-
1 liegen
liegen♦voorbeelden:etwas liegen lassen • iets laten liggenes lag ihm viel daran • er was hem veel aan gelegendaran liegt mir nichts • dat laat me koud, dat zegt me nietsder Stoff liegt 90 cm breit • de stof is 90 cm breedGeld auf der Bank liegen haben • geld op de bank hebben staandas liegt bei dir • het is, staat aan jou, dat laat ik aan jou overim Bett liegen • in bed liggender Fehler lag im Motor • de fout, het mankement zat in de motordas Zimmer liegt nach dem Garten • de kamer kijkt op de tuin uitdichter Nebel lag über den Wiesen • een dichte mist hing boven de weilandendas Zimmer liegt zur Straße (hin) • de kamer ligt aan de straatkantwie die Dinge liegen • zoals de zaken staan, zoals het ervoor staat¶ 〈 spreekwoord〉 wie man sich bettet, so liegt man • ±iwie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten/i -
2 als
5 omdat, aangezien, daar♦voorbeelden:seine Pflicht als Minister • zijn plicht als ministersich als falsch, wahr erweisen • verkeerd, waar blijken te zijndieser Spieler gilt als der beste der ganzen Mannschaft • deze speler geldt als de beste van de gehele ploegalles andere als schön • allesbehalve mooianders als • anders danein (eben) so kluger als netter Junge • een even verstandige als vriendelijke jongennichts (anderes) als • niets (anders) dan, niets behalvenichts weniger als schön • allesbehalve mooisowohl … als (auch) • zowel … als3 kaum hatte er ihn begrüßt, als seine Frau kam • nauwelijks had hij hem begroet, of zijn vrouw kwamals er in Amerika ankam, war er krank • toen hij in Amerika aankwam, was hij ziekals sie ihn sieht, (da) eilt sie zu ihm • op het moment dat, als ze hem ziet, snelt ze naar hem toe4 als ob ich das nicht gesehen hätte! • alsof ik dat niet had gezien!Sie sehen mich an, als wenn Sie mich kennten • u kijkt me aan, alsof u me kenter tat (so), als wäre, sei er glücklich • hij deed alsof hij gelukkig was5 umso mehr, als • te meer, omdatinsofern, insoweit (,) als wir etwas davon gehört haben • in zoverre, (voor) zover wij daarvan iets hebben gehoordso bald als möglich • zo vlug mogelijk -
3 es liegt an ihm
es liegt an ihm -
4 geschehen
geschehen♦voorbeelden:gern geschehen! • graag gedaan!es war um ihn geschehen • (a) het was met hem gedaan, afgelopen; (b) hij had het erg, lelijk te pakken 〈 was verliefd geworden〉er wusste nicht, wie ihm geschah • hij wist niet wat (er) hem overkwam, hoe hij het hades geschieht dir nichts (Böses) • er zal jou niets gebeurenihm geschieht (ganz) recht • hij heeft, krijgt zijn verdiende loon -
5 Auge
Auge〈o.; Auges, Augen〉♦voorbeelden:sehenden Auges ins Unglück rennen • met open ogen zijn ongeluk tegemoet lopendie Augen abwenden • de blik afwenden〈 informeel〉 die Augen aufmachen, aufsperren, auftun • uit zijn ogen, doppen kijkenjemandem schöne Augen machen • met iemand (beginnen te) flirtendie Augen offen haben, halten • zijn ogen de kost gevendie Augen gingen ihm über • 〈 (a) formeel〉 zijn ogen schoten vol tranen; (b) daar stond hij van te kijkenwo hattest du denn deine Augen? • jij had je ogen zeker in je zak?〈 informeel〉 da bleibt kein Auge trocken • (a) iedereen begint te huilen; (b) iedereen lacht tranen • (c) niemand blijft daarvan verschoondjemandem etwas an den Augen ablesen • iets in iemands ogen lezenauf einem Auge blind sein • aan één oog blind zijnein Auge auf etwas, jemanden haben • (a) een oogje in het zeil houden; (b) een oogje op iets, iemand hebbenjemanden aus großen Augen ansehen • iemand met grote ogen aankijkengeh mir aus den Augen! • uit mijn ogen!er ist mir aus den Auge gekommen • ik heb hem uit het oog verlorenein Auge für etwas haben • oog voor iets hebbenetwas, jemanden im Auge behalten • iets, iemand in het oog houdenin jemandes Augen sinken, steigen • in iemands achting dalen, stijgendas fällt, springt (mir) ins Auge, in die Augen • dat springt in het oogder Gefahr ins Auge blicken, sehen • het gevaar onder ogen zienmit bloßem, nacktem Auge • met het blote oogmit einem lachenden und einem weinenden Auge • met een lach en een traanmit offenen Augen durch die Welt gehen • zijn ogen niet in zijn zak hebben〈 informeel〉 sich 〈 3e naamval〉 die Augen nach jemandem, etwas aus (dem Kopf) gucken, schauen • voortdurend op de uitkijk naar iemand, iets staanAuge um Auge, Zahn um Zahn • oog om oog en tand om tand(dunkle) Ringe um die Augen haben • kringen onder de ogen hebbenjemandem unter die Augen kommen, treten • iemand onder ogen komenes fällt mir wie Schuppen von den Augen • de schellen vallen mij van de ogenjemandem etwas vor Augen führen, halten, stellen • iemand iets onder het oog brengenich halte mir das vor Augen • ik houd dat voor ogenseine Figur schwebt, steht mir vor (den) Augen • zijn figuur staat mij voor de geest〈 informeel〉 er macht Augen wie ein gestochenes Kalb • hij staat met kalfsogen, schelvisogen te kijkendas Kind ist ihm wie aus den Augen geschnitten • het kind lijkt sprekend op hem〈 spreekwoord〉 aus den Augen, aus dem Sinn • uit het oog, uit het hart〈 spreekwoord〉 eine Krähe hackt der anderen die Augen nicht aus • twee kraaien pikken elkaar de ogen niet uit; kwade honden bijten elkaar niet -
6 Ehre
Ehre〈v.; Ehre, Ehren〉1 eer, aanzien ⇒ reputatie, lof2 eer(gevoel), zelfrespect♦voorbeelden:wir geben uns die Ehre • we hebben de eer〈 Oostenrijk, Zuid-Duitsland〉 hab(e) die Ehre! • goedendag!diese Tat macht ihm alle Ehre • deze daad strekt hem zeer tot eerauf Ehre (und Gewissen)! • op mijn woord (van eer)!bei meiner Ehre! • op mijn erewoord!daraus mache ich mir eine Ehre • dat is voor mij een erezaakin, mit Ehren bestehen • met lof slagenin Ehren halten • in ere houdensein Wort in Ehren, aber … • alles goed en wel, maar …jemanden wieder zu Ehren bringen • iemand rehabiliterenihm zu Ehren • ter ere van hemetwas gereicht jemandem zur Ehre • iets strekt iemand tot eer〈 spreekwoord〉 viel Feind', viel Ehr! • hoe meerder vijand, hoe groter zegepraal -
7 Ei
Ei〈o.; Ei(e)s, Eier〉1 ei2 〈 sport en spel〉ei, bal♦voorbeelden:ein taubes Ei • een windeikümmere dich nicht um ungelegte Eier! • maak je geen zorgen vóór de tijd!ein Ei legen • (a) een ei leggen; 〈 (b) informeel; figuurlijk〉 iets uitbroeden • 〈 (c) vulgair〉 drollen draaiendu bist ja kaum aus dem Ei gekrochen! • je bent nog niet droog achter je oren!sich gleichen wie ein Ei dem andern • als twee druppels water op elkaar lijken¶ 〈 informeel〉 das ist ein dickes Ei • (a) dat is een (verdomd) moeilijke zaak; (b) een brutaliteit • (c) een blunder; (d) uitstekend〈 informeel〉 ach, du dickes Ei! • jeminee!, goeie genade! -
8 Hals
Hals1〈m.; Halses, Hälse〉♦voorbeelden:das wird mich, mir den Hals kosten • dat wordt mijn ondergangjemandem einen Prozess an den Hals hängen • iemand een proces aandoenaus vollem Halse lachen • luidkeels lachendas Wasser steht ihm bis zum Hals • het water staat hem tot aan de lippenjemandem mit etwas vom Hals(e) bleiben • iemand met iets van 't lijf blijven〈 informeel〉 bleib mir damit vom Hals(e)! • val me daar niet mee lastig!〈 informeel〉 sich 〈 3e naamval〉 jemanden vom Hals(e) schaffen • zich van iemand ontdoen, iemand afschudden〈informeel; figuurlijk〉 er bekam die Bemerkung in den falschen Hals • die opmerking schoot bij hem in het verkeerde keelgat————————Hals2〈m.; Halses, Halsen〉 〈 scheepvaart〉 -
9 Jungfrau
Jungfrau〈v.〉♦voorbeelden: -
10 Kehle
Kehle〈v.; Kehle, Kehlen〉2 〈 ambachtelijk〉groef, sleuf♦voorbeelden:jemandem an die Kehle fahren • iemand naar de keel vliegenaus voller Kehle • luidkeelssich die Kehle aus dem Hals schreien • zijn longen uit zijn lijf schreeuwen〈informeel; figuurlijk〉 das hat er in die falsche Kehle bekommen • dat is hem in het verkeerde keelgat geschoten -
11 Kopf
〈m.; Kopf(e)s, Köpfe〉3 hoofd, kop ⇒ wil, zin7 hoofd, kop ⇒ titel, opschrift8 hoofd, kop ⇒ begin(stuk), boveneinde♦voorbeelden:sich die Köpfe heiß reden • heftig discussiërenKopf und Kragen riskieren • alles op het spel zetten〈 informeel〉 Kopf hoch! • kop op!die Menge stand Kopf an Kopf • je kon over de hoofden lopen〈informeel; schertsend〉 jemandem auf den Kopf spucken können • een stuk groter zijn dan iemand andersalles auf den Kopf stellen • (a) de hele zaak door elkaar halen; (b) de hele zaak verkeerd voorstellender Ruhm ist ihm in den Kopf gestiegen • de roem is hem naar het hoofd gestegenmit seinem Kopf für etwas einstehen • volledig voor iets instaanmit bloßem Kopf • blootshoofdspro Kopf • per persoon, per hoofd〈 figuurlijk〉 er ist seinen Eltern über den Kopf gewachsen • hij laat zich niks meer vertellen door zijn oudersbis über den Kopf in Schulden stecken • tot over de oren in de schulden stekenvon Kopf bis Fuß • van top tot teender Erfolg ist ihm zu Kopf gestiegen • het succes is hem naar het hoofd gestegen〈informeel; schertsend; figuurlijk〉 jemandem den Kopf zwischen die Ohren setzen • iemand op zijn nummer zettenKopf oder Zahl • kruis of munteinen kühlen Kopf bewahren • het hoofd koel houdenseinen Kopf aufsetzen • per se zijn zin willen hebbenseinen Kopf durchsetzen • zijn zin doordrijvendanach steht mir der Kopf nicht • daar heb ik geen zin in〈 figuurlijk〉 sich 〈 3e naamval〉 etwas durch den Kopf gehen lassen • zijn gedachten over iets laten gaanim Kopf rechnen • uit het hoofd (uit)rekenen4 die Besatzung war 100 Köpfe stark • de bemanning telde, bestond uit 100 koppen -
12 Kragen
Kragen〈m.; Kragens, Kragen〉3 〈 figuurlijk〉kraag, hals ⇒ keel, nek♦voorbeelden:3 das kann ihm, ihn den Kragen kosten • (a) dat kan zijn leven kosten; 〈 (b) figuurlijk〉 dat kan voor hem de ondergang betekenenihm platzte der Kragen • hij sprong uit zijn vel (van woede)jetzt platzt mir der Kragen • nu is mijn geduld ten eindejemandem an den Kragen fahren • iemand naar de keel vliegenes geht ihm an den Kragen • (a) zijn leven staat op het spel; 〈 (b) figuurlijk〉 het vuur wordt hem na aan de schenen gelegd -
13 Krone
Krone〈v.; Krone, Kronen〉2 〈 plantkunde〉kroon, kruin3 kruin, kap ⇒ bovenvlak, dijkkruin4 kroon, lichtkroon, kroonkandelaar7 〈 figuurlijk〉kroon, bekroning, toppunt♦voorbeelden:8 〈informeel; figuurlijk〉 das ist ihm in die Krone gefahren • dat is hem in het verkeerde keelgat geschotensein Erfolg ist ihm in die Krone gestiegen • zijn succes is hem naar het hoofd gestegen -
14 Sohle
Sohle〈v.; Sohle, Sohlen〉♦voorbeelden:1 〈 informeel〉 ich habe mir die Sohlen danach abgelaufen • ik heb me daarvoor het vuur uit de sloffen gelopen〈informeel; figuurlijk〉 das habe ich mir längst an den Sohlen abgelaufen • dat is oud nieuws, oude koek voor mijauf leisen Sohlen • zachtjes -
15 Wasser
Wasser〈o.; Wassers, Wasser of Wässer〉♦voorbeelden:stehendes Wasser • stilstaand water〈 figuurlijk〉 jemandem das Wasser abgraben • iemand in zijn bestaan bedreigen, iemand het gras voor de voeten wegmaaienWasser abstoßend, abweisend • waterafstotendWasser führend • water afvoerend, met water erinder Fluss führt viel Wasser • er staat veel water in de rivierWasser lassen, 〈 informeel〉sein Wasser abschlagen • wateren, urineren〈 figuurlijk〉 Wasser in die Elbe, in den Rhein, ins Meer tragen • uilen naar Athene, water naar de zee dragendas Wasser schoss ihr in die Augen • haar ogen schoten vol tranen〈informeel; figuurlijk〉 mit allen Wassern gewaschen • van alle markten thuis, uitgekooktein Zimmer mit fließendem Wasser • een kamer met stromend waterein Schiff zu Wasser bringen, lassen • een schip te water latenzu Wasser und zu Land(e) • te land en te water〈informeel; figuurlijk〉 der Vorwurf läuft an ihm ab wie Wasser • dat verwijt raakt zijn koude kleren nietbis dahin läuft noch viel Wasser den Bach, Berg, Rhein hinunter • er zal nog veel water door de Rijn lopen voor het zover is〈 spreekwoord〉 der Krug geht so lange zu Wasser, bis er zerbricht • de kruik gaat zolang te water tot ze breekt -
16 bange
bange♦voorbeelden:1 mir wurde bange (zumute, zu Mute) • ik werd bang, ongerustihr war bange nach ihm • in angstige zorg en spanning verlangde zij naar hemmir ist bange um ihn • ik maak me ongerust over hemmir war bange ums Herz • de schrik sloeg me om het hart -
17 bekannt
bekannt♦voorbeelden:1 etwas bekannt geben • bekendmaken, verklarenjemandem etwas bekannt geben • iemand iets me(d)edelen, iemand op de hoogte brengen van ietsich machte ihn mit ihr bekannt • ik stelde hem aan haar voordarf ich bekannt machen? • mag ik voorstellen?etwas bekannt machen • iets bekendmaken, me(d)edelenich habe ihn mit der Regelung bekannt gemacht • ik heb hem van de regeling in kennis gesteldmit jemandem bekannt werden • met iemand kennis maken, iemand leren kennensie sind gut (miteinander) bekannt • ze kennen elkaar goed -
18 das Wasser steht ihm bis zum Hals
das Wasser steht ihm bis zum Hals————————das Wasser steht ihm bis zum HalsWörterbuch Deutsch-Niederländisch > das Wasser steht ihm bis zum Hals
-
19 das ist ihm zuzutrauen
das ist ihm zuzutrauen!dat kun je aan hem overlaten!; 〈 ook〉dat is van hem te verwachten! -
20 dem
См. также в других словарях:
hem — hem … Dictionnaire des rimes
hem — hem·a·chate; hem·a·tin; hem·a·tin·om·e·ter; hem·a·tite; hem·a·tit·ic; hem·a·to·blast; hem·a·to·cele; hem·a·to·chrome; hem·a·to·col·pos; hem·a·to·cryal; hem·a·to·cyte; hem·a·tog·e·nous; hem·a·to·gone; hem·a·to·lite; hem·a·to·log·ic;… … English syllables
hem — [ ɛm; hɛm ] interj. • XVIe; onomat. ♦ Interjection servant à appeler (⇒ hé, holà), à interroger (⇒ hein), à exprimer le doute, un scepticisme moqueur, certains sous entendus (⇒ hum). « Hem ? quoi ? que voulez vous ? » (Marivaux). ♢ Onomatopée… … Encyclopédie Universelle
hem — 1. (hèm ) interj. 1° On s en sert pour appeler. Hem, hem, venez çà. 2° On s en sert aussi pour interroger. • As tu l effronterie de m assurer que tu n as rien vu ? hem ! réponds, parle, HAUTEROCHE le Coch. 3. • Beau père, ainsi je crois… … Dictionnaire de la Langue Française d'Émile Littré
Hem — Escudo … Wikipedia Español
Hem — Hem, v. t. [imp. & p. p. {Hemmed}; p. pr. & vb. n. {Hemming}.] 1. To form a hem or border to; to fold and sew down the edge of. Wordsworth. [1913 Webster] 2. To border; to edge [1913 Webster] All the skirt about Was hemmed with golden fringe.… … The Collaborative International Dictionary of English
Hem — bezeichnet: eine Gemeinde in der französischen Region Nord Pas de Calais, siehe Hem (Nord) eine Ortschaft in der Skive Kommune in Dänemark, siehe Hem (Dänemark) eine Band aus Brooklyn, New York City, siehe Hem (Band) Hem ist der Familienname… … Deutsch Wikipedia
hem — HEM, hemuri, s.n. Nucleu al hemoglobinei şi al altor pigmenţi respiratori celulari, de care se leagă un ion de fier. – Din fr. hème Trimis de gall, 13.09.2007. Sursa: DEX 98 hem s. n., pl. hémuri Trimis de siveco, 10.08.2004. Sursa: Dicţionar… … Dicționar Român
hem — hem1 [hem] n. [ME < OE, akin to MLowG ham, enclosed piece of land < IE base * kem , to compress, impede > HAMPER1] 1. the border on a garment or piece of cloth, usually made by folding the edge and sewing it down 2. any border, edge, or… … English World dictionary
Hem — Hem, v. i. [[root]15. See {Hem}, interj.] To make the sound expressed by the word hem; hence, to hesitate in speaking. Hem, and stroke thy beard. Shak. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
Hem — Hem, n. [AS. hem, border, margin; cf. Fries. h[ a]mel, Prov. G. hammel hem of mire or dirt.] 1. The edge or border of a garment or cloth, doubled over and sewed, to strengthen it and prevent raveling. [1913 Webster] 2. Border; edge; margin. Hem… … The Collaborative International Dictionary of English