-
1 aankunnen
-
2 bekwaam
bnhabile, compétent, capable (de) -
3 bruikbaar
bn1) qui peut (encore) servir, utilisable, bon/bonne (à)2) capable, apte (à) -
4 machtig
1. bn1) puissant2) énorme3) lourd4) formidable5) capable (de)2. bw1) puissamment2) énormément3) extrêmement -
5 aankijken
1 [kijken naar] regarder2 [in beraad houden] réfléchir à♦voorbeelden:iemand dreigend aankijken • menacer qn. du regardhet aankijken niet waard zijn • n'être pas bon à jeter aux chiensik zal het nog eens aankijken • je réfléchirai¶ anders aankijken tegen … • voir … sous une autre optiqueik kijk hem erop aan • je l'en crois capable -
6 aankunnen
1 [opgewassen zijn tegen] être de taille à2 [berekend zijn voor] être capable de3 [in staat zijn te gebruiken] pouvoir avaler♦voorbeelden:de situatie niet meer aankunnen • être dépassé par les événementshij kan de wereld aan • il veut tout avaler¶ ervan op aankunnen • pouvoir compter sur qc.kan ik ervan op aan? • je peux y compter? -
7 als er een is, die het kan, dan is hij het
als er een is, die het kan, dan is hij hets'il y en a un qui en est capable, c'est bien luiDeens-Russisch woordenboek > als er een is, die het kan, dan is hij het
-
8 assertief
♦voorbeelden:1 nu vertoont ze een assertief gedrag • maintenant, elle ose s'affirmer -
9 bekwaam
-
10 beroerd
♦voorbeelden:het ging beroerd • cela allait malzich beroerd voelen • se sentir patraqueberoerd van iets zijn • être malade de qc.er beroerd aan toe zijn • 〈 in moeilijke situatie〉 être dans de mauvais draps; 〈 lichamelijk〉 être à ramasser à la petite cuillère¶ niet te beroerd zijn om iets te doen • bien vouloir faire qc.te beroerd zijn om iets te doen • ne même pas être capable de faire qc. -
11 bewijzen
1 [aantonen dat iets zo is] prouver2 [betuigen, betonen] faire preuve de♦voorbeelden:1 iemands onschuld bewijzen • prouver l'innocence de qn.glashelder bewijzen • prouver par a plus b2 iemand een wederdienst bewijzen • revaloir qc. à qn. -
12 capabel
1 capable♦voorbeelden: -
13 daarvoor
1 [voor die plaats] devant2 [voor die tijd] auparavant3 [voor, ten behoeve van die zaak] pour cela4 [in plaats van] en échange♦voorbeelden:daar zijn het kinderen voor • que voulez-vous, ce sont des enfants! -
14 demonstratie
♦voorbeelden: -
15 een demonstratie van zijn kunnen (weg)geven
een demonstratie van zijn kunnen (weg)gevenDeens-Russisch woordenboek > een demonstratie van zijn kunnen (weg)geven
-
16 een geloof dat bergen kan verzetten
Deens-Russisch woordenboek > een geloof dat bergen kan verzetten
-
17 een
een11 un, une♦voorbeelden:een zijn met • faire corps avec————————een21 un, une♦voorbeelden:je bent me er (ook) een! • tu es un drôle de numéro!als er een is, die het kan, dan is hij het • s'il y en a un qui en est capable, c'est bien lui————————een3I 〈hoofdtelwoord; met klemtoon〉1 un, une♦voorbeelden:dat is een! • et d'un(e)!elke stem is er een • chaque voix compteeen en dezelfde persoon • une seule et même personneniet één heeft er iets over gezegd • pas un(e) n'en a parléhet is bij enen • il est près d'une heureop één dag • le même jourtien tegen een dat • il y a gros à parier quehonderd tegen een! • je te le parie à cent contre un!een van tweeën • de deux choses l'uneeen van hen • l'un(e) d'entre eux (d'entre elles)een voor een • un(e) à un(e)de een nog mooier dan de ander • tous plus beaux les uns que les autres, toutes plus belles les unes que les autreseen een voor wiskunde • un un (sur dix) en mathsmen kan het ene doen en het andere niet laten • on peut faire les deuxde een of ander • quelqu'un(het) een en ander • des choses et d'autreswij hebben het een en ander besproken • nous avons abordé plusieurs sujetsniet om het een of ander • ce n'est pas pour direhet is het een of het ander • de deux choses l'une→ link=komen komenII 〈rangtelwoord; met klemtoon〉♦voorbeelden:bladzijde een • page unIII 〈lidwoord; zonder klemtoon〉1 [onbepaald]un, une2 [m.b.t. de hele soort]le, la3 [ongeveer] environ♦voorbeelden:1 een man, een vrouw, een kind • un homme, une femme, un(e) enfanteen meneer A. • un (certain) monsieur A.een uur of drie • environ trois heureseen duizend gulden • environ mille florins→ link=dag dag¶ het kost me een geld! • cela me coûte les yeux de la tête!een mensen dat er waren! • il y avait un monde fou!wat een mensen! • 〈 hoeveelheid〉 quelle foule!wat een geldverspilling! • quel gaspillage! -
18 geen wijs kunnen houden
geen wijs kunnen houden -
19 geen zitvlees hebben
geen zitvlees hebben -
20 gek
gek1〈de〉♦voorbeelden:ja, ik ben daar gek! • tu me prends pour quoi?met iemand, iets de gek steken • tourner qn., qc. en ridiculehet is zoveel waard als een gek ervoor wil geven • une chose vaut autant que ce que l'acquéreur en donneiemand voor de gek houden • se payer la tête de qn.zichzelf voor de gek houden • refuser de voir les choses en facevoor gek staan • avoir l'air ridiculeiemand voor gek zetten • ridiculiser qn.voor gek lopen • avoir l'air d'un fourijden als een gek • conduire comme un foudat is te gek om los te lopen • c'est trop fort〈 spreekwoord〉 één gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden • un fou fait plus de questions qu'un sage (ne donne) de raisons〈 spreekwoord〉 gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen • les murailles sont le papier des fous→ link=buurman buurman————————gek21 [krankzinnig] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 fou/fol/folle♦voorbeelden:1 ik ben me daar gek! • je ne suis pas fou, moi!ben je gek • ça va pas?het is om gek van te worden • c'est à devenir fouzich gek zoeken naar iets • se donner un mal fou pour trouver qc.ik word gek van hem • il me rend fou2 ben je gek! • tu es fou!hij is er gek genoeg voor • il en est bien capablehij is zo gek nog niet als hij er (wel) uitziet • il n'est pas aussi bête qu'il en a l'airdat lijkt me niet gek • ça n'est pas bêtedat is lang niet gek • ce n'est pas si bête que çagekke streken uithalen • faire des bêtiseswat een gekke vent! • quel drôle de type!je kunt het zo gek niet bedenken, verzinnen of … • on a beau se creuser la cervelle, mais …doe maar gewoon, dan doe je (al) gek genoeg • arrête de faire l'imbécilegek staan, zitten te kijken • tomber de (son) hautergens gek van opkijken • en ouvrir de grands yeuxiets geks zeggen • dire qc. d'idiotdat is te gek om los te lopen • c'est complètement idiotdat is van de gekke • c'est complètement dinguehet gekke van de zaak is … • ce qu'il y a de drôle dans l'affaire, c'est que …→ link=oud oudgek zijn op aardbeien • adorer les fraiseshet is nog niet zo gek lang geleden • il n'y a pas si longtemps¶ het moet al gek gaan als … • ce serait bien le diable si …dat is niet gek • c'est pas malte gek, zeg! • terrible!een te gekke meid • une fille du tonnerre
См. также в других словарях:
capable — [ kapabl ] adj. • XIVe; bas lat. capabilis, de capere « contenir, être susceptible de » I ♦ 1 ♦ Vx Qui a le pouvoir, la possibilité de recevoir, de supporter. Les hommes sont « indignes de Dieu, et capables de Dieu » (Pascal). Capable d une joie … Encyclopédie Universelle
capable — CAPABLE. adj. des 2 g. Qui a les qualités requises pour quelque chose. C est un homme capable de gouverner. C est un homme capable des plus grandes choses. Il n est capable de rien. f♛/b] Il se dit aussi De ceux qui ont l âge compétent pour… … Dictionnaire de l'Académie Française 1798
Capable — Ca pa*ble, a. [F. capable, LL. capabilis capacious, capable, fr. L. caper to take, contain. See {Heave}.] 1. Possessing ability, qualification, or susceptibility; having capacity; of sufficient size or strength; as, a room capable of holding a… … The Collaborative International Dictionary of English
capable — CAPABLE. adj. de tout genre, Habile, intelligent. En ce sens il se dit absolument. Un homme capable. Mettre une affaire, une charge entre les mains d une personne capable. Il signifie aussi, Celuy qui a les qualitez requises pour faire quelque… … Dictionnaire de l'Académie française
capable — I adjective able, accomplished, adept, adequate, adroit, aptus, competent, deft, effective, effectual, equal to, expert, facile, fit, fitted, gifted, idoneus, masterly, potent, proficient, qualified, skillful, suited, worthy associated concepts:… … Law dictionary
capable — Capable, Capax. Capable de pouvoir entendre que c est d amitié, et comme il s y faut maintenir, Capax amicitiae. Il n est point capable de tenir office, Capere magistratum non potest. B. ex Cicerone … Thresor de la langue françoyse
capable — [kā′pə bəl] adj. [Fr < LL capabilis < L capere, to take: see HAVE] having ability; able to do things well; skilled; competent SYN. ABLE capable of 1. susceptible of; admitting of; open to 2. having the ability or qualities necessary for 3.… … English World dictionary
capable — competent, qualified, *able Analogous words: efficient, *effective, effectual, efficacious Antonyms: incapable Contrasted words: incompetent, unqualified (see IN CAPABLE) … New Dictionary of Synonyms
capable — ► ADJECTIVE 1) (capable of) having the ability or quality necessary to do. 2) able to achieve efficiently whatever one has to do. DERIVATIVES capably adverb. ORIGIN French, from Latin capere take or hold … English terms dictionary
capable of — 1. Able to take in, contain, understand, etc (archaic) 2. Sufficiently able, good, well made, etc to, or sufficiently bad, foolish, etc, to (followed by verbal noun or other action noun) 3. Susceptible of • • • Main Entry: ↑capable … Useful english dictionary
capable — 1560s, from L.L. capabilis receptive, used by theologians, from L. capax able to hold much, broad, wide, roomy; also receptive, fit for; adjectival form of capere to grasp, lay hold, take, catch; undertake; take in, hold; be large enough for;… … Etymology dictionary