-
21 Montgolfier
n. Montgolfier, familienaam; Jacques Etienne Montgolfier (1745-1799), Franse aëronautische uitvinder die samen met zijn broer Joseph Michelde eerste luchtballon uitvond; Joseph Michel Montgolfier (1740-1810), Franse aëronautische uitvinder die samen met zijn broer Jacques Etienne de eerste luchtballon uitvond -
22 bundled software
software in een pakket, software die is inbegrepen in de prijs van een computer en samen met de computer wordt geleverd; software die wordt verkocht als deel van een pakket samen met andere software -
23 interoperable
adj. bekwaam om samen te werken; in staat samen te werken tussen twee verschillende systemen (Computers) -
24 (all) at once
(all) at oncetegelijk(ertijd), samen -
25 5 republics comprise the Soviet Union
English-Dutch dictionary > 5 republics comprise the Soviet Union
-
26 Angle
n. Germaanse stam die zich opnieuw in Engeland vestigde en de Angelsaksers samen met de Jutten en de Saksers verenigde[ ænggl] 〈 geschiedenis〉 -
27 add up
toevoegen, bijvoegen; optellenadd up♦voorbeelden:this so-called invention does not add up to much • deze zogenaamd uitvinding stelt weinig voorII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 optellen -
28 agglutinate
adj. plakkend--------v. plakken; samen voegen[ əgloe:tinneet]1 samenkleven ⇒ aaneenlijmen/hechten -
29 all (the) angles (taken together) are 180°
all (the) angles (taken together) are 180°alle hoeken van een driehoek (samen) zijn 180°English-Dutch dictionary > all (the) angles (taken together) are 180°
-
30 all
adj. al; alle--------adv. alles--------n. allemaal, allen; alles--------pron. alles; allemaal, allen, iedereenall1[ o:l] 〈zelfstandig naamwoord; geen meervoud〉♦voorbeelden:————————all21 alle(n) ⇒ allemaal, iedereen2 alles ⇒ al, allemaal♦voorbeelden:one and all, all and sundry • alles en iedereen, jan en allemanthey all have left, they have all left, all of them have left • ze zijn allemaal wegall of the soldiers • al de/alle soldatenwhat's it all about? • waar gaat het nou eigenlijk over?it's all one/the same to me • het kan me (allemaal) niet schelenall that I could see • het enige wat ik kon zienabove all • bovenal, voor allesif you can't, I'll have to do it, that's all • als jij het niet kunt, dan zal ik het moeten doen, zo simpel is/ligt datonce and for all • voorgoedafter all • per slot van rekening, toch, tenslottehe can't walk at all • hij kan helemaal niet lopenif I could do it at all • als ik het maar enigszins kon doendid you do it at all? • heb je het überhaupt/eigenlijk wel gedaan?she spoke very little if (she spoke) at all • ze zei heel weinig, als ze dan al wat zei〈 na bedanking〉 not at all • niets te danken, graag gedaanfor all I care he can get stuffed • wat mij betreft kan hij de pot opfor all I know • voor zover ik weetfor all I know, he might nog come at all • misschien komt hij helemaal niet, weet ik veelin all • in 't geheel, in totaalall in all • al met alit costs all of \\td100 • het kost niet minder dan 100 dollarand all • enzovoort〈 informeel〉 how could you do it, with your handicap and all? • hoe heb je het kunnen doen, en dan nog wel met jouw handicap?→ well well/————————all3〈 bijwoord〉♦voorbeelden:all right • in orde, okayall worn out • helemaal versletenif it's all the same to you • als het jou niets uitmaaktI've known it all along • ik heb het altijd al gewetenall at once • plotselingpaint it blue all over • schilder het helemaal blauwthere was satisfaction all round • iedereen was tevredenall too soon • (maar) al te gauwI'm all for it • ik ben er helemaal voor¶ all the same • toch, desondanksgo all out • alles geven, alles op alles zettenthe dog was all over me • de hond sprong van alle kanten tegen me opthe family were all over me • de familie verwelkomde me uitbundigall the better/sooner • des te beter/sneller→ all right all right/————————all42 enig(e)♦voorbeelden:today of all days • uitgerekend vandaagof all the nerve/ 〈 Brits-Engels〉 cheek! • wat een brutaliteit!they called on uncle Jim, of all people! • ze gingen nota bene bij oom Jim op bezoek!〈 Amerikaans-Engels〉 it's all wool • het is zuivere/100% wol1 al(le) ⇒ geheel, gans2 al(le) ⇒ ieder, elk♦voorbeelden:1 all (the) angles (taken together) are 180° • alle hoeken van een driehoek (samen) zijn 180°with all my heart • van ganser harte〈 voornamelijk Brits-Engels〉 all the morning, 〈 voornamelijk Amerikaans-Engels〉all morning • de hele morgen2 all (the) angles are 60° • elke hoek is/alle hoeken zijn 60°→ that that/ -
31 alongside
adv. naast, bij--------prep. bij, naast; samen metalongside1〈 bijwoord〉1 opzij ⇒ erlangs, aan zijn zijde♦voorbeelden:he marched alongside of his father • hij marcheerde naast zijn vader————————alongside2〈 voorzetsel〉♦voorbeelden:alongside the road • aan de kant van de wega car alongside another one • een auto naast een andere auto -
32 among
prep. te midden van; tussen, onder1 onder ⇒ te midden van, tussen♦voorbeelden:1 among the crowd • onder/in de massacustoms among the Indians • gebruiken bij de indianena man among men • mens onder de mensena rose among the thorns • een roos tussen de doornenamong themselves • onder elkaarwe have ten copies among us • we hebben samen tien exemplarenchoose among us • kies één van ons -
33 and
conj. en1 en ⇒ (samen) met, en toen/dan3 〈de woorden voor het voegwoord bepalen die erna; blijft onvertaald〉4 〈 tussen twee werkwoord〉te♦voorbeelden:and interest • met rentechildren come and go • kinderen lopen in en uittwo and two • twee aan/en tweeand so forth, and so on • enzovoort(s)and/or • en/ofshe screamed and screamed • ze gilde alsmaar doorlovely and warm • heerlijk warmcome and see • kom kijken -
34 angle
n. Germaanse stam die zich opnieuw in Engeland vestigde en de Angelsaksers samen met de Jutten en de Saksers verenigdeangle1[ ænggl] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:angle of reflection • terugkaatsingshoekangle of refraction • brekingshoekat an angle (with) • schuin (op)————————angle2II 〈 overgankelijk werkwoord〉 -
35 ascorbic
-
36 association
n. genootschap, vereniging; associatie; gemeenschap[ əsoosjie▪eesjn, əsoosie-]1 vereniging ⇒ genootschap, gezelschap, bond2 associatie ⇒ verband, verbinding♦voorbeelden:3 in association with • samen/in samenwerking met -
37 between one thing and another she could make ends meet
English-Dutch dictionary > between one thing and another she could make ends meet
-
38 both
adj. beide; samen--------conj. zowel....als--------pron. beidenboth11 beide(n) ⇒ allebei, alle twee♦voorbeelden:the girls could both sing • de meisjes konden beiden zingenI saw them both • ik heb ze allebei gezienboth of them • alle twee————————both21 beide ⇒ allebei, de/alle twee♦voorbeelden:she held up both her earrings • ze hield alle twee haar oorbellen omhoogboth girls liked him • de twee meisjes mochten hem————————both3〈voegwoord; met and〉♦voorbeelden:he was both tall and slim • hij was lang en slank -
39 bring in
-
40 chorus
n. koor; koorzang; refrein--------v. in een koor zingenchorus1[ ko:rəs] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 koor2 refrein♦voorbeelden:in chorus • samen, in koor————————chorus2〈werkwoord; chorus(s)ed〉1 in koor zingen/praten/zeggen
См. также в других словарях:
Samen — sind: Semen, pharmazeutischer Begriff für Samen einer Heilpflanze Samen im Sperma, der von den männlichen Geschlechtsorganen produzierten Samenflüssigkeit Same (Pflanze), der von einer Schutzhülle und dem Nährgewebe umgebene Keim (Embryo) Samen… … Deutsch Wikipedia
Samen [2] — Samen, 1) (Semen, Bot.) ist das bei den Phanerogamen zu seiner Vollkommenheit gelangte Pflanzenei (s.u. Ei 2), welches in der Fruchthülle sich befindet u. den Keimling umschließt, d.i. die vorgebildete neue Pflanze, durch welche die Art… … Pierer's Universal-Lexikon
Samen [1] — Samen, so v.w. Semen … Pierer's Universal-Lexikon
Samen [1] — Samen, im naturwissenschaftl. Sinne, s. Same; im biblischen Sinne soviel wie Nachkommenschaft … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Samen [2] — Samen, abessinische Landschaft, s. Semién … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Samen — (Sperma), bei Mensch und Tier die in den männlichen keimbereitenden Geschlechtsteilen (Hoden) abgesonderte, durch die Samenleiter in die zwei am hintern untern Teil der Harnblase gelegenen Samenbläschen gelangende, schleimig klebrige, weiße, zur… … Kleines Konversations-Lexikon
Samen — Samen, animalischer, das Produkt besonderer Drüsen (Hoden) im Organismus der männlichen Thiere, ist eine dickflüssige Materie von weißlicher Farbe und eigenthümlichem Geruche, wird an der Luft dünnflüssiger und durchsichtig, gerinnt durch… … Herders Conversations-Lexikon
Samen — Samen, von der Mutterpflanze aus der Samenanlage im Zustand der Reife gebildete Ausbreitungseinheit der Samenpflanzen. Der S. besteht aus dem ⇒ Embryo, der meist von Nährgewebe (⇒ Endosperm) umgeben ist, und aus der ⇒ S.schale (Testa). Nur wenige … Deutsch wörterbuch der biologie
şămen — şămén s.n. (înv.) numele unui joc de cărţi. Trimis de blaurb, 05.02.2007. Sursa: DAR … Dicționar Român
samēn — *samēn, *samæ̅n germ.?, schwach. Verb: nhd. gefallen ( Verb); ne. please (Verb); Rekontruktionsbasis: an.; Etymologie: s. ing. *sem (2), Num. Kard., Adverb … Germanisches Wörterbuch
Samen — [Aufbauwortschatz (Rating 1500 3200)] Bsp.: • Ich muss Blumensamen kaufen … Deutsch Wörterbuch