-
41 halszaak
1 capital crime/offence♦voorbeelden: -
42 herhaling
1 [het nogmaals plaatsvinden] recurrence ⇒ repetition, 〈 met betrekking tot tv-beelden〉 replay, 〈met betrekking tot radio/tv-programma〉 rerun, 〈met betrekking tot radio/tv-programma〉 repeat2 [het nogmaals doen/zeggen] repetition ⇒ reiteration, 〈 met betrekking tot leerstof〉 Brevision, Areview3 [oefening] 〈 met betrekking tot leerstof〉 Brevision/ Areview (exercise); 〈 leger〉 retraining (exercise)♦voorbeelden:dat is volgens mij voor herhaling vatbaar • I wouldn't mind repeating the experience, I reckon that's worth doing again(niet) voor herhaling vatbaar zijn • (not) bear repetition/repeatingbij herhaling • repeatedlybij herhaling volgt inbeslagname van het rijbewijs • a further offence will lead to confiscation of the driving licence -
43 krenking
-
44 kwaad
kwaad1〈 het〉♦voorbeelden:hij doet geen vlieg kwaad • he wouldn't hurt a flyvan geen kwaad weten • be completely innocentik zie daar geen kwaad in, daar steekt geen kwaad in • I don't see any/there's no harm in thatvan kwaad tot erger vervallen • go from bad to worsekwaad stichten • do harm/damagehet kwaad was al geschied • the damage had already been donedat kan geen kwaad • it can't do any harmzij bedoelt daar geen kwaad mee • she doesn't mean any harmvan twee kwaden de minste kiezen • choose the lesser of two evils————————kwaad23 [boos] angry♦voorbeelden:het was lang niet kwaad • that wasn't (at all) badhet te kwaad krijgen • be overcome (by); 〈 emoties〉 break down; 〈 in 't nauw gedreven〉 be hard pressed2 ze bedoelde er niets kwaads mee • she meant no harm/offencehet is niet kwaad bedoeld • that isn't/wasn't meant badlyzich kwaad maken, kwaad worden • get angryiemand kwaad maken • make someone angryhij wordt snel/niet snel kwaad • he has a quick/slow tempervreselijk kwaad • hopping madkwaad zijn op/om iemand/iets • be angry at/with someone/at/about something¶ aan hem heb je een kwaaie • he's a nasty/ugly customerII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉♦voorbeelden:hij is de kwaadste niet • he's not a bad guy -
45 lichtgeraakt zijn
lichtgeraakt zijnVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > lichtgeraakt zijn
-
46 lichtgeraakt
-
47 misdaad
1 [delict; misdadigheid] crime2 [moreel slechte daad] outrage, moral offence♦voorbeelden:1 zware misdaad • serious crime, felonymisdaad loont niet • crime doesn't payde stad van misdaad zuiveren • clean up the towneen misdaad jegens de gemeenschap • a public wrong -
48 misdrijf
♦voorbeelden:de politie denkt niet aan een misdrijf • the police do not suspect foul play -
49 op/over een woord vallen
op/over een woord vallentake offence at/quibble over a wordVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > op/over een woord vallen
-
50 openbare schennis van de eerbaarheid
openbare schennis van de eerbaarheid————————openbare schennis van de eerbaarheidVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > openbare schennis van de eerbaarheid
-
51 opzichtig
♦voorbeelden:opzichtig gekleed zijn • be overdressed, be garishly dressed -
52 proces-verbaal opmaken van de overtreding
proces-verbaal opmaken van de overtredingVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > proces-verbaal opmaken van de overtreding
-
53 proces-verbaal
♦voorbeelden:1 een proces-verbaal aan zijn broek krijgen • be booked, get a ticketproces-verbaal opmaken van de overtreding • report the offenceproces-verbaal opmaken van de getuigenverklaring • take down the evidence -
54 straf
straf1〈de〉♦voorbeelden:een zware/lichte straf • a heavy/light punishmentiemand zijn gerechte straf doen ondergaan • bring someone to justicede straf die gesteld is op deze overtreding • the penalty for this offencestraf krijgen • be punished(iemand) een straf kwijtschelden • pardon (someone)een straf ondergaan • pay the penaltyzijn straf ontlopen • get off scot-freeeen straf opleggen • inflict a punishmentstraf uitdelen • discipline (the children/pupils)een straf van tien jaar uitzitten • serve a ten-year sentenceop straffe des doods • under penalty of deathop straffe van een (geld)boete • under penalty of a fineop straffe van gevangenneming • on pain of detentionvoor straf • for punishment————————straf23 [krachtig] stiff♦voorbeelden:straffe taal • hard words -
55 teen
♦voorbeelden:1 de grote/kleine teen • the big/little toelange tenen hebben • 〈 figuurlijk〉 be touchy/easily offendedop z'n tenen gaan staan • stand on tiptoegauw op zijn teentjes getrapt zijn • 〈 figuurlijk〉 be quick to take offence, be touchyop zijn tenen de kamer in/uit lopen • tiptoe into/out of the roomvan top tot teen • from head to foot -
56 toelaten
♦voorbeelden:als het weer het toelaat • weather permittingeen vergrijp oogluikend toelaten • turn a blind eye on an offence2 〈 figuurlijk〉 er werden drie kandidaten toegelaten en twee afgewezen • three candidates were passed while two were failediemand bij een zieke toelaten • admit someone to a patient, let someone see a patientzij werd niet in Nederland toegelaten • she was refused entry to the Netherlands -
57 uitlokken
♦voorbeelden:een antwoord uitlokken • elicit an answereen besluit uitlokken • force a decisioneen discussie uitlokken • provoke a discussionkritiek uitlokken • invite/provoke criticismhet plan lokte veel kritiek uit • the plan came in for a good deal of criticismruzie uitlokken • pick a quarrelhij lokt het zelf uit • he is asking for it/trouble -
58 vallen
3 [terechtkomen] fall4 [plaatshebben op] fall6 [tot stand komen, ontstaan] 〈zie voorbeelden 6〉7 [op een bepaalde manier zijn] 〈zie voorbeelden 7〉8 [in een situatie terechtgekomen zijn] come, fall9 [sneuvelen] fall (in battle)14 [zich aangetrokken voelen tot] go (for), take (to)♦voorbeelden:1 er valt sneeuw/hagel • it's snowing/hailinguit elkaar/aan stukken vallen • fall apart/to pieceszij kwam lelijk te vallen • she had/took a bad fallzich laten vallen • allow oneself to be dropped, fall, drophij viel languit op de grond • he fell headlong/sprawling to the ground〈 figuurlijk〉 op/over een woord vallen • take offence at/quibble over a wordvan de trap vallen • fall/tumble down the stairsik zou hem/haar niet kennen al zou ik over hem/haar vallen • I wouldn't know him/her from Adam3 zijn blik laten vallen op • let one's eye fall on, cast a glance at4 Kerstmis valt op een woensdag • Christmas (Day) falls on/is a Wednesdayer vielen doden/gewonden • there were fatalities/casualtieser valt een schot • a shot is fired/rings outer viel een stilte • there was a hush, silence felleen woord laten vallen • drop a remarkhet valt niet te ontkennen dat … • there is no denying the fact that …met haar valt niet te praten • there is no talking to herer valt wel iets voor te zeggen om … • there is something to be said for …8 dat valt buiten zijn bevoegdheid • that is/falls outside his authority/jurisdictiondat valt niet onder het contract • that does not come/fall under the contract, that is not covered by the contract12 dat valt goed/verkeerd • 〈 gewaardeerd worden〉 that goes down well/badly; 〈 uitvallen〉 that turns out well/badlyhet viel hem zwaar • he found it hard going/difficulteen eis laten vallen • drop a demandiemand laten vallen • drop/ditch someonehij liet de aanklacht vallen • he dropped the charge -
59 verkeersmisdrijf
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > verkeersmisdrijf
-
60 verkeersovertreding
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > verkeersovertreding
См. также в других словарях:
offence — BrE usually offense AmE noun 1 (C) an illegal action or a crime: Driving while drunk is a serious offence. | a parking offense (+ against): sexual offences against children | commit an offence (=do something that is an offence) | first offence… … Longman dictionary of contemporary English
offence — of‧fence [əˈfens] , offense noun 1. [countable] LAW an illegal action or a crime: • The company was not aware that it was committing an offence. • It is an offence to sell alco … Financial and business terms
offence — var of offense Merriam Webster’s Dictionary of Law. Merriam Webster. 1996. offence … Law dictionary
Offence — Of*fence , n. See {Offense}. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
offence — (n.) see OFFENSE (Cf. offense) … Etymology dictionary
offence — (Brit.) of·fence || É™ fens n. attack; (Sports) side that pursues (rather than defends); misdeed; insult; state of being offended; transgression (also offense) … English contemporary dictionary
offence — This is spelt ence in BrE, and offense in AmE … Modern English usage
offence — (US offense) ► NOUN 1) an illegal act; a breach of a law or rule. 2) resentment or hurt. 3) the action of making a military attack. 4) N. Amer. the attacking team in a sport … English terms dictionary
offence — [ə fens′] n. Brit. sp. of OFFENSE … English World dictionary
offence — of|fence W3 BrE offense AmE [əˈfens] n 1.) an illegal action or a crime ▪ The possession of stolen property is a criminal offence. ▪ Punishment for a first offence is a fine. ▪ His solicitor said he committed the offence because he was heavily in … Dictionary of contemporary English
offence */*/*/ — UK [əˈfens] / US noun Word forms offence : singular offence plural offences 1) [countable] a crime or illegal activity for which there is a punishment motoring/firearms/public order offences criminal offence: Killing these animals is a criminal… … English dictionary