-
61 dat is niet kinderachtig
dat is niet kinderachtigthat's a tall order, that'll take some doingVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > dat is niet kinderachtig
-
62 dat is volgens mij voor herhaling vatbaar
dat is volgens mij voor herhaling vatbaarI wouldn't mind repeating the experience, I reckon that's worth doing againVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > dat is volgens mij voor herhaling vatbaar
-
63 dat kun je wel schudden!
dat kun je wel schudden!forget it!, nothing doing!Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > dat kun je wel schudden!
-
64 de nieuwe zaak loopt fantastisch
de nieuwe zaak loopt fantastischVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de nieuwe zaak loopt fantastisch
-
65 de twijfelachtige eer hebben om …
de twijfelachtige eer hebben om …Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de twijfelachtige eer hebben om …
-
66 de winkel loopt lekker
de winkel loopt lekkerVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de winkel loopt lekker
-
67 dicht
♦voorbeelden:een dicht bos • a dense woodin dichte drommen • in dense hordesdichte mist • thick/dense fogdicht beschreven bladzijden • closely written pagesze zaten dicht opeengepakt • they sat tightly packed togetherdicht op elkaar wonen • live on top of one another〈 figuurlijk〉 dichter tot elkaar komen • come/draw closer (together)II 〈 bijvoeglijk naamwoord〉2 [ondoordringbaar] tight3 [figuurlijk] [niets loslatend] close(-mouthed) ⇒ close-/tight-lipped♦voorbeelden:ik krijg mijn riem niet dicht • I can't fasten my beltmijn neus zit dicht • my nose is blocked upde afvoer zit dicht • the drain is blocked upde vijver zit dicht • the pond is frozen overhet vliegveld zit dicht • the airport is fogbound♦voorbeelden:zijn ogen staan dicht bij elkaar • he has close-set eyesje bent er aardig dicht bij • you are pretty near the markzij waren dicht bij het doel • they were close to the goal; 〈 figuurlijk ook〉 they were nearly therehij woont dicht in de buurt • he lives near heredicht onder de kust varen • hug the shoreiemand dicht op de hielen zitten • be close on someone's heels -
68 dit is allemaal door jouw toedoen gebeurd
dit is allemaal door jouw toedoen gebeurdVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > dit is allemaal door jouw toedoen gebeurd
-
69 doe je dat met een bepaald doel?
doe je dat met een bepaald doel?are you doing that for any particular reason?Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > doe je dat met een bepaald doel?
-
70 doel
1 [voorwerp waarop men schiet/mikt] target3 [wat men wil bereiken, ook figuurlijk] target, purpose ⇒ object(ive), aim, goal, 〈 reisdoel〉 destination♦voorbeelden:missen voor open doel • miss with an empty goalin het doel staan • be in goalhet is voor een goed doel • it's for a good causezijn doel bereiken • achieve one's aimzich een doel stellen • set oneself a target/an objectivezijn doel voorbijstreven/schieten • overshoot the markmet het doel om iets te doen • with a view to doing somethingmet dit doel voor ogen • with this (end) in viewrecht op zijn doel afgaan • go straight to the pointzich iets ten doel stellen • make something one's aim; set oneself a target of something 〈bijvoorbeeld bedrag/aantal〉ten doel hebben • be aimed at〈 spreekwoord〉 het doel heiligt de middelen (niet) • the end justifies/does not justify the means -
71 door dat te doen had hij geen recht van spreken meer
door dat te doen had hij geen recht van spreken meerVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > door dat te doen had hij geen recht van spreken meer
-
72 druk bezig zijn (met iets)
druk bezig zijn (met iets)be very busy (with/doing something)Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > druk bezig zijn (met iets)
-
73 druk
druk1〈de〉1 [het duwen] pressure2 [stuwende kracht] pressure4 [oplage] edition♦voorbeelden:een druk op de knop is voldoende • just press the button2 zijwaartse/opwaartse druk • lateral/upwards pressurede druk verhogen (op), onder hogere druk zetten • increase the pressure (on)de druk verlagen • ease the pressureonder de druk der omstandigheden handelen • be forced by circumstances to do something(tweede,) onveranderde druk • second editionin druk verschijnen • appear in print————————druk24 [intensief] busy♦voorbeelden:een druk leven hebben • lead a busy lifehet druk hebben • be busyzich niet druk maken • remain calmII 〈 bijwoord〉1 [intensief] busily♦voorbeelden:druk bezig zijn (met iets) • be very busy (with/doing something)een druk bezocht college • a well-attended lecturehij is druk aan het werk • he is busy workingdruk in de weer zijn • be on the go, bustle (about) -
74 dubbelop
-
75 een panische angst hebben voor iets/om iets te doen
een panische angst hebben voor iets/om iets te doenbe terrified of something/of doing somethingVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een panische angst hebben voor iets/om iets te doen
-
76 een/geen kans maken op
een/geen kans maken opstand a/no chance of (something/doing something)Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een/geen kans maken op
-
77 eigenlijk
♦voorbeelden:een eigenlijke breuk • a proper fractionhet eigenlijke Londen • London properII 〈 bijwoord〉♦voorbeelden:1 u heeft eigenlijk gelijk • you are right, reallyeigenlijk is de zaak deze • in fact the situation is thishet is eigenlijk een leugen • actually, it's a liewat is een pacemaker eigenlijk? • what exactly is a pacemaker?daar kom ik eigenlijk voor • that's what I've really come foreigenlijk mag ik je dat niet vertellen • actually, I'm not supposed to tell youwat moet hij hier eigenlijk • what's he doing here?wat wil je nu eigenlijk? • just what are you driving at?ik wist eigenlijk niet wat ik moest zeggen • I didn't quite know what to sayeigenlijk niet • nor really/exactly -
78 enkel
enkel1〈de〉1 ankle♦voorbeelden:tot de enkels in de modder • ankle-deep in mud————————enkel21 [niet dubbel/samengesteld] single♦voorbeelden:een stof van enkele breedte • a single-width material/clotheen kaartje enkele reis • single (ticket)enkele rozen • single roseseen enkel slot • a single lockeen enkel spoor • a single trackII 〈 bijwoord〉1 [niet dubbel] singly2 [alleen] only, just♦voorbeelden:ik kon enkel medelijden hebben met haar • I could only feel sorry for herhij doet het enkel voor zijn plezier • he only does it for funik doe het enkel en alleen om jou • I'm doing it simply and solely for you————————enkel31 [niet meer dan één] sole, solitary ⇒ single2 [een klein aantal] a few3 [meervoud] [enige] a few♦voorbeelden:1 in één enkele klap • at one blow, at one fell swoopeen enkele eenzame toeschouwer • a single solitary spectatorer is geen enkel gevaar • there is not the slightest dangergeen enkele kans hebben • have no chance at allop geen enkele manier • (in) no wayin geen enkel opzicht • in no respectvan geen enkel belang • of no importance at alleen enkele keer zie ik hem wel eens • I do see him occasionallyenkele opmerkingen maken • make a few remarks -
79 er geen gras over laten groeien
er geen gras over laten groeienlose no time (over it/in doing it)Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > er geen gras over laten groeien
-
80 er goed bij staan
er goed bij staanVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > er goed bij staan
См. также в других словарях:
Doing It — Author(s) Melvin Burgess … Wikipedia
Doing — Do ing, n.; pl. {Doings}. Anything done; a deed; an action good or bad; hence, in the plural, conduct; behavior. See {Do}. [1913 Webster] To render an account of his doings. Barrow. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
Doing — Doing, ostindisches Feldmaß, ungefähr 2 englische Meilen … Pierer's Universal-Lexikon
doing — index act (undertaking), action (performance), commission (act) Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
doing — early 13c., verbal noun from DO (Cf. do). From c.1600 1800 it also was a euphemism for copulation … Etymology dictionary
doing — [n] achievement accomplishing, accomplishment, achieving, act, action, carrying out, deed, execution, exploit, handiwork, implementation, performance, performing, thing; concept 706 … New thesaurus
doing — [do͞o′iŋ] n. 1. something done 2. [pl.] a) actions, events, etc. b) Dial. social activities or a social event … English World dictionary
doing — /ˈduɪŋ/ (say doohing) verb 1. present participle of do1. –noun 2. action; performance; execution: it s all in the doing. 3. Colloquial a scolding; a beating. –phrase 4. be doing, to take place (mainly of something interesting or in need of… …
doing — do|ing [ˈdu:ıŋ] n 1.) be sb s (own) doing if something bad is someone s doing, they did or caused it ▪ If you fall into this trap, it will be all your own doing. 2.) take some doing informal to be hard work ▪ We had to be on the parade ground for … Dictionary of contemporary English
doing — noun 1 be sb s doing if something bad is someone s doing, they did it: This mess is all your doing. 2 take some doing to be hard work: Sorting this lot out is going to take some doing. 3 doings BrE a) (plural) things that someone does b) (C)… … Longman dictionary of contemporary English
doing — do|ing [ duıŋ ] noun be someone s doing to be someone s fault: We re very late, and it s all your doing. take some doing used for saying that something will be very difficult to do: It will take some doing to finish this before five o clock … Usage of the words and phrases in modern English