-
1 zum x-ten Male
zum x-ten Mal(e) -
2 Last
〈v.; Last, Lasten〉1 last, vracht ⇒ lading; gewicht♦voorbeelden:unter der Last der Beweise • onder de druk van de bewijzenjemandem etwas zur Last legen • iemand iets ten laste leggenmir zu Lasten, zu meinen Lasten • te mijnen lastedas geht zu Lasten, zulasten des Staates • dat valt ten laste van de staat -
3 auf
auf1〈 bijwoord〉1 op ⇒ (naar) omhoog2 vooruit, komaan!♦voorbeelden:〈 informeel〉 auf und davon • ervandoor, weg2 auf, an die Arbeit! • vooruit, aan het werk!3 Augen auf! • ogen open!————————auf2〈voorzetsel + 3,4〉4 op ⇒ na, naar5 op 〈 bepaling van wijze, graad, middel〉 ⇒ in, ten6 op 〈 doel, reden, vaste verbindingen〉8 van/op (een afstand van)♦voorbeelden:auf der Post arbeiten • bij de post werkenauf Urlaub gehen • met vakantie gaandieses Fenster geht auf die Straße hinaus • dit raam kijkt op de straat uitauf dem Land wohnen • op het platteland wonenaufs Dorf, aufs Land ziehen • naar het dorp, naar het platteland trekkennass bis auf die Haut • nat tot op het lijf2 auf einen Augenblick, einige Jahre • voor een ogenblik, enkele jarenauf immer • voor altijd3 auf morgen! • tot morgen!4 Stunde auf Stunde • uur na uur, urenlangin der Nacht vom 30. auf den 31. März • in de nacht van 30 op 31 maartauf Deutsch • in het Duitsauf jeden Fall • in ieder gevalauf Kosten seiner Nachtruhe • ten koste van zijn nachtrustauf eigene Rechnung • voor eigen rekening, op eigen risicoauf diese Weise • op deze, die manierauf einen Zug • in één teugaufs herzlichste, Herzlichste grüßen • zeer hartelijk groetenaufs höchste, Höchste erstaunt • ten zeerste verbaasdaufs neue, Neue • opnieuwaufs strengste, Strengste verboten • ten strengste verbodenauf diese Nachricht hin • naar aanleiding van dit berichtauf jedes Kind entfällt ein Apfel • er is één appel per kind9 es geht auf den Abend, zwei Uhr • het loopt tegen de avond, twee uurein Viertel auf zwei • kwart over ééndrei Viertel auf zwei • kwart voor twee¶ sich auf jung, neu kleiden • zich jong, nieuw kledenes hat nichts auf sich • het heeft niets te betekenenalle bis auf meinen Freund • allen op mijn vriend na -
4 Grab
〈o.; Grab(e)s, Gräber〉♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 damit habe ich mir selbst mein Grab gegraben, geschaufelt • daarmee heb ik mijn eigen graf gegravenbis ans Grab, bis ins Grab, bis über das Grab hinaus • tot in de dood, tot aan gene zijde van het graf〈 figuurlijk〉 jemanden ins Grab bringen • iemand ten grave slepen, iemands ondergang betekenen〈 figuurlijk〉 ins Grab sinken • ten grave dalen, overlijdenzu Grabe tragen • ten grave dragenseine Hoffnungen zu Grabe tragen • de hoop opgeven -
5 Himmel
Himmel〈m.; Himmels, Himmel〉♦voorbeelden:unter freiem Himmel • in de open luchtam politischen Himmel • op politiek terreinso weit der Himmel reicht • zover het oog reiktder Turm ragt in den Himmel hinein • de toren rijst ten hemeletwas fällt nicht einfach vom Himmel • iets gebeurt niet zo maarjemandem hängt der Himmel voller Geigen • iemand is in de zevende hemelaus allen Himmeln fallen • helemaal gedesillusioneerd worden〈 informeel〉 Gott im Himmel! • wel allemachtig!etwas schreit, 〈 informeel〉stinkt zum Himmel • iets schreit ten hemel, iets is hemeltergendHimmel und Hölle in Bewegung setzen • hemel en aarde bewegenHimmel und Hölle spielen • hinkelen〈 informeel〉 Himmel, Kreuz, Donnerwetter! • alle donders nog an toe!〈 informeel〉 (ach) du lieber Himmel! • och hemel!, hemeltje!〈 informeel〉 das mag der Himmel wissen! • dat mag Joost weten!um (des) Himmels willen • in 's hemelsnaam -
6 Schluss
Schluss!afgelopen uit!————————〈m.; Schlusses, Schlüsse〉1 conclusie, gevolgtrekking ⇒ besluit, slotsom2 slot, einde ⇒ sluiting; ontknoping♦voorbeelden:1 Schlüsse ziehen • concluderen, conclusies trekkenSchluss jetzt, damit! • en nou is het uit, afgelopen!Schluss! • afgelopen uit!mit etwas Schluss machen • met iets ophoudenmit jemandem Schluss machen • het met iemand uitmakenes ist Schluss mit einer Sache • iets is ten einde, afgelopen〈 informeel〉 mit ihm ist Schluss • (a) het is voorbij, afgelopen met hem; (b) hij kan niet meer, is kapot • (c) hij is geruïneerdam Schluss • ten slotte, op het eindam Schluss marschieren • helemaal achteraan marcherenSchluss für heute! • voor vandaag is het genoeg, welletjes!zum Schluss • ten slotte, uiteindelijk, tot slot -
7 Abschluss
Abschluss〈m.〉1 afsluiting ⇒ einde, beëindiging2 (af)sluiting, het sluiten ⇒ ondertekening♦voorbeelden:zum Abschluss • ten slotte, tot besluitetwas zum Abschluss bringen • iets ten einde brengen, beëindigenzum Abschluss gelangen, kommen • tot een einde komen -
8 Behuf
Behuf〈m.〉 〈verouderd; administratie〉♦voorbeelden:¶ zu diesem Behuf(e) • voor dit doel, te dien eindezum Behuf(e) der Kinder • ten behoeve, ten bate van de kinderen -
9 Grund
〈m.; Grund(e)s, Gründe〉2 grond, bodem4 fond, onder-, achtergrond6 〈verouderd; formeel〉(diepste punt van een) dal, laagte♦voorbeelden:es gibt nicht den geringsten, keinen Grund dazu • daar bestaat, is niet de geringste aanleiding toeer hat wenig Grund, sich zu freuen • er is weinig reden voor hem om zich te verheugendas hat schon seine Gründe • daar zijn goede redenen voorauf Grund, aufgrund Ihres Schreibens • naar aanleiding van uw schrijvenaus diesem Grund(e) • om deze redenaus, mit gutem Grund • met reden, terecht, op goede grondendafür gibt es keine Gründe • daar zijn geen redenen, termen voor aanwezig(allen) Grund für eine Sache, zu einer Sache haben • (alle) reden tot iets hebbenseinen Grund in einer Sache haben • zijn oorzaak in iets vindenohne jeden Grund • zonder enige redenohne ersichtlichen Grund • zonder (duidelijk) aanwijsbare oorzaakGründe für und wider • argumenten voor en tegen2 (keinen) Grund (unter den Füßen) haben • (geen) vaste grond, bodem onder de voeten hebbendas Schiff ist auf Grund gelaufen • het schip is aan de grond gelopen3 den Grund (zu einer Sache) legen • het fundament (voor iets) leggen; 〈 ook figuurlijk〉 de grondslag (voor iets) leggenauf Grund, aufgrund 〈 met 2e naamval〉 • op grond, basis van, naar aanleiding van, krachtenseiner Sache auf den Grund gehen • een zaak grondig onderzoeken, nagaanein Gebäude bis auf den Grund abreißen, zerstören • een gebouw met de grond gelijkmakenim Grunde (genommen) • in de grond van de zaakvon Grund auf, aus • door en doorjemanden in Grund und Boden reden • (a) iemand onder de tafel praten; (b) iemand niet aan het woord latensich in Grund und Boden schämen • zich doodschamenetwas in Grund und Boden schießen • iets platschieten, in puin schieten -
10 Gunst
〈v.; Gunst〉♦voorbeelden:1 die Gunst des Schicksals • het gelukkige toeval, de fortuindie Gunst der Umstände • de gunstige gelegenheidnach Gunst urteilen • partijdig, vooringenomen oordelenzu meinen Gunsten • te mijnen gunste, in mijn voordeelzu Gunsten des Betrieb(e)s • ten gunste, ten bate van het bedrijf -
11 Kampf
〈m.; Kampf(e)s, Kämpfe〉1 strijd, gevecht 〈 ook figuurlijk〉2 〈 sport en spel〉wedstrijd, kamp, match♦voorbeelden:1 Kampf den Atomwaffen! • weg met de kernwapens!seelische Kämpfe • innerlijke conflictendie sozialen Kämpfe des vorigen Jahrhunderts • de sociale strijd tijdens de vorige eeuwjemandem den Kampf ansagen • tegen iemand ten strijde trekkenin den Kampf ziehen • ten strijde trekkender Kampf ums Dasein • de strijd om het bestaan, struggle for life -
12 Letzt
-
13 Taufe
Taufe〈v.; Taufe, Taufen〉♦voorbeelden:jemanden über die Taufe halten, 〈 verouderd〉aus der Taufe heben • over iemand ten doop staan 〈 als peetvader of peetmoeder〉 -
14 Tod
〈m.; Tod(e)s, Tode〉♦voorbeelden:eines natürlichen Todes sterben • een natuurlijke dood sterventausend Tode sterben • duizend doden sterven, duizend angsten uitstaandu holst dir noch den Tod! • je gaat er nog aan (kapot)!dem Tode geweiht • ten dode opgeschrevenauf den Tod (darnieder)liegen • doodziek zijn〈informeel; figuurlijk〉 auf den Tod • absoluut, helemaal(bis) über den Tod hinaus • over de dood, het graf heen〈 formeel〉 in den Tod gehen • de dood ingaan, vindenmit dem Tod(e) spielen • met zijn leven spelensich zu Tode arbeiten • zich dood-, kapotwerkenzu Tode erkrankt • doodziekzu Tode kommen • aan zijn einde komen〈 figuurlijk〉 etwas zu Tode reden, reiten • over iets blijven doorzeuren, doormalensich zu Tode schämen • zich doodschamensich zu Tode siegen • een Pyrrusoverwinning behalenbis zum Tod(e) • tot de doodjemanden zum Tode verurteilen • iemand ter dood veroordelenTod und Teufel! • verdomd!sich nicht vor Tod und Teufel fürchten • voor de duivel niet bang zijnder Tod schont keinen • de dood verschoont niemand -
15 Welt
〈v.; Welt, Welten〉♦voorbeelden:das ist eine verkehrte Welt • dat is de wereld op zijn kop〈 informeel〉 die vornehme Welt • de betere, hogere kringen〈 informeel〉 so etwas hat die Welt noch nicht erlebt, gesehen! • zoiets is nog nooit vertoond!〈 informeel〉 das ist ja nicht die Welt! • dat is toch niet zo veel, zo erg!〈 informeel〉 alle Welt • Jan en alleman, iedereendas Beste, Schönste auf, in der Welt • het beste, mooiste van de wereldauf die, zur Welt kommen • ter wereld komenaus aller Welt • overal vandaan, (van)uit de hele wereld〈 informeel〉 nicht aus der Welt sein • niet ver weg zijn, liggen, wonensich durch die Welt schlagen • zich door het leven slaanin alle Welt • overal heenin aller Welt bekannt • overal, over de hele wereld bekendüberall in der Welt • overal ter werelder ist viel, weit in der Welt herumgekommen • hij heeft veel van de wereld gezien〈informeel; figuurlijk〉 ein Gerücht in die Welt setzen • een gerucht in omloop brengen, verspreiden〈informeel; figuurlijk〉 um nichts in der Welt, nicht um alles in der Welt • voor geen goud, geld (ter wereld)um die halbe Welt kommen • de halve wereld afreizenvor aller Welt • in het openbaar, ten aanschouwen van iedereen¶ was in aller Welt! • wat voor de drommel?warum in aller Welt? • waarom in vredesnaam? -
16 anlasten
anlasten♦voorbeelden: -
17 auskosten
-
18 auslasten
auslasten1 be-, volladen2 (ten volle) belasten, benutten♦voorbeelden:2 das Unternehmen ist (voll) ausgelastet • de productiecapaciteit van de onderneming wordt ten volle benut -
19 ausleben
-
20 bitten
bitten1 vragen, verzoeken♦voorbeelden:darf ich bitten? • mag ik deze dans van u, jou?der Herr Direktor lässt bitten! • de directeur verwacht u, je!(aber) ich bitte Sie! • hoe kunt u zoiets, dat nou zeggen!da muss ich doch sehr bitten! • zo gaat dat niet!da möchte ich doch sehr darum gebeten haben! • dat zou ik toch denken!ich bitte um Entschuldigung, Verzeihung! • pardon!darf ich um Ihren Namen bitten? • hoe is uw naam?darf ich um das Salz bitten? • mag ik het zout (, alstublieft)?ich bat ihn ins Zimmer • ik vroeg hem de kamer binnen te komenich habe Sie zu mir gebeten • ik heb u gevraagd (om) bij mij te komenjemanden zum Essen, zu Tisch bitten • iemand ten eten vragenjemanden zum Tanz bitten • iemand ten dans vragen
См. также в других словарях:
TEN — steht für: Toxische epidermale Nekrolyse eine Hautveränderung mit blasiger Ablösungen der Epidermis Transeuropäische Netze (Trans European Networks), Beitrag der EU zur Umsetzung und Entwicklung des Binnenmarktes Third World European Network,… … Deutsch Wikipedia
ten — [ten] number, n [: Old English; Origin: tien] 1.) the number 10 ▪ Snow had been falling steadily for ten days. ▪ I need to be home by ten (=ten o clock) . ▪ At the time, she was about ten (=ten years old) . 2.) ten to one informal used to say… … Dictionary of contemporary English
Ten — steht für: Toxische epidermale Nekrolyse eine Hautveränderung mit blasiger Ablösungen der Epidermis Transeuropäische Netze (Trans European Networks), Beitrag der EU zur Umsetzung und Entwicklung des Binnenmarktes Third World European Network,… … Deutsch Wikipedia
ten — /ten/, n. 1. a cardinal number, nine plus one. 2. a symbol for this number, as 10 or X. 3. a set of this many persons or things. 4. a playing card with ten pips. 5. Informal. a ten dollar bill: She had two tens and a five in her purse. 6. Also… … Universalium
ten- — [ten] prefix combining form TENO : used before a vowel * * * To stretch. Derivatives include tendon, pretend, hypotenuse, tenement, tenor, entertain … Universalium
ten — TEN, tenuri, s.n. Culoarea şi însuşirile pielii obrazului; p. ext. pielea obrazului. ♢ Fond de ten = produs de cosmetică de consistenţă păstoasă sau lichidă, gras, de culoarea pudrei, folosit ca fard. – Din fr. teint. Trimis de RACAI, 13.09.2007 … Dicționar Român
ten — O.E. ten (Mercian), tien (W.Saxon), from P.Gmc. *tekhan (Cf. O.S. tehan, O.N. tiu, Dan. ti, O.Fris. tian, O.Du. ten, Du. tien, O.H.G. zehan, Ger. zehn, Goth. taihun ten ), from PIE *dekm … Etymology dictionary
Ten'ō — (天応, Ten ō?) fue el nombre de una era japonesa (年号, nengō … Wikipedia Español
ten — {{/stl 13}}{{stl 8}}przym. IIIa, lm M. m i B. mnż ten, pozostałe formy utworzone od tematu t ; lp B. ż tę; lm M. mos ci {{/stl 8}}{{stl 20}} {{/stl 20}}{{stl 12}}1. {{/stl 12}}{{stl 7}} jako określenie rzeczownika wyodrębnia kogoś lub coś… … Langenscheidt Polski wyjaśnień
ten — [ten] adj. [ME < OE ten, tȳn, tene, akin to Ger zehn < IE * dék̑ṃ, ten > Sans dáça, Gr dēka, L decem] totaling one more than nine n. 1. the cardinal number between nine and eleven; 10; X 2. any group of ten people or things 3. something… … English World dictionary
ten — ► CARDINAL NUMBER ▪ one more than nine; 10. (Roman numeral: x or X.) ● ten out of ten Cf. ↑ten out of ten ● ten to one Cf. ↑ten to one DERIVATI … English terms dictionary