-
1 bevestiging
affirmation -
2 toestemming
affirmation, autorisation, licence, permis, permission -
3 bewering
vassertion f, affirmation f -
4 appel
appel1〈de〉♦voorbeelden:〈 spreekwoord〉 de appel valt niet ver van de boom (stam) • tel père, tel fils〈 spreekwoord〉 één rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand • il ne faut qu'une brebis galeuse pour gâter (tout) un troupeau————————appel2〈 het〉♦voorbeelden:appel blazen • sonner l'appelappel houden • faire l'appeltegen die bewering teken ik appel aan • je m'inscris en faux contre cette affirmationeen appel aan • un appel àin appel gaan • aller en appeldie hond is onder appel • ce chien obéit à l'appel¶ iemand onder appel hebben • avoir qn. sous sa coupe -
5 assertiviteit
-
6 assertiviteitstraining
-
7 bewering
-
8 boud
♦voorbeelden: -
9 controleerbaar
♦voorbeelden: -
10 die bewering houdt geen steek
die bewering houdt geen steek -
11 die bewering is uit de lucht gegrepen
die bewering is uit de lucht gegrepenDeens-Russisch woordenboek > die bewering is uit de lucht gegrepen
-
12 die bewering mist alle grond
die bewering mist alle grond -
13 een boude bewering
een boude bewering -
14 een verder niet controleerbare bewering
een verder niet controleerbare beweringDeens-Russisch woordenboek > een verder niet controleerbare bewering
-
15 grond
♦voorbeelden:gelijk met de begane grond • au plain piedgroente van de koude grond • légume de pleine terrelosse grond • terre meublehij voelde de grond onder zich wegzinken • il sentit le sol se dérober sous ses pieds 〈 ook figuurlijk〉een vliegtuig aan de grond zetten • atterrirals aan de grond genageld staan • rester cloué sur placedoor de grond (kunnen) gaan • 〈 van schaamte〉 vouloir rentrer (à cent pieds) sous terre; 〈 van pijn〉 souffrir le martyreiets met de grond gelijk maken • raser qc.; 〈 figuurlijk〉 démolir qc.iemand onder de grond stoppen • mettre qn. dans le trouop de grond • par terreop de grond slapen • coucher sur la dureeen gebouw tegen de grond gooien • abattre un bâtimenttot de grond toe afbranden • brûler complètementeen schip de grond in boren • couler un navire〈 figuurlijk〉 iemand, iets de grond in boren • descendre qn., qc. (en flamme(s))in de grond is hij een goeie jongen • dans le fond c'est un bon garçonin de grond van mijn hart • au fond de mon coeurdat komt uit de grond van zijn hart • ça vient du fond de son coeur3 iets op goede gronden verwerpen • rejeter qc. pour de bonnes raisonsiets op losse gronden aannemen • accepter qc. sans raisons valablesdie bewering mist alle grond • cette affirmation est dénuée de tout fondementop grond van zijn huidskleur • à cause de la couleur de sa peauop grond van artikel 26 • en vertu de l'article 26aan iets ten gronde liggen • être à la base de qc.niet zonder grond was hij ontevreden • ce n'était pas sans raison qu'il était mécontent¶ iemand, iets te gronde richten • ruiner qn., qc.iets uit de grond stampen • faire surgir en moins de deux qc.→ link=water water -
16 lucht
♦voorbeelden:in de open lucht • en plein airgeen lucht kunnen krijgen • avoir la respiration coupéevan de lucht leven • vivre de l'air du tempsde vogel vliegt in de lucht • l'oiseau vole dans le ciel〈 figuurlijk〉 dat hangt in de lucht • 〈 komt eraan〉 c'est dans l'air; 〈 is ongefundeerd〉 cela ne repose sur rienmet de benen in de lucht • les jambes en l'airer zit onweer in de lucht • il y a de l'orage dans l'aireen uit de lucht gegrepen verhaal • une histoire inventée de toutes pièceseen bewolkte lucht • un ciel couvertde lucht betrekt • le ciel se couvrehet onweer is niet van de lucht • l'orage est partoutdoen of iemand lucht is • faire comme si qn. n'existait pashet gemopper is niet van de lucht • on n'en finit pas de ronchonner -
17 steek
5 [hoofddeksel] chapeau 〈m.〉 à cornes ⇒ 〈 met twee punten〉 bicorne 〈m.〉 ⇒ 〈 met drie punten〉 tricorne 〈m.〉♦voorbeelden:iemand een steek toebrengen • porter un coup à qn.een rechte steek breien • tricoter une maille à l'endroit〈 figuurlijk〉 iets met zaterdagse steken maken • faire qc. à la va-vitedie bewering houdt geen steek • cette affirmation ne tient pas deboutiemand in de steek laten • laisser tomber qn.zijn geheugen liet hem in de steek • il a eu un trou de mémoiregeen steek • rien du toutgeen steek zien • n'y voir gouttegeen steek uitvoeren • ne rien fichergeen steek waard zijn • ne pas valoir tripette→ link=breister breister -
18 stelligheid
♦voorbeelden:dit bericht wordt met stelligheid tegengesproken • on a démenti formellement cette nouvelle -
19 tegen die bewering teken ik appel aan
tegen die bewering teken ik appel aanDeens-Russisch woordenboek > tegen die bewering teken ik appel aan
-
20 zelfbevestiging
См. также в других словарях:
affirmation — [ afirmasjɔ̃ ] n. f. • 1313; affermation XIIe; lat. affirmatio 1 ♦ Action d affirmer, de donner pour vrai un jugement (qu il soit, dans la forme, affirmatif ou négatif); le jugement ainsi énoncé (opposé à interrogation).⇒ assertion, proposition.… … Encyclopédie Universelle
affirmation — I noun absolute assertion, acknowledgment, acquiescence, adfirmatio, adjurement, affirmance, approval, assertion, assertory oath, asseveration, attest, attestation, authentication, averment, avouchment, avowal, certification, confirmation,… … Law dictionary
Affirmation — • A solemn declaration accepted in legal procedure in lieu of the requisite oath Catholic Encyclopedia. Kevin Knight. 2006. Affirmation Affirmation … Catholic encyclopedia
affirmation — AFFIRMATION. s. f. Expression par laquelle on assure qu une chose est vraie. Il n est guère d usage qu au Palais, où il se prend pour, Assurance avec serment, et dans les formes juridiques. Prendre un acte d affirmation. Je m en rapporte à votre… … Dictionnaire de l'Académie Française 1798
affirmation — Affirmation. s. f. Asseurance qu une chose est vraye. Il n a guere d usage qu au Palais, où il se prend pour, Asseurance par serment, & dans les formes juridiques. Prendre un acte d affirmation. je m en rapporte à vostre affirmation. le Juge a… … Dictionnaire de l'Académie française
Affirmation — is a declaration that something is true. It may also refer to:* a positive judgment: in logic, the union of the subject and predicate of a proposition * Affirmation in law, a declaration made by and allowed to those who conscientiously object to… … Wikipedia
Affirmation — Af fir*ma tion, n. [L. affirmatio: cf. F. affirmation.] 1. Confirmation of anything established; ratification; as, the affirmation of a law. Hooker. [1913 Webster] 2. The act of affirming or asserting as true; assertion; opposed to {negation} or… … The Collaborative International Dictionary of English
affirmation — (n.) early 15c., assertion that something is true, from O.Fr. afermacion (14c.), from L. affirmationem (nom. affirmatio) an affirmation, solid assurance, noun of action from pp. stem of affirmare (see AFFIRM (Cf. affirm)). In law, as the Quaker… … Etymology dictionary
Affirmation — (lat.), Bejahung, Bestätigung; Gegensatz der A. ist die Negation (s. d.); affirmativ, bejahend … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Affirmation — (lat.), Bejahung, Bestätigung; affirmatīv bejahend; affirmieren, bekräftigen, bejahen … Kleines Konversations-Lexikon
Affirmation — Affirmation, Bejahung, Verb. affirmiren, Adject. affirmativ … Herders Conversations-Lexikon