-
81 ik heb mij te barsten gelachen
ik heb mij te barsten gelachenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik heb mij te barsten gelachen
-
82 ik kreeg een rolberoerte van het lachen
ik kreeg een rolberoerte van het lachenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik kreeg een rolberoerte van het lachen
-
83 in een onderdeel van een seconde
in een onderdeel van een secondeVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > in een onderdeel van een seconde
-
84 kapot
♦voorbeelden:dat kopje is kapot • that cup is broken/crackedhet raam was kapot • the window was broken/smashedde sigarettenautomaat is kapot • the cigarette machine is out of orderzich kapot vervelen • be bored stiff/to tearszich kapot werken • work one's fingers to the bonekapot zitten • be dead tiredkapot van vermoeidheid • worn out, exhaustedkapot van verdriet • broken(-hearted) with griefhij is niet kapot te krijgen • he's a tough one/cookieergens kapot van zijn • be (all) cut up about something5 ik ben er niet kapot van • I'm not mad/wild about it -
85 kloof
-
86 mij
1 me♦voorbeelden:moet u mij hebben? • are you looking for me?〈 ironisch〉 dan moet je net mij hebben! • well, you know me!dat is van mij • that's mineeen vriend van mij • a friend of minedat is mij te duur • that's too expensive for meII 〈 wederkerig voornaamwoord〉1 myself♦voorbeelden:ik schaam mij zeer • I am deeply ashamed -
87 muggenziften
-
88 ondeelbaar
1 [niet deelbaar] indivisible2 [zeer klein] infinitesimal♦voorbeelden:II 〈 bijwoord〉♦voorbeelden: -
89 ongeluk
2 [ongunstige toestand] misfortune3 [(verkeers)ongeval] (traffic) accident♦voorbeelden:een ongeluk begaan aan iemand • cause someone an injurykijk uit, er gebeuren ongelukken! • look out, or you'll have an accident!een ongeluk krijgen • have an accidenteen ongeluk zit in een klein hoekje • accidents can happenhij zou zich eens een ongeluk kunnen begaan • he might do something to himselfbij/per ongeluk • accidentally, by accidentper ongeluk iets verklappen • inadvertently let something slipzich een ongeluk lachen • split one's sides (laughing)iemand zich een ongeluk laten schrikken • scare the wits out of someonezich een ongeluk schreeuwen • shout one's head offwe schrokken ons een ongeluk • we had a terrible fright -
90 op alle slakken zout leggen
op alle slakken zout leggen————————op alle slakken zout leggenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > op alle slakken zout leggen
-
91 opdelen
-
92 opsplitsen
1 split/break up (into) -
93 persoonlijkheid
1 [iemand met een zeer persoonlijk karakter] personality♦voorbeelden:zij is een persoonlijkheid • she's got personalityVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > persoonlijkheid
-
94 rolberoerte
-
95 rot
rot1I 〈 het〉3 [rij manschappen] file4 [vier tegen elkaar gezette geweren] stack♦voorbeelden:II 〈de〉♦voorbeelden:————————rot2♦voorbeelden:door en door rot, zo rot als een mispel • rotten to the corehet is om je rot te lachen • it's enough to make a cat laughzich rot lachen • split one's sides laughingzich rot vervelen • be bored to tears -
96 schaduwspits
-
97 scheur
2 [met betrekking tot weefsel/papier] tear3 [informeel] [(grote) mond] trap♦voorbeelden:zijn scheur opentrekken • open one's big mouth -
98 scheuren
1 [stuktrekken] tear2 [verscheuren] tear (up)3 [losrukken, ook figuurlijk] tear (away)♦voorbeelden:2 iets doormidden scheuren • tear something in two/half2 [hard rijden] tear♦voorbeelden:1 pas op, het papier zal scheuren • be careful, the paper will tearuit zijn kleren scheuren • burst out of one's clothes -
99 schizofreen
schizofreen1〈de〉————————schizofreen21 [gespleten, van schizofrene aard] schizophrenic♦voorbeelden: -
100 seconde
См. также в других словарях:
Split — Split … Deutsch Wikipedia
split — 1 vb split, split·ting: to divide into parts or portions: as a: to divide into factions, parties, or groups b: to mark (a ballot) or cast or register (a vote) so as to vote for candidates of different parties c: to divide (stock) by issuing a… … Law dictionary
SPLIT — (also Spliet; It. Spalato; in Jewish sources אישפלטרא), Adriatic port in Croatia. A Jewish community with a cemetery existed in nearby Salona (now Solin) in the third century C.E. When Salona was destroyed by the Avars in 641, the Jews seem to… … Encyclopedia of Judaism
split — (v.) 1580s, from M.Du. splitten, from P.Gmc. *spl(e)it (Cf. Dan., Fris. splitte, O.Fris. splita, Ger. spleißen to split ), from PIE * (s)plei to split, splice (see FLINT (Cf. flint)). Meaning leave, depart first recorded 1954, U.S. slang. Of… … Etymology dictionary
Split — (spl[i^]t), v. t. [imp. & p. p. {Split} ({Splitted}, R.); p. pr. & vb. n. {Splitting}.] [Probably of Scand. or Low German origin; cf. Dan. splitte, LG. splitten, OD. splitten, spletten, D. splijten, G. spleissen, MHG. spl[=i]zen. Cf. {Splice},… … The Collaborative International Dictionary of English
Split — (spl[i^]t), v. t. [imp. & p. p. {Split} ({Splitted}, R.); p. pr. & vb. n. {Splitting}.] [Probably of Scand. or Low German origin; cf. Dan. splitte, LG. splitten, OD. splitten, spletten, D. splijten, G. spleissen, MHG. spl[=i]zen. Cf. {Splice},… … The Collaborative International Dictionary of English
Split — Split, n. 1. A crack, rent, or longitudinal fissure. [1913 Webster] 2. A breach or separation, as in a political party; a division. [Colloq.] [1913 Webster] 3. A piece that is split off, or made thin, by splitting; a splinter; a fragment. [1913… … The Collaborative International Dictionary of English
Split — Split, a. 1. Divided; cleft. [1913 Webster] 2. (Bot.) Divided deeply; cleft. [1913 Webster] 3. (Exchanges) (a) Divided so as to be done or executed part at one time or price and part at another time or price; said of an order, sale, etc. (b) Of… … The Collaborative International Dictionary of English
Split — /split/, n. a seaport in S Croatia, on the Adriatic: Roman ruins. 180,571. Italian, Spalato. * * * ancient Spalatum Seaport (pop., 2001: 188,694), Dalmatia, Croatia. The Romans established the colony of Salonae nearby in 78 BC, and the emperor… … Universalium
split — ► VERB (splitting; past and past part. split) 1) break forcibly into parts. 2) divide into parts or groups. 3) (often split up) end a marriage or other relationship. 4) (be splitting) informal (of one s head) suffering great pain from a he … English terms dictionary
split — [split] vt. split, splitting [MDu splitten, akin to MHG splīzen < IE base * (s)plei , to split, crack > FLINT] 1. to separate, cut, or divide into two or more parts; cause to separate along the grain or length; break into layers 2. to break … English World dictionary