-
21 zeer
zeer1〈 het〉♦voorbeelden:1 iemand zeer doen • faire mal à qn.zich zeer doen • se faire maldat doet zeer • ça fait mal————————zeer2♦voorbeelden:zere ogen • yeux irritésII 〈 bijwoord〉1 [in hoge mate] très♦voorbeelden:een zeer lange weg • une très longue routezij hebben zeer genoten • ils se sont beaucoup amuséshet is zeer de vraag of … • il n'est pas du tout certain que … 〈+ aanvoegende wijs〉al te zeer • beaucoup tropik ben te zeer moeder, dan dat ik … • je suis bien trop mère pour … -
22 ongepast
1. bn1) inconvenant2) déplacé3) mal à l'aise2. bw1) incongrûment2) mal à propos3) mal à l'aise -
23 beroerd
♦voorbeelden:het ging beroerd • cela allait malzich beroerd voelen • se sentir patraqueberoerd van iets zijn • être malade de qc.er beroerd aan toe zijn • 〈 in moeilijke situatie〉 être dans de mauvais draps; 〈 lichamelijk〉 être à ramasser à la petite cuillère¶ niet te beroerd zijn om iets te doen • bien vouloir faire qc.te beroerd zijn om iets te doen • ne même pas être capable de faire qc. -
24 bezeren
I 〈wederkerend werkwoord; zich bezeren〉II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [pijn doen] faire mal à♦voorbeelden: -
25 buikpijn
♦voorbeelden:buikpijn hebben • avoir mal au ventre't is om er buikpijn van te krijgen • 〈 niet om aan te horen〉 cela me fait mal au ventre d'entendre cela; 〈 hachelijk〉 quel pétrin! -
26 gek
gek1〈de〉♦voorbeelden:ja, ik ben daar gek! • tu me prends pour quoi?met iemand, iets de gek steken • tourner qn., qc. en ridiculehet is zoveel waard als een gek ervoor wil geven • une chose vaut autant que ce que l'acquéreur en donneiemand voor de gek houden • se payer la tête de qn.zichzelf voor de gek houden • refuser de voir les choses en facevoor gek staan • avoir l'air ridiculeiemand voor gek zetten • ridiculiser qn.voor gek lopen • avoir l'air d'un fourijden als een gek • conduire comme un foudat is te gek om los te lopen • c'est trop fort〈 spreekwoord〉 één gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden • un fou fait plus de questions qu'un sage (ne donne) de raisons〈 spreekwoord〉 gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen • les murailles sont le papier des fous→ link=buurman buurman————————gek21 [krankzinnig] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 fou/fol/folle♦voorbeelden:1 ik ben me daar gek! • je ne suis pas fou, moi!ben je gek • ça va pas?het is om gek van te worden • c'est à devenir fouzich gek zoeken naar iets • se donner un mal fou pour trouver qc.ik word gek van hem • il me rend fou2 ben je gek! • tu es fou!hij is er gek genoeg voor • il en est bien capablehij is zo gek nog niet als hij er (wel) uitziet • il n'est pas aussi bête qu'il en a l'airdat lijkt me niet gek • ça n'est pas bêtedat is lang niet gek • ce n'est pas si bête que çagekke streken uithalen • faire des bêtiseswat een gekke vent! • quel drôle de type!je kunt het zo gek niet bedenken, verzinnen of … • on a beau se creuser la cervelle, mais …doe maar gewoon, dan doe je (al) gek genoeg • arrête de faire l'imbécilegek staan, zitten te kijken • tomber de (son) hautergens gek van opkijken • en ouvrir de grands yeuxiets geks zeggen • dire qc. d'idiotdat is te gek om los te lopen • c'est complètement idiotdat is van de gekke • c'est complètement dinguehet gekke van de zaak is … • ce qu'il y a de drôle dans l'affaire, c'est que …→ link=oud oudgek zijn op aardbeien • adorer les fraiseshet is nog niet zo gek lang geleden • il n'y a pas si longtemps¶ het moet al gek gaan als … • ce serait bien le diable si …dat is niet gek • c'est pas malte gek, zeg! • terrible!een te gekke meid • une fille du tonnerre -
27 goed
goed1〈 het〉♦voorbeelden:liggende goederen • biens immeublesroerend en onroerend goed • biens meubles et immeublesik kan daar geen goed meer doen • tout ce que je fais est mal prisgoed doen • faire le bieniemand goed doen • faire du bien à qn.het zal u veel goed doen • cela vous fera grand bieniets goeds • qc. de bonhij lust graag wat goeds • il aime les bonnes choseshoud dat mij ten goede • ne le prenez pas en mauvaise partten goede komen (aan) • profiter (à)verandering ten goede • (une) améliorationzich ten goede keren • tourner bienwe hebben nog een diner te goed • nous avons encore un dîner en perspectiveik heb nog vier vakantiedagen te goed • il me reste encore quatre jours de vacances (à prendre)je houdt het van mij te goed • je te revaudrai çadat hebben we nog te goed • ce n'est que partie remisedat heb je nog van me te goed • je dois encore te rendre cela; 〈 als dreigement〉 tu ne perds rien pour attendre!wollen goed • lainagehij heeft zijn zondagse goed aan • il porte ses habits du dimanche————————goed2♦voorbeelden:een goed jaar geleden • il y a une bonne année (de cela)is dat je goeie pak? • c'est ton beau costume?hij is een goede veertiger • il a la quarantaine bien sonnéeeen goed verliezer • un bon perdantdoe maar goed wat zout in de soep • n'hésite pas à bien saler la soupeik ben het goed zat • j'en ai par-dessus la têteik ben wel goed maar niet gek • je ne suis pas tombé sur la têtehet goed doen • bien marcherhij kan het er goed van doen • il a de quoi, il a les moyensals ik het goed heb • si je ne me trompewij hebben het goed • nous ne manquons de rien〈 ironisch〉 is het nou goed? • ça y est, maintenant?het is mij goed • (je suis) d'accordhet is ook nooit goed! • tu (il) n'es (n'est) jamais contenthij kan geen goed meer doen • on critique tout ce qu'il faitdat komt wel weer goed • ça va s'arrangergoed kunnen leren • apprendre facilementer goed op staan • 〈 letterlijk〉 être bien (sur une photo); 〈 figuurlijk〉 avoir réussi; 〈 ironisch〉 avoir tout gâchéhij heeft goed praten • il a beau direhet eten ruikt goed • le repas sent bondie jas staat je goed • ce manteau te va bienhij was niet zo goed of hij moest betalen • il a bien fallu qu'il paiedat was maar goed ook! • heureusement!zou u zo goed willen zijn … • voudriez-vous avoir la gentillesse de …het zou goed zijn, als je … • il serait bon que tu …net goed! • (c'est) bien fait!ook goed! • d'accord!dat touw is precies goed • c'est exactement la corde qu'il nous, me fautalles goed en wel maar … • c'est bien beau (tout ça), mais …ik was nog maar goed en wel thuis of … • j'étais à peine à la maison que …goed zo! • très bien!zo goed en zo kwaad als het gaat • tant bien que malgoed bij zijn • être éveillézij zijn weer goed met elkaar • ils se sont réconciliésdat is goed om te weten • c'est bon à savoirwaar is dat goed voor? • à quoi ça sert?hij is nergens goed voor • il n'est bon à riengoed voor ƒ 1000,- • bon pour 1000 florinshij is goed voor een paar ton • 〈m.b.t. bezit〉 il a bien quelques briques; 〈m.b.t. verdienen〉 il se fait bien quelques briqueshij is er niet te goed voor • il en est bien capabledat is een goeie! • elle est bien bonne!dat is te veel van het goede • c'est trop, vraimenthet goede doen • faire le bienniet veel goeds • pas grand-chose de bonzich niet goed voelen • ne pas se sentir bienzij is er goed mee • cela l'arrange bienze is onderweg niet goed geworden • elle a eu un malaise en cours de routezo goed als • pratiquementhet boek is zo goed als af • le livre est pratiquement terminé -
28 misdoen
-
29 onaardig
♦voorbeelden:dat meisje ziet er lang niet onaardig uit • cette fille n'est pas mal du toutniet onaardig • pas mal -
30 ongepast
♦voorbeelden:3 zich ergens ongepast voelen • se sentir mal à l'aise qp. -
31 bezeren
1. wwfaire mal (à), blesser2. zich bezerenwwse faire mal, se blesser -
32 kwaad
-
33 aardig
1 [vriendelijk] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 gentil 〈v.: gentille〉 〈 voor het zelfstandig naamwoord〉 〈 bijwoord〉 gentiment♦voorbeelden:een aardig mens • une personne aimableeen aardige vent • un type bienik vind je heel aardig • je t'aime bieniets niet aardig van iemand vinden • ne pas trouver qc. gentil de la part de qn.een aardige portie • une bonne portionhet heeft aardig gesneeuwd • il a pas mal neigé -
34 averechts
I 〈 bijwoord〉1 [algemeen] à l'envers2 [anders dan gehoopt, bedoeld] mal♦voorbeelden:het valt averechts uit • cela produit l'effet inversemijn stilzwijgen werd averechts opgenomen • mon silence a été mal prisII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉1 [misplaatst] déplacé2 [onjuist] faux/fausse♦voorbeelden:een averechtse uitwerking hebben • produire l'effet inverse -
35 bescheten
-
36 best
best1〈de, het〉♦voorbeelden:je moet beter je best doen • il faut que tu fasses encore plus d'effortsop zijn best • au mieuxhij is op zijn best • il donne le meilleur de lui-mêmeiets ten beste geven • faire entendre qc.————————best21 [overtreffende trap van ‘goed’] le meilleur2 [van uitstekende kwaliteit] très bon/bonne3 [braaf] bon4 [bij aanspreekwoorden]cher/chère♦voorbeelden:de beste leerlingen van de klas • les meilleurs élèves de la classeje bent een bovenste beste • tu es une perlezij kwam als de beste uit de bus • elle se révéla être la meilleurehet beste van iets hopen • espérer que tout ira pour le mieuxhet beste van iets maken • faire pour le mieuxhet beste van het beste • ce qu'il y a de mieux→ link=eerste eersteII 〈 bijwoord〉1 [overtreffende trap van ‘goed’] le mieux2 [uitstekend] très bien3 [afzwakking] assez♦voorbeelden:deze plant doet het het best op een vochtige bodem • cette plante préfère les terrains humidesjij kent hem het beste • c'est toi qui le connais le mieuxje weet het best • tu le sais fort bienniet zo best • pas fameuxhoe gaat het? best • ça va? pas mal→ link=lest lesthet is best een goed boek • ce livre n'est pas malik vind het best lekker • ce n'est pas mauvais du toutdat is best moeilijk • c'est plutôt difficilehij heeft het er best moeilijk mee • à vrai dire c'est difficile pour luihet is best mogelijk • c'est bien possibledat zou best kunnen • cela se pourrait bienbest wel • bel et bienik heb er best wel onder geleden • je ne cache pas que j'en ai souffert -
37 doen
doen1〈 het〉♦voorbeelden:¶ iemands doen en laten • les faits et gestes de qn.uit zijn gewone doen zijn • ne pas être dans son assiettein goeden doen zijn • vivre dans l'aisanceergens mee van doen hebben • avoir à voir dans qc.voor hun doen • pour euxdat is geen doen • ça n'est pas faisable————————doen21 [algemeen] faire2 [ergens plaatsen; ook m.b.t. tijdsduur] mettre3 [+ het][gewenste (uit)werking hebben] faire♦voorbeelden:1 iemand iets cadeau doen • faire cadeau de qc. à qn.die toeristen deden Europa in 7 dagen • ces touristes ont fait l'Europe en 7 joursze doet het erom • elle le fait exprèsde kamer doen • faire le ménageeen oproep doen • faire un appelgewichtig doen • faire l'importantiemand doen begrijpen dat … • faire comprendre à qn. que …wat heeft dat kind gedaan? • qu'est-ce qu'il a fait de mal, ce petit?het is met hem gedaan • c'en est fait de luinu is het gedaan • c'est la fin de toutiets gedaan weten te krijgen • obtenir qc. (de qn.)als je het dan toch moet doen … • tant qu'à faire …roken doet hij niet • il ne fume pasdoen toenemen • augmenterdat wordt altijd zo gedaan • c'est l'habitudedat doet men niet • cela ne se fait pasik doe het • d'accordhet deed me niets • ça ne m'a rien faitwat doet die man (voor de kost)? • que fait cet homme (dans la vie)?moet je wat doen? • tu dois aller quelque part?zo'n ervaring doet je wat • une expérience comme ça, ça (te) fait quelque choseal doende leert men • en faisant, on apprendwat moet ik daarmee doen? • qu'est-ce que vous voulez que j'en fasse?u zou er beter aan doen uw mond te houden • vous feriez mieux de vous taireik doe er twee uur over • je mets deux heures (à <+ onbepaalde wijs>); 〈m.b.t. werk ook〉 je le fais en deux heureszout erbij doen • ajouter du seldat doet mij goed • cela me fait du bienheb ik daar kwaad aan gedaan? • est-ce que j'ai mal fait?lief doen • se montrer aimablehij heeft het meer gedaan • il n'en est pas à son coup d'essaizij deed niets dan praten • elle n'a fait que parlerverstandig doen • agir de façon raisonnablevreemd doen • avoir un comportement bizarrehij zingt beter dan hij vroeger deed • il chante mieux qu'avantzij doen niets aan hun geloof • ils ne sont pas pratiquantsaan de slanke lijn doen • faire un régime (amaigrissant)aan sport doen • faire du sporthij doet in textiel • il est dans le textilehij doet lang over dat boek • il met du temps à lire ce livreveel te doen hebben • avoir beaucoup à fairein die stad is veel te doen • dans cette ville on peut faire un tas de chosesniet weten wat te doen • ne savoir que fairedat is te doen • c'est faisableer is veel over te doen geweest • cela a fait du bruitkunt u iets voor hem doen? • pouvez-vous (faire) qc. pour lui?je doet maar! • (tu) fais ce que tu veux!2 iets in zijn zak doen • mettre qc. dans sa pochedie poster doet het daar goed • cette affiche fait bien à cet endroithet zijn onze programma's die het hem doen • c'est la qualité de nos programmes qui fait notre succèsde kleur doet het hem • tout est dans la couleurik doe het ermee • avec ça, j'arrive à m'en tirerhij kan het ermee doen • ça lui apprendrahet moeten doen met … • devoir se contenter de …ik kan er niets aan doen • je n'y peux rienkan ik er iets aan doen! • qu'est-ce que tu veux que j'y fasse!er het zwijgen toe doen • préférer se tairedat doet er niets toe • cela ne fait rienmet iemand te doen hebben • 〈 ruzie〉 avoir un compte à régler avec qn.; 〈 medelijden〉 avoir pitié de qn.met iemand te doen krijgen • avoir affaire à qn.het is hem te doen om • ce qu'il veut, c'esthet is me niet om het geld te doen • ce n'est pas pour ce que ça me rapportezich aan iets te goed doen • se régaler de qc. 〈 ook figuurlijk〉 -
38 er slecht aan toe zijn
er slecht aan toe zijn———————— -
39 erg
erg1〈 het〉♦voorbeelden:¶ erg in iets krijgen • se rendre compte de qc.ik deed het zonder erg • je n'y entendais pas maliceergens geen erg in hebben • ne pas se rendre compte de qc.————————erg21 [onaangenaam] mauvais2 [te betreuren; slecht] grave3 [hevig] très4 [zorgelijk] mal♦voorbeelden:en wat erger is • et qui pis esthet erger maken dan het is • exagérer qc.wat erg! • quel malheur!op het ergste voorbereid zijn • être préparé au pirehet ergste hebben we gehad • 〈 handeling〉 le plus fort est fait; 〈 toestand〉 le plus terrible est passé2 dit is erg, maar dat is nog erger • c'est grave, mais ça c'est pireiets erg vinden • être désolé de qc.als u het niet erg vindt • si cela ne vous dérange paszijn ergste vijand • son pire ennemide regen is nu op zijn ergst • nous sommes au plus fort de l'aversehet wordt steeds erger met hem • il va de plus en plus malII 〈 bijwoord〉♦voorbeelden:1 erg op iets (gesteld) zijn • tenir beaucoup à qc.niet erg waarschijnlijk • peu probable -
40 euvel
См. также в других словарях:
MAL — Le propre du mal tient en ceci qu’il ne peut être nommé, pensé, vécu qu’en relation avec une certaine idée du bien. Qu’il n’y ait pas de bien en soi, que ce que les hommes appellent le bien soit relatif aux situations et aux cultures, et le mal… … Encyclopédie Universelle
mal — mal, ale (mal, ma l ; au pluriel, maux, qu on prononce mô ; l x se lie : des mô z affreux) 1° Adj. Quinuit, qui blesse. 2° S. m. Ce qui nuit, ce qui blesse. 3° La part de mal qui, aux yeux de l homme, règne dans l univers. 4° Ce qui est… … Dictionnaire de la Langue Française d'Émile Littré
mal — mal·a·bar; mal·a·can·thid; mal·a·cob·del·lid; mal·a·cop·te·ryg·ian; mal·a·ga; mal·a·gasy; mal·a·pert; mal·a·prop; mal·ap·ro·pos; mal·content; mal·dan·id; mal·div·i·an; mal·e·dict; mal·function; mal·ice; mal·le·ate; mal·lee; mal·let; mal·odor·ant; … English syllables
mal — MAL, male. adj. Meschant, mauvais. Il n est en usage que dans quelques mots composez qui se trouveront chacun dans leur ordre sous leur simple, comme, Malheur. maltalent. malencontre. maladventure. à la maleheure, &c. Mal. s. m. Ce qui est… … Dictionnaire de l'Académie française
Mal Meninga — Personal information Full name Malcolm Norman Meninga … Wikipedia
Mal Waldron — (1987) Malcolm Earl Waldron (* 16. August 1925[1] in New York City, New York; † 2. Dezember 2002 in Brüssel, Belgien) war ein US amerikanischer Pianist des Mo … Deutsch Wikipedia
mal — adjetivo 1. (antepuesto a s. m. o infinitivo) Malo: Es un mal amigo. Tiene un mal despertar. sustantivo masculino 1. Contrario al bien o a la razón: Las fuerzas del mal se aliaban contra el héroe de la película. 2. Daño moral: Le puedo hacer… … Diccionario Salamanca de la Lengua Española
MAL (gene) — Mal, T cell differentiation protein, also known as MAL, is a human gene.cite web | title = Entrez Gene: MAL mal, T cell differentiation protein| url = http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=gene Cmd=ShowDetailView TermToSearch=4118|… … Wikipedia
mal — Mal, Malum, Maleficium. Un mal qui vient soudain, Maturum malum. Quand le mal infini croissoit de plus en plus, Quum serperet in vrbe infinitum malum. Le vent m a fait mal en la teste, Mihi de vento condoluit caput, B. ex Plauto. Ce mal est entré … Thresor de la langue françoyse
Mal Waldron — in 1987 Background information Birth name Malcolm Earl Waldron Born August 16, 1925 … Wikipedia
Mal (Sänger) — Mal ist der Künstlername des britischen Sängers Paul Bradley Couling (* 27. Februar 1944 in Llanfrechfa, Wales; weitere Pseudonyme: Paul Bradley, Michael Florence und Mal Ryder), der seit Mitte der 1960er Jahre in Italien lebt und dort einer der… … Deutsch Wikipedia