im Meer lebenden Säugetiers mhd., ahd. wal, niederl. walvis, engl. whale, schwed. val ist nicht sicher geklärt. Vielleicht besteht Verwandtschaft mit apreuß. kalis… … Das Herkunftswörterbuch
walþa- — *walþa , *walþaz germ., Adjektiv: nhd. sich drehend; ne. turning (Adjektiv); Rekontruktionsbasis: ae., mnd.; Etymologie: s. ing. *u̯el (7), *u̯elə , *u̯lē … Germanisches Wörterbuch
Wal [1] — Wal, der Walfisch … Meyers Großes Konversations-Lexikon