-
21 iemand de gewerkte uren vergoeden
iemand de gewerkte uren vergoedenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand de gewerkte uren vergoeden
-
22 ik draai hier al weer een hele tijd mee
ik draai hier al weer een hele tijd meeVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik draai hier al weer een hele tijd mee
-
23 laat je niet zo opfokken
laat je niet zo opfokkenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > laat je niet zo opfokken
-
24 lopen
1 [zich te voet voortbewegen] walk, go2 [rennen] run3 [met betrekking tot zaken] [voortbewogen worden] run4 [stromen] run5 [in werking zijn] run6 [voortduren] run7 [zich uitstrekken] run8 [zich ontwikkelen] run ⇒ go9 [+ onbepaalde wijs] [bezig zijn met] be 〈+ …ing〉♦voorbeelden:iemand in de weg lopen • get in someone's wayop handen en voeten lopen • walk on one's hands and feet/on all fourslopen! • scram!, hop it!3 die auto loopt lekker • that car runs/goes weller liep een rilling over haar rug • a shiver ran down her backzijn ogen begonnen weer te lopen • his eyes began to run/stream againde tranen liepen over zijn wangen • (the) tears ran down his cheeks〈 figuurlijk〉 warm lopen voor • get/be enthusiastic abouteen motor die loopt op benzine • an engine that runs on petrol6 de contracten lopen nog • the contracts are still in force/validdat onderzoek loopt over heel wat jaren • the investigation extends over a good many yearshet is anders gelopen • it worked out/turned out otherwisealles loopt gesmeerd • everything's running smoothlyhet moet al heel raar lopen als … • things will have to go very badly wrong for … to …de zaak loopt op zijn einde • the business is running downde contacten lopen over bedrijf X • the contacts go through company XII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:1 [naderen] go/get on (for/towards)♦voorbeelden: -
25 meedraaien
♦voorbeelden: -
26 meelopen
2 [meedoen] go with3 [voordelig zijn voor] go someone's way♦voorbeelden:1 〈 figuurlijk〉 ze loopt al een hele tijd mee in dit bedrijf • she's worked with this company for a long timemag ik een eindje met u meelopen? • may I walk along with you?alles loopt hem mee • everything's going his way -
27 onderaf
♦voorbeelden: -
28 opfokken
-
29 opgefokt
-
30 opgewonden zijn/raken
opgewonden zijn/rakenbe/get worked upVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > opgewonden zijn/raken
-
31 opgewonden
1 [geestdriftig] excited2 [driftig] heated3 [zenuwachtig] agitated ⇒ in a fluster/flurry♦voorbeelden:1 opgewonden gilletjes • shrieks/squeals of excitementopgewonden zijn/raken • be/get worked upII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉1 [met betrekking tot uurwerken] wound (up) -
32 ophouden
♦voorbeelden:maar daar houdt de overeenkomst op • but here the similarity endsde straat hield daar op • the street ended there(plotseling) doen ophouden • break offdan houdt alles op • then there's nothing more to be said/there's no point in going onsteeds even ophouden • keep stoppingniet halverwege ophouden • go the whole hogplotseling ophouden • break offwaar ben je opgehouden? • where did you leave off?ze hield maar niet op met huilen • she (just) went on and on cryingophouden met gokken/roken • give up/stop gambling/smokinghet is opgehouden met regenen • the rain has stoppedeven ophouden met werken/praten • pause (in one's work/speech)ophouden te bestaan • cease to existzonder ophouden • without stopping, continuouslyhij heeft tien uur zonder ophouden gewerkt • he worked ten hours at a stretchniet van ophouden weten • not know when to stophou op! • stop it!, cut it out!laten we erover ophouden • let's leave it at thatals hij eenmaal begint weet hij niet van ophouden • once he gets going there's no stopping himII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [omhooghouden] hold up3 [openhouden] hold open4 [tegenhouden] hold (up)6 [op het hoofd houden] keep on♦voorbeelden:de schijn ophouden • keep up appearances3 hou die zak eens op • hold that bag open, will you?5 iemand niet langer ophouden • not take up any more of someone's time, not keep someone any longerdoor mist/noodweer opgehouden • fogbound, stormboundhet schip werd opgehouden • the ship was detainedhet verkeer ophouden • hold up/delay trafficdat houdt de zaak alleen maar op • that just slows things downik houd je toch niet op, hè? • I'm not keeping you, am I?ik werd opgehouden • I was delayed/held upIII 〈wederkerend werkwoord; zich ophouden〉♦voorbeelden:zich verdacht ophouden • loiter with intentzich ophouden bij het huis • hang around the housezich in verdachte kringen ophouden • move in dubious circleszich niet met politiek ophouden • not be concerned with politicszich altijd ophouden met • go about with, hang around with -
33 opwinden
1 [de veer spannen] wind up2 [tot een kluwen, rol maken] wind3 [in een geestdriftige stemming brengen] excite ⇒ wind/key/tense up4 [omhoogbrengen] wind up ⇒ reel in/up♦voorbeelden:3 zich opwinden • get excited, get worked/keyed up4 een anker opwinden • wind up/haul up/in an anchorII 〈wederkerend werkwoord; zich opwinden〉1 [kwaad worden] get enraged/incensed ⇒ fume♦voorbeelden: -
34 over de ruggen van de arbeiders werkte hij zich omhoog
over de ruggen van de arbeiders werkte hij zich omhoogVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > over de ruggen van de arbeiders werkte hij zich omhoog
-
35 rug
♦voorbeelden:1 hij heeft een brede rug • he has a broad back/broad shoulderseen hoge rug (op)zetten • arch one's backopen rug • spina bifida〈 figuurlijk〉 achter de rug van iemand kwaadspreken • talk about someone behind his/her backdoor zijn rug gaan • do one's back in, strain one's backmet zijn handen op de rug • (with) his hands behind his back〈 figuurlijk〉 over de ruggen van de arbeiders werkte hij zich omhoog • he worked his way up by trampling on the workerseen rooie rug • a thousand-guilder note -
36 uitgewerkt
♦voorbeelden:1 een uitgewerkt plan • a detailed/an elaborate plan -
37 vergoeden
3 [als loon geven voor] pay♦voorbeelden:iemand gemaakte onkosten vergoeden • refund/repay someone's expenses, reimburse someone (for) expensesiemand de schade vergoeden • compensate/pay someone for the damage, reimburse someone for the damage -
38 wanneer
wanneer1〈 bijwoord〉1 when♦voorbeelden:1 wanneer komt de trein? • when does the train arrive?wanneer dan ook • whenever————————wanneer2〈 voegwoord〉1 [als] when2 [indien] if3 [telkens als] whenever ⇒ if♦voorbeelden:1 wanneer de zon ondergaat, wordt het koel • when the sun sets, it gets cooler2 hij zou beter opschieten, wanneer hij meer zijn best deed • he would make more progress if he worked harder3 (altijd) wanneer ik oesters eet, word ik ziek • whenever I eat oysters, I get ill -
39 ze loopt al een hele tijd mee in dit bedrijf
ze loopt al een hele tijd mee in dit bedrijfVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ze loopt al een hele tijd mee in dit bedrijf
-
40 zich dik maken (over iets)
zich dik maken (over iets)Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > zich dik maken (over iets)
См. также в других словарях:
worked up — adj [not before noun] informal very upset or excited about something worked up about/over ▪ You shouldn t get so worked up about it. →work up at ↑work1 … Dictionary of contemporary English
worked\ up — • worked up • wrought up adj literary Feeling strongly; excited; angry; worried. Mary was all worked up about the exam. John got worked up when they blamed him for losing the game. Compare: on edge … Словарь американских идиом
worked up — [ ,wɜrkt ʌp ] adjective upset, angry, or excited: There s no point in getting so worked up about a soccer game … Usage of the words and phrases in modern English
worked on — worked concerning , was occupied with , worked extensively … English contemporary dictionary
worked up — index frenetic Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
worked-up — worked′ up′ adj. wrought up • Etymology: 1900–05 … From formal English to slang
worked — Sorted mail ready for dispatch … Glossary of postal terms
worked up — adjective (of persons) excessively affected by emotion he would become emotional over nothing at all she was worked up about all the noise • Syn: ↑aroused, ↑emotional, ↑excited • Similar to: ↑agitated … Useful english dictionary
worked up — adj. (colloq.) worked up about, over (he got himself all worked up over a trifle) * * * over (he got himself all worked up over a trifle) (colloq.) worked up about … Combinatory dictionary
worked — /werrkt/, adj. that has undergone working. [1700 10; WORK + ED2] Syn. WORKED, WROUGHT both apply to something on which effort has been applied. WORKED implies expended effort of almost any kind: a worked silver mine. WROUGHT implies fashioning,… … Universalium
worked — [[t]wɜrkt[/t]] adj. having undergone working • Etymology: 1700–10 syn: worked, wrought both apply to something on which effort has been applied. worked implies expended effort of almost any kind: a worked silver mine. wrought implies fashioning,… … From formal English to slang