-
1 auffassen
auffassen♦voorbeelden: -
2 verstehen
-
3 Achsel
Achsel〈v.; Achsel, Achseln〉1 schouder(gewricht), schouderstuk ⇒ oksel(holte)♦voorbeelden:1 (über jemanden, etwas) die Achseln, mit den Achseln zucken • (over, om iemand, iets) de schouders ophalenjemanden über die Achsel ansehen • iemand met de nek aanzienetwas auf die leichte Achsel nehmen • iets licht opvatten -
4 Argument
Argument〈o.; Argument(e)s, Argumente〉♦voorbeelden: -
5 Argumente in Anspruch nehmen
Wörterbuch Deutsch-Niederländisch > Argumente in Anspruch nehmen
-
6 Neigung
Neigung〈v.; Neigung, Neigungen〉4 voorkeur, voorliefde6 〈 natuurkunde, sterrenkunde〉helling, inclinatie♦voorbeelden:1 eine Neigung des Kopfes • een buiging van, met het hoofd3 (eine) Neigung zu etwas haben • (een) neiging, lust, aandrang hebben tot, voor ietsNeigung zur Fettsucht • neiging, aanleg tot vetzucht5 zu jemandem eine Neigung fassen, fühlen • voor iemand genegenheid opvatten, gevoelen -
7 Plan
〈m.; Plan(e)s, Pläne〉♦voorbeelden:den Plan haben, etwas zu tun • van plan zijn iets te doeneinen Plan verfolgen • met een plan bezig zijnjemanden auf den Plan rufen • iemand laten opdravenauf dem Plan sein • erbij zijn -
8 aufgreifen
-
9 einen Plan fassen
-
10 empfinden
empfinden1 (ge)voelen ⇒ bespeuren, gewaarworden2 (ge)voelen ⇒ ervaren, ondergaan♦voorbeelden:Ekel vor jemandem empfinden • van iemand walgen -
11 etwas als eine Beleidigung auffassen
Wörterbuch Deutsch-Niederländisch > etwas als eine Beleidigung auffassen
-
12 etwas auf die leichte Achsel nehmen
etwas auf die leichte Achsel nehmenWörterbuch Deutsch-Niederländisch > etwas auf die leichte Achsel nehmen
-
13 etwas leicht machen
iets gemakkelijk, luchtig opnemen, iets licht opvatten -
14 etwas nicht wörtlich nehmen
Wörterbuch Deutsch-Niederländisch > etwas nicht wörtlich nehmen
-
15 etwas schwer nehmen
iets ernstig, zwaar opvatten, opnemen, zwaar tillen aan iets -
16 etwas wortwörtlich nehmen
Wörterbuch Deutsch-Niederländisch > etwas wortwörtlich nehmen
-
17 leicht
2 (ge)makkelijk ⇒ licht, ongecompliceerd; goed♦voorbeelden:leicht bewaffnet • lichtgewapendleicht übertrieben • lichtelijk overdrevenjemanden um 10 Mark leichter machen • iemand 10 mark lichter makendas ist leicht möglich • dat is best, goed mogelijkleicht verdaulich • licht verteerbaarleicht verständlich • gemakkelijk te begrijpener begreift leicht • hij is vlug van begripjemanden leicht fallen • iemand licht vallen, iemand (ge)makkelijk afgaanjemanden, etwas leicht machen • iemand, iets gemakkelijk makenetwas leicht machen • iets gemakkelijk, luchtig opnemen, iets licht opvattendu hast, kannst leicht reden! • jij hebt makkelijk praten!nachher war mir leicht(er) • nadien was, voelde ik mij opgeluchtich tue mich, mir leicht damit • het gaat me gemakkelijk van de hand, afdas gibt es so leicht nicht wieder! • dat komt niet zo gauw meer terug!es wird mir ein Leichtes sein • het zal voor mij niet moeilijk, geen probleem zijn -
18 nehmen
nehmen2 (aan)nemen ⇒ aanvaarden, accepteren3 (ont)nemen, af-, wegnemen5 vragen, verlangen7 behandelen, omgaan met♦voorbeelden:1 Schaden nehmen • schade lijden, oplopenetwas in Arbeit nehmen • aan iets beginnen te werkenjemanden ins Verhör nehmen • iemand aan een verhoor onderwerpenetwas mit sich nehmen • iets meenemenKinder ins Haus, zu sich nehmen • kinderen bij zich (in huis) (op)nemenjemanden als Sekretär nehmen • iemand als secretaris in dienst nemen〈 informeel〉 einen nehmen • er eentje drinken, pakkenetwas zu sich nehmen • iets gebruiken, nuttigen5 hohe Preise nehmen • hoge prijzen vragen, berekenenim Ganzen genommen • alles bij elkaar genomenim Grunde genommen • eigenlijk〈 informeel〉 wie mans nimmt! • dat hangt er maar van af!¶ nehmen wir den Fall, dass … • gesteld dat …jemanden zu nehmen wissen • met iemand weten om te gaan〈 informeel〉 woher nehmen und nicht stehlen? • waar haal ik het geld vandaan? -
19 schwer
2 moeilijk, zwaar, lastig♦voorbeelden:1 schweres Gold, schweres Silber • massief goud, zwaar zilveretwas schwer nehmen • iets ernstig, zwaar opvatten, opnemen, zwaar tillen aan ietsdas Leben schwer nehmen • zwaar op de hand, zwaartillend zijn2 schwer erziehbar • moeilijk opvoedbaar, lastigschwer verständlich • moeilijk (te begrijpen, te vatten)schwer verträglich • moeilijk, slecht verteerbaarder Schüler begreift schwer • de leerling is traag van begripSchweres durchmachen • een moeilijke tijd doormakenschwer fallen, halten • zwaar, moeilijk vallen, niet meevallenschwer hören • slecht horenschwer machen • moeilijk maken, moeilijkheden veroorzakenjemandem schwer zu schaffen machen • het iemand moeilijk makensich schwer tun (mit etwas) • moeite hebben, het moeilijk hebben (met iets)ein schwerer Seufzer • een grote, diepe zuchteine schwere Wunde • een lelijke wondschwer behindert • invalide, zwaar gehandicaptschwer betrunken • stomdronkenschwer krank • zwaar, ernstig ziekschwer verletzt, verwundet • zwaargewondsich schwer ärgern • zich gruwelijk ergerenschwer aufpassen • (erg) goed oplettendas will ich schwer hoffen! • dat zou ik hopen!ich werde mich schwer hüten! • ik kijk wel uit!schwer im Irrtum sein • zich vreselijk, deerlijk, danig vergissen4 schweres Geld • veel, grof geld -
20 wie soll ich das verstehen
wie soll ich das verstehen?hoe moet ik dat opvatten?Wörterbuch Deutsch-Niederländisch > wie soll ich das verstehen
- 1
- 2
См. также в других словарях:
Salz — Das Salz der Erde sein: diejenigen sein, die das Evangelium überallhin bringen, die dem sittlichen Verfall auf Erden entgegenwirken. Auf die konservierende und reinigende Kraft des Salzes spielt die Bergpredigt (Mt 5, 13) an. Die Jünger werden… … Das Wörterbuch der Idiome