-
21 Weg
〈m.; Weg(e)s, Wege〉♦voorbeelden:1 〈 formeel〉 den Weg alles, allen Fleisches, Irdischen gehen • sterfelijk, vergankelijk zijn, stervenes sind noch zwei Kilometer Weg • het is nog twee kilometerden letzten Weg gehen • sterven〈 figuurlijk〉 seinen Weg machen • er komen, zijn weg wel vindenden (rechten) Weg verfehlen • verdwalen〈verouderd; nog schertsend〉 woher des Weges? • waar kom je, komt u vandaan?es liegt mir am Wege • ik kom erlangsauf dem schnellsten Wege • via de kortste wegjemanden auf seinem letzten Weg begleiten • iemand de laatste eer bewijzenjemanden auf den Weg bringen • (a) iemand de weg wijzen; 〈 (b) figuurlijk〉iemand stimuleren, aanzetten, aansporenein Paket auf den Weg bringen, schicken • een pakje verzendensich auf den Weg machen • op weg gaan〈 figuurlijk〉 auf dem besten Weg(e) sein • goed, hard op weg zijnjemandem aus dem Weg(e) gehen • (a) iemand voorbij laten; 〈 (b) figuurlijk〉iemand uit de weg gaan, ontwijken〈 figuurlijk〉 jemanden, etwas aus dem Weg räumen, schaffen • iemand, iets uit de weg ruimenetwas in die Wege leiten • aan iets beginnen, iets aanzwengelenjemandem in den Weg treten, sich jemandem in den Weg stellen • (a) iemand de weg versperren; 〈 (b) figuurlijk〉iemand hinderen, de voet dwars zettenvom Wege abkommen • verdwalengut, schlecht zu Wege, zuwege • goed, slecht ter been zijn〈verouderd; formeel〉 Weg und Steg • het hele land, de hele omgeving2 krumme Wege • slinkse wegen, methodesauf diesem Wege • op deze manier, langs deze wegauf dem Wege der Güte, auf gütlichem Wege • in der minneauf kaltem Wege • zonder scrupules, in koelen bloedeauf kürzestem, auf dem schnellsten Wege • zo snel mogelijkauf schriftlichem Wege • schriftelijketwas im Wege von Verhandlungen regeln • iets door middel van onderhandelingen regelenmit einer Sache zu Wege, zuwege kommen • met iets overweg kunnen -
22 Wut
〈v.; Wut〉1 woede, drift, razernij3 het woeden, tekeergaan♦voorbeelden:Wut steigt in jemandem auf, packt, überkommt jemanden • iemand ontsteekt in toorn, woedeseine Wut an jemandem auslassen • zijn woede op iemand koeleneine Wut auf jemanden bekommen, haben • woedend op iemand worden, zijnin heller Wut • ziedend van woede -
23 Zacken
-
24 Zeug
〈o.; Zeug(e)s, Zeuge〉1 prul, rommel ⇒ spullen, gerei3 〈 scheepvaart〉tuigage, takelage♦voorbeelden:ich habe mein ältestes Zeug angezogen • ik heb mijn oudste kloffie aangetrokkenalbernes Zeug treiben • gekke, domme dingen doen¶ er arbeitete, fuhr, was das Zeug hielt • hij werkte, reed zo hard (als) hij kon〈 informeel〉 jemandem etwas am Zeug flicken • (a) iemand een loer draaien; (b) iemand iets aanwrijvensich für jemanden, etwas ins Zeug legen • zich voor iemand, iets erg inzettenmit jemandem scharf ins Zeug gehen • met iemand niet bepaald zachtzinnig omgaaner hat, in ihm steckt das Zeug zu einem guten Zimmermann • hij heeft de capaciteiten om een goed timmerman te worden -
25 abziehen
abziehenII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 af-, wegtrekken ⇒ afnemen, naar beneden trekken5 aftappen, uit-, overhevelen7 wetten, slijpen♦voorbeelden:den Rauch abziehen • de rook afzuigenden Ring (vom Finger) abziehen • de ring (van zijn vinger) (af)trekkenden Schlüssel abziehen • de sleutel uit het sleutelgat trekkenden Teich abziehen • de vijver laten leeglopenTomaten abziehen • tomaten (af)pellen5 Bier, Wein auf Flaschen abziehen • bier, wijn op flessen trekken -
26 ackern
ackernII 〈 overgankelijk werkwoord〉 -
27 altbacken
altbacken♦voorbeelden: -
28 anfangen
anfangenI 〈onovergankelijk werkwoord; haben〉1 beginnen, aanvangen (te spreken)♦voorbeelden:1 wer fängt an? • wie begint?zu eifrig, hitzig anfangen • te hard van stapel lopen〈 ironisch〉 das fängt ja gut, schön an! • dat begint al goed, mooi!fang nicht wieder damit an! • begin er niet weer over!angefangen von … • te beginnen met …von klein auf anfangen • van onderen op beginnenvon vorn anfangen • van voren af aan beginnenII 〈overgankelijk werkwoord; haben〉1 beginnen, aanvangen2 aanvangen, beginnen ⇒ doen, uitrichten♦voorbeelden:〈 informeel〉 wer hat den Streit angefangen? • wie is de twist begonnen?2 was soll er damit anfangen? • wat moet hij daarmee?nichts mit sich anzufangen wissen • met zichzelf niets weten aan te vangen3 etwas anders, falsch anfangen • iets anders, verkeerd aanpakken -
29 anfassen
anfassen♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:2 jemanden hart, sanft anfassen • iemand hard, zacht aanpakken3 eine Sache richtig, verkehrt anfassen • iets juist, verkeerd aanpakken4 Angst fasst jemanden an • angst overvalt iemand, grijpt iemand aan -
30 angehen
angehen1 〈 figuurlijk〉opkomen, vechten, strijden2 (beginnen te) rotten, bederven♦voorbeelden:das mag noch angehen • dat kan er nog mee doorII 〈 overgankelijk werkwoord〉2 〈haben/sein〉verzoeken, vragen♦voorbeelden:Probleme geschickt angehen • problemen handig aanpakken3 was mich angeht • wat mij aangaat, betreft -
31 annehmen
annehmen♦voorbeelden:1 eine Arbeit, einen Auftrag annehmen • een werk, een opdracht aannemeneinen Rat annehmen • een raad opvolgeneine traurige Miene annehmen • een treurig gezicht zettennimm doch Vernunft an! • wees toch verstandig!♦voorbeelden: -
32 auf dem besten Wege sein
auf dem besten Weg(e) seingoed, hard op weg zijnWörterbuch Deutsch-Niederländisch > auf dem besten Wege sein
-
33 aufprallen
-
34 aufstoßen
aufstoßen♦voorbeelden:〈informeel; figuurlijk〉 das wird ihm sauer, übel aufstoßen • dat zal hem zuur, lelijk opbrekenII 〈 overgankelijk werkwoord〉 -
35 davoneilen
davoneilen1 hard weglopen, wegsnellen -
36 drakonisch
-
37 einen Spieler hart angehen
Wörterbuch Deutsch-Niederländisch > einen Spieler hart angehen
-
38 einen ganz schönen Zacken draufhaben
Wörterbuch Deutsch-Niederländisch > einen ganz schönen Zacken draufhaben
-
39 einsteigen
-
40 eisenfest
См. также в других словарях:
hard — hard … Dictionnaire des rimes
Hard-Fi — at the 2006 Hurricane Festival in Germany Background information Origin Staines, Surrey, England … Wikipedia
Hard — (h[aum]rd), a. [Compar. {Harder} ( [ e]r); superl. {Hardest}.] [OE. hard, heard, AS. heard; akin to OS. & D. hard, G. hart, OHG. herti, harti, Icel. har[eth]r, Dan. haard, Sw. h[*a]rd, Goth. hardus, Gr. kraty s strong, ka rtos, kra tos, strength … The Collaborative International Dictionary of English
Hard — Hard … Deutsch Wikipedia
hard — [härd] adj. [ME < OE heard, akin to Ger hart < IE base * kar , hard > Gr karyon, nut, kratos, strength] 1. not easily dented, pierced, cut, or crushed; resistant to pressure; firm and unyielding to the touch; rigid; solid and compact 2.… … English World dictionary
Hard — Hard, adv. [OE. harde, AS. hearde.] 1. With pressure; with urgency; hence, diligently; earnestly. [1913 Webster] And prayed so hard for mercy from the prince. Dryden. [1913 Webster] My father Is hard at study; pray now, rest yourself. Shak. [1913 … The Collaborative International Dictionary of English
Hard by — Hard Hard, adv. [OE. harde, AS. hearde.] 1. With pressure; with urgency; hence, diligently; earnestly. [1913 Webster] And prayed so hard for mercy from the prince. Dryden. [1913 Webster] My father Is hard at study; pray now, rest yourself. Shak.… … The Collaborative International Dictionary of English
Hard up — Hard Hard, adv. [OE. harde, AS. hearde.] 1. With pressure; with urgency; hence, diligently; earnestly. [1913 Webster] And prayed so hard for mercy from the prince. Dryden. [1913 Webster] My father Is hard at study; pray now, rest yourself. Shak.… … The Collaborative International Dictionary of English
hard — ► ADJECTIVE 1) solid, firm, and rigid; not easily broken, bent, or pierced. 2) requiring or demonstrating a great deal of endurance or effort; difficult. 3) (of a person) not showing any signs of weakness; tough. 4) (of information or a subject… … English terms dictionary
Hard FM — Origines stylistiques Glam metal Hard rock Heavy metal Origines culturelles … Wikipédia en Français
Hard — «Hard» 200px Sencillo de Rihanna junto a Young Jeezy del álbum Rated R Publicación 10 de noviembre de 2009 Formato Sencillo en CD descarga digital Género(s) Hip Hop … Wikipedia Español