-
1 hausen
hausen -
2 ziehen
ziehen2 resultaat, succes hebben♦voorbeelden:es zieht hier • het tocht hierin den Kampf ziehen • ten strijde trekkendieser Film zieht nicht • deze film trekt geen publiekdas zieht nicht bei ihr • dat lukt bij haar nietsie zog zu ihrem Freund • zij ging bij haar vriend wonenII 〈 overgankelijk werkwoord〉2 kweken, fokken ⇒ telen; opvoeden♦voorbeelden:einen Graben ziehen • een sleuf, sloot gravenden Hut ziehen vor jemandem • de hoed afnemen voor iemandum einen Garten eine Mauer, einen Zaun ziehen • een tuin ommuren, omheinender Stoff lässt sich ziehen • de stof is rekbaares zieht mich heimwärts • iets drijft mij naar huisden Wein auf Flaschen ziehen • de wijn op flessen trekkenaus diesem Gestein zieht man Eisen • uit dit gesteente wint men ijzer2 Blumen ziehen • bloemen kweken, telen♦voorbeelden:das Gebirge zieht sich bis zur Küste • het gebergte zet zich voort tot aan de kust -
3 ansiedeln
ansiedeln♦voorbeelden:♦voorbeelden: -
4 siedeln
-
5 wohnen
wohnen♦voorbeelden: -
6 Arbeitsplatz
Arbeitsplatz〈m.〉3 betrekking, baan, werk♦voorbeelden:seinen Arbeitsplatz verlieren • zijn betrekking verliezen -
7 Etage
-
8 Haus
〈o.; Hauses, Häuser〉♦voorbeelden:jemandem das Haus einrennen • iemand de deur platlopendas Haus hüten • binnen moeten blijvenjemandem das Haus verbieten • iemand de toegang tot het huis ontzeggenfrei Haus liefern • franco (t)huis leverenmit jemandem Haus an Haus wohnen • direct naast iemand wonenaußer Haus • buitenshuisdie Ware ins Haus schicken • de goederen thuisbezorgenkommen Sie gut nach Hause! • wel thuis!ich habe noch keinen Schritt vor das Haus getan • ik heb nog geen stap buiten de deur gezetzu Hause sein • thuis zijnsie ist in Berlin zu Hause • ze is een Berlijnsefür niemanden zu Hause • voor niemand te sprekenin etwas zu Hause sein • ergens in thuis zijn, verstand van iets hebbenHaus und Herd haben • een gezin hebbendas Hohe Haus • het parlementdie ersten Häuser der Stadt • de voornaamste families van de stadaus gutem Hause • van goeden huizesie führt ihm das Haus • zij doet voor hem de huishouding8 wie gehts, altes Haus? • hoe gaat het, ouwe jongen?¶ 〈 spreekwoord〉 wenn die Katze aus dem Hause ist, tanzen die Mäuse • als de kat van huis (honk) is, dansen de muizen op tafel (in het schotelhuis) -
9 Land
〈o.; Landes, Länder〉4 land, (aard)bodem ⇒ veld, grond6 〈meervoud Lande; verouderd; formeel〉(land)streek, gewest♦voorbeelden:das Gelobte Land • het Beloofde Landsich außer Landes befinden • in het buitenland vertoeven, zijnwieder im Lande sein • weer terug zijndort zu Lande • (daar) in dat landhier zu Lande • hier te lande, hier bij ons〈 spreekwoord〉 bleibe im Lande und nähre dich redlich • oost west, thuis bestdas ist Sache der Länder • dat ligt bij de deelstaten〈 figuurlijk〉 wen hast du dir an Land gezogen? • wie heb jij ingepalmd, op sleeptouw genomen?〈 figuurlijk〉 etwas an Land ziehen • iets inpikken, inpalmenzu Lande • te landdas freie Land • het open land(schap)das weite Land • het uitgestrekte land(schap)5 aufs Land ziehen • naar het platteland verhuizen, buiten gaan wonenüber Land fahren • door, over de dorpen rijden -
10 Miete
Miete〈v.; Miete, Mieten〉1 huur, huurprijs2 〈 geen meervoud〉het huren, huur♦voorbeelden:die Miete eintreiben • de huur innenzur Miete wohnen • gehuurd wonen -
11 Nachbarschaft
Nachbarschaft〈v.; Nachbarschaft〉♦voorbeelden: -
12 Provinz
Provinz〈v.; Provinz, Provinzen〉♦voorbeelden:die Aufführung war Provinz • de opvoering stond niet op een hoog peilin der Provinz leben • op het platteland wonen -
13 Scholle
Scholle〈v.; Scholle, Schollen〉2 (ijs)schots, ijsschol♦voorbeelden:3 die heimatliche, heimische Scholle • de geboortegrond, de vaderlandse grondauf eigener Scholle • op zijn eigen stukje grond wonen -
14 Treppe
Treppe〈v.; Treppe, Treppen〉♦voorbeelden: -
15 Tür an Tür wohnen
-
16 Welt
〈v.; Welt, Welten〉♦voorbeelden:das ist eine verkehrte Welt • dat is de wereld op zijn kop〈 informeel〉 die vornehme Welt • de betere, hogere kringen〈 informeel〉 so etwas hat die Welt noch nicht erlebt, gesehen! • zoiets is nog nooit vertoond!〈 informeel〉 das ist ja nicht die Welt! • dat is toch niet zo veel, zo erg!〈 informeel〉 alle Welt • Jan en alleman, iedereendas Beste, Schönste auf, in der Welt • het beste, mooiste van de wereldauf die, zur Welt kommen • ter wereld komenaus aller Welt • overal vandaan, (van)uit de hele wereld〈 informeel〉 nicht aus der Welt sein • niet ver weg zijn, liggen, wonensich durch die Welt schlagen • zich door het leven slaanin alle Welt • overal heenin aller Welt bekannt • overal, over de hele wereld bekendüberall in der Welt • overal ter werelder ist viel, weit in der Welt herumgekommen • hij heeft veel van de wereld gezien〈informeel; figuurlijk〉 ein Gerücht in die Welt setzen • een gerucht in omloop brengen, verspreiden〈informeel; figuurlijk〉 um nichts in der Welt, nicht um alles in der Welt • voor geen goud, geld (ter wereld)um die halbe Welt kommen • de halve wereld afreizenvor aller Welt • in het openbaar, ten aanschouwen van iedereen¶ was in aller Welt! • wat voor de drommel?warum in aller Welt? • waarom in vredesnaam? -
17 Wirtschaft
Wirtschaft〈v.; Wirtschaft, Wirtschaften〉2 café, herberg3 landbouw-, boerenbedrijf♦voorbeelden:eine eigene Wirtschaft gründen • zelfstandig gaan wonen -
18 absitzen
-
19 an
an1〈voorzetsel + 3,4〉1 aan, op ⇒ (tot) bij, tegen2 op ⇒ in, met♦voorbeelden:am Fenster stehen • bij het raam staanjemanden an der, die Hand nehmen • iemand bij de hand nemenFrankfurt am Main • Frankfurt aan de Mainan Ort und Stelle • ter plaatseetwas an seinen Platz stellen • iets op zijn plaats zettensich an den Schrank lehnen • tegen de kast leunenan jener Stelle • op die plaatsetwas an die Tafel schreiben • iets op het bord schrijvensich an den Tisch setzen • aan tafel plaatsnemender Ort, an dem er wohnte • de plaats waar hij woondebis an den Rhein • tot aan de Rijnam Ufer entlang gehen • langs de oever gaan, lopenan … vorbei, vorüber • langs … heener ging an mir vorbei, vorüber • hij passeerde mijam Ende des Jahres • aan, op het einde van het jaaram Montag • op maandag, 's maandagsam 2. Juni • op 2 juni, de tweede junian Ostern • met Pasenein Schreiben an mich • een schrijven aan mij (gericht)der Tag, an dem es geschah • de dag waarop dat gebeurdebis an seinen letzten Tag • tot de laatste dag toe5 Mangel, Überfluss an Rohstoffen • gebrek, overvloed aan grondstoffenarm, reich an Nährstoffen • arm, rijk aan voedingsstoffengesund an Leib und Seele • gezond naar lichaam en ziel6 an Krücken gehen • met, op krukken lopenKopf an Kopf stehen • op elkaar gepakt staanTür an Tür wohnen • naast elkaar wonenam besten, meisten, schönsten • het best, het meest, het mooist, op zijn mooistetwas an sich 〈 3e naamval〉 haben • iets als typische eigenschap hebben, iets over zich hebbenan sich halten • zich beheersenes ist nichts an dem • het klopt niet, daar is niets van aanjetzt ist es an dir, zu handeln • nu is het jouw beurt, taak te handelenan dem Roman ist nicht viel (dran) • die roman is niet veel zaaksdas Haus an sich ist schön • het huis op zichzelf is mooian (und für) sich hat er Recht • in de grond, eigenlijk heeft hij gelijk————————an2〈 bijwoord〉4 〈 bij telwoorden〉ongeveer, circa♦voorbeelden:1 Scheinwerfer an! • lichten aan!an sein • aan zijn, aan staan, ingeschakeld zijn3 an Köln, Köln an: 13.20 • aankomst in Keulen: 13.20von Anfang an • vanaf het beginvon Jugend, Kindheit an • van kindsbeen af -
20 ansässig
См. также в других словарях:
wohnen — leben; hausen * * * woh|nen [ vo:nən] <itr.; hat: a) seine Wohnung, seinen ständigen Wohnsitz haben: er wohnt jetzt in Brandenburg; der Mieter, der über mir wohnt, ist verreist. Syn.: ansässig sein. Zus.: zusammenwohnen. b) vorübergehend eine… … Universal-Lexikon
Kölkebeck — Stadt Halle (Westf.) Koordinaten … Deutsch Wikipedia
wunēn — *wunēn, *wunæ̅n germ., schwach. Verb: nhd. gewohnt sein ( Verb), zufrieden sein ( Verb), wohnen; ne. be (Verb) wont, dwell; Rekontruktionsbasis: got., an., ae., afries., anfrk., as … Germanisches Wörterbuch
wont — I. adjective Etymology: Middle English woned, wont, from past participle of wonen to dwell, be used to, from Old English wunian; akin to Old High German wonēn to dwell, be used to, Sanskrit vanoti he strives for more at win Date: before 12th… … New Collegiate Dictionary
Cohousing — playground next to Common House A cohousing[1] community is a type of intentional community composed of private homes supplemented by shared facilities. The community is planned, owned and managed by the residents – who also share activities … Wikipedia
Volume Magazine — is a quarterly international magazine published in Amsterdam. Volume Magazine is a project by Archis (Amsterdam), AMO (Rotterdam) and C Lab (Columbia University, New York). Volume was created as a global idea platform to voice architecture, any… … Wikipedia
Noldus — Rebecca Noldus (* 12. Juni 1964 in Gilze en Rijen) ist eine niederländische Schriftstellerin. Inhaltsverzeichnis 1 Leben 2 Werk 3 Veröffentlichungen 4 Weblinks // … Deutsch Wikipedia
Rebecca Noldus — (* 12. Juni 1964 in Gilze en Rijen) ist eine niederländische Schriftstellerin. Inhaltsverzeichnis 1 Leben 2 Werk 3 Veröffentlichungen 4 Weblink … Deutsch Wikipedia
Eastern Docklands — Oostelijk Havengebied Neighborhood of Amsterdam … Wikipedia
Gottes Sohn ist kommen — ist ein Adventslied von Michael Weiße, das in Johann Horns Gesangbuch der Böhmischen Brüder 1544 erstmals veröffentlicht wurde. Inhaltsverzeichnis 1 Überlieferung 2 Inhalt 3 Melodie … Deutsch Wikipedia
Папендрехт — Город Папендрехт нидерл. Papendrecht Флаг Герб … Википедия