-
61 High Mass
-
62 High/Low mass
High/Low masshoogmis/stille mis -
63 Miss
-
64 a sinking feeling
een benauwd/akelig gevoel 〈 als er iets mis dreigt te gaan〉 -
65 afield
-
66 amiss
adv. niet juist, niet in ordeamiss1[ əmis] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉♦voorbeelden:that would not be amiss • dat zou me wel wat lijken————————amiss2〈 bijwoord〉1 verkeerd ⇒ gebrekkig, fout(ief)♦voorbeelden: -
67 be in the wrong
be in the wronghet mis hebben; de schuldige zijn, het gedaan hebben -
68 bug
n. ongedierte; bacil, virus; (in computers) bug, een onvolkomenheid in een computerprogramma met grote gevolgen voor de werking van het programma; een afluister mikrofoon--------v. microfoon inplanten; verzamelen (van insekten)bug1[ bug] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:————————bug2〈werkwoord; bugged〉 〈 informeel〉♦voorbeelden:2 what's bugging him? • wat zit hem dwars?stop bugging me! • hou op met je gezeur! -
69 canon
n. Canon, Japans bedrijf in 1937 opgericht en met hoofdkwartier in Tokio, wereldberoemde producent van een grote verscheidenheid aan optische en beeldende producten (zoals camera's, lenzen, digitale videocamera's, enz.) en bureauapparatuur (zoals printers, copieerapparaten, computerprinters, laserfax, enz.)[ kænən]1 canon ⇒ kerkelijke leerstelling; (algemene) regel/maatstaf/norm, richtsnoer; lijst van als authentiek erkende heilige boeken 〈 ook figuurlijk〉; 〈 ook Canon〉 deel van de mis van sanctus tot paternoster2 kanunnik ⇒ kapittelheer, domheer♦voorbeelden:against the canons of good manners • tegen de geldende goede manieren inthe Shakespeare canon • (lijst van) officieel aan Shakespeare toegeschreven werken -
70 celebrant
n. celebrant, opdragen van de mis; feestvieren[ sellibrənt] -
71 celebrate mass
-
72 choral service
-
73 choral
-
74 cup
n. glas, beker, kelk, bokaal; lot--------v. in een beker doencup1[ kup] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 kop(je) ⇒ mok, beker6 (lijdens)kelk ⇒ lot, wedervaren♦voorbeelden:my cup of tea • (echt) iets voor mij————————cup2〈werkwoord; cupped〉♦voorbeelden:cup one's hands round something • zijn handen ergens (beschermend/als een kom) omheen leggen -
75 else
adj. ander--------adv. anders[ els]♦voorbeelden:1 anything else? • verder nog iets?everybody else but you • op jou na iedereenlittle else • niet veel meerit's nobody else's business • verder gaat het niemand wat aanthat is something else again! • dat is heel wat anders!what else can I do? • wat kan ik anders doen?nowhere else • nergens andersor else • of (anders)hurry, (or) else you'll miss your train • schiet op, anders mis je je trein (nog) -
76 epidermis
n. epidermis (de buitenste huidlaag)[ - də:mis] -
77 fact
n. feit; bestaande waarheid; daad; bewezen feit (i.d. wetspraak)[ fækt]1 feit ⇒ waarheid, zekerheid♦voorbeelden:his facts are shaky • zijn verhaal is slecht onderbouwdknow for a fact • zeker wetenit's a fact that • het staat vast, datin actual fact • in werkelijkheidin fact • in feite, eigenlijk¶ in fact • bovendien, zelfs, en niet te vergeten -
78 feeling
adj. gevoelig; vol gevoelens--------n. gevoel; medelijdenfeeling1[ fie:ling]3 idee ⇒ gevoel, indruk♦voorbeelden:a feeling of sorrow/security • een gevoel van droefheid/geborgenheid2 bad/ill feeling • bitterheid, wrokno hard feelings • even goede vriendenI have no strong feelings either way • het is mij om het evenhurt someone's feelings • iemand/iemands gevoelens kwetsenmixed feelings • gemengde gevoelens♦voorbeelden:2 gevoel3 begrip ⇒ feeling, gevoel♦voorbeelden:————————feeling2♦voorbeelden: -
79 go wrong
in het ongerede raken, onbruikbaar wordeneen fout maken, zich vergissen; fout/mis gaan, de mist in gaan; 〈 informeel〉stuk gaan, het begeven 〈 van apparaat〉; het verkeerde pad opgaan -
80 go
n. Japans bordspel voor twee personen in ruiten verdeeld door 19 horizontale en 19 vertikale lijnen--------n. poging; enthousiasme; activiteit (spreektaal)--------v. lopen, gaan; gaan (rijden); aankomen; wordengo11 poging3 pit ⇒ fut, energie4 aanval♦voorbeelden:have a go doing something • iets proberen te doen2 at/in one go • in één klap, in één keerhave a go at • een aanval doen op; uitvallen tegen, van leer trekken tegen¶ be all the go • in de mode zijn, erg in trek zijnmake a go of it • er een succes van makenit 's all go • het is een drukte van je welste(up)on the go • in de weer, in volle actie(it 's) no go • het kan niet, het lukt nooit→ near near/————————go21 goed functionerend ⇒ in orde, klaar♦voorbeelden:————————go31 gaan ⇒ starten, vertrekken; beginnen, aanvatten, aanvangen2 gaan ⇒ voortgaan, lopen, reizen12 vooruitgaan ⇒ vorderen, opschieten18 verdwijnen ⇒ wijken, afgeschaft worden, afgevoerd worden23 beschikbaar/voorhanden zijn♦voorbeelden:go fetch! • zoek!, apporte! 〈 tegen hond〉go to find someone • iemand gaan zoekengo fishing • uit vissen gaanleave go of • loslaten, laten gaanlook where you are going! • kijk uit je doppen!〈 informeel〉 don't go saying that! • zeg dat nou toch niet!go shopping • gaan winkelenwho goes there? • wie daar? 〈 vraag naar wachtwoord〉go aside • opzij gaan, zich even terugtrekkengo near to do/doing something • iets bijna doengo on an errand • een boodschap (gaan) doengo on a journey • op reis gaango on the pill • aan de pil gaango on the stage • bij het toneel gaanready, steady, go! • klaar voor de start? af!2 go by air/car • met het vliegtuig/de auto reizengo for a walk • een wandeling maken1the forks go in the top drawer • de vorken horen in de bovenste la1where do you want this cupboard to go? • waar wil je deze kast hebben?3plus any cash that was going • plus wat voor geld er maar beschikbaar wasgo aboard • aan boord gaango abroad • naar het buitenland gaango straight • rechtop lopengo along that way • die weg nemen/volgengo from bad to worse • van kwaad tot erger vervallenthe difference goes deep • het verschil is erg grootgo in fear of one's life • voor zijn leven vrezenas things go • in vergelijking, in het algemeengo armed • gewapend zijnit will go hard with him • het zal erg moeilijk voor hem wordenhow are things going? • hoe gaat het ermee?how is work going? • hoe staat het met het werk?go slow • een langzaam-aan-actie houdenthe tune goes like this • het wijsje kt als volgt10 go well • goed aflopen, goed komen11 how did the exam go? • hoe ging het examen?go in someone's favour • in iemands voordeel uitvallenwhat he says goes • wat hij zegt, gebeurt ook12 how is the work going? • hoe vordert het (met het) werk?go unpunished • ongestraft wegkomengoing!, going!, gone! • eenmaal! andermaal! verkocht!16 go on • besteed worden/gespendeerd worden aanmy complaints went unnoticed • mijn klachten werden niet gehoordthe cook must go • de kok moet gaanhe paid as he went • hij betaalde directit only goes to show • zo zie je maargo (a-)begging • geen aftrek vinden, niet gewild zijnif these things are going begging I'll take them • als niemand (anders) ze wil, neem ik ze wel〈Brits-Engels; informeel〉 go and do something • iets gaan doen; zo maar even iets doen; zo dwaas zijn iets te doenlet oneself go • zich laten gaan, zich ontspannen; zich verwaarlozenanything goes • alles is toegestaanhe kept going like this • hij deed telkens zogo carefully • heel bedachtzaam/behoedzaam te werk gaango easy • het rustig(er) aan (gaan) doengo easy with • aardig/vriendelijk zijn tegen〈 informeel〉 here goes! • daar gaat ie (dan)!〈 informeel〉 here we go again • daar gaan we weer, daar heb je het weerthere it goes • weg, foetsie; kapotgo wrong • een fout maken, zich vergissen; fout/mis gaan, de mist in gaan; 〈 informeel〉stuk gaan, het begeven 〈 van apparaat〉; het verkeerde pad opgaan→ go about go about/, go across go across/, go after go after/, go against go against/, go ahead go ahead/, go along go along/, go around go around/, go at go at/, go away go away/, go back go back/, go beyond go beyond/, go by go by/, go down go down/, go far go far/, go for go for/, go forward go forward/, go in go in/, go into go into/, go off go off/, go on go on/, go out go out/, go over go over/, go round go round/, go through go through/, go to go to/, go together go together/, go under go under/, go up go up/, go with go with/, go without go without/II 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:go the same way • dezelfde kant opgaango the shortest way • de kortste weg nemen¶ go it alone • iets/het helemaal alleen doengo it strong • er hard tegenaan gaan; overdrijven, het er dik op leggen♦voorbeelden:go absent • afwezig blijvengo bad • slecht worden, bedervengo blind • blind wordengo broke • al zijn geld kwijtrakengo cold • koud wordengo hot and cold • het (afwisselend) warm en koud krijgengo hungry • honger krijgengo ill/sick • ziek wordenthe milk went sour • de melk werd zuurgoing fifteen • bijna vijftien (jaar), naar de vijftien toe
См. также в других словарях:
mis — mis·cel·la·ny; mis·chance; mis·chief; mis·conceit; mis·conduct; mis·content; mis·count; mis·creant; mis·create; mis·cue; mis·deal; mis·de·mean; mis·doubt; mis·er·a·ble; mis·esteem; mis·field; mis·fire; mis·fit; mis·like; mis·luck; mis·match;… … English syllables
MIS AG — is a German vendor of corporate performance management software. It was founded in Darmstadt in 1988. Originally started as a consulting company and reseller of the Applix products, MIS AG developed their own product similar to TM/1. In 1997, MIS … Wikipedia
mis — mis, mise (mî, mi z ) part. passé de mettre. 1° Colloqué en quelque lieu. Un livre mis dans une bibliothèque. Fig. • Les volontés ne sont pas seulement souffertes par sa patience [de Dieu], mais encore mises sous le joug de sa puissance… … Dictionnaire de la Langue Française d'Émile Littré
miš — mȉš m <N mn evi/ i reg. knjiš.> DEFINICIJA 1. zool. a. kućni glodavac (Mus musculus) iz porodice miševa b. (mn) Muridae, rasprostranjen mali glodavac šiljaste njuške i duga repa [šumski miš; klȃsni miš više vrsta štakora] c. naziv za… … Hrvatski jezični portal
mis — mis, mise [ mi, miz ] adj. • XVIIe; de mettre ♦ Littér. Habillé, vêtu. « Nénesse, mis comme un garçon de la ville » (Zola). Femme bien, mal mise (⇒ mise) . ⊗ HOM. Mi, mie, mye. ● mis Participe passé de mettre. ⇒MIS, MISE, part. passé et adj. I.… … Encyclopédie Universelle
mis- — Mis : ↑ miso , Miso . * * * mis , Mis : ↑miso , ↑Miso . mi|so , Mi|so , (vor Vokalen): mis , Mis [griech. mĩsos] >Best. in Zus. mit der Bed.<: Feindschaft, Hass, Verachtung (z. B. Misogyn, misanthropisch) … Universal-Lexikon
Mis- — Mis : ↑ miso , Miso . * * * mis , Mis : ↑miso , ↑Miso . mi|so , Mi|so , (vor Vokalen): mis , Mis [griech. mĩsos] >Best. in Zus. mit der Bed.<: Feindschaft, Hass, Verachtung (z. B. Misogyn, misanthropisch) … Universal-Lexikon
mis- — 1 [mis] [ME < OE & OFr: OE mis , akin to OHG missa , Goth missa (for IE base see MISS1); OFr mes < Frank * missi , akin to OHG missa ] prefix 1. wrong, wrongly, bad, badly [misdo, misdemeanor] 2. no, not [misfire] mis 2 [mis] … English World dictionary
Mis- — (m[i^]s ). [In words of Teutonic origin, fr. AS. mis ; akin to D. mis , G. miss , OHG. missa , missi , Icel. & Dan. mis , Sw. miss , Goth. missa ; orig., a p. p. from the root of G. meiden to shun, OHG. m[=i]dan, AS. m[=i][eth]an ([root]100. Cf.… … The Collaborative International Dictionary of English
mis- — mis(o) ♦ Élément, du gr. misein « haïr ». mis(o) élément, du gr. misein, haïr . ⇒MIS(O) , (MIS , MISO )élém. formant Élém. tiré du gr. (o) , de «haïr, détester», «haine», entrant da … Encyclopédie Universelle
mis- — 1 a prefix applied to various parts of speech, meaning ill, mistaken, wrong, wrongly, incorrectly, or simply negating: mistrial; misprint; mistrust. [ME; OE mis(se) ; c. G miss , Goth missa (see MISS1;); often r. ME mes < OF < WGmc *mis(s) ] mis… … Universalium