-
41 third programme
derde programma -
42 enseignement
enseignement [ãsenjmã]〈m.〉♦voorbeelden:programme d'enseignement • leerplanenseignement collectif • klassikaal onderwijsenseignement général • algemeen vormend onderwijsenseignement libre • bijzonder onderwijsenseignement obligatoire • leerplichtenseignement primaire • lager onderwijsenseignement professionnel • beroepsonderwijsenseignement programmé • geprogrammeerde instructieenseignement public • openbaar onderwijsenseignement religieux • godsdienstonderwijsenseignement secondaire • voortgezet onderwijsenseignement supérieur • hoger, tertiair onderwijsentrer dans l'enseignement • bij het onderwijs gaan (werken)enseignement par correspondance • schriftelijk onderwijsenseignement pour adultes • volwassenenonderwijsm1) onderwijs2) les, lering -
43 clip
n. paperclip, wasknijper; knipsel; korte videofilm; (in computers) clip, fragment, het verkozen stuk van een grafisch dokument voor nadere bewerking; opladen van kogels; scherpe slag--------v. vastmaken; vastklemmen; klein hakken; perforerenclip1[ klip] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 knippende/scherende beweging ⇒ scheerbeurt, trimbeurt♦voorbeelden:a clip on the jaw • een kaakslag————————clip2II 〈 overgankelijk werkwoord〉2 (bij)knippen ⇒ afknippen, kort knippen, trimmen; scheren 〈 schapen〉; uitknippen 〈 uit krant, film〉♦voorbeelden:the ticket was clipped to the programme • het kaartje zat met een paperclip aan het programma -
44 crash
adj. snel; ingespannen; rigoreus--------n. neerstorten; ineenstorten; lawine; aardbeving; (in computers) situatie waarin de computer of het computersysteem vastloopt--------v. aanrijden, botsen; fijnstampen; kapotbreken, kapotslaancrash1[ kræsj] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 klap ⇒ slag, dreun2 botsing ⇒ neerstorting, ongeluk3 krach ⇒ ineenstorting, debacle————————crash21 spoed-♦voorbeelden:1 crash course • stoom/spoedcursuscrash programme/project • rampenplan/noodplan————————crash31 te pletter slaan/vallen ⇒ verongelukken, botsen, (neer)storten3 dreunen ⇒ knallen, kraken♦voorbeelden:the plates crashed to the floor • de borden kletterden op de grond3 the thunder crashed • de donder dreunde/rateldeII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 te pletter laten slaan/vallen ⇒ botsen op/tegen2 neersmijten/kwakken ⇒ stuksmijten/gooien♦voorbeelden:————————crash4〈 bijwoord〉1 met een knal/klap ⇒ dreunend, pats, beng -
45 cross-country
over heg en steg; van kust tot kustcross-country11 cross(-country) ⇒ terreinwedstrijd; 〈 atletiek〉 veldloop; 〈 wielrennen〉 veldrit; 〈 paardensport〉 cross-countryterreinrit; 〈 skiën〉 langlauf————————cross-country2〈bijvoeglijk naamwoord; bijwoord〉1 terrein- ⇒ veld-, door het veld♦voorbeelden:1 cross-country race/ride • terrein/veldloop/ritthe programme was broadcast cross-country • het programma werd landelijk uitgezonden -
46 format
n. opmaak. vormgeving; vorm; ontwerp; organisatievorm van gegevens (in computers); formaat--------v. formatteren (in computers - formatteren, een diskette of harde schijf indelen, lege sporen schrijven op een schijf)format1[ fo:mæt] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 (boek)formaat ⇒ afmeting, grootte♦voorbeelden:2 the programme was broadcast in a new format • het programma werd in een nieuwe formule uitgezonden————————format2 -
47 host
n. hostiehost1[ hoost]♦voorbeelden:II 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:1 hosts of tourists • horden/massa's toeristen————————host2〈 werkwoord〉1 ontvangen ⇒ optreden als gastheer voor/bij/op♦voorbeelden: -
48 out-and-out
out-and-out♦voorbeelden: -
49 phase
n. stadium; deel; periode; fase--------v. faseren; (geleidelijk) invoerenphase1[ feez] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 fase ⇒ stadium, tijdperk♦voorbeelden:the most productive phase in the author's life • de meest productieve periode in het leven van de auteurhe's just going through a phase • het is maar een bevliegingout of phase • niet in fase, ongelijkfasig————————phase2〈 werkwoord〉♦voorbeelden:a well-phased programme • een goed gedoseerd programma -
50 support
n. steun; broodwinning, levensonderhoud; ondersteuning--------v. ondersteuning, dragen, voorstaan; hulp verlenen; toestemmen; versterken; aanmoedigen; onderhoudensupport1[ səpo:t]1 steun(stuk) ⇒ stut, drager, draagbalk1 steun ⇒ hulp, ondersteuning2 onderhoud ⇒ levensonderhoud, middelen van bestaan♦voorbeelden:————————support2〈 werkwoord〉1 (onder)steunen ⇒ stutten, dragen2 steunen ⇒ helpen, bijstaan; verdedigen, bijvallen; subsidiëren4 (ver)dragen ⇒ doorstaan, verduren♦voorbeelden:support a policy • een beleid verdedigen3 support oneself/one's family • zichzelf/zijn familie onderhouden¶ supporting programme • bijfilm, voorfilm(pje)supporting part/role • bijrol -
51 inscrire
inscrire [ẽskrier]1 inschrijven ⇒ opschrijven, noteren, op een lijst zetten♦voorbeelden:faire inscrire qn. • iemand opgeven (voor)les matières inscrites au programme • de vakken die op het programma staaninscrire ses dépenses au budget • z'n uitgaven boeken, in een kasboek opschrijven♦voorbeelden:1. v1) inschrijven2) graveren, beitelen [opschrift]3) griffen2. s'inscrirev -
52 scolaire
scolaire [skoller]〈bijvoeglijk naamwoord; ook m. & v.〉♦voorbeelden:carnet, livret scolaire • schoolrapportlivre, manuel scolaire • schoolboekun(e) scolaire • schoolkind -
53 un scolaire
-
54 Programm
См. также в других словарях:
Programme — Programme … Deutsch Wörterbuch
programme — [ prɔgram ] n. m. • 1677 « description détaillée d un cours; sujet d un concours »; rare av. XIXe; gr. programma « ce qui est écrit à l avance » 1 ♦ Écrit annonçant et décrivant les diverses parties d une cérémonie, d un spectacle, etc. Programme … Encyclopédie Universelle
Programme T-4 — Programme Aktion T4 Traduction terminée Aktion T4 → … Wikipédia en Français
Programme T4 — Programme Aktion T4 Traduction terminée Aktion T4 → … Wikipédia en Français
Programme — Pro gramme, n. [L. programma a public proclamation, manifesto, Gr. ?, fr. ? to write before or in public; ? before, forth + ? to write; cf. F. programme. See {Graphic}.] That which is written or printed as a public notice or advertisement; a… … The Collaborative International Dictionary of English
programme — (Brit.) pro·gramme || prəʊgræm n. plan, project,schedule, agenda, written order of events; public presentation; show that is broadcast on television or radio; planned group of activities; prospectus, syllabus; computer program (also program)… … English contemporary dictionary
programme — PROGRAMME. s. m. Placart qu on affiche au coin des ruës, ou qu on distribuë par les maisons pour inviter à quelque action publique. Il n a guere d usage que dans l Université. Il m a apporté des programmes pour m inviter à l Oraison qu il doit… … Dictionnaire de l'Académie française
programme — (US program) ► NOUN 1) a planned series of events. 2) a radio or television broadcast. 3) a set of related measures or activities with a long term aim. 4) a sheet or booklet detailing items or performers at an event. 5) (program) a series of… … English terms dictionary
programme — {{Roman}}I.{{/Roman}} (BrE) (AmE program) noun 1 plan of things to do ADJECTIVE ▪ ambitious, innovative ▪ broad, comprehensive, intensive, major, massive … Collocations dictionary
programme — ▪ I. programme pro‧gramme 1 [ˈprəʊgræm ǁ ˈproʊ ] , program noun [countable] 1. an important plan that will be continued over a period of time: • The airline is halfway through an expansion programme. • The commission is in favour of the auto… … Financial and business terms
programme — pro|gramme1 W1S1 BrE program AmE [ˈprəugræm US ˈprou ] n ▬▬▬▬▬▬▬ 1¦(plan)¦ 2¦(television/radio)¦ 3¦(education)¦ 4¦(improvements)¦ 5¦(play/concert)¦ 6¦(list of events)¦ 7¦(machine)¦ … Dictionary of contemporary English