-
81 karwei
♦voorbeelden:een makkelijk karwei(tje) • a snap, a cinchdat is net een karweitje voor jou • that's just the job for youeen heidens karwei • a devil/hell of a job -
82 kwijten
〈wederkerend werkwoord; zich kwijten〉 〈 formeel〉1 acquit oneself (of) ⇒ discharge/perform♦voorbeelden:1 zich van zijn taak/een opdracht kwijten • perform one's task, carry out instructions -
83 kwijtschelden
2 [met betrekking tot straf] let off3 [met betrekking tot plicht] excuse (from)♦voorbeelden:iemand zijn zonden kwijtschelden • forgive someone his sinsiemand een straf kwijtschelden • let someone off a punishment3 dat deel van die taak zal ik je maar kwijtschelden • I'll excuse you from that (particular) part of the task -
84 niet voor zijn taak berekend zijn
niet voor zijn taak berekend zijnVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > niet voor zijn taak berekend zijn
-
85 omschrijven
♦voorbeelden:2 iemands rechten/plichten omschrijven • state someone's rights/dutieseen taak omschrijven • specify a taskmoeilijk te omschrijven • hard to defineiemands bevoegdheden nader omschrijven • define someone's powers -
86 onbegonnen
-
87 ondankbaar
-
88 ontlasten
1 [ontdoen van een last] relieve3 [vrijstellen] exempt♦voorbeelden:1 mag ik u van dat pak ontlasten? • may I relieve you of this parcel?een drukke verkeersader ontlasten • relieve a busy (traffic) arterywe moeten hem wat ontlasten • we've got to take some of the weight off his shoulderszij ontlastte hem van de kinderen • she took the children off his handsII 〈wederkerend werkwoord; zich ontlasten〉1 [uitmonden] discharge/flow/empty (into) -
89 opdragen
3 [aanbieden als eerbewijs] dedicate4 [dragen tot het versleten is] wear out♦voorbeelden:iemand de zorg opdragen voor • put someone in charge of -
90 opgewassen
♦voorbeelden:tegen de situatie opgewassen zijn • be able to cope with the situationergens niet tegen opgewassen zijn • 〈 ook〉 be unable to cope/deal with somethingtegen elkaar opgewassen zijn • be well-matchedzich tegen de moeilijkheden opgewassen tonen • rise to the occasionhij bleek niet opgewassen tegen die taak • the task proved beyond him/too much for him -
91 opnemen
2 [op zich nemen] take on3 [weer opvatten] resume4 [laten afschrijven] withdraw5 [beoordelen] take6 [opvatten] take8 [nauwkeurig opmeten] measure (up)10 [weghalen] take/pull/tear up17 [opvegen] mop/wipe up♦voorbeelden:het vloerkleed opnemen • take up the carpet4 ƒ200,- opnemen • withdraw Dfl200,-een lening opnemen • take out a loaneen snipperdag opnemen • take the/a day offiets goed opnemen • take something wellhoe zou hij het opnemen? • how would he take it?iets hoog opnemen • not take kindly to somethingiets verkeerd opnemen • take something the wrong way7 iets goed opnemen • take a good look at/stock of somethingiemand nauwkeurig opnemen • observe/look at someone closelyiemand onderzoekend opnemen • scrutinize someonescherp/wantrouwend opnemen • eye sharply/keenly/suspiciouslyzij nam hem op van top tot teen • she looked him up and downop de band opnemen • tape, recordop de video opnemen • (video-)recordde tijd opnemen (van) • time a personin de stukken/notulen opnemen • enter in the documents/minutesnieuwe woorden opnemen in een woordenboek • enter new words in a dictionarylaten opnemen in een ziekenhuis • hospitalizeiets niet opnemen • leave out, omiteen clausule in een contract opnemen • insert a clause in a contractin het ziekenhuis opgenomen worden • be admitted to hospitalopnemen in een catalogus • put in a cataloguenamen in een lijst opnemen • include names on a list, list namesopnemen onder de rubriek …/in een rubriek • include under the heading …/in a columniemand als lid in een club opnemen • admit someone as a member of a club15 hij neemt alles heel snel/gemakkelijk op • he's very receptive/quick on the uptakeiets goed in zich opnemen • take something in18 deze spons neemt veel water op • this sponge takes up a lot of water/is very absorbenthet tegen iemand opnemen • take someone onhij kan het tegen iedereen opnemen • he can hold his own against anyonehet tegen anderen moeten opnemen • have to compete against othershet voor iemand/iets opnemen • make a stand for someone/something, speak/stick up for someone/something -
92 opvatten
3 [zich toeleggen op] take up♦voorbeelden:1 de draad van het verhaal weer opvatten • take up/pick up the thread of the storyiets licht opvatten • make light of somethingiets verkeerd opvatten • 〈 fout opvatten〉 misinterpret/misconceive something; 〈 kwalijk nemen〉 take something amiss/illiets als een grapje opvatten • take/treat something as a joke4 liefde opvatten voor • conceive a passion for, fall in love withhet plan opvatten om • conceive a plan to, set out to -
93 pin
1 [klein staafje] peg, pin2 [knijper] clip♦voorbeelden:2 iemand de pin op de neus zetten • 〈 flink aanpakken〉 take someone to task; 〈 onder druk zetten〉 put pressure on someone -
94 plek
1 [deel van het oppervlak dat anders is] spot3 [punt waar iemand zich bevindt] place, spot4 [bestemde/geschikte plaats] place♦voorbeelden:een natte plek • a wet patch3 ter plekke • on site, in situzij nam hem ter plekke onder handen • she took him to task on the spot -
95 reusachtig
♦voorbeelden:II 〈 bijwoord〉1 [uitermate] enormously♦voorbeelden:je hebt reusachtig geboft • you have been terribly/enormously lucky -
96 spannen
1 [strak trekken] stretch, tighten2 [uitrekken] stretch3 [de volle kracht in werking stellen] strain4 [door strak (uit)zetten vormen] stretch5 [vastmaken] harness♦voorbeelden:1 een draad spannen • stretch/tighten a stringzijn spieren spannen • tense/flex one's muscleseen paard voor een wagen spannen • harness/hitch a horse to a cart1 [spannend zijn] be tense♦voorbeelden:1 het zal erom spannen of het lukt • that will be no easy task/matterhet zal erom spannen wie er wint • it will be a close match/racehet zal erom spannen • it is going to be close -
97 speciale eenheid
speciale eenheidVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > speciale eenheid
-
98 te
te1〈 bijwoord〉♦voorbeelden:zoveel te meer • the/even more so, so much/all the moredat is hem te min • that's beneath himte veel mensen • too many peopledat is een beetje te • that's a bit muchde vertaling was niet te moeilijk • the translation wasn't too difficulteen veel te mooi huis om te verkopen • a house much too beautiful to selleen te moeilijke taak • too difficult a taskte veel om op te noemen • too much/many to mentionte is nooit goed • you can have too much of a good thing————————te2〈 voorzetsel〉1 [voor infinitief] to2 [met betrekking tot plaats] in 〈stad e.d.〉3 [met betrekking tot tijd] at4 [met betrekking tot doel/bestemming] to, for♦voorbeelden:de was te drogen hangen • hang out the washing to dryzij ligt te slapen • she's sleeping/asleepeen niet te missen kans • a chance not to be missedeen dag om nooit te vergeten • a day never to be forgottente paard zitten • be (seated) on horsebackte Parijs aankomen • arrive in Paris4 te huur, te koop • to let, for sale -
99 toemeten
♦voorbeelden:1 ieder zijn taak toemeten • allot/assign each person (to) his task〈 ook figuurlijk〉 de ons toegemeten tijd • our allotted time, the time allotted to us -
100 tot taak krijgen
tot taak krijgenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > tot taak krijgen
См. также в других словарях:
task — [tɑːsk ǁ tæsk] noun [countable] 1. a piece of work that must be done, especially one that must be done regularly: • Scheduling is a key task for most managers. • day to day management tasks • computers that can do dozens of tasks at the same time … Financial and business terms
Task — may refer to: Task analysis Task (project management) Task (computing), in computing, a program execution context TASK party, a series of improvisational participatory art related events organized by artist Oliver Herring Task (language… … Wikipedia
task — [task, täsk] n. [ME taske < NormFr tasque (OFr tasche) < ML tasca, for taxa, a tax < L taxare, to rate, value, TAX] 1. a piece of work assigned to or demanded of a person 2. any piece of work 3. an undertaking involving labor or… … English World dictionary
Task — Task, der; [e]s, s [engl. task = Aufgabe < mengl. taske < afrz. tasche, über das Vlat. < mlat. taxa, ↑ Taxe] (EDV): in sich geschlossene Aufgabe, dargestellt durch einen Teil eines Programms od. ein ganzes Programm. * * * Task [dt.… … Universal-Lexikon
Task — Task, v. t. [imp. & p. p. {Tasked}; p. pr. & vb. n. {Tasking}.] 1. To impose a task upon; to assign a definite amount of business, labor, or duty to. [1913 Webster] There task thy maids, and exercise the loom. Dryden. [1913 Webster] 2. To oppress … The Collaborative International Dictionary of English
Task — (t[.a]sk), n. [OE. taske, OF. tasque, F. t[^a]che, for tasche, LL. tasca, taxa, fr. L. taxare to rate, appraise, estimate. See {Tax}, n. & v.] 1. Labor or study imposed by another, often in a definite quantity or amount. [1913 Webster] Ma task of … The Collaborative International Dictionary of English
task — ► NOUN ▪ a piece of work to be done. ► VERB 1) (task with) assign (a task) to. 2) make great demands on. ● take to task Cf. ↑take to task … English terms dictionary
task — task, duty, assignment, job, stint, chore are comparable when they mean a piece of work which one is asked to do and is expected to accomplish. Task refers to a specific piece of work or service usually imposed by authority or circumstance but… … New Dictionary of Synonyms
task — task·er; task; task·mas·ter·ship; mul·ti·task; … English syllables
task — /task / (say tahsk) noun 1. a definite piece of work assigned or falling to a person; a duty. 2. any piece of work. 3. a matter of considerable labour or difficulty. 4. Obsolete a tax or impost. –verb (t) 5. to subject to severe or excessive… …
task — n the performance that is required of the subject in a psychological experiment or test and that is usu. communicated to a human subject by verbal instructions … Medical dictionary