-
1 achteruitzetten
v. put back, set back -
2 achteruitzetten
1 [meer naar achteren zetten] set/put back2 [met betrekking tot uurwerken] put/set back3 [achteruit doen gaan] set back♦voorbeelden:Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > achteruitzetten
-
3 inspringen
1 [invallen] stand in2 [zich meer naar binnen uitstrekken] be set back3 [boekwezen] be indented4 [met een sprong inkomen] jump/leap in(to)5 [inhaken op] jump/leap on(to) ⇒ seize (up)on♦voorbeelden: -
4 terugzetten
1 [achteruit zetten] put/set back♦voorbeelden:1 de wijzers terugzetten • put/move back the handsde teller terugzetten op nul • reset the counter (to zero)2 een boek terugzetten • put back/replace a bookiemand in rang terugzetten • reduce someone (in rank), demote someoneiemand in salaris terugzetten • dock someone's salary -
5 af
af1〈 het〉♦voorbeelden:————————af2I 〈 bijwoord〉1 [met betrekking tot een verwijdering] off, away2 [+ van] [met betrekking tot het uitgangspunt] from3 [met betrekking tot een verwijderd/gescheiden zijn] away, off4 [naar beneden] down♦voorbeelden:1 af en aan • back and forth, to and fromensen liepen af en aan • people came and wentaf en toe • (every) now and thenklaar? af! • get set! go!2 van die dag af • from that day (on/onward(s))van de grond af • from ground levelde nieuwigheid is er een beetje af • the novelty has worn off a bitde verf is er af • the paint has come offver af • a long way offhij woont een eindje van de weg af • he lives a little way away from the roadvan iemand af zijn • be rid of someoneu bent nog niet van me af • you haven't seen the last/back of mede trap af • down the stairsaf! • (get) down!; 〈 tegen hond ook〉 down boy/girl!goed/beter/slecht af zijn • have come off well/better/badlydaar wil ik (van) af zijn • I wouldn't like to sayop 't onbeleefde af • to the point of rudenessik weet er niets van af • I don't know anything about itII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉4 [spel] out♦voorbeelden:2 het werk is af • the work is done/finishedde voorstelling was af • the performance was perfect -
6 terugzetten
v. replace, set back, throw back -
7 oog
1 [gezichtsorgaan, ook figuurlijk] eye4 [opening] eye5 [met betrekking tot kledingstukken] eye(let)7 [plantkunde] eye♦voorbeelden:een blauw oog • a black eyegoede ogen hebben • have good eyes/eyesighteen lui oog • a lazy/wandering eyezijn ogen bederven • ruin one's eyesgeen oog dichtdoen • not sleep a winkzijn ogen geloven/vertrouwen • believe/trust one's eyeshij had alleen oog voor haar • he only had eyes for herheb jij geen ogen? • haven't you got eyes in your head?ogen hebben van voren en van achteren • have eyes in the back of one's head〈 figuurlijk〉 dat heeft mij de ogen geopend • that opened my eyes/was an eye-opener for mezij maakte haar ogen op • she made up her eyesde ogen sluiten voor iets • close one's eyes to somethingzijn ogen uitkijken (aan iets) • stare one's eyes out (on something)iemand de ogen uitsteken • make someone jealous/green with envyzich de ogen uitwrijven • rub one's eyesaan één oog blind • blind in one eyeiemand iets onder vier ogen zeggen • say something to someone in privateik kan niet meer uit mijn ogen zien (van vermoeidheid) • I can't keep my eyes open (any more)〈 figuurlijk〉 kun je niet uit je ogen kijken? • can't you look where you're going?voor iemands ogen • in front of someone's (very) eyeszijn ogen de kost geven • take it all inzijn ogen zijn groter dan zijn maag • his eyes are bigger than his stomachzijn ogen in zijn zak hebben • not use one's eyes〈 spreekwoord〉 oog om oog, tand om tand • an eye for an eye, a tooth for a toothmet een scheef oog kijken naar • look askance atzij kon haar ogen niet van hem afhouden • she couldn't take/keep her eyes off himzijn ogen laten gaan over • run one's eye overmet de ogen verslinden • devour with one's eyeseen gevaar onder ogen zien • recognise a dangeronder het waakzame oog van • under the watchful eye of(zo) op het oog • on the face of itiets/iemand op het oog hebben • 〈 figuurlijk, denken aan〉 have something/someone in mind, have one's eye on something/someone〈 figuurlijk〉 iets voor ogen houden • keep/bear something in mindzijn oog viel op haar • his eye fell on her3 aan het oog onttrokken • hidden/concealed from view/sightzo ver het oog reikt • as far as the eye can seein het oog lopen/springen • catch the eyein het oog lopend • conspicuous, noticeablein het oog krijgen • catch sight ofuit mijn ogen! • get out of my sight!uit het oog raken • disappear from sightiets uit het oog verliezen • lose sight of something〈 spreekwoord〉 uit het oog, uit het hart • out of sight, out of mindin hun ogen betekent hij niet veel • he doesn't amount to much in their eyesoog in oog staan met • come face to face within mijn ogen • in my opinion/view -
8 schouder
1 shoulder♦voorbeelden:zijn schouders onder iets zetten • 〈 figuurlijk〉 put/set one's shoulder to the wheelschouder aan schouder staan • be/stand shoulder to shoulderiets op de schouders tillen/dragen • lift/carry something on one's shouldersop de schouders gaan • be carried in triumphover iemands schouder meelezen • read over someone's shoulderhet geweer tegen de schouder leggen • shoulder the rifle -
9 terugslag
1 [slag die iemand of iets achteruit drijft, meestal figuurlijk] recoil(ing) ⇒ backfire 〈 motor〉, backstroke 〈 roeien〉, 〈 leger〉 counterblow3 [biologie] throw-back♦voorbeelden:1 het geweer had een ontzettende terugslag • the gun had a terrible kick/recoilde terugslag in de huizenmarkt • the slump in the housing marketeen terugslag krijgen • be set back, experience a backlashons bedrijf ondervindt daarvan de terugslag • our firm has felt the repercussionseen terugslag hebben op • cause a reaction/a backlash, react on -
10 arm
arm1〈de〉1 [ledemaat] arm3 [ledemaat bij dieren] paw4 [leuning van een zitmeubel] arm♦voorbeelden:1 een gebroken arm • a broken/fractured armgespierde armen • muscular arms〈 figuurlijk〉 met open armen ontvangen • receive/welcome with open armshij sloeg zijn armen om haar heen • he threw his arms around herzijn arm uit de kom trekken • put one's shoulder outzij liepen arm in arm • they walked arm in arm〈 figuurlijk〉 iemand in de arm nemen • call in someone 〈 bijvoorbeeld politie〉; consult someone 〈advocaat/arts〉; engage someone————————arm21 [behoeftig, bezitloos] poor♦voorbeelden:ik ben er twintig gulden armer op geworden • it set me back twenty guildershet arm hebben • be badly offarm worden • be reduced to povertyde armen en de rijken • the rich and the poor4 het arme schaap • the poor thing/soul -
11 beginnen
1 [starten/openen] begin ⇒ start, 〈 formeel〉 commence, open 〈 toespraak, spel, onderhandelingen, brief〉2 [gaan doen] do♦voorbeelden:1 een gesprek beginnen • begin/start a conversationeen zaak beginnen • start a business2 wat moet ik beginnen! • what am I to do?wat moet ik met hem beginnen? • what am I to do with him?1 [de eerste handeling verrichten; zich vanaf een punt uitstrekken] begin ⇒ start, 〈 formeel〉 commence♦voorbeelden:begin maar! • go ahead!; 〈 met vragen ook〉 fire away!beginnen te drinken/roken • start drinking/smokingweer van voren af aan moeten beginnen • be back to square onehet begon te regenen • it began/started to raindaar kan ik niets mee beginnen • that's (of) no use to megoed/slecht beginnen • get off to a good/bad startbegin je weer (met dat gezeur)? • there you go again (with your nagging)!bij het begin beginnen • begin/start at the beginninghij begon met te zeggen … • he began by saying …met niets beginnen • start from scratchhet begint donker te worden • it's getting darkik begin er niet aan! • I wouldn't touch it with a barge-poleaan iets nieuws beginnen • start something newhij begon met Frans • he took up Frencher is geen beginnen aan • why even start?over politiek beginnen • bring up politicsover iets anders beginnen • change the subjectals je zó begint … • if that's the way you feel about it …het is haar om de erfenis begonnen • it's the inheritance she's afterom te beginnen … • for a start …voor zichzelf beginnen • start one's own business -
12 de gevel springt daar wat in
de gevel springt daar wat inVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de gevel springt daar wat in
-
13 die koorts zal de zieke achteruitzetten
die koorts zal de zieke achteruitzettenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > die koorts zal de zieke achteruitzetten
-
14 een terugslag krijgen
een terugslag krijgenbe set back, experience a backlashVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een terugslag krijgen
-
15 enig
enig1♦voorbeelden:dit was de enige keer dat … • this was the only time/ 〈 sterker〉the one and only time that …zijn enig kind • his only childenig in zijn soort • the only one of its kindhij is de enige die het kan • he is the only one who can do ithet enige wat ik kon zien was • all I could see wasII 〈 bijvoeglijk naamwoord, bijwoord〉1 [leuk] wonderful, marvellous, lovely♦voorbeelden:————————enig21 some, any♦voorbeelden:enige tegenslag • a slight set-backzonder enige twijfel • without any doubt————————enig31 [een zekere mate] some4 [ook maar de geringste] any♦voorbeelden: -
16 enige tegenslag
enige tegenslagVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > enige tegenslag
-
17 gaan
1 [zich verplaatsen] go ⇒ move3 [zich begeven] go4 [+ onbepaalde wijs] [beginnen te] go, be going to5 [in beweging zijn, functioneren] go ⇒ run6 [losraken] come7 [plaatshebben] go ⇒ be, run9 [begrepen zijn in] go ⇒ fit11 [+ over] [tot onderwerp hebben] be (about)♦voorbeelden:een uur gaans • an hour's walk〈 figuurlijk〉 hoe gaat dat liedje ook weer? • how does that song go (again)?hé, waar ga jij naar toe? • where are you going?; 〈 achterdochtig〉 where do you think you're going?het gaat niet zo best/slecht met de patiënt • the patient isn't doing so well/so badlyhoe laat gaat de trein? • what time does the train go?ze zien hem liever gaan dan komen • they're glad to see the back of himik moet (nu) gaan • I must go/be going/off (now)ik ga ervandoor • I'm going/offdie twee gaan uit elkaar • those two are breaking upvan tafel gaan • leave the tableik ga! • I'm going!; 〈 informeel〉 I'm off!ga nu maar • off you go nowaan de kant gaan • move aside〈 figuurlijk〉 er gaat niets boven … • nothing beats …zijn gezin gaat bij hem boven alles • his family comes first (with him)zaken gaan voor het meisje • business before pleasure4 hij wil medicijnen gaan doen • he wants to do/study medicinegaan kijken • go and (have a) lookgaan liggen/staan/zitten • lie down, stand up, sit downgaan slapen • go (off) to bedga er maar eens aan staan • it's no picnic, it's not the easiest thing in the worldze gaan trouwen • they're getting marriediets gaan waarderen • come to appreciate somethinggaan wandelen/zwemmen • go for a walk/swim, go walking/swimmingaan het werk gaan • set to work〈 ironisch〉 ik ga (me) daar een beetje in de rij staan • I am (definitely) not going to join that queueals alles goed gaat • if all goes welldat kon toch nooit goed gaan • that was bound to go wronghoe is het gegaan? • how was it? how did it/things go?nou, dat ging zo • well, it was like thisalles gaat naar wens • everything's as it should beals het even gaat • if at all possibledat gaat zomaar niet • you can't just do thatik heb het al zo vaak geprobeerd, maar het gaat niet • I've tried it so often, but it won't workzo gaat het niet langer • things can't go on like thiser gaan 5 volwassenen in • it'll take 5 adultser gaat een liter in die fles • that bottle will take a litreer gaan zes glazen uit een fles • you can get six glasses out of a bottlezij gaat over de typekamer • she's in charge of the typing-pool11 waar gaat die film over? • what's that film about?zijn verhaal gaat er wel in bij de stakers • his speech went down (well) with the strikersdit type gaat eruit • this model's on the way outopzij gaan • give way to, make way for, go to one sidevoor niemand opzij gaan • make way for no man, yield/give way to no one〈 zoek raken〉 verloren gaan • get/be lostvreemd gaan • be unfaithfulvrijuit gaan • get offdaar gaan we weer • (t)here we go againin het zwart gekleed gaan • be dressed in blackhet gaat allemaal langs haar heen • it all goes (right) over her headmet iemand gaan • go out with someonewe hebben nog twee uur te gaan • we've got two hours to gozich te buiten gaan aan • overindulge inom kort te gaan • to cut a long story shortII 〈 onpersoonlijk werkwoord〉1 [gesteld zijn] be ⇒ go2 [geschieden] be ⇒ go, happen3 [+ om] [te doen zijn] be (about)♦voorbeelden:hoe gaat het (met u)? • how are you?, how are things with you?hoe gaat het op het werk? • how's (your) work (going)?, how are things (going) at work?het gaat hem niet slecht • he's not doing badlyje weet hoe dat gaat • you know how it is/things are/it goeszo gaat het nu altijd • it's always like thatzo gaat dat in het leven • that's lifedaar gaat het juist om • that's the whole pointhet gaat hem er alleen om dat … • all (that) he's concerned about is that …het gaat erom of … • the point is whether …het gaat om het principe • it's the principle that mattershet gaat om je baan • your job is at stakehet gaat hier om een nieuw type • we're talking about a new type -
18 harnas
〈 geschiedenis〉♦voorbeelden:iemand tegen zich in het harnas jagen • put someone's back upiemand tegen een ander in het harnas jagen • set someone against another person -
19 helpen
4 [zijn dienst verlenen] help (out)5 [behulpzaam, werkzaam zijn tot verbetering] help6 [baten] help8 [castreren, steriliseren] fix♦voorbeelden:1 kun je mij aan honderd gulden helpen? • can you let me have a hundred guilders?help! help! • help! help!2 welke specialist heeft u geholpen? • which specialist did you see/have?3 iemand een handje helpen • give/lend someone a handiemand iets helpen dragen • help someone (to) carry somethingik help het je hopen • I'll keep my fingers crossed for youals ik jullie kan helpen … • if I can help/be of assistance to you, …help me eraan denken, wil je? • remind me, will you?ze helpt me uitstekend • she's a great help to mehelpen bij een operatie • assist at an operationiemand uit/in zijn jas helpen • help someone out of/into his coatik zal hem er wel door helpen • I'll see him through itiemand ergens vanaf helpen • help someone get rid of somethingiemand aan een baan helpen • get someone fixed up with a jobiemand aan iets helpen • help someone get somethingiemand op weg/op dreef helpen • help someone get going/startediemand weer op de been helpen, iemand er weer bovenop helpen • put/set someone back on his feet againiemand/een dier uit zijn lijden helpen • put someone/an animal out of his/its miseryik kan het niet helpen, maar ik vind het verkeerd • I can't help feeling it's wrongkan ik 't helpen dat hij zich zo gedraagt? • 〈 ook〉 is it my fault if he behaves like that?wat helpt het? • what good would it do?, what's the use?die vitaminen hielpen echt • those vitamins really did the trickprotesteren zal heus niet helpen • protesting won't do any gooddat helpt tegen hoofdpijn • that's good for a headache7 kan ik u helpen? • can I help you?wordt u al geholpen? • are you being served?8 wij hebben onze kat laten helpen • we have had our cat neutered/fixed -
20 ik ben er twintig gulden armer op geworden
ik ben er twintig gulden armer op gewordenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik ben er twintig gulden armer op geworden
- 1
- 2
См. также в других словарях:
back|set — «BAK SEHT», noun. 1. a check to progress; setback: »It would give a backset and might…endanger their ultimate success (John C. Calhoun). 2. an eddy or backward flowing current … Useful english dictionary
back set — Mawdesley Glossary a nest egg with which to fall back on … English dialects glossary
back-set — … Useful english dictionary
back-set bed — ˈ ̷ ̷ˌ ̷ ̷ noun : a stratum deposited on the rear slope of a glacial apron or sand plain as the ice retreats and consequently dipping toward the retreating ice … Useful english dictionary
set*/*/*/ — [set] (past tense and past participle set) verb I 1) [T] to put someone or something in a position, or to be in a particular place or position Tea s ready, he told them and set down the tray.[/ex] She set the baby on the floor to play.[/ex] 2)… … Dictionary for writing and speaking English
set — Ⅰ. set [1] ► VERB (setting; past and past part. set) 1) put, lay, or stand in a specified place or position. 2) put, bring, or place into a specified state. 3) cause or instruct (someone) to do something. 4) give someone (a task) … English terms dictionary
set — set1 W1S1 [set] v past tense and past participle set present participle setting ▬▬▬▬▬▬▬ 1¦(put)¦ 2¦(put into surface)¦ 3¦(story)¦ 4¦(consider)¦ 5¦(establish something)¦ 6¦(start something happening)¦ 7¦(decide something)¦ … Dictionary of contemporary English
SET — See: Securities Exchange of Thailand See: Stock Exchange of Thailand * * * SET SET noun [uncountable] COMPUTING secure electronic transfer a way of buying and paying for goods on the Internet that allows the safe exchange of personal and… … Financial and business terms
set — I UK [set] / US verb Word forms set : present tense I/you/we/they set he/she/it sets present participle setting past tense set past participle set *** 1) [transitive] to put someone or something in a position set someone/something… … English dictionary
back — See: BACK OF or IN BACK OF, BEHIND ONE S BACK, BRUSH BACK, COME BACK, CUT BACK, DOUBLE BACK, DRAW BACK, DROP BACK. EYES IN THE BACK OF ONE S HEAD, FADE BACK, FALL BACK, FALL BACK ON, FLANKER BACK. FROM WAY BACK, GET BACK AT, GET ONE S BACK UP,… … Dictionary of American idioms
back — See: BACK OF or IN BACK OF, BEHIND ONE S BACK, BRUSH BACK, COME BACK, CUT BACK, DOUBLE BACK, DRAW BACK, DROP BACK. EYES IN THE BACK OF ONE S HEAD, FADE BACK, FALL BACK, FALL BACK ON, FLANKER BACK. FROM WAY BACK, GET BACK AT, GET ONE S BACK UP,… … Dictionary of American idioms