-
61 ik wil niets meer met hem te maken hebben
ik wil niets meer met hem te maken hebbenI've done with him, I want nothing more to do with himVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik wil niets meer met hem te maken hebben
-
62 inpeperen
1 [met peper bestrooien, (vaak figuurlijk) betaald zetten] pepper ⇒ 〈 figuurlijk〉 get even with (someone) (for)2 [zeer duidelijk maken] make (someone) understand something (good and proper)♦voorbeelden:1 dat zal ik hem inpeperen • I'll get even with him, I'll fix him -
63 jammer
jammer1♦voorbeelden:al vind ik het erg jammer • much to my regretjammer genoeg • unfortunatelywat jammer! • what a pity!/shame!hij vond het jammer voor me • he felt sorry for me————————jammer2♦voorbeelden:1 jammer dan! • oh well, too bad!jammer, hij is net weg • (a) pity/bad luck, he's just left -
64 je kunt hem niet mislopen met zijn oranje hoed
je kunt hem niet mislopen met zijn oranje hoedyou can't miss him/there's no mistaking him with that orange hat of hisVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > je kunt hem niet mislopen met zijn oranje hoed
-
65 knikkeren
1 [met knikkers spelen] play/shoot marbles♦voorbeelden:1 [verwijderen] kick/chuck out♦voorbeelden: -
66 kosten
1 [voor het genoemde bedrag verkrijgbaar zijn] cost, be2 [vereisen] cost, take♦voorbeelden:het heeft ons maanden gekost om dit te regelen • it took us months to organize thisof 't niks kost • you'd think it was for freeze kosten een pond per stuk • they are a pound eachde kostende prijs • the cost (price)hoeveel mag het kosten? • how much do you wish to spend?wat kost het? • what does it cost?, how much is it?aardig wat kosten • cost a fair amounthet ongeluk kostte (aan) drie kinderen het leven • three children died/lost their lives in the accidenthet kost mij moeite hem te volgen • I find it hard to follow himdat kostte ons de overwinning • that cost us the victorydit karwei zal heel wat tijd kosten • this job will take (up) a great deal of timekoste wat (het) kost • at all costs -
67 kwalijk
♦voorbeelden:1 de kwalijke gevolgen van het roken • the bad/detrimental effects of smokingdat is een kwalijke zaak • that is a nasty/evil businesskwalijk riekend • evil-/vile-smellingkwalijk ruiken • have a nasty smell¶ hij nam het ons zeer/niet kwalijk • he gave us the full blame (for it), he did not blame us for itneem me niet kwalijk, dat ik te laat ben • excuse my being late/me for being lateneem(t) (u) mij niet kwalijk • I beg your pardonje kunt hem dat toch niet kwalijk nemen • you can hardly blame himze zullen het je kwalijk nemen dat … • they'll hold it against you that …iemand iets kwalijk nemen • resent someone's doing somethinghij nam het zichzelf kwalijk dat … • he blamed himself for …II 〈 bijwoord〉♦voorbeelden:1 zoiets kan ik van hem toch kwalijk verlangen • I can hardly/can't very well ask him to do such a thing -
68 kwijt
1 [vrij van] rid (of)2 [met betrekking tot het wegschenken/verkopen] rid (of)3 [beroofd van] deprived (of)4 [verloren hebbend] lost♦voorbeelden:hij is al die zorgen kwijt • he is rid of all those troublesdie zijn we gelukkig kwijt • we are well rid of him, good riddance to him2 ik kan niets aan je kwijt? • aren't you going to have anything?wel kwijt willen • be willing to say/admithij zei niet meer dan hij kwijt wou • he didn't say any more than he wanted tode weg kwijt zijn • be lost, have lost one's wayje zou een hoop geld kwijt zijn aan onkosten • you would have to pay a lot for repairsje kunt heel wat kwijt in deze kist • this chest will store a lot of things -
69 leven
leven1〈 het〉3 [levensduur] life, lifetime5 [morele handel en wandel] life7 [verschijnselen/werkzaamheden in een kring] life♦voorbeelden:het leven begint bij 40 • life begins at 40zijn leven geven voor zijn land • lay down one's life for one's countryvoor hun leven wordt gevreesd • there are fears for their liveszijn leven hangt aan een zijden draad(je) • his life hangs by a threadde aanslag heeft aan twee mensen het leven gekost • the attack cost the lives of two peoplezo is het leven • that's lifedat kostte hem het leven • that killed him/cost him his lifehet leven laten/erbij inschieten • lose one's lifezijn leven loopt op een eind • his end is drawing nearhet leven schenken aan • give birth toiemand het leven schenken • spare someone's lifezijn leven duur verkopen • sell one's life dearly, fight to the bitter endzijn leven wagen • risk one's lifebij leven en welzijn • if all is welliets in leven houden • keep something alivenog in leven zijn • be still alivein leven blijven • stay/keep aliveiemand naar het leven staan • be after someone's bloodom het leven komen • lose one's life, be killediemand om het leven brengen • kill someoneop gewelddadige wijze om het leven komen • meet (with) a violent deathhet leven van alle dag • everyday liferennen alsof je leven ervan afhangt • run for one's lifezijn leven niet (meer) zeker zijn • be not safe here (anymore)als je leven je lief is • if you value your lifeeen organisatie in het leven roepen • set up an organizationtekenen/schilderen naar het leven • draw/paint from life/natureuit het leven gegrepen • true to life, taken/drawn from (real) lifezijn hele verdere leven • for the rest of his lifezijn leven slijten • spend one's daysdat heb ik nog nooit van mijn leven gezien • I have never seen that in my lifevan zijn leven niet • never (in all my life)heb je van je leven! • well, I never!hij is voor zijn leven invalide • he will be an invalid for the rest of his lifevoor het leven benoemd • appointed for lifeeen lidmaatschap voor het leven • a life membershipvoor het leven getekend • marked for lifeiemand het leven zuur maken • make someone's life a miseryzijn eigen leven leiden • lead one's own life〈 figuurlijk〉 zijn eigen leven gaan leiden • lead/assume a life of its own 〈bijvoorbeeld van verhaal/gerucht〉een gemakkelijk leven hebben • have an easy lifeeen nieuw leven beginnen • turn over a new leafzijn leven beteren • mend one's wayszij heeft geen leven bij die man • that man makes her life a miseryhoe staat het leven? • how's life?een losbandig leven leiden • lead a wild life6 mijn/hun leven lang • all my life/their livesbij/tijdens zijn leven • in/during his lifetime7 het maatschappelijk/het huiselijk leven • public/private lifein het volle leven staan • be in touch with things10 een onderneming nieuw leven inblazen • breathe/inject new life into a firmleven in de brouwerij brengen • stir/liven things up, get things goinger kwam leven in de brouwerij • things were beginning to liven upiets/iemand weer tot leven brengen • bring something/someone to life again¶ een bruin leven • a good/an easy lifehij heeft ook het eeuwige leven niet • he won't last for everde bescherming van het ongeboren leven • protection of the unborn child————————leven22 [met betrekking tot zaken/voorstellingen] live (on)3 [zich voeden] live on4 [zijn dagen doorbrengen] live5 [zich gedragen] live♦voorbeelden:mens, durf te leven • come on, live a littlehij heeft niet lang meer te leven • he has not long to liveeeuwig leven • live eternallyen zij leefden nog lang en gelukkig • and they lived happily ever afterlanger leven dan iemand • outlive someonehaar ouders leven niet meer • her parents are no longer aliveleef je nog? • are you still alive?in leven en sterven • till death do us part〈 figuurlijk〉 te weinig om te leven en te veel om te sterven • hardly sufficient to keep body and soul togetherhij weet van voren niet dat hij van achteren leeft • 〈 aartsdom〉 he is not all there; 〈 de kluts kwijt〉 he's completely at sixes and sevensbij veel mensen leeft het idee … • many people still have the idea …leeft die vaas nog? • is that vase still in one piece?de kermis leeft niet meer bij de mensen • fun fairs no longer appeal to peoplewat er leeft binnen de organisatie • what is going on inside the organizationmet deze man is/valt niet te leven • you can't live with that manin angst leven • live in fearmet iemand in vrede leven • live in peace with someonewe leven toch in een vrij land? • it's a free country, isn't it?naar iets toe leven • look forward to somethingstil gaan leven • retirezij leven langs elkaar heen • they have little to say to each othergoed kunnen leven • be comfortably offzij kan er goed van leven • she can live well from itzij moet ervan leven • she has to live on ithij heeft genoeg om van te leven • he has enough to get byvan dit vak kun je niet leven • you can't make a living out of this tradeleve de koningin! • long live the Queen!deze romanpersonages leven • these characters are true to lifeweten wat er leeft onder de bevolking • know what people are thinkingII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [een leven leiden] live♦voorbeelden:1 een eenzaam leven leven • lead a solitary/lonely life -
70 liever
1 rather♦voorbeelden:ik zou liever gaan (dan blijven) • I'd rather go than stayik weet het, of liever gezegd, ik denk het • I know, at least, I think soals je liever hebt dat ik wegga, hoef je het maar te zeggen • if you'd sooner/rather I'd leave, just say solaat ik liever zeggen/liever gezegd • (or) ratherik zie hem liever gaan dan komen • I'm glad to see the back of himniets liever wensen dan • ask for nothing better thanhoe meer, hoe liever • the more the betterhoe meer er misgaat hoe liever ik het heb • the more that goes wrong, the better I like itwe willen liever niet met hem gezien worden • we'd rather not be seen in his companydat heb ik liever niet • I don't like thatliever wel dan niet • as soon as nothij liever dan ik • better him than meik ging nog liever dood dan dat ik … • I'd rather die than …liever rood dan dood • better red than dead -
71 lot
2 [bewijs van aandeel in een loterij] lottery-share/-bond4 [voorwerp waarmee geloot wordt] lot, die♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 een lot uit de loterij trekken • draw a lucky number, back a winnerdoor/volgens het lot aanwijzen • determine/appoint by lothet lot tarten • tempt fatehet lot is hem niet gunstig gezind • the dice are loaded against him6 iemand aan zijn lot overlaten • leave someone to fend for himself/to his fatezich iemands lot aantrekken • take pity on someoneberusten in zijn lot • resign oneself to one's fatezijn lot verbinden aan • throw/cast in one's lot withzich in zijn lot schikken • accept/embrace one's lot/destinymet zijn lot tevreden zijn • accept/be satisfied with one's lot -
72 maar
maar1〈 het〉1 but♦voorbeelden:er is één maar aan verbonden/bij • there is one (large) but————————maar2〈 bijwoord〉4 [met betrekking tot een wens] (if) only5 [aanmaning, waarschuwing] just6 [aanhoudend] just♦voorbeelden:1 je hoeft maar te bellen • you only/just have to phoneal was het maar om haar te pesten • if only to make life difficult for herzeg het maar: koffie of thee? • which will it be: coffee or tea?we konden alleen nog maar huilen • we could do nothing but cryhij is nog maar pas hier • he has only just arrivedzonder ook maar goedendag te zeggen • without so much as a goodbyehij is maar twintig jaar (oud) geworden • he only lived to be twentyzij bloost al, als je maar naar haar kijkt • she blushes if you so much as look at herals ik ook maar een minuut te lang wegblijf • if I stay away even a minute too longlaten we hem maar gelijk geven • let's just agree with him and be done with itdat doet hij maar al te graag • he'd be only too happy to do itdat komt maar al te vaak voor • that happens only/all too oftenhet is misschien maar goed dat we de bus gemist hebben • perhaps it's (just) as well we missed the bushet is maar goed dat je gebeld hebt • it's a good thing you Brangje hebt het maar voor het zeggen • it's up to you, just say the wordik wil wel doorgaan, als het maar klaar komt • I'm prepared to go on, as long as/so long as it's finishedwas ik maar nooit getrouwd • if only I'd never marriedwas ik maar dood • I wish I were deadgeef het nou maar toe • you may as well admit ithet is maar dat je het weet • as long as you know; 〈 je kunt het maar beter weten〉 it's (just) as well you knowlet maar niet op hem • don't pay any attention to himpas maar op • watch out/itschiet nou maar op • hurry up, will you?ik zou maar uitkijken • you'd better be carefulen dan maar klagen dat iedereen zakt • and then go on about everybody failinghet is maar goed ook • a good thing, toowees daar maar niet bang voor • rest assured that that won't happenrustig maar • (just) calm downje gaat je gang maar • go ahead (and do it)en wij maar wachten/werken • and we just wait(ed) and wait(ed)/work(ed) and work(ed)het houdt maar niet op • it never seems to endik vind het maar niks • I'm none too happy about itzij koopt maar raak • she just throws her money abouthé daar, dat gaat zo maar niet • hey you, you can't just sit down/walk in/run off 〈enz.〉like that!en maar kletsen, die vrouwen • talk, talk, that's all they do, these women¶ wat wil je drinken? geef maar een pilsje • what'll you have? a beer, please/I'll have a beerwat je maar wil • whatever you wantgeef dan maar een glas wijn • a glass of wine will be finewaarom doe je dat? zo maar • why do you do that? just for the fun of itdat kun je niet zo maar even doen • you can't do it just like thatzo'n vraag kun je niet zo maar beantwoorden • one can't answer such a question offhandhij gaf het kind zo maar een klap • he hit the child for no reasonzoveel als je maar wilt • as much/many as you like————————maar3〈 voegwoord〉1 [tegenstellend] but2 [in zijdelingse tegenwerpingen] but♦voorbeelden:ik had je willen bellen, maar ik wist je nummer niet • I would have phoned, but/only I didn't know your numberja maar, als dat nu niet zo is • yes, but what if that isn't true?maar ja, wat wil je voor vijftig gulden • but then what do you expect for fifty guildersmaar begrijpt u dat dan niet • but don't you understand?¶ hij keek in de koelkast, maar zag dat die leeg was • he looked in the refrigerator only to find it was emptynee maar! • really! -
73 medeplichtig
〈 juridisch〉♦voorbeelden:1 dit maakt hem medeplichtig • this makes him an accessory, this incriminates himmedeplichtig zijn aan • be (an) accessory to/the accomplice ofmedeplichtig aan de moord • accessory to the murder -
74 mislopen
mislopen1 [iemand/iets niet treffen] miss2 [iets niet krijgen] miss (out on)♦voorbeelden:1 je kunt hem niet mislopen met zijn oranje hoed • you can't miss him/there's no mistaking him with that orange hat of his2 hij is zijn promotie misgelopen • he missed (out on) his promotion/was passed overdie straf ben je mooi misgelopen • you certainly managed to wriggle out of that punishment♦voorbeelden:1 het plan liep mis • the plan miscarried/was a failuredat loopt mis! • that's going to turn out wrong/badlyhet liep mis met haar • she came to grief/a sad end -
75 mogen
I 〈 hulpwerkwoord〉1 [toestemming/recht/vrijheid hebben] can ⇒ be allowed to, 〈 tegenwoordig tijd of indirecte rede〉 may, 〈 met ontkenning〉 must, 〈 in voorwaardelijke wijs〉 should, 〈 in voorwaardelijke wijs〉 ought to3 [met betrekking tot toegeving] may, might4 [met betrekking tot een mogelijkheid] should5 [kunnen] 〈zie voorbeelden 5〉6 [met betrekking tot een wens] 〈zie voorbeelden 6〉♦voorbeelden:1 mag ik een kilo peren van u? • (can I have) two pounds of pears, pleasemag ik uw naam even? • could/may I have your name, please?mag Deirdre blijven spelen? • can Deirdre stay and play?je mag gaan spelen, maar je mag je niet vuil maken • you can go out and play, but you're not to get dirtyer mag hier niet gerookt worden • you're not allowed to smoke hereals ik vragen mag • if you don't mind my askingu mag hier even wachten • please take a seatdat mag ik niet zeggen • I'm not at liberty/allowed to tell youmag het een onsje meer zijn? • do you mind if it's a bit more?mag ik zo vrij zijn? • do you mind?alles mag toch maar vandaag de dag • anything goes nowadaysmag ik alsjeblieft? • do you mind? 〈nadruk op ‘mind’〉ik mag het eigenlijk niet vertellen • I'm not really supposed to tell youmag ik even? • do you mind?, may I?mag ik er even langs? • excuse me (please)dat mag niet • that's not allowed; 〈 tegen de regels〉 that's against the rules; 〈 tegen de wet〉 that's illegalvan mij mag het • it's alright by mevan mij mag het een maand duren • I don't mind if it takes a/another monthhij wou meekomen maar hij mocht niet van zijn moeder • he wanted to come along but his mother wouldn't let him2 dat mag ook wel eens gezegd worden • there's no harm in saying that, tooje had me wel eens mogen waarschuwen • you might/could have warned meik mag niet mopperen • I mustn't complainje mag je wel eens scheren • you could do with a shaveje mag wel uitkijken, het is glad op straat • you'd better/you should be careful, it's slippery outhij mag blij zijn dat … • he ought to/should be happy that …wat een mooie jas! dat mag ook wel voor dat geld • what a lovely coat! it ought to/should be at that pricehij mag dan slim zijn, sterk is hij niet • he may be clever, but he isn't strongdat mag dan zo zijn, maar … • that may well be (so), but …; granted, but …hoe dat ook moge zijn • be that as it may4 mocht dat het geval zijn, … • should that be the case, …; if so, …5 het mocht niet baten • it was no use/gooddat ik dit nog mag meemaken! • that I should live to see this!het heeft niet zo mogen zijn • it was not to be6 moge dit jaar u veel geluk brengen • 〈 algemeen, bijvoorbeeld met betrekking tot schooljaar〉 I hope you will be very happy in the coming yearlang moge hij heersen • long may he reignzo mag ik het horen/zien • that's what I like (to hear/see), that's the spirithij mag er zijn • 〈 algemeen〉 he's quite a guy; 〈 heeft kwaliteiten〉 he's got what it takes; 〈is groot/flink van postuur〉 he's a big guy/; 〈 is knap〉 he's some guyhet mocht wat • it doesn't mean a thingik mag graag een sigaartje roken • I like/enjoy a nice cigarII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [sympathiek vinden] like♦voorbeelden:1 ik mag hem wel • I quite/rather like himzij is een beetje arrogant, maar dat mag ik wel • she's a bit arrogant but I like them that way -
76 of
of1 [bij tegenstelling] (either …) or2 [verklarend] or3 [na ontkenning of restrictie] (hardly …) when; (no sooner …) than4 [toegevend] although, whether … or (not), no matter (how/what/where 〈enz.〉 )5 [alsof] as if, as though6 [bij twijfel/onzekerheid] whether, if7 [achter vraagwoorden] 〈zie voorbeelden 7〉8 [bij verzwegen hoofdzin] 〈zie voorbeelden 8〉9 [als sterke bevestiging] certainly♦voorbeelden:je krijgt of het een of het ander • you get either the one or the otherhet is óf het een óf het ander • you can't have it both waysze zei weinig of niets • she said little or nothingmin of meer • more or lessvroeg of laat • sooner or later, eventually2 de influenza of griep • influenza, or flu3 nauwelijks was hij thuis of de telefoon ging • hardly/scarcely had he come in when the telephone rang, no sooner had he come home than the telephone rangik weet niet beter of … • for all I know …het kan niet anders of ze is ziek • she must be iller gaat geen dag voorbij of hij bedrinkt zich • not a day goes by without him getting drunkhet is net of het regent • it looks as if it's raining6 ik vraag me af, of hij komen zal • I wonder whether/if he'll comede vraag is of we hem nodig hebben • the question is whether we need himde vraag is óf hij komt • the question is whether he's coming at allwanneer of ze komt, ik weet 't niet • when she is coming I don't know8 of hij nog leeft? • are you asking me whether he's still alive?9 nou en of! • you bet!of ik blij ben! • am I glad!¶ een dag of tien • about ten days, ten days or sohou je mond of ik doe je wat • shut up or you'll be sorry -
77 oog
1 [gezichtsorgaan, ook figuurlijk] eye4 [opening] eye5 [met betrekking tot kledingstukken] eye(let)7 [plantkunde] eye♦voorbeelden:een blauw oog • a black eyegoede ogen hebben • have good eyes/eyesighteen lui oog • a lazy/wandering eyezijn ogen bederven • ruin one's eyesgeen oog dichtdoen • not sleep a winkzijn ogen geloven/vertrouwen • believe/trust one's eyeshij had alleen oog voor haar • he only had eyes for herheb jij geen ogen? • haven't you got eyes in your head?ogen hebben van voren en van achteren • have eyes in the back of one's head〈 figuurlijk〉 dat heeft mij de ogen geopend • that opened my eyes/was an eye-opener for mezij maakte haar ogen op • she made up her eyesde ogen sluiten voor iets • close one's eyes to somethingzijn ogen uitkijken (aan iets) • stare one's eyes out (on something)iemand de ogen uitsteken • make someone jealous/green with envyzich de ogen uitwrijven • rub one's eyesaan één oog blind • blind in one eyeiemand iets onder vier ogen zeggen • say something to someone in privateik kan niet meer uit mijn ogen zien (van vermoeidheid) • I can't keep my eyes open (any more)〈 figuurlijk〉 kun je niet uit je ogen kijken? • can't you look where you're going?voor iemands ogen • in front of someone's (very) eyeszijn ogen de kost geven • take it all inzijn ogen zijn groter dan zijn maag • his eyes are bigger than his stomachzijn ogen in zijn zak hebben • not use one's eyes〈 spreekwoord〉 oog om oog, tand om tand • an eye for an eye, a tooth for a toothmet een scheef oog kijken naar • look askance atzij kon haar ogen niet van hem afhouden • she couldn't take/keep her eyes off himzijn ogen laten gaan over • run one's eye overmet de ogen verslinden • devour with one's eyeseen gevaar onder ogen zien • recognise a dangeronder het waakzame oog van • under the watchful eye of(zo) op het oog • on the face of itiets/iemand op het oog hebben • 〈 figuurlijk, denken aan〉 have something/someone in mind, have one's eye on something/someone〈 figuurlijk〉 iets voor ogen houden • keep/bear something in mindzijn oog viel op haar • his eye fell on her3 aan het oog onttrokken • hidden/concealed from view/sightzo ver het oog reikt • as far as the eye can seein het oog lopen/springen • catch the eyein het oog lopend • conspicuous, noticeablein het oog krijgen • catch sight ofuit mijn ogen! • get out of my sight!uit het oog raken • disappear from sightiets uit het oog verliezen • lose sight of something〈 spreekwoord〉 uit het oog, uit het hart • out of sight, out of mindin hun ogen betekent hij niet veel • he doesn't amount to much in their eyesoog in oog staan met • come face to face within mijn ogen • in my opinion/view -
78 opgewassen
♦voorbeelden:tegen de situatie opgewassen zijn • be able to cope with the situationergens niet tegen opgewassen zijn • 〈 ook〉 be unable to cope/deal with somethingtegen elkaar opgewassen zijn • be well-matchedzich tegen de moeilijkheden opgewassen tonen • rise to the occasionhij bleek niet opgewassen tegen die taak • the task proved beyond him/too much for him -
79 ophoren
♦voorbeelden:¶ daar zal hij van ophoren • that will be news/a surprise to him/will make him sit up -
80 ophouden
♦voorbeelden:maar daar houdt de overeenkomst op • but here the similarity endsde straat hield daar op • the street ended there(plotseling) doen ophouden • break offdan houdt alles op • then there's nothing more to be said/there's no point in going onsteeds even ophouden • keep stoppingniet halverwege ophouden • go the whole hogplotseling ophouden • break offwaar ben je opgehouden? • where did you leave off?ze hield maar niet op met huilen • she (just) went on and on cryingophouden met gokken/roken • give up/stop gambling/smokinghet is opgehouden met regenen • the rain has stoppedeven ophouden met werken/praten • pause (in one's work/speech)ophouden te bestaan • cease to existzonder ophouden • without stopping, continuouslyhij heeft tien uur zonder ophouden gewerkt • he worked ten hours at a stretchniet van ophouden weten • not know when to stophou op! • stop it!, cut it out!laten we erover ophouden • let's leave it at thatals hij eenmaal begint weet hij niet van ophouden • once he gets going there's no stopping himII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [omhooghouden] hold up3 [openhouden] hold open4 [tegenhouden] hold (up)6 [op het hoofd houden] keep on♦voorbeelden:de schijn ophouden • keep up appearances3 hou die zak eens op • hold that bag open, will you?5 iemand niet langer ophouden • not take up any more of someone's time, not keep someone any longerdoor mist/noodweer opgehouden • fogbound, stormboundhet schip werd opgehouden • the ship was detainedhet verkeer ophouden • hold up/delay trafficdat houdt de zaak alleen maar op • that just slows things downik houd je toch niet op, hè? • I'm not keeping you, am I?ik werd opgehouden • I was delayed/held upIII 〈wederkerend werkwoord; zich ophouden〉♦voorbeelden:zich verdacht ophouden • loiter with intentzich ophouden bij het huis • hang around the housezich in verdachte kringen ophouden • move in dubious circleszich niet met politiek ophouden • not be concerned with politicszich altijd ophouden met • go about with, hang around with
См. также в других словарях:
Him — während eines Auftritts (2006) Gründung 1995 Genre Dark Rock, Alternative Rock Website … Deutsch Wikipedia
HIM — en 2008. Datos generales Origen Helsinki, Finlandia … Wikipedia Español
HIM — HIM … Википедия
HIM — is the objective form of he.Him or HIM may also refer to:Music* HIM (Finnish band), a Finnish Love metal band * HIM (Japanese Band),a J Rock band * HiM (American band), a post rock group from the United States of America * Him , a 1980 song by… … Wikipedia
him — [ weak ım, strong hım ] pronoun *** Him can be used in the following ways: as a pronoun, being the object form of he: I don t trust him. My sister plays tennis with him. in a one word answer or after the verb to be : Who said that? Him. I knew it … Usage of the words and phrases in modern English
Him — Him, pron. [AS. him, dat. of h[=e]. [root]183. See {He}.] The objective case of he. See {He}. [1913 Webster] Him that is weak in the faith receive. Rom. xiv. 1. [1913 Webster] Friends who have given him the most sympathy. Thackeray. [1913… … The Collaborative International Dictionary of English
him — W1S1 [ım strong hım] pron [object form of he ] [: Old English;] 1.) used to refer to a man, boy, or male animal that has already been mentioned or is already known about ▪ Are you in love with him? ▪ Why don t you ask him yourself? ▪ He repeated… … Dictionary of contemporary English
him — /him/, pron. 1. the objective case of he, used as a direct or indirect object: I ll see him tomorrow. Give him the message. 2. Informal. (used instead of the pronoun he in the predicate after the verb to be): It s him. It isn t him. 3. Informal.… … Universalium
him — [him] pron. [OE him, dat. of he, he, merged in sense with hine, acc. of he] objective form of HE1 [help him; give him the book ]: also used as a predicate complement with a linking verb, although this usage is objected to by some [ that s him ] … English World dictionary
HIM — … Deutsch Wikipedia
him — O.E. him, originally dative masc. and neut. of HE (Cf. he); beginning 10c. it replaced hine as masculine accusative, a regional process completed by 15c. The dative roots of the m ending are retained in German (ihm) and Dutch (hem). Hine persists … Etymology dictionary