-
21 spul
n. stuff, objects, things -
22 volstoppen
v. chock up, pad, stuff, cram, pamper -
23 aan
aan11 [zich aan het lichaam bevindend] on3 [in werking, brandend] on4 [aan de gang] on♦voorbeelden:daar is niets aan • 〈 gemakkelijk〉 there's nothing to it; (it's a) piece of cake; 〈 saai〉 it's a waste of time; 〈 niet stuk〉 there's nothing the matter with itII 〈 bijwoord〉1 [na plaatsaanduidend bijwoord] 〈 vaak onvertaald, zie voorbeelden〉2 [in samengestelde werkwoord] 〈 vaak onvertaald, zie voorbeelden〉3 [op genoemde wijze] 〈 vaak onvertaald, zie voorbeelden〉♦voorbeelden:daar zijn we nog niet aan toe • we haven't got that far yet2 stel je niet zo aan! • stop carrying on like that!3 rustig aan! • calm down!, take it easy!¶ er goed/beroerd aan toe zijn • be (doing) well, be in a bad wayvan nu af aan • from now onvan voren af aan • from the beginningvan jongs af aan • from childhoodjij kunt ervan op aan dat … • you can count on it that …————————aan2〈 voorzetsel〉1 [met betrekking tot een fysieke verbondenheid] on ⇒ at, by2 [met betrekking tot een figuurlijk verbondenheid] by, with3 [bij werkwoord die een beweging aanduiden] to4 [tengevolge van] of, from5 [wat betreft] of6 [in de macht van] up to♦voorbeelden:aan een krant werken • work on a newspaperKoen stond aan het raam • Koen stood at the windowaan zee/de kust/een gracht wonen • live by the sea/on the coast/on a canaldoen aan • do, go in fortwee aan twee • two by twohij geeft les aan de universiteit • he lectures at the universityer is geen beginnen aan • that's impossibleaan wal gaan • go ashoreaan het werk gaan aan iets • go to work on somethinghoe kom je aan dat spul? • how did you get hold of that stuff?6 het is aan mij ervoor te zorgen dat … • it's up to me to see that …hij heeft het aan zijn hart • he's got heart troublehij is aan het joggen • he's out jogginghij is aan het strijken • he's (busy) ironingze zijn aan vakantie toe • they could do with a holiday -
24 allemaal larie
allemaal larie -
25 bunkeren
-
26 dat goed is niet meer te krijgen
dat goed is niet meer te krijgenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > dat goed is niet meer te krijgen
-
27 dat is je ware
-
28 dat is niet voor de poes
dat is niet voor de poesthat's no childs' play/kids' stuffVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > dat is niet voor de poes
-
29 die poëzie is zware kost
die poëzie is zware kostVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > die poëzie is zware kost
-
30 een hete meid
een hete meid -
31 een kip met gehakt vullen
een kip met gehakt vullenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een kip met gehakt vullen
-
32 een kleverig goedje
een kleverig goedjeVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een kleverig goedje
-
33 een kussen met veren opvullen
een kussen met veren opvullenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een kussen met veren opvullen
-
34 een lekker stuk
een lekker stuka nice bit of skirt/stuff/crumpetVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een lekker stuk
-
35 gedoe
♦voorbeelden:1 dwaas/mal gedoe • tomfoolery, goings-onopgewonden gedoe • (a) carry-on, (a) fusszenuwachtig gedoe • fussing (about)zinloos gedoe • a farce2 het was me daar een gedoe van je welste! • you should have seen the goings-on! -
36 gemeen
gemeen1〈 het〉————————gemeen21 [slecht, vals] nasty ⇒ 〈 boosaardig〉 vicious, malicious, 〈 laag, verachtelijk〉 low, 〈 laag, verachtelijk〉 vile, 〈 met betrekking tot behandeling〉 shabby♦voorbeelden:een gemene hond • a vicious dog〈 sport〉 gemeen spel • foul/dirty/rough playwat een gemeen spul • what foul stuffeen gemene streek • a dirty trickdat is gemeen van je • that's a mean/rotten thing (for you) to dogemene zaak met iemand maken • make common cause with someoneniets/veel met iemand gemeen hebben • have nothing/a lot in common with someone3 de gemene zaak • public/common interest4 gemene taal uitslaan • use foul/filthy languageII 〈 bijwoord〉1 [op valse/verachtelijke wijze] nastily ⇒ 〈 boosaardig〉 viciously, maliciously, 〈 met betrekking tot behandeling〉 shabbily♦voorbeelden:2 het is gemeen koud • it's awfully/beastly cold -
37 goed
goed1〈het; geen meervoud〉1 [wat goed is] good5 [kleding] clothes6 [textiel] material, fabric ⇒ cloth♦voorbeelden:1 goed en kwaad • good and evil, right and wrongdat zal hem goed doen • that'll do him good, it'll be good for himhij meende er goed aan te doen • he meant well by it, he did it for the bestik denk dat je daar goed aan gedaan hebt • I think you did the right thinghij kan geen goed meer doen • he can't do a thing rightdaar zul je de zaak geen goed mee doen • you won't do things any good if you do thater is bij hem geen goed te doen • there's no pleasing him3 gestolen goed • stolen goods/propertyonroerend goed • real estateroerend goed • personal property/effectsschoon goed aantrekken • put on clean clothes6 wit/bont goed • white/coloured wash; whites, colouredshet goed hangt te drogen • the washing is hanging up to dry————————goed23 [geschikt] good5 [deugdzaam] good♦voorbeelden:hij bedoelt/meent het goed • he means wellik begrijp niet goed … • I don't quite/really understand …begrijp me goed • don't get me wrong, make no mistake (about it)als ik 't goed heb • if I'm not mistaken〈 ironisch〉 is het nou goed? • satisfied?als je goed kijkt • if you look closelydat komt wel weer goed • it'll turn out all righthet goed opnemen • take it wellik vind dat niet goed • 〈 keur het niet goed〉 I don't think that's a good idea; 〈 ben het er niet mee eens〉 I don't agree〈 informeel〉 dat zit wel goed • that's all right, don't worry about itnet goed! • serve(s) you/him/them 〈enz.〉right!niet goed geld terug • money-back guaranteehet is ook nooit goed bij hem • nothing's ever good enough for himhet is ook nooit goed • I give up; you're never satisfied, are youprecies goed • just/exactly rightalles goed en wel maar … • that's all very well but …dat doet het altijd goed • that always works (well)goed gedaan, jochie! • well done, kid!wij hebben het goed • we're well off/all rightwe hebben het nog nooit zo goed gehad • we've never had it so goodhou je goed! • look after yourself!, take care (of yourself)!dat kan ze erg goed • she is very good at itje kunt goed zien dat … • it is obvious that …(heel) goed Engels spreken • speak English (very) well, speak (very) good Englishdie jas staat je goed • that coat suits you/looks good on youik wens je alle goeds • all the very best〈 ironisch〉 nee, nou wordt ie goed! • that's rich!goed zo! • good!, that's right!; 〈 als compliment〉 well done!, that's the way!zij is goed in wiskunde • she is good at mathematicsalles goed? • (is) everything all right?dat is een goeie! • that's a good one!dat is te veel van het goede • that is too much of a good thing3 ik weet het goed gemaakt … • I know, this is what we'll dozich goed houden • control oneself; 〈 niet lachen ook〉 keep a straight face; 〈 na persoonlijk verlies〉 bear up (well)de soep is niet goed meer • the soup has gone offhet is mij goed • I don't mind, it's all right by mehet zal wel ergens goed voor zijn • it must be of some use, there must be some reason for itik zal het goed met je maken • we can make a dealdaar is de verzekering goed voor • the insurance will cover itook goed • very well, all rightwie weet waar het goed voor is • you never know what will come out of itwaar is dat goed voor? • what good will that do?goed voor één consumptie • valid for one drink/meal/snackhij is goed voor een paar ton • he is worth a few hundred thousandhij heeft er niet veel goeds geleerd • it hasn't done him much good4 zich te goed doen aan • feast on, tuck intodat komt goed uit • that's (very) convenienthij maakt het goed • he's doing well/all rightdat geld heb ik nog van hem te goed • he still owes me that moneyde rest hou je nog te goed • I'll owe you the restik heb nog vier vakantiedagen te goed • I've still got four holidays owing to me/outstandingdat heb je nog van me te goed • 〈 belofte〉 I (still) owe you one; 〈 dreigement〉 you've got it coming (to you)dat hebben we nog te goed • that's still in store for uszo goed en zo kwaad als het gaat • as best I/you/he candat is goed om te weten • that's a good thing to knoween verandering ten goede • a change for the betterde opbrengst komt ten goede van het Rode Kruis • the proceeds go to the Red Crosshet komt zijn prestaties niet ten goede • it doesn't help his performancehou me ten goede • don't hold it against mehet is maar goed dat … • it's a good thing that …goed dat er politie is • where would we be without the police?goed dat je 't zegt • that reminds megoed dat ik 't weet • thanks for telling medat is maar goed ook! • and a good thing too!6 ik heb er goed geld mee verdiend • I've made a pretty penny/done well out of iteen goed jaar geleden • well over a year agohij was goed nijdig • he was really annoyedhet betaalt goed • it pays wellhij kan nog niet eens goed schrijven • he can't even write properlyhet er goed van nemen • lead the good lifehij zat goed fout • he was totally wrongtoen ik goed en wel in bed lag • when I finally/at last got into bedik was net goed en wel thuis of … • I'd only just come in/got home when …goed bij zijn • be clever¶ op een goed ogenblik merk je dat … • there comes a time when you notice that …dat was maar goed ook • it was just as wellmaar goed • (well) anywaywe hadden het net zo goed niet kunnen doen • we might/could just as well not have done itzo goed als niets • next to nothing, hardly anythingzo goed als nieuw • as good as newdat is zo goed als zeker • that is virtually/almost certainzo goed als onmogelijk • virtually/well-nigh impossiblezo goed als niemand • hardly anybodyII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉♦voorbeelden:ik ben wel goed maar niet gek • I'm not as stupid as you thinkik voel me heel goed • I feel fine/greatzou u zo goed willen zijn … • would/could you please …, would you be so kind as to …, do/would you mind …hij was te goed voor deze wereld • he was too good for this worldben je wel goed bij je hoofd? • are you crazy? -
38 heet
1 [zeer warm] hot♦voorbeelden:heet water • hot waterhet heet hebben • be hotin het heetst van de strijd • in the thick/heat of the battle2 het ging er heet toe • things got pretty hot/heatedII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉♦voorbeelden: -
39 het is (een) gevaarlijk goedje
het is (een) gevaarlijk goedjeVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het is (een) gevaarlijk goedje
-
40 hij is uit het goede hout gesneden
hij is uit het goede hout gesnedenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij is uit het goede hout gesneden
См. также в других словарях:
Stuff — is an aggregate or a group of items or matter. Stuff can mean just about anything.Stuff may also refer to: *Stuff (cloth), a type of cloth or fabric used to fill pillows and other items *Stuffing, a substance which is often placed in the cavities … Wikipedia
Stuff — Stuff, n. [OF. estoffe, F. [ e]toffe; of uncertain origin, perhaps of Teutonic origin and akin to E. stop, v.t. Cf. {Stuff}, v. t.] 1. Material which is to be worked up in any process of manufacture. [1913 Webster] For the stuff they had was… … The Collaborative International Dictionary of English
Stuff — País Estados Unidos, Turquía, Reino Unido, Alemania, Rusia, República Checa, Francia, los Países Bajos, Ucrania, España, Rumania, Lituania, China, Filipinas, Tailandia, Taiwan, Malasia … Wikipedia Español
stuff it — ● stuff * * * stuff it impolite phrase used for telling someone that you are very angry with them, and you are not interested in them or their suggestions When she told me what the job was, I told her to stuff it. Thesaurus: expressions showing… … Useful english dictionary
Stuff — Stuff, v. t. [imp. & p. p. {Stuffed}; p. pr. & vb. n. {Stuffing}.] [OE. stoffen; cf. OF. estoffer, F. [ e]toffer, to put stuff in, to stuff, to line, also, OF. estouffer to stifle, F. [ e]touffer; both perhaps of Teutonic origin, and akin to E.… … The Collaborative International Dictionary of English
stuff — [stuf] n. [ME stoffe < OFr estoffe < estoffer, prob. < Gr styphein, to pull together, tighten < styppe, tow, coarse cloth of flax or hemp: see STOP] 1. the material or substance out of which anything is or can be made; raw material 2 … English World dictionary
Stuff — Image extraite du documentaire. Kill pigs by letting them become shits. Données clés Réalisation Johnny DeppGibson Haynes … Wikipédia en Français
stuff´i|ly — stuff|y «STUHF ee», adjective, stuff|i|er, stuff|i|est. 1. lacking fresh air: »a stuffy room. 2. lacking freshness or interest; dull; … Useful english dictionary
stuff|y — «STUHF ee», adjective, stuff|i|er, stuff|i|est. 1. lacking fresh air: »a stuffy room. 2. lacking freshness or interest; dull; … Useful english dictionary
stuff — [n1] personal belongings being, effects, equipment, gear, goods, impedimenta, individual, junk*, kit, luggage, objects, paraphernalia, possessions, substance, tackle, things, trappings; concepts 432,446 stuff [n2] essence, substance bottom,… … New thesaurus
stuff — ► NOUN 1) matter, material, articles, or activities of a specified or indeterminate kind. 2) basic characteristics; substance: Helen was made of sterner stuff. 3) (one s stuff) informal one s area of expertise. 4) Brit. dated woollen fabric,… … English terms dictionary