-
81 Geist
Geist1〈m.; Geist(e)s, Geister〉2 esprit, geest ⇒ spirit, pit♦voorbeelden:er ist ein kleiner Geist • hij is bekrompen van geestda scheiden sich die Geister • op dit punt lopen de meningen uiteenim Geist(e) sah ich … • in gedachte(n) zag ik …von allen guten Geistern verlassen sein • zijn gezond verstand verloren hebben2 ein Mann von Geist • een man met spirit, esprit————————Geist2〈m.; Geist(e)s, Geiste〉1 (wijn)geest ⇒ essence, spiritus -
82 Geltung
Geltung〈v.; Geltung〉♦voorbeelden:1 Geltung haben • geldig zijn, geldendu solltest dir mehr Geltung verschaffen • je zou je sterker moeten doen geldenein Mann von Geltung • een man van aanzienzur Geltung kommen • tot zijn recht komen, uitkomen -
83 Gott
〈m.; Gottes, Götter; 2e naamval zelden Gotts〉♦voorbeelden:allmächtiger Gott! • godallemachtig!großer, du lieber Gott! • hemeltje(lief)!, lieve hemel!der liebe Gott • Onze-Lieve-Heerdem lieben Gott den Tag stehlen • zijn tijd met nietsdoen verknoeien, lanterfantenGott behüte, bewahre! • God beware (me)!wie es Gott gefällt • zoals het God behaagt, zo God wil〈 regionaal〉 grüß (dich) Gott! • (goeden)dag!Gott hab ihn selig • God hebbe zijn zielso wahr mir Gott helfe • zo waarlijk helpe mij God almachtigGott sei es geklagt! • het is godgeklaagd!〈 informeel〉 den lieben Gott einen frommen, guten Mann sein lassen • Gods water over Gods akker laten lopenGott lohne es Ihnen! • God zal het u lonen!Gott sei Dank! • goddank!da sei Gott vor! • God bewaar me, ons!das walte Gott! • zo God wil!das war weiß Gott nicht einfach • dat was bij God niet gemakkelijkdas wissen die Götter • God weet, dat mag Joost wetenjemandes Gott sein • iemands afgod zijnleider Gottes • jammer genoegGott im Himmel! • lieve hemel!in Gott entschlafen, verscheiden • in de Heer ontslapenGott mit dir! • God zegene je!Gott mit uns! • God zij met ons!du bist wohl von allen Göttern verlassen! • ben je nou helemaal (een haartje betoeterd)!leben wie (ein) Gott in Frankreich • leven als God in Frankrijkach (du lieber) Gott! • lieve hemel! -
84 Musik
Musik〈v.; Musik, Musiken〉♦voorbeelden:ein Musik liebender Mann • een muziekminnende manMusik hören • naar muziek luisterenin Musik setzen • op muziek zetten -
85 Name
Name〈m.; Namens, Namen〉2 (goede) naam ⇒ reputatie, faam♦voorbeelden:〈informeel; schertsend〉 mein Name ist Hase, ich weiß von nichts • mijn naam is haas, ik weet van nietsdas Auto ist auf den Namen, unter dem Namen seines Vaters gemeldet • de auto staat op naam van zijn vaderim Namen des Gesetzes, des Königs • in naam der wet, des Koningsin jemandes Namen • namens iemand〈 informeel〉 in Gottes Namen! • in godsnaam!ein Mann mit Namen Karl • iemand die Karl heet, genoemd Karljemanden nur dem Namen nach kennen • iemand alleen van naam kennenunter falschem Namen • onder een valse naamseinen Namen nicht zu etwas hergeben • zich niet voor iets lenen -
86 Not
〈v.; Not, Nöte〉♦voorbeelden:Not leidend • noodlijdendjemandem große Not, Nöte machen • iemand veel moeilijkheden berokkenenin Not, in (höchsten, tausend) Nöten sein • in (grote) nood, moeilijkheden verkeren〈 spreekwoord〉 Freunde in der Not gehen hundert, tausend auf ein Lot • vrienden in de nood, honderd in een lood2 seine (liebe) Not mit etwas, jemandem haben • de grootste moeite hebben met iets, iemandmit genauer, knapper Not • ternauwernoodohne Not • zonder veel moeiteaus Not • uit noodzaakaus der Not eine Tugend machen • van de nood een deugd makenzur Not • desnoods -
87 Rang
〈m.; Rang(e)s, Ränge〉♦voorbeelden:im Rang eines Leutnants stehen • de rang van luitenant hebbenalles, was Rang und Namen hat • alle prominentenein Mann ohne Rang und Namen • een onbelangrijk mannetjeein Name von Rang und Klang • een klinkende naamzu Rang und Würden kommen • tot aanzien komen -
88 Tendenz
Tendenz〈v.; Tendenz, Tendenzen〉♦voorbeelden: -
89 Tod
〈m.; Tod(e)s, Tode〉♦voorbeelden:eines natürlichen Todes sterben • een natuurlijke dood sterventausend Tode sterben • duizend doden sterven, duizend angsten uitstaandu holst dir noch den Tod! • je gaat er nog aan (kapot)!dem Tode geweiht • ten dode opgeschrevenauf den Tod (darnieder)liegen • doodziek zijn〈informeel; figuurlijk〉 auf den Tod • absoluut, helemaal(bis) über den Tod hinaus • over de dood, het graf heen〈 formeel〉 in den Tod gehen • de dood ingaan, vindenmit dem Tod(e) spielen • met zijn leven spelensich zu Tode arbeiten • zich dood-, kapotwerkenzu Tode erkrankt • doodziekzu Tode kommen • aan zijn einde komen〈 figuurlijk〉 etwas zu Tode reden, reiten • over iets blijven doorzeuren, doormalensich zu Tode schämen • zich doodschamensich zu Tode siegen • een Pyrrusoverwinning behalenbis zum Tod(e) • tot de doodjemanden zum Tode verurteilen • iemand ter dood veroordelenTod und Teufel! • verdomd!sich nicht vor Tod und Teufel fürchten • voor de duivel niet bang zijnder Tod schont keinen • de dood verschoont niemand -
90 abbekommen
-
91 abhold
abhold〈 formeel〉♦voorbeelden:er ist dem Wein nicht abhold • hij is niet afkerig van een glaasje wijn -
92 abkapseln
abkapseln1 inkapselen ⇒ afzonderen, afsluiten♦voorbeelden:1 sich gegen eine Sache, von einer Sache abkapseln • zich voor, van iets afsluitenein in sich abgekapselter Mann • een in zichzelf gekeerd man -
93 anekeln
anekeln1 doen walgen ⇒ tegenstaan, afkeer inboezemen♦voorbeelden:sich angeekelt fühlen • van iets walgendieser Mann ekelt mich an • ik walg van deze man -
94 angeln
angeln1 hengelen, vissen 〈 ook figuurlijk〉♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 hengelen, vissen 〈 ook figuurlijk〉♦voorbeelden:sie hat sich 〈 3e naamval〉 einen reichen Mann geangelt • ze heeft een rijke man aan de haak geslagen -
95 anhängen
anhängen1〈onovergankelijk werkwoord; haben〉 〈 formeel〉1 aanhangen, aankleven ⇒ behept zijn met♦voorbeelden:————————anhängen22 toe-, bijvoegen♦voorbeelden:1 〈informeel; schertsend〉 ein Mädchen einem reichen Mann anhängen • een meisje aan een rijke man koppelenden Hut an einen Haken anhängen • de hoed op een haak hangen♦voorbeelden: -
96 beschäftigt
beschäftigt♦voorbeelden:unsere Firma ist immer noch gut beschäftigt • onze firma heeft nog altijd genoeg werk -
97 derselbe
-
98 ganz
ganz1♦voorbeelden:1 das ist ganze Arbeit! • dat is prima (afgewerkt)!sein ganzes Geld • al zijn geldein ganzer Kerl • een kerel uit één stukeine ganze Menge • een hele hoop, heel watdie ganze Zeit (über) • de hele tijd, al die tijddie ganzen Bäume • alle bomenim Ganzen gesehen, genommen • over 't geheel bekeken, genomenim (Großen und) Ganzen • over 't geheel (genomen), in het algemeenganze 3 Stunden • volle, wel 3 uur————————ganz2〈 bijwoord〉3 〈 onbeklemtoond〉nogal, tamelijk♦voorbeelden:du bist ganz der Mann dazu • jij bent geknipt voor zoietsich bin ganz deiner Meinung! • ik ben het helemaal met jou eens!er hat ganz Recht • hij heeft volkomen gelijkdas ist etwas ganz anderes, 〈 informeel〉ganz was anderes! • dat is heel iets anders!ganz gleich, was du machst • wat je ook doetganz gleich, wie es ausgeht • hoe het ook aflooptganz gleich wann • om 't even wanneerganz und gar • geheel en al, compleetganz und gar nicht • helemaal niet2 ganz gewiss! • zeer, heel zeker!da hast du dich aber ganz schön getäuscht! • je hebt je (daarin) danig, schromelijk vergist! -
99 gar
gar1————————gar2〈 bijwoord〉7 echt, werkelijk♦voorbeelden:2 er wird doch nicht gar weg sein? • hij zal toch niet weg zijn?4 warum nicht gar! • welja!, nou nog mooier!gar nichts • helemaal niets5 gar sehr • heel erg, ten zeerstegar zu wenig • veel te weinig6 dieser Mann! Und gar seine Frau! • deze man! En dan, nog erger, zijn vrouw!7 er ist gar zu allem fähig! • hij is echt tot alles in staat! -
100 gemacht
См. также в других словарях:
MANN (T.) — Jusqu’à ces derniers temps, Thomas Mann, tant admiré et révéré, parfois de loin, avant et après la Seconde Guerre mondiale, passait pour un type d’écrivain périmé. En Allemagne orientale, il a fait longtemps l’objet d’une sorte de culte, voué au… … Encyclopédie Universelle
Mann — puede hacer referencia a: Aimee Mann, cantante estadounidense. Anthony Mann, director de cine estadounidense. Daniel Mann, director de cine estadounidense. Delbert Mann, director de cine estadounidense. Familia Mann, familia alemana. Golo Mann,… … Wikipedia Español
Mann — Mann: Das gemeingerm. Wort mhd., ahd. man, got. manna, engl. man, schwed. man geht mit verwandten Wörtern in anderen idg. Sprachen auf *manu oder *monu »Mensch, Mann« zurück, vgl. z. B. aind. mánu ḥ »Mensch, Mann«, Manuṣ »Stammvater der… … Das Herkunftswörterbuch
Mann — may refer to: Isle of Man, known as Mann as an alternative shorter name Mann (military rank), a Nazi paramilitary rank Mannaz, the Futhorc m rune Mann Theatres, a theatre chain corporation Mann (magazine), a Norwegian magazine Mann (film), a 1999 … Wikipedia
MANN (H.) — MANN HEINRICH (1871 1950) De quatre ans l’aîné de son frère Thomas, Heinrich Mann rompit plus nettement avec son milieu d’origine, la bourgeoisie patricienne de Lübeck. Il était comme Thomas un sang mêlé , partagé dans ses origines entre… … Encyclopédie Universelle
MANN (A.) — MANN ANTHONY (1907 1967) Proche de celle d’un Lloyd Bacon, d’un Seiler, d’un Roy del Ruth ou d’un Butler avant la guerre, la carrière de Mann, commencée en 1942, semblait vouée au thriller, à la comédie ou au film historique à petit budget. C’est … Encyclopédie Universelle
Mann — Mann, Anthony Mann, Heinrich Mann, Thomas * * * (as used in expressions) Gell Mann, Murray Mann, Horace Mann, Thomas … Enciclopedia Universal
Mann — Sm std. (8. Jh.), mhd. man, ahd. man, as. man Stammwort. Aus g. * manōn m. Mann, Mensch , auch in gt. manna, anord. mađr, mannr, ae. mann(a), monn(a), afr. monn. Der n Stamm, der offenbar in bestimmten Fällen schwundstufig war, führte zu einer… … Etymologisches Wörterbuch der deutschen sprache
Mann — [Basiswortschatz (Rating 1 1500)] Auch: • männliches Wesen Bsp.: • Ein Mann nahm ihre Tasche weg. • Der Name des Mannes ist Thomas Cobb. • Bruce ist ein Mann. • Sie suchen einen allein stehenden Mann … Deutsch Wörterbuch
-mann — [man], der; [e]s <Suffixoid>; vgl. ↑ männer/↑ leute: bezeichnet nur ganz allgemein einen Mann, der als Mensch in Bezug auf seine im Basiswort genannte Tätigkeit o. Ä. gesehen wird: Filmmann; Finanzmann; Kirchenmann; Parteimann; Pressemann;… … Universal-Lexikon
Mann [3] — Mann (spr. Männ), Horace, geb. 4. Mai 1796 in Franklin im Staate Massachusetts, widmete sich den Rechtswissenschaften u. wnrde bald darauf Lehrer der Lateinischen u. Griechischen Sprache an der Universität in Providence in Rhode Island; 1821… … Pierer's Universal-Lexikon