-
61 betwixt
adv. tussen, zo zo, half en half--------prep. tussen, zo zo, half en half[ bitwikst] 〈 verouderd of gewestelijk〉♦voorbeelden:¶ 〈niet verouderd; informeel〉 betwixt and between • half-en-half, zozo -
62 beyond
adv. verder--------n. het hiernamaals--------prep. verder danbeyond1[ bijjond] 〈zelfstandig naamwoord; the〉♦voorbeelden:————————beyond2〈 bijwoord〉1 verder ⇒ daarachter, aan de overzijde, daarna2 daarenboven ⇒ meer, daarbuiten♦voorbeelden:1 the lake and the house beyond • het meer en het huis aan de overkant/daarachter2 she told him how she had escaped but nothing beyond • ze vertelde hem hoe ze was ontsnapt, maar niets daarbuiten/meer————————beyond3〈 voorzetsel〉1 voorbij ⇒ achter, verder dan2 naast ⇒ buiten, behalve, meer dan3 niet te … ⇒ buiten, boven♦voorbeelden:he had got beyond saying it • hij zei het allang niet meer2 new duties beyond her daily tasks • nieuwe plichten/taken buiten haar dagelijkse takenbeyond helping his friend he also cared for his mother • naast de hulp die hij zijn vriend gaf, zorgde hij ook voor zijn moederbeyond hope • er is geen hoop meerstay beyond one's time • te lang blijvenit is beyond me • dat gaat mijn verstand te boven -
63 but
adv. alleen als; met moeite--------conj. maar; doch--------n. voorwaarde; weerstand; beperking--------prep. behalve--------v. "maar"but1[ but] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 maar ⇒ tegenwerping, bedenking♦voorbeelden:but me no buts • geen gemaar, niks te maren〈 informeel〉 no buts about it • zeker weten, reken maar————————but21 die/dat niet♦voorbeelden:————————but31 slechts ⇒ enkel, alleen, maar, pas2 (en) toch ⇒ echter, anderzijds♦voorbeelden:I could but feel sorry for her • ik kon enkel medelijden hebben met haarI know but one • ik ken er maar één————————but41 behalve ⇒ buiten, uitgezonderd, anders dan♦voorbeelden:all but John • allen behalve Johnwho but John? • wie anders dan John?he wanted nothing but peace • hij wilde slechts rustthe last but one • op één na de laatstethe next summer but one • de zomer na de volgende————————but5♦voorbeelden:what could I do but surrender? • wat kon ik doen behalve me overgeven?¶ 〈 informeel〉 no sooner had she spoken but it appeared again • ze was nog niet uitgesproken of het verscheen opnieuwII 〈 nevenschikkend voegwoord〉♦voorbeelden:young but clever • jong maar sluwbut then (again) • (maar) anderzijds/jabut yet • niettemin2 he ran but ran! • hij liep, en hoe!he ran but fast! • hij liep, en snel ook!but no! • nee maar!, nee toch!but yes! • maar ja toch! -
64 by
adv. door; bij; met--------pref. langs, voorbij; bij, vlakbij, naast--------prep. door; met, per; bijby12 nabij ⇒ dichtbij, in de buurt♦voorbeelden:he drove by in a red car • hij reed voorbij in een rode autoin years gone by • in vervlogen jaren2 be by • erbij/in de buurt zijnby and large • over 't algemeen————————by2[ baj] 〈 voorzetsel〉3 〈 tijd〉 tegen ⇒ vóór, niet later dan; 〈 bij uitbreiding〉 op, om 〈 bepaald tijdstip〉; in 〈 bepaald jaar〉5 〈 duidt een relatie van betrokkenheid, vergelijking aan〉 ten opzichte van ⇒ met betrekking tot, ten aanzien van, wat … betreft♦voorbeelden:North by East • noord ten oostenhe sat by the river • hij zat aan de kant van de riviera house by the sea • een huis aan zeesit by my side • kom naast mij zittenI keep it by me all the time • ik heb het altijd bij meby oneself • alleenhe went by the motorway • hij ging via de autowegtaught by radio • via de radio geleerdshe dropped by Sheila's • zij ging bij Sheila langsby 1980 it had become clear that … • (al) in 1980/zo tegen 1980 was het duidelijk geworden dat …by now • nu (al)two meters by fifty centimeters • twee meter bij vijftig centimeterby sheer chance • door zuiver toevalby force • met gewelddeceived by his friend • bedrogen door zijn vriendthey came by the hundreds • ze kwamen met honderdenhe missed by an inch • hij miste op een paar centimeterI can tell by your looks • ik kan het aan je (uiterlijk) zienknown by the name of Jack • bekend onder de naam Jackhe died by the sword • hij sneuvelde door het zwaarddivide four by two • deel vier door tweea daughter by his first wife • een dochter van zijn eerste vrouwhe began by tidying up • hij begon met op te ruimenI did it all by myself • ik heb het helemaal alleen gedaanpaid by the hour • per uur betaaldby profession • van beroepplay by the rules • volgens de regels spelenit's eight o'clock by my watch • het is acht uur op mijn horlogethat's fine by me • ik vind het/wat mij betreft is het goed/bestby day • overdagby night • 's nachtshe got worse by the hour • hij ging van uur tot uur achteruitlittle by little • beetje bij beetje -
65 each
adj. elk, ieder--------prep. elk, iedereach1[ ie:tsj] 〈 voornaamwoord〉♦voorbeelden:she gave them a book each • ze gaf hen elk een boekeach of the children worked hard • elk van de kinderen werkte hard→ each other each other/————————each2〈 determinator〉♦voorbeelden:each year he grows weaker • ieder jaar wordt hij zwakker -
66 except
conj. behalve--------prep. behalve, uitgezonderd--------v. uitzonderenexcept11 uitzonderen ⇒ uitsluiten, buiten beschouwing laten♦voorbeelden:1 everyone, my father excepted, felt tired • iedereen, behalve mijn vader, voelde zich vermoeidhe was excepted from the general pardon • hij werd van de amnestie uitgesloten————————except21 behalve ⇒ uitgezonderd, tenzij, op … na♦voorbeelden:she did everything except clean windows • ze deed alles behalve ramen lappenall income, not excepting gifts, must be declared • alle inkomsten, inclusief geschenken, moeten aangegeven wordenexcept for Sheila • behalve Sheila————————except31 ware het niet dat ⇒ maar, echter, alleen♦voorbeelden:1 I'd buy it for you except I have no money • ik zou het voor je willen kopen, maar/alleen ik heb geen geld -
67 excluding
-
68 failing
adj. tekortkoming, zwakheid--------n. fout, zwakte; faling--------prep. bij gebrek aanfailing1[ feeling] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————failing2〈 voorzetsel〉♦voorbeelden:1 failing clear instructions we'll just have to experiment • bij gebrek aan duidelijke instructies zullen we dan maar moeten experimenteren -
69 in
adj. binnen; binnengekomen (post); hoort erbij; modern--------adv. in; erin; binnen; in huis; onder druk staand; modern, "in" (in spreektaal); in periode van (van fruit etc.)--------n. betrokken bij de leidende partij; iemand met machtpositie; invloed--------prep. in; binnen; erinin1→ ins ins/————————in21 intern ⇒ inwonend, binnen-3 exclusief ⇒ afgestemd op een kleine groep/elite4 voor/met ingekomen post♦voorbeelden:3 in-crowd • kliekje, wereldje4 in box/tray • brievenbak met/voor ingekomen post————————in33 〈 het referentiepunt is een persoon of groep〉 geaccepteerd ⇒ erbij, opgenomen; 〈 van dingen ook〉 in (de mode)♦voorbeelden:come in! • (kom) binnen!fit something in • iets (er)in passenI flew in today • ik ben vandaag met het vliegtuig aangekomenmix the flour in • meng de bloem erbijthe police moved in • de politie kwam tussenbeidethe stairs were put in • de trap werd geïnstalleerdsnowed in • ingesneeuwdin between • er tussen(in)in between • tussenknow somebody in and out • iemand door en door kennen————————in4〈 voorzetsel〉1 〈plaats of ligging; ook figuurlijk〉in2 〈richting; ook figuurlijk〉in ⇒ naar, ter3 〈met abstract naamwoord dat handeling of toestand uitdrukt; voornamelijk idiomatisch te vertalen〉- ende ⇒ in, be-, ver-, ge-6 〈 medium〉in7 〈 verhouding, maat, graad〉in ⇒ op, uit9 in zover dat ⇒ in, met betrekking tot, doordat, omdat♦voorbeelden:wounded in the leg • aan het been gewondin my opinion • naar mijn meningplay in the street • op straat spelenbe in one's twenties • in de twintig zijnthere is something in his story • er zit iets in zijn verhaalin payment of • ter betaling van3 in bloom • in bloei, bloeiendehe was in charge (of) • hij was verantwoordelijk (voor)in honour of • ter ere vanbe in love • verliefd zijnbe in luck • geluk hebbenbe in pain • pijn lijdenin ruins • vervallenin search of • op zoek naarI have not been out in months • ik ben in geen maanden uit geweestin the morning • 's ochtendsearly in spring • vroeg in het voorjaarin all those years • gedurende al die jarenit melts in heating • het smelt als het verwarmd wordtthe latest thing in computers • het laatste snufje op het gebied van computerssomething in evening dress • iets in de richting van avondkledij2 feet in length • twee voet hooghe is in oil • hij zit in de olie-industrieequals in strength • gelijken wat kracht betreftrich in vitamins • rijk aan vitaminenbe in it • erbij betrokken zijn, meedoenhe is not in it • hij telt niet meethere's nothing in it • het heeft niets om het lijfpainted in red • roodgeverfdin Russian • in het Russisch7 in general • in/over het algemeennot in the least • niet in het minstin the main • in/over het algemeensell in ones • per stuk verkopenone in twenty • één op twintigyou have a fine brother in Henry • je hebt aan Henry een fijne broerbuy in instalments • op afbetaling kopen£100 in taxes • £100 aan belastingendifficult in that it demands concentration • moeilijk omdat het concentratie vergt→ be in be in/ -
70 inside
adj. van binnen, innerlijk--------adv. binnen; naar binnen; in; in huis; in gevangenis (spreektaal)--------n. binnenkant; binnenste gedeelte; ingewanden(spreektaal)--------prep. in, binneninside1[ insajd] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————inside2♦voorbeelden:————————inside3〈 bijwoord〉2 〈 slang〉in/naar de bak/gevangenis♦voorbeelden:turn something inside out • iets binnenstebuiten keren————————inside4〈 voorzetsel〉♦voorbeelden: -
71 lacking
adj. zonder-; -vrij; ontbreekt aan--------prep. niet voorhanden, afwezig[ læking]1 niet voorhanden ⇒ afwezig, ontbrekend♦voorbeelden: -
72 less
adj. minder--------adv. minder--------conj. zonder--------n. minder--------prep. minder; minless1[ les] 〈bijvoeglijk naamwoord; fungeert als vergrotende trap van little/small〉1 kleiner♦voorbeelden:————————less2〈voornaamwoord; vergrotende trap van little, informeel ook van few〉1 minder♦voorbeelden:far/much less than usual • veel minder dan normaal〈 informeel〉 less of your cheek! • wat minder brutaal jij!————————less3〈bijwoord; vergrotende trap van little〉1 minder♦voorbeelden:he couldn't care less • het kon hem niet schelenmore or less • min of meerspeak less quickly • niet zo vlug sprekenthis doesn't make things any the less difficult • dit maakt er de zaken niet makkelijker op————————less4〈 voorzetsel〉1 zonder ⇒ verminderd met, op … na♦voorbeelden:the whole family less one son • de hele familie op één zoon na————————less5〈determinator; vergrotende trap van little, informeel ook van few〉1 minder♦voorbeelden: -
73 like
adj. gelijken, gelijkenis; lijkt op; in de vorm van-; alsof (aan het einde van het woord)--------adv. ongeveer; zo'n, zo een--------conj. zoals--------n. gelijke, weerga; neiging; voorliefde; soort--------prep. als; zoals; lijkend op; overeenkomstig--------v. houden van; aardig vinden; willenlike1[ lajk]♦voorbeelden:I've never seen/heard the like • zo iets heb ik nog nooit meegemaakt/gehoordII 〈 meervoud〉♦voorbeelden:————————like2♦voorbeelden:like quantities • gelijksoortige grootheden————————like3♦voorbeelden:if you like • zo u wilt, als je wiltII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 houden van ⇒ (prettig) vinden, (graag) willen♦voorbeelden:1 I'd like a beer • mag ik een pilsje?I like fish • ik hou van viswould you like a cup of tea? • wilt u een kopje thee?I don't like asking him • ik vraag het hem niet graagI'd like to do that • dat zou ik best willenhe likes fishing • hij vist graag〈 ironisch〉 I like that! • mooi is dat!how do you like my new car? • wat vind je van mijn nieuwe auto?how do you like your egg? • hoe wilt u uw ei?how do you like that! • wat zeg je me daarvan!————————like42 〈 voornamelijk aan het eind van de zin, om een onuitgesproken implicatie van de opmerking daarvoor te corrigeren of af te zwakken, in het laatste geval vaak gevolgd door but〉 hoor ⇒ wel4 〈 om aan te geven dat men moeite heeft om iets precies te omschrijven, of om het geschikte woord te vinden〉 nou ⇒ zoiets als♦voorbeelden:and then this guy came up to the counter like, and, like, hit the salesgirl right in the face • en toen kwam een kerel op de toonbank af, weet je, en, nou, sloeg de verkoopster recht in haar gezicht2 Liverpool were good yesterday. Not that I, like, saw the game, like • Liverpool heeft gisteren goed gespeeld. Niet dat ik nou de match gezien heb, hoorI wouldn't mind, like, it's just that/but I prefer not to • ik zou het best wel leuk vinden hoor, alleen/maar ik doe het liever niet3 ‘did you see John at the party?’ ‘no, was he there, like?’ • ‘heb je John op het feest gezien?’ ‘nee, was hij er dan?’4 it was … like … strange, you know • het was … nou … raar, weet jehe had … like … a hat on • hij had zoiets als een hoed op————————like5〈 voorzetsel〉1 als ⇒ zoals, gelijk aan♦voorbeelden:it is like John to forget it • typisch voor John om het te vergetenit looks like rain • er is regen op komstit looks like a good walk • het belooft een fe wandeling te wordenit's not like her • het is haar stijl nietI never saw anything like it • ik heb nog nooit zoiets meegemaaktlike that • zo, op die wijzejust like that • zo maar (even)he is like that • zo is hij nu eenmaalwhat is he like? • wat voor iemand is hij?what's it like outside? • wat voor weer is het?more like ten pounds than nine • eerder tien pond dan negenher hobbies, like reading and writing • haar hobby's, zoals lezen en schrijventhat's more like it • dat begint er op te lijkenthere's nothing like a holiday • er gaat niets boven een vakantiesomething like five days • om en nabij vijf dagenthis is something like a car • dit is nog eens een autobe like that with • op goede voet staan met————————like6〈 voegwoord〉♦voorbeelden:he left early like usual • hij vertrok vroeg zoals gewoonlijkI want a dress like Mary has • ik wil zo'n jurk als Mary heeftit was like in the old days • het was zoals vroeger -
74 mid
adj. in het midden, middelste, tussen in--------pref. midden--------prep. tussen, inmid1————————[ mid] 〈 ook als voorvoegsel〉♦voorbeelden:from mid-June to mid-August • van half juni tot half augustusin mid ocean • in volle zeein midterm • halverwege het trimester -
75 midst
n. midden--------prep. in het midden, in, middenmidst11 midden♦voorbeelden:the enemy is in our midst • de vijand is in ons midden————————midst2〈 voorzetsel〉 〈 formeel〉 -
76 minus
adj. minder, negatief, -min--------n. minteken--------prep. minder, zonder. negatiefminus1[ majnəs] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 minteken————————minus2♦voorbeelden:♦voorbeelden:————————minus3〈 voorzetsel〉2 minder/lager dan♦voorbeelden:minus six (degrees centigrade) • zes graden onder nul -
77 near
adj. nabij, dichtbij; nabij staand; dichterbij; intiem; op het laatste moment; vrek, gierigaard; shandig--------adv. nabij; dichtbij; op korte duur; bijna--------prep. bij; naast--------v. naderennear1♦voorbeelden:the near side of the river • deze kant van de rivierour nearest and dearest • zij die ons het meest dierbaar zijnnear likeness/resemblance • sprekende/sterke gelijkenisII 〈 bijvoeglijk naamwoord, attributief〉1 bijdehands ⇒ er♦voorbeelden:————————near2〈 werkwoord〉1 naderen————————near3〈 bijwoord〉♦voorbeelden:1 draw near • naderen, dichterbij komenthey were near famished • ze waren bijna van de honger gestorvenshe came as near as could be to being drowned • het scheelde maar een haartje of ze was verdronkenas near as makes no difference • zo goed alsfrom far and near • van heinde en vershe was near to tears • het huilen stond haar nader dan het lachen→ hand hand/————————near4〈 voorzetsel〉♦voorbeelden:she was near death • ze was bijna/op sterven na doodhe lived near his sister • hij woonde niet ver van zijn zustergo/come near to doing something • iets bijna doen, op het punt staan iets te doen -
78 nigh
-
79 notwithstanding
adv. desondanks--------prep. hoewel; ondanksnotwithstanding11 desondanks ⇒ ondanks dat, toch————————notwithstanding2〈voorzetsel; soms achtergeplaatst〉 〈 formeel〉♦voorbeelden:1 his thesis was rejected, its importance notwithstanding • zijn dissertatie werd geweigerd ondanks het belang ervan————————notwithstanding3〈 voegwoord〉♦voorbeelden:1 recognisable, notwithstanding he had been away so long • herkenbaar, hoewel hij zo lang was weggeweest -
80 o'er
adv. Over; naar andere kant; naar onder; opnieuw, te veel; totaal--------pref. Te veel--------prep. Over; geëindigd→ over over/
См. также в других словарях:
prep — prep·a·rate; prep·a·ra·tion; prep·a·ra·tion·ist; prep·o·si·tion; prep·o·si·tion·al; prep; prep·py; prep·o·si·tion·al·ly; prep·pi·ly; prep·pi·ness; … English syllables
prep — /prep/, n., adj., v., prepped, prepping. n. 1. See preparatory school. 2. a preliminary or warm up activity or event; trial run: The race is a good prep for the Kentucky Derby. 3. preparation: dealer prep on the car included. 4. the act of… … Universalium
Prep — may refer to: * P rep, a statistical value of the probability of replicating an observed effect * Prep , a novel by Curtis Sittenfeld * Prep, short form for a plasmid preparation (including minipreps and bulk preps) or the DNA prepared by such a… … Wikipedia
prep school — prep schools 1) N VAR: oft prep N In Britain, a prep school is a private school where children are educated until the age of 11 or 13. 2) N VAR In the United States, a prep school is a private school for students who intend to go to college after … English dictionary
prep — [ prep ] verb intransitive or transitive AMERICAN SPOKEN to prepare for something, or prepare someone for something: prep for: She s prepping for her exams. prep someone/something for something: They re prepping the patient for surgery now … Usage of the words and phrases in modern English
prep — 1862, short for PREPARATION (Cf. preparation). Prep school attested from 1895, short for PREPARATORY (Cf. preparatory) school. First record of prep in the sense student or graduate of a preparatory school is from 1899. Variant form preppy is… … Etymology dictionary
prep — prep1 [prep] adj. ☆ short for PREPARATORY [a prep school] vi. prepped, prepping ☆ 1. Informal to attend a preparatory school 2. to prepare oneself by study, training, etc. vt. ☆ to prepare (a person or thing) for something; specif., to prepare (a … English World dictionary
prep|py — prep|pie or prep|py «PREHP ee», noun, plural pies. U.S. Slang. a student or graduate of a preparatory school: »No longer believe that Harvard students are all rich preppies tracing their Harvard histories back almost as far as the Saltonstalls … Useful english dictionary
prep|pie — or prep|py «PREHP ee», noun, plural pies. U.S. Slang. a student or graduate of a preparatory school: »No longer believe that Harvard students are all rich preppies tracing their Harvard histories back almost as far as the Saltonstalls... (Harper… … Useful english dictionary
PReP — steht für PowerPC Reference Platform, siehe PowerPC Presequence Protease PreP ist ein mitochondriales und chloroplastisches Protein … Deutsch Wikipedia
Prep — steht für PowerPC Reference Platform, siehe PowerPC Presequence Protease PreP ist ein mitochondriales und chloroplastisches Protein Diese Seite ist eine Begriffsklärung zur Unterscheidung mehrerer mit demselben Wort be … Deutsch Wikipedia