-
21 switch
n. schakelaar, overgaan (tot); (in computers) parameter die nodig is om een progamma in werking te stellen door het geven van een opdracht aan het DOS of UNIX besturingssysteem--------v. wisselen, verwisselen; slaanswitch1[ switsj] 〈 zelfstandig naamwoord〉3 omkeer ⇒ ommezwaai, verandering————————switch23 meppen ⇒ slaan, (af)ranselen♦voorbeelden:switch a train to another track • een trein op een ander spoor zettenswitch through (to) • doorverbindenswitch to • overgaan naar/opII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:→ switch on switch on/ -
22 caviller
n. iemand die haarklooft, iemand die zwarte plekken zoekt bij de ander, iemand die fouten zoekt bij de ander -
23 coddler
n. iem. die een ander verwent, iem. die een ander vertroetelt; iets wat zacht kookt -
24 saw things in a different light
zag de dingen in een ander licht (bekeek het vanuit een ander oogpunt) -
25 High Commission
-
26 Socratic irony
socratische ironie, onwetendheid en of onwil om te leren als iemand een ander ondervraagt over de betekenis van een uitdrukking; geveinsde onwetendheid om een discussie te provoceren en grondig onderzoek naar de waarheid stimuleert -
27 a painter of sorts
a painter of sorts -
28 acclimatise
v. aan nieuwe omgeving aanpassen; zich aanpassen (ook "acclimatize")→ acclimatize acclimatize/————————acclimatize, acclimatise[ əklajmətajz] 〈zelfstandig naamwoord: acclimatization〉1 acclimatiseren ⇒ (doen) wennen aan een ander klimaat/andere omgeving♦voorbeelden: -
29 acclimatize
v. aan nieuwe omgeving aanpassen; zich aanpassen (ook "acclimatise")acclimatize, acclimatise[ əklajmətajz] 〈zelfstandig naamwoord: acclimatization〉1 acclimatiseren ⇒ (doen) wennen aan een ander klimaat/andere omgeving♦voorbeelden: -
30 adapter
n. adapter (sluit een onderdeel aan een ander onderdeel aan); (in de computerwereld) een computeruitbreidingskaart die de mogelijkheden van de computer uitbreidtadapter, adaptor[ ədæptə]2 〈 techniek, technologie〉 adapter ⇒ tussenstuk, verbindingsstuk, verloopstuk/stekker; verdeelstekker -
31 adjacent
adj. nabij, naast; dichtbij; aangrenzend; steunend--------n. aangrenzende apparatuur; apparatuur die direkt verbonden is met ander apparatuur[ ədzjeesnt]1 aangrenzend ⇒ belendend, aanliggend♦voorbeelden: -
32 ambassador
n. ambassadeur, diplomatieke ambtenaar die door een land naar een ander land wordt gezonden om zijn vaderland te vertegenwoordigen[ æmbæsədə]1 ambassadeur ⇒ vertegenwoordiger, (af)gezant♦voorbeelden:the ambassador from Nicaragua to the US • de ambassadeur van Nicaragua bij de VS -
33 anagram
-
34 aqueduct
-
35 as concerned as the next man
-
36 aspiration
n. aspiratie, ambitie, sterk verlangen iets te bereiken of te voltooien, doel, droom; (Geneeskunde) aspiratie, het inademen; het opnemen van lucht of andere gassen; verwijdering van vloeistof of ander materiaal uit het lichaam door opzuiging (Geneeskunde)[ æspirreesjn]1 aspiratie ⇒ streven, ambitie -
37 author
n. auteur, schrijver, iemand die boeken of ander literair werk schrijft; samensteller, iemand die literatuur creëert--------v. schrijven, auteur zijn (van book, verhaal, reportage, enz); iets doen ontstaan, de schepper zijn van, iets in het leven roepen[ o:θə]1 auteur ⇒ schrijver, opsteller; maker, schepper♦voorbeelden:1 God, Author of the universe • God, Schepper van het heelal -
38 back-to-back
back-to-back〈 Brits-Engels〉 -
39 be hoist with one's own petard
-
40 bus
n. autobus; (in computers); kanaal, het elektronische communicatiekanaal tussen de verschillende delen van de computer voor het overbrengen van gegevens--------v. met de bus gaan, met de bus vervoeren; leerlingen met de bus vervoeren naar een ander schooldistrict om racistische integratie te bewerkstelligen; werken als iemand die tafels schoonmaakt in een restaurant of cafeteriabus1[ bus] 〈zelfstandig naamwoord; meervoud: Amerikaans-Engels ook busses〉♦voorbeelden:1 catch/miss the bus • de bus halen/missengo by bus • de bus nemen————————bus2〈werkwoord; bussed〉1 met de bus gaan/vervoeren ⇒ de bus nemen, per bus reizen; op de bus zetten; 〈 in het bijzonder, Amerikaans-Engels〉 vervoeren/vervoerd worden per bus naar geïntegreerde scholen 〈 blanke en zwarte kinderen〉
См. также в других словарях:
Ander — Ander. Der, die, das andere, ein Wort, welches überhaupt genommen, alsdann gebraucht wird, wenn nur von zwey Dingen die Rede ist, da es denn dem Worte ein entgegen gesetzt wird. Es bezeichnet aber Ein Ding von zweyen, entweder schlechthin, oder… … Grammatisch-kritisches Wörterbuch der Hochdeutschen Mundart
Ander — Saltar a navegación, búsqueda Para el nombre vasco, véase Ander (nombre). Ander Título Ander Solicita una imagen para este artículo … Wikipedia Español
Ander — Saint Flour. Caractéristiques Longueur 36 1 km Bassin 310 km2 Bassin collecteur … Wikipédia en Français
Ander — ist der Name mehrerer Personen: Alfred Ander (1873–1910), letzter Mensch, der in Schweden hingerichtet wurde Alois Ander (1821–1864), böhmischer Tenor und Opernsänger Charlotte Ander (1902–1969), deutsche Schauspielerin Geografische Begriffe: Ort … Deutsch Wikipedia
ander — Adj std. (8. Jh.), mhd. ander, ahd. ander, as. ōđar Stammwort. Aus g. * anþara Adj. ander , auch in gt. anþar, anord. annarr, ae. ōđer, afr. ōther. Dieses aus ig. * antero (oder * ontero ) in ai. ántara , lit. añtras der andere . Gegensatzbildung … Etymologisches Wörterbuch der deutschen sprache
ander — ander: Das gemeingerm. Für und Zahlwort mhd., ahd. ander, got. anÞar, engl. other, aisl. annar beruht mit verwandten Wörtern in anderen idg. Sprachen auf einer alten Komparativbildung, und zwar entweder zu der idg. Demonstrativpartikel *an »dort« … Das Herkunftswörterbuch
ander — ander. = male (см.). (Источник: «Англо русский толковый словарь генетических терминов». Арефьев В.А., Лисовенко Л.А., Москва: Изд во ВНИРО, 1995 г.) … Молекулярная биология и генетика. Толковый словарь.
ander — ander. См. самец. (Источник: «Англо русский толковый словарь генетических терминов». Арефьев В.А., Лисовенко Л.А., Москва: Изд во ВНИРО, 1995 г.) … Молекулярная биология и генетика. Толковый словарь.
Ander — Ander, Aloys, Tenorist, geb. 13. Okt. 1817 zu Liebnitz in Böhmen, gest. 11. Dez. 1864 im Badeort Wartenberg, ein weniger durch imponierende Stimmmittel und leidenschaftliche Darstellung als durch geschmackvollen und lyrisch innigen Vortrag… … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Ander. — Ander., auch Anders., bei naturwissenschaftl. Namen Abkürzung für Nils Joh. Andersson (s. d.) … Meyers Großes Konversations-Lexikon
ander — ander:einandererMenschwerden:⇨bessern(II,1);inanderenUmständensein:⇨schwanger(2);einer/einsnachdemanderen,einenachderanderen:⇨nacheinander;einerdenanderenbzw.einerdemanderen:⇨einander;einmalübers/umsandere,einumdasandereMal:⇨wiederholt(1);zumander… … Das Wörterbuch der Synonyme