-
1 rebuke
-
2 admonition
n. waarschuwing; berisping[ ædmənisjn]1 waarschuwing ⇒ vermaning, berisping2 aanmaning ⇒ aansporing, oproep -
3 censure
n. afkeuring, berisping--------v. censureren, schrappencensure1[ sensjə] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 afkeuring ⇒ berisping, terechtwijzing♦voorbeelden:————————censure2〈 werkwoord〉1 afkeuren ⇒ laken, bekritiseren♦voorbeelden: -
4 lecture
n. lezing; de les gelezen; toespraak, berisping--------v. lezing houden; voordragen; de les lezen; langdurig berispenlecture1[ lektsjə] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 lezing ⇒ verhandeling, voordracht3 preek ⇒ berisping, vermaning♦voorbeelden:1 give/read a lecture • een lezing geven/houden————————lecture2♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉 -
5 reprimand
n. berisping, reprimande--------v. (officieel) berispenreprimand1[ reprimma:nd] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————reprimand2〈 werkwoord〉 -
6 reproof
n. terechtwijzing, berisping♦voorbeelden: -
7 stricture
-
8 rebukeful
adj. een standje bevattend, gebruikt als een berisping, vol berisping -
9 administer a rebuke
-
10 animadversion
-
11 carpet
n. kleed, vloerkleed--------v. bedekken met vloerkleed; berispingcarpet1[ ka:pit] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 (vloer)tapijt ⇒ (vloer)kleed, karpet, (trap)loper♦voorbeelden:fitted carpet • vast/kamerbreed tapijt————————carpet2〈 werkwoord〉2 〈voornamelijk Brits-Engels; informeel〉een uitbrander/standje geven♦voorbeelden: -
12 caution
n. voorzichtigheid; oplettendheid; waarschuwing--------v. opletten; waarschuwencaution1[ ko:sjn]3 berisping ⇒ reprimande, vermaning♦voorbeelden:caution! • voorzichtig!; 〈 verkeer〉let op!————————caution2〈 werkwoord〉♦voorbeelden:caution against • waarschuwen tegen -
13 denunciation
-
14 earful
-
15 gig
n. (Slang) gigabyte (Computers)--------n. koets, twee-wielige koets voortgetrokken door een paard; kleine boot; lichte raceboot; speer met een vork; set van haken bij vissen gebruikt; tijdelijke baan; klein voorwerp dat ronddraait in een spel; rechtstreekse voorstelling door een musicus of een andere artiest; muzikale verplichting (Slang); berisping (Slang); rol die vleug op een stof op te lichten--------v. rijden in een rijtuig met een paard; een dier vangen met een sjees; vis vangen met een lichte snelle sloep; (Slang) een minpunt geven; muziek spelen met een muzikale maatschappelijke betrokkenheid[ gig] -
16 reproach
n. schande, smaad; verwijt--------v. verwijten, berispenreproach1[ riprootsj] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 schande ⇒ smaad, blaam2 verwijt ⇒ uitbrander, berisping♦voorbeelden:1 above/beyond reproach • onberispelijk, perfectthat's a reproach to our town • dat is een schande voor onze stad————————reproach2〈 werkwoord〉1 verwijten ⇒ berispen, afkeuren♦voorbeelden:she reproached him for being false • zij verweet hem zijn valsheid -
17 reprobation
n. verwerping, verdoeming, verdoemenis[ reprəbeesjn] -
18 reproval
-
19 scolding
-
20 admonishment
n. vermaning, waarschuwing; terechtwijzing; berisping
- 1
- 2
См. также в других словарях:
Johannes le Francq van Berkhey — (auch: Joannes le Franc van Berkhey; * 23. Januar 1729 in Leiden; † 13. März 1812 ebenda) war ein niederländischer Naturforscher, Dichter und Maler. I … Deutsch Wikipedia