-
1 afleggen
1 [afdoen] ôter2 [zich ontdoen van iets vervelends] se débarrasser de3 [verrichten] faire4 [ten einde volgen] parcourir5 [afnemen en elders neerleggen] retirer6 [m.b.t. een lijk] faire la toilette de♦voorbeelden:zorgen afleggen • se débarrasser de ses soucis→ link=bekentenis bekentenis, link=bezoek bezoek¶ het afleggen tegen iemand • ne pas être à la hauteur de qn.die broek begint het af te leggen • ce pantalon rend l'âme -
2 afstompen
♦voorbeelden:het verdriet heeft zijn geest afgestompt • le chagrin l'a rendu insensible1 [minder ontvankelijk worden voor emoties] se dessécher2 [minder scherp worden] s'émousser♦voorbeelden: -
3 akelig
2 [onaangenaam (in de omgang)] désagréable♦voorbeelden:akelig licht • lumière sinistreeen akelig voorgevoel • un affreux pressentimentakelig weer • un temps infecteen akelig karweitje • une tâche déplaisanteeen akelige smaak • un mauvais goûteen akelig wezen • un être répugnantik word er akelig van • cela m'écoeureik word akelig van de kiespijn • j'ai tellement mal aux dents que cela me rend maladeII 〈 bijwoord〉1 [in hoge mate] drôlement♦voorbeelden:hij moest niet zo akelig kotsen • ce qu'il a dû dégobiller! -
4 daar word ik niet goed van
daar word ik niet goed van -
5 dat geluid maakt mij dol
dat geluid maakt mij dol -
6 dat is nu juist het navrante van de toestand
dat is nu juist het navrante van de toestandDeens-Russisch woordenboek > dat is nu juist het navrante van de toestand
-
7 dat steekt hem
dat steekt hem -
8 deze geluidsinstallatie geeft een zuivere weergave van orkestmuziek
deze geluidsinstallatie geeft een zuivere weergave van orkestmuziekDeens-Russisch woordenboek > deze geluidsinstallatie geeft een zuivere weergave van orkestmuziek
-
9 die broek begint het af te leggen
die broek begint het af te leggenDeens-Russisch woordenboek > die broek begint het af te leggen
-
10 dit lied geeft de gedachten van de dichter goed weer
dit lied geeft de gedachten van de dichter goed weerDeens-Russisch woordenboek > dit lied geeft de gedachten van de dichter goed weer
-
11 dol
dol1〈de〉————————dol2♦voorbeelden:dolle vreugde • joie délirantedol verliefd zijn op iemand • être (amoureux) fou de qn.ben je dol? • tu es fou?dat geluid maakt mij dol • ce bruit me rend foute dol om los te lopen • vraiment trop fortdol op iemand zijn • aimer qn. à la foliedol op iets zijn • adorer qc.dol van de pijn • fou de douleurdoor het dolle heen zijn • être déchaîné -
12 door de eenzaamheid stompt hij af
door de eenzaamheid stompt hij afDeens-Russisch woordenboek > door de eenzaamheid stompt hij af
-
13 door schade en schande wordt men wijs
door schade en schande wordt men wijsDeens-Russisch woordenboek > door schade en schande wordt men wijs
-
14 drempelverlagend
1 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 ± (qui rend) plus accessible; 〈 bijwoord〉 ±en rendant (qc.) plus accessible♦voorbeelden:1 het vermijden van vakjargon werkt al drempelverlagend • évitez le jargon de métier, les choses en seront plus claires -
15 gedachte
♦voorbeelden:de achterliggende gedachte is dat … • l'idée qui se trouve derrière est que …dit zal je waarschijnlijk op andere gedachten brengen • tu devras sans doute réviser ton point de vueiemands innigste gedachten • les pensées les plus intimes de qn.een gedachte onder woorden brengen • formuler une penséezijn gedachten bij elkaar houden • rassembler ses idéeszijn gedachten bij iets houden • se concentrer sur qc.de gedachte koesteren • caresser l'idéezijn gedachten de vrije loop laten • s'abandonner à ses penséeszijn gedachten over iets laten gaan • réfléchir à qc.iemands gedachten lezen • lire dans la pensée de qn.een gedachte opwekken • susciter une idéezijn gedachten uitdrukken • exprimer sa penséeeen gedachte uiten • exprimer une idéewaar zijn je gedachten? • où as-tu la tête?ik u bedriegen, wat een gedachte! • vous tromper, moi, quelle idée!de gedachte alleen al • rien que d'y penserde gedachte aan zijn vrouw • la pensée de sa femme(diep) in gedachten zijn • être absorbé dans ses penséesiets in gedachten doen • faire qc. sans y penserik zal het in gedachte houden • j'y penseraiin zijn gedachte(n) • dans son espritiets in (zijn) gedachten houden • ne pas perdre qc. de vueiets in zijn gedachten nemen • prendre qc. en considérationer niet bij zijn met zijn gedachten • avoir la tête ailleursop de gedachte komen om • s'aviser denooit uit iemands gedachten zijn • ne jamais sortir de l'esprit de qn.van gedachten wisselen • échanger des points de vuevan gedachten veranderen • changer d'aviszijn eerste gedachte was • sa première pensée fut (de)→ link=wens wensiemand tot andere gedachten brengen • amener qn. à changer d'avisiemand tot betere gedachten brengen • ramener qn. à de meilleures penséesin gedachte(n) met, van iemand verschillen • ne pas partager l'avis de qn.op twee gedachten hinken • ne savoir sur quel pied danservan gedachte zijn dat • être d'avis que -
16 gek
gek1〈de〉♦voorbeelden:ja, ik ben daar gek! • tu me prends pour quoi?met iemand, iets de gek steken • tourner qn., qc. en ridiculehet is zoveel waard als een gek ervoor wil geven • une chose vaut autant que ce que l'acquéreur en donneiemand voor de gek houden • se payer la tête de qn.zichzelf voor de gek houden • refuser de voir les choses en facevoor gek staan • avoir l'air ridiculeiemand voor gek zetten • ridiculiser qn.voor gek lopen • avoir l'air d'un fourijden als een gek • conduire comme un foudat is te gek om los te lopen • c'est trop fort〈 spreekwoord〉 één gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden • un fou fait plus de questions qu'un sage (ne donne) de raisons〈 spreekwoord〉 gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen • les murailles sont le papier des fous→ link=buurman buurman————————gek21 [krankzinnig] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 fou/fol/folle♦voorbeelden:1 ik ben me daar gek! • je ne suis pas fou, moi!ben je gek • ça va pas?het is om gek van te worden • c'est à devenir fouzich gek zoeken naar iets • se donner un mal fou pour trouver qc.ik word gek van hem • il me rend fou2 ben je gek! • tu es fou!hij is er gek genoeg voor • il en est bien capablehij is zo gek nog niet als hij er (wel) uitziet • il n'est pas aussi bête qu'il en a l'airdat lijkt me niet gek • ça n'est pas bêtedat is lang niet gek • ce n'est pas si bête que çagekke streken uithalen • faire des bêtiseswat een gekke vent! • quel drôle de type!je kunt het zo gek niet bedenken, verzinnen of … • on a beau se creuser la cervelle, mais …doe maar gewoon, dan doe je (al) gek genoeg • arrête de faire l'imbécilegek staan, zitten te kijken • tomber de (son) hautergens gek van opkijken • en ouvrir de grands yeuxiets geks zeggen • dire qc. d'idiotdat is te gek om los te lopen • c'est complètement idiotdat is van de gekke • c'est complètement dinguehet gekke van de zaak is … • ce qu'il y a de drôle dans l'affaire, c'est que …→ link=oud oudgek zijn op aardbeien • adorer les fraiseshet is nog niet zo gek lang geleden • il n'y a pas si longtemps¶ het moet al gek gaan als … • ce serait bien le diable si …dat is niet gek • c'est pas malte gek, zeg! • terrible!een te gekke meid • une fille du tonnerre -
17 goed
goed1〈 het〉♦voorbeelden:liggende goederen • biens immeublesroerend en onroerend goed • biens meubles et immeublesik kan daar geen goed meer doen • tout ce que je fais est mal prisgoed doen • faire le bieniemand goed doen • faire du bien à qn.het zal u veel goed doen • cela vous fera grand bieniets goeds • qc. de bonhij lust graag wat goeds • il aime les bonnes choseshoud dat mij ten goede • ne le prenez pas en mauvaise partten goede komen (aan) • profiter (à)verandering ten goede • (une) améliorationzich ten goede keren • tourner bienwe hebben nog een diner te goed • nous avons encore un dîner en perspectiveik heb nog vier vakantiedagen te goed • il me reste encore quatre jours de vacances (à prendre)je houdt het van mij te goed • je te revaudrai çadat hebben we nog te goed • ce n'est que partie remisedat heb je nog van me te goed • je dois encore te rendre cela; 〈 als dreigement〉 tu ne perds rien pour attendre!wollen goed • lainagehij heeft zijn zondagse goed aan • il porte ses habits du dimanche————————goed2♦voorbeelden:een goed jaar geleden • il y a une bonne année (de cela)is dat je goeie pak? • c'est ton beau costume?hij is een goede veertiger • il a la quarantaine bien sonnéeeen goed verliezer • un bon perdantdoe maar goed wat zout in de soep • n'hésite pas à bien saler la soupeik ben het goed zat • j'en ai par-dessus la têteik ben wel goed maar niet gek • je ne suis pas tombé sur la têtehet goed doen • bien marcherhij kan het er goed van doen • il a de quoi, il a les moyensals ik het goed heb • si je ne me trompewij hebben het goed • nous ne manquons de rien〈 ironisch〉 is het nou goed? • ça y est, maintenant?het is mij goed • (je suis) d'accordhet is ook nooit goed! • tu (il) n'es (n'est) jamais contenthij kan geen goed meer doen • on critique tout ce qu'il faitdat komt wel weer goed • ça va s'arrangergoed kunnen leren • apprendre facilementer goed op staan • 〈 letterlijk〉 être bien (sur une photo); 〈 figuurlijk〉 avoir réussi; 〈 ironisch〉 avoir tout gâchéhij heeft goed praten • il a beau direhet eten ruikt goed • le repas sent bondie jas staat je goed • ce manteau te va bienhij was niet zo goed of hij moest betalen • il a bien fallu qu'il paiedat was maar goed ook! • heureusement!zou u zo goed willen zijn … • voudriez-vous avoir la gentillesse de …het zou goed zijn, als je … • il serait bon que tu …net goed! • (c'est) bien fait!ook goed! • d'accord!dat touw is precies goed • c'est exactement la corde qu'il nous, me fautalles goed en wel maar … • c'est bien beau (tout ça), mais …ik was nog maar goed en wel thuis of … • j'étais à peine à la maison que …goed zo! • très bien!zo goed en zo kwaad als het gaat • tant bien que malgoed bij zijn • être éveillézij zijn weer goed met elkaar • ils se sont réconciliésdat is goed om te weten • c'est bon à savoirwaar is dat goed voor? • à quoi ça sert?hij is nergens goed voor • il n'est bon à riengoed voor ƒ 1000,- • bon pour 1000 florinshij is goed voor een paar ton • 〈m.b.t. bezit〉 il a bien quelques briques; 〈m.b.t. verdienen〉 il se fait bien quelques briqueshij is er niet te goed voor • il en est bien capabledat is een goeie! • elle est bien bonne!dat is te veel van het goede • c'est trop, vraimenthet goede doen • faire le bienniet veel goeds • pas grand-chose de bonzich niet goed voelen • ne pas se sentir bienzij is er goed mee • cela l'arrange bienze is onderweg niet goed geworden • elle a eu un malaise en cours de routezo goed als • pratiquementhet boek is zo goed als af • le livre est pratiquement terminé -
18 haten
♦voorbeelden: -
19 hij maakt zich bij iedereen gehaat
hij maakt zich bij iedereen gehaatDeens-Russisch woordenboek > hij maakt zich bij iedereen gehaat
-
20 hoorndol
- 1
- 2
См. также в других словарях:
rend — rend … Dictionnaire des rimes
Rend — (r[e^]nd), v. t. [imp. & p. p. {Rent} (r[e^]nt); p. pr. & vb. n. {Rending}.] [AS. rendan, hrendan; cf. OFries. renda, randa, Fries. renne to cut, rend, Icel. hrinda to push, thrust, AS. hrindan; or cf. Icel. r[ae]na to rob, plunder, Ir. rannaim… … The Collaborative International Dictionary of English
rend — [ rend ] (past tense and past participle rent [ rent ] ) verb transitive LITERARY 1. ) to tear something into pieces 2. ) to make someone feel great emotion: Her screams would rend the heart of any man. rend the air if a loud shout or sound rends … Usage of the words and phrases in modern English
Rend — may refer to: * Rend River * Rend Lake … Wikipedia
rend — ► VERB (past and past part. rent) literary 1) tear to pieces. 2) cause great emotional pain to. ● rend the air Cf. ↑rend the air ORIGIN Old English … English terms dictionary
Rend — Rend, v. i. To be rent or torn; to become parted; to separate; to split. Jer. Taylor. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
rend — [rend] v past tense and past participle rent [rent] [T] literary [: Old English; Origin: rendan] to tear or break something violently into pieces … Dictionary of contemporary English
rend — sb., et (løb); stikke i rend … Dansk ordbog
rend — [rend] vt. rent, rending [ME renden < OE rendan, akin to OFris renda < IE base * rendh , to tear apart > RIND, Sans randhram, fissure, split] 1. to tear, pull, or rip with violence: with from, off, away, etc. 2. to tear, pull apart, rip… … English World dictionary
rend — I verb break, burst, cleave, crack, cut, dilacerate, discerp, disscindere, dissect, dissever, disunite, divide, fracture, lacerate, lancinate, rip, rive, rupture, sever, shatter, shiver, slash, slice, snap, splinter, split, sunder, tear, tear… … Law dictionary
rend — O.E. rendon to tear, cut, from W.Gmc. *randijanan (Cf. O.Fris. renda to cut, break, M.L.G. rende anything broken ), related to rind. Not found in other Gmc. languages … Etymology dictionary