-
1 kletsen
1 [praten] chatter2 [met, onder elkaar babbelen] chat3 [roddelen] gossip4 [onzin verkopen] talk nonsense/rubbish ⇒ babble5 [het geluid ‘klets’ laten horen] splash♦voorbeelden:3 laat ze maar kletsen • let them gossip/talk4 hij kletst maar wat • he is just talking nonsense/babblinghij sloeg op de dijen dat het kletste • he smacked his thighsII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [met een kletsend geluid werpen] splash♦voorbeelden: -
2 kletsen
v. chat, talk, converse -
3 gezellig kletsen
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > gezellig kletsen
-
4 de klompen kletsen in het slijk
de klompen kletsen in het slijkVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de klompen kletsen in het slijk
-
5 een klont boter in de pan kletsen
een klont boter in de pan kletsenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een klont boter in de pan kletsen
-
6 en maar kletsen
en maar kletsenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > en maar kletsen
-
7 ergens een punt aan kletsen
ergens een punt aan kletsenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ergens een punt aan kletsen
-
8 iemand de oren van het hoofd kletsen
iemand de oren van het hoofd kletsenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand de oren van het hoofd kletsen
-
9 in het luchtledige kletsen
in het luchtledige kletsenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > in het luchtledige kletsen
-
10 laat ze maar kletsen
laat ze maar kletsenlet them gossip/talkVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > laat ze maar kletsen
-
11 uit zijn nek kletsen
uit zijn nek kletsenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > uit zijn nek kletsen
-
12 en
en3 [bij verrassing, teleurstelling; als inleiding op tegenstellend zinsverband] and, but ⇒ so♦voorbeelden:3 en waarom doe je het niet? • so why don't you do it?en toch • and stillnou en? • so what?, and …?en ik heb het nog zo verboden • and I absolutely forbade iten maar kletsen • nothing but chattervind je het fijn? (nou) en of! • do you like it? I certainly do!, I'll say!en(, hoe gaat het ermee)? • well(, how's it going)? -
13 fantaseren
II 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden: -
14 gezellig
1 [omgang aangenaam makend] enjoyable ⇒ pleasant, sociable 〈 van persoon〉, companionable 〈 van persoon〉4 [neiging hebbend om met anderen te verkeren] social♦voorbeelden:1 een gezellige avond/babbel • a(n) pleasant/enjoyable evening/chateen gezellig mens • a sociable personeen gezellige prater • an entertaining talkereen gezellig uurtje • a pleasant/enjoyable time2 een gezellig hoekje • a snug/cosy cornereen kamer gezellig maken • make a room cosy/snug 〈 knus〉; cheer/brighten a room up 〈met bloemen/sprekende kleuren〉gezellig kletsen • chat away pleasantly -
15 luchtledig
-
16 maar
maar1〈 het〉1 but♦voorbeelden:er is één maar aan verbonden/bij • there is one (large) but————————maar2〈 bijwoord〉4 [met betrekking tot een wens] (if) only5 [aanmaning, waarschuwing] just6 [aanhoudend] just♦voorbeelden:1 je hoeft maar te bellen • you only/just have to phoneal was het maar om haar te pesten • if only to make life difficult for herzeg het maar: koffie of thee? • which will it be: coffee or tea?we konden alleen nog maar huilen • we could do nothing but cryhij is nog maar pas hier • he has only just arrivedzonder ook maar goedendag te zeggen • without so much as a goodbyehij is maar twintig jaar (oud) geworden • he only lived to be twentyzij bloost al, als je maar naar haar kijkt • she blushes if you so much as look at herals ik ook maar een minuut te lang wegblijf • if I stay away even a minute too longlaten we hem maar gelijk geven • let's just agree with him and be done with itdat doet hij maar al te graag • he'd be only too happy to do itdat komt maar al te vaak voor • that happens only/all too oftenhet is misschien maar goed dat we de bus gemist hebben • perhaps it's (just) as well we missed the bushet is maar goed dat je gebeld hebt • it's a good thing you Brangje hebt het maar voor het zeggen • it's up to you, just say the wordik wil wel doorgaan, als het maar klaar komt • I'm prepared to go on, as long as/so long as it's finishedwas ik maar nooit getrouwd • if only I'd never marriedwas ik maar dood • I wish I were deadgeef het nou maar toe • you may as well admit ithet is maar dat je het weet • as long as you know; 〈 je kunt het maar beter weten〉 it's (just) as well you knowlet maar niet op hem • don't pay any attention to himpas maar op • watch out/itschiet nou maar op • hurry up, will you?ik zou maar uitkijken • you'd better be carefulen dan maar klagen dat iedereen zakt • and then go on about everybody failinghet is maar goed ook • a good thing, toowees daar maar niet bang voor • rest assured that that won't happenrustig maar • (just) calm downje gaat je gang maar • go ahead (and do it)en wij maar wachten/werken • and we just wait(ed) and wait(ed)/work(ed) and work(ed)het houdt maar niet op • it never seems to endik vind het maar niks • I'm none too happy about itzij koopt maar raak • she just throws her money abouthé daar, dat gaat zo maar niet • hey you, you can't just sit down/walk in/run off 〈enz.〉like that!en maar kletsen, die vrouwen • talk, talk, that's all they do, these women¶ wat wil je drinken? geef maar een pilsje • what'll you have? a beer, please/I'll have a beerwat je maar wil • whatever you wantgeef dan maar een glas wijn • a glass of wine will be finewaarom doe je dat? zo maar • why do you do that? just for the fun of itdat kun je niet zo maar even doen • you can't do it just like thatzo'n vraag kun je niet zo maar beantwoorden • one can't answer such a question offhandhij gaf het kind zo maar een klap • he hit the child for no reasonzoveel als je maar wilt • as much/many as you like————————maar3〈 voegwoord〉1 [tegenstellend] but2 [in zijdelingse tegenwerpingen] but♦voorbeelden:ik had je willen bellen, maar ik wist je nummer niet • I would have phoned, but/only I didn't know your numberja maar, als dat nu niet zo is • yes, but what if that isn't true?maar ja, wat wil je voor vijftig gulden • but then what do you expect for fifty guildersmaar begrijpt u dat dan niet • but don't you understand?¶ hij keek in de koelkast, maar zag dat die leeg was • he looked in the refrigerator only to find it was emptynee maar! • really! -
17 nek
1 [deel van de hals] nape/back of the neck2 [figuurlijk] [voorwerp] neck♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 dat breekt je nog eens de nek • that will be your ruin/undoing of youeen kip de nek omdraaien • wring/twist a chicken's neckover zijn nek gaan • heave, puke〈 figuurlijk〉 over zijn nek gaan van iets/iemand • not be able to stand (the sight of) something/someone〈 figuurlijk〉 tot aan zijn nek in de schulden zitten • be up to one's neck/ears in debt -
18 oor
1 [gehoororgaan] ear2 [oorschelp] ear♦voorbeelden:dat gaat het ene oor in, het andere uit • it goes in one ear and out the otherik heb er wel oren naar • I rather like the ideahij heeft er geen oren naar • he won't hear of itde oren sluiten voor • close one's ears/be deaf tohet oor strelen • be a delight to the eardoof aan één oor • deaf in one eariemand iets in het oor fluisteren • whisper something in someone's ear〈 figuurlijk〉 dat komt hem ter ore • that has come to his attention/earsmijn oren tuiten (ervan) • my ears are ringingzich achter de oren krabben • scratch one's headze bloosde tot achter haar oren • she blushed to the roots of her hairgaatjes in de oren hebben • have pierced ears〈 figuurlijk〉 ik stond wel even met mijn oren te klapperen • I couldn't believe my ears/what I was hearing〈 figuurlijk〉 iemand met iets om de oren slaan • blow someone up over something, give someone hell about somethingde kogels vlogen hen om de oren • the bullets whizzed past their earsop één oor liggen • be stretched out¶ iemand een oor aannaaien • fool someone, take someone for a ridezij laat zich geen oor aannaaien • she's nobody's fool〈Algemeen Zuid-Nederlands; figuurlijk; informeel〉 iemand de oren van zijn kop zagen • bore someone to tearsop een oor na gevild zijn • be on the home stretch/last lap -
19 praten
3 [door praten ertoe brengen] talk4 [kletsen, roddelen] talk♦voorbeelden:straks zul je wel anders praten • you'll change your tunepraat me er niet van • I've heard more than enough about thatwe praten er niet meer over • let's forget it/let's leave it at thateromheen praten • talk round something, beat about the bushje hebt gemakkelijk praten • it's easy/it's all right for you to talklangs elkaar heen praten • misunderstand each other, be on different wavelengthsiemand aan het praten krijgen • get someone talkinggeen zin hebben om te praten • not be in the mood for talk(ing)ergens niet meer over willen praten • not want to talk about something any morehij kan praten als Brugman • he can talk the hind legs off a donkeyik kon praten als Brugman, maar … • I could talk till I was blue in the face, but …er valt niet met hem te praten • he won't listen to reasonpraat er maar met niemand over • don't breathe a word (of this) (to anyone)over literatuur praten • talk (about) literaturelaten we over iets anders praten • let's change the subject, let's talk about something elseop iemand in praten • work on someone, try to talk someone roundiedereen praat erover • it's the talk of the town, everyone's talking about iter wordt over hen gepraat • people are talking about them -
20 punt
2 [muziek] dot3 [waarde-eenheid] point5 [drukwezen] point♦voorbeelden:de dubbelepunt • the colonergens een punt achter zetten • 〈 figuurlijk〉 put a stop to something; 〈 met betrekking tot werk〉 call it a dayik was gewoon kwaad, punt, uit! • I was just angry, full stopje gaat (er) wel heen, punt, uit! • you're going, and that's final!hoeveel punten hebben jullie? • what's your score?hij werd verslagen met drie punten • he was beaten by three pointszij had de meeste punten • she had the highest number of pointshij is twee punten vooruitgegaan • he has gone up (by) two marksII 〈 het〉2 [wiskunde] point4 [onderdeel] point ⇒ 〈 van programma, agenda ook〉 item, 〈 van aanklacht ook〉 count, 〈 kwestie, onderwerp ook〉 matter, 〈 kwestie, onderwerp ook〉 question, 〈 kwestie, onderwerp ook〉 issue♦voorbeelden:1 we zijn op het dode punt gekomen • we've reached a stalemate/an impassewanneer de zon haar hoogste punt bereikt heeft • when the sun has reached its zenith/its highest pointhet hoogste punt van de berg • the summit/top of the mountainhet laagste punt bereiken • reach rock bottomhet mooiste punt van ons land • the most beautiful place in our countryhet kritieke punt • the critical momenthij stond op het punt van vertrek/(om) te vertrekken • he was (just) about to leavehij was/stond op het punt om alles te verliezen • he was on the verge of losing everythingop het punt staan in tranen uit te barsten • be near to tearseen punt van overeenkomst • a (point of) similarityeen punt van overweging vormen • be a considerationtijd is geen punt van overweging • time is (of) no considerationeen belangrijk punt is … • an important point is …een bepaald punt ter sprake brengen • bring up a certain pointdat is niet zijn sterke punt • that is not his strong pointeen teer punt aanroeren • touch a sore pointeen teer/een netelig punt • a delicate/ticklish pointzijn zwakke punt • his weak pointtot in de puntjes verzorgd • 〈 uitstekend gekleed〉 spick and span; 〈 zeer goed georganiseerd〉 shipshapeiets tot in de puntjes kennen • know something inside-outop dat punt is hij zeer gevoelig • he's very sensitive on that pointop het punt van • in the matter ofschuldig bevonden op alle punten • be found guilty on all countseen zaak punt voor punt nagaan • check a matter point by pointhet punt waar het op aankomt, is … • the thing that really matters is …geen punt! • no problem!III 〈de〉2 [puntig gesneden part] 〈 ook van kaas〉 wedge, (wedge-shaped) piece♦voorbeelden:1 〈 figuurlijk〉 ik zie aan het puntje van je neus dat je jokt • I can see from your face you're lyingpunt van een pen • nib of a pende punt van een potlood • the point of a pencilpunt van een schoen • toe(cap) of a shoede punt van een speld/van een mes • the point of a pin/knifestoot niet tegen de punt van de tafel • mind the corner of the tablehet ligt op het puntje van mijn tong • it's on the tip of my tongueeen punt aan een potlood slijpen • sharpen a pencilop het puntje van zijn stoel zitten • be poised on the edge of his seat, be all attention/all ears
- 1
- 2
См. также в других словарях:
kletsen — taktaki … Woordenlijst Sranan
Clash — Clash, v. i. [imp. & p. p. {Clashed}; p. pr. & vb. n. {Clashing}.] [Of imitative origin; cf. G. klatschen, Prov. G. kleschen, D. kletsen, Dan. klaske, E. clack.] 1. To make a noise by striking against something; to dash noisily together. [1913… … The Collaborative International Dictionary of English
Clashed — Clash Clash, v. i. [imp. & p. p. {Clashed}; p. pr. & vb. n. {Clashing}.] [Of imitative origin; cf. G. klatschen, Prov. G. kleschen, D. kletsen, Dan. klaske, E. clack.] 1. To make a noise by striking against something; to dash noisily together.… … The Collaborative International Dictionary of English
Clashing — Clash Clash, v. i. [imp. & p. p. {Clashed}; p. pr. & vb. n. {Clashing}.] [Of imitative origin; cf. G. klatschen, Prov. G. kleschen, D. kletsen, Dan. klaske, E. clack.] 1. To make a noise by striking against something; to dash noisily together.… … The Collaborative International Dictionary of English
klatsch — Interj std. (17. Jh.) Stammwort. Für ein schallendes Geräusch gebraucht, ebenso als schwaches Verb klatschen, das zuerst als klatzschen bezeugt ist, entsprechend nndl. kletsen mit der Peitsche knallen u.a. Spezielle Bedeutungsentwicklungen sind… … Etymologisches Wörterbuch der deutschen sprache
klatschen — klatschen: Das seit dem 17. Jh. bezeugte Verb gehört mit gleichbed. frühnhd. klatzen, niederd. klatsen und niederl. kletsen zu der unter ↑ klappen dargestellten Gruppe von Schallnachahmungen (beachte besonders die unter ↑ Kladde behandelten… … Das Herkunftswörterbuch
Klatsch — klatschen: Das seit dem 17. Jh. bezeugte Verb gehört mit gleichbed. frühnhd. klatzen, niederd. klatsen und niederl. kletsen zu der unter ↑ klappen dargestellten Gruppe von Schallnachahmungen (beachte besonders die unter ↑ Kladde behandelten… … Das Herkunftswörterbuch
klatschig — klatschen: Das seit dem 17. Jh. bezeugte Verb gehört mit gleichbed. frühnhd. klatzen, niederd. klatsen und niederl. kletsen zu der unter ↑ klappen dargestellten Gruppe von Schallnachahmungen (beachte besonders die unter ↑ Kladde behandelten… … Das Herkunftswörterbuch
klatschhaft — klatschen: Das seit dem 17. Jh. bezeugte Verb gehört mit gleichbed. frühnhd. klatzen, niederd. klatsen und niederl. kletsen zu der unter ↑ klappen dargestellten Gruppe von Schallnachahmungen (beachte besonders die unter ↑ Kladde behandelten… … Das Herkunftswörterbuch
Klatschbase — klatschen: Das seit dem 17. Jh. bezeugte Verb gehört mit gleichbed. frühnhd. klatzen, niederd. klatsen und niederl. kletsen zu der unter ↑ klappen dargestellten Gruppe von Schallnachahmungen (beachte besonders die unter ↑ Kladde behandelten… … Das Herkunftswörterbuch
Klatschmaul — klatschen: Das seit dem 17. Jh. bezeugte Verb gehört mit gleichbed. frühnhd. klatzen, niederd. klatsen und niederl. kletsen zu der unter ↑ klappen dargestellten Gruppe von Schallnachahmungen (beachte besonders die unter ↑ Kladde behandelten… … Das Herkunftswörterbuch