-
1 domino
n. domino, flat rectangular object with two halves that are blank or marked with dots (used to play the game of dominoes) -
2 dominosteen
n. domino, flat rectangular object with two halves that are blank or marked with dots (used to play the game of dominoes) -
3 anderhalf is gelijk aan drie tweeden
anderhalf is gelijk aan drie tweedenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > anderhalf is gelijk aan drie tweeden
-
4 delen
♦voorbeelden:1 bacteriën vermenigvuldigen zich door zich te delen • bacteria multiply by division/fissionin tweeën delen • divide in twohet verschil delen • split the differenceu moet kiezen of delen • you may take it or leave iteerlijk delen • share and share alikesamen delen • go halveseen kamer delen met • share a room with♦voorbeelden:iemand in zijn vreugde laten delen • share one's joy with someone1 [meevoelen] share♦voorbeelden: -
5 half
half1〈de〉1 half♦voorbeelden:————————half21 [de helft zijnde] half2 [voor een (groot) deel; niet helemaal] half3 [met betrekking tot het punt waar de andere helft begint] halfway up/down/along/through♦voorbeelden:een halve cirkel • a semicirclehalve dagen werken • work half timevoor half geld/tegen de halve prijs • (for/at) half pricevier en een halve mijl • four and a half milesde klok slaat hele en halve uren • the clock strikes the (full) hours and the half hoursgeen halve maatregelen • no half measuresde halve stad spreekt ervan • half the town is talking about itiets met een half woord aanduiden • (barely) hint at somethinghij hoeft maar een half woord te zeggen • half a word is enougher is een bus telkens om vier minuten vóór het halve uur/vóór half • there is a bus every four minutes to the half hourhet is half elf • it is half (past) tenhet is vijf voor half elf • it is twenty-five past ten¶ een halve gare • a fool/halfwit/BtwitII 〈 bijwoord〉2 [voor een deel] half♦voorbeelden:het hek is half wit en half groen geverfd • the fence is painted half white, half greenje weet niet half hoe erg het is • little do you know how serious it ismijn werk is half af • my work is half donehalf zo groot als ik • half as tall as mehalf en half tot iets besloten zijn • have more or less decidediemand iets half en half beloven • half promise someone somethingik ben er half en half van op de hoogte • I have not yet been fully informedhalf en half/half om half • half and half2 met het raam half dicht • with the window halfway down/opende deur stond half open • the door was ajarik kan het maar half geloven • I can hardly believe ithalf lachend, half huilend • torn between laughing and cryingiets maar half verstaan • understand only half of it -
6 halveren
-
7 helft
1 half♦voorbeelden:de grootste helft • the bigger/greater halfieder de helft betalen • pay half each, go halves, go Dutchde helft is gelogen • half of it is liesmeer dan de helft • more than halfde helft meer • half as much/many againde helft minder • half as much/manyde helft te veel • fifty per cent too much/manyop/over de helft zijn • be halfway/more than halfway throughtegen/voor de helft van de prijs • at/for half the pricede helft van tien is vijf • half of ten is fivede fles is voor de helft gevuld • the bottle is half fullde tweede helft van een wedstrijd • the second half of a match -
8 ieder de helft betalen
ieder de helft betalenpay half each, go halves, go DutchVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ieder de helft betalen
-
9 samen delen
samen delen -
10 samsam doen
samsam doengo fifty-fifty/halves (with someone) -
11 samsam
-
12 twee halven maken een heel
twee halven maken een heelVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > twee halven maken een heel
-
13 tweede
tweede1I 〈 het〉1 [half] half♦voorbeelden:II 〈de〉1 [tweede klas] second year/form————————tweede2〈 rangtelwoord〉1 second♦voorbeelden:de tweede Kamer • the (Dutch) Lower House/Chambertweede keus • second rate, secondsop de tweede plaats/als tweede eindigen • finish second; be runner-up 〈 in wedstrijd〉; 〈 figuurlijk〉 come off second bestde tweede stuurman • the second mateof het ook leuk is, is een tweede • whether or not it's nice is quite another matter/another matter altogether -
14 werk
2 [plaats] work♦voorbeelden:het betere werk • the right thingzijn werk goed/slecht doen • make a good/bad job of one's workhet grote werk • the big jobgeen half werk doen • not stop at half measures, go the whole hogze houden hier niet van half werk • they don't do things by halves heredat is een heel werk • it's quite a joblos werk hebben • have a casual jobhet is onbegonnen werk • it's a hopeless taskpublieke werken • public workshet vuile werk opknappen (voor iemand) • do the dirty work (for someone)aangenomen werk • contract workeen nieuwe fabriek geeft werk aan 250 mensen • a new factory provides jobs/work for 250 people(vast) werk hebben • have a regular jobhet is zijn werk • it's his businesshij kan het werk niet aan • 〈 te zwaar〉 he isn't up to his work; 〈 te veel〉 he's up to the neck in workveel werk maken van de aankleding van zijn huis • take great pains over the furnishing of one's houseiemand werk opdragen • give someone a task(op school) werk opgeven • give an assignmentwerk zoeken • look for work/employment〈 figuurlijk〉 heb je altijd zo lang werk met het eten klaarmaken • do you always take so long preparing dinner/breakfast/ 〈enz.〉aan het werk gaan • set to workaan het werk houden • keep goingiedereen aan het werk! • everybody to their work!iemand aan het werk zetten • put someone to workhard aan het werk gaan • set to work at full tilt〈 figuurlijk〉 er is werk aan de winkel • there's work to be done, there's a lot to do/to be doneer is weinig werk in de bouw • work is slack in the building tradehoe gaat dat in z'n werk? • how is it done?werk in uitvoering • road workshoe is dat allemaal in zijn werk gegaan • how did it all come abouthet ging allemaal zo razendsnel in zijn werk • it was all such very quick workonder het werk mag er niet gerookt worden • smoking is forbidden at work/during working hourste werk stellen • employ, set to workheel behoedzaam te werk gaan • go very carefullyimpulsief te werk gaan, oneerlijk te werk gaan • act on impulse, act unfairlyieder ging op zijn eigen manier te werk • each took his/her own linezonder werk zitten • be out of work/unemployedniet op zijn werk komen • fail to turn up for work/dutywerk van iemand maken • play up to someonewerk van iets maken • do something about something; take action; 〈 sterker〉 put some work into something; 〈 klacht indienen〉 complain about somethingze wilden er geen werk van maken • they didn't want to take the matter in handalles in het werk stellen • make every effort to, strain every nerve (to), leave no stone unturneddat is geen werk • that's unfair -
15 ze houden hier niet van half werk
ze houden hier niet van half werkVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ze houden hier niet van half werk
См. также в других словарях:
halves — [hɑːvz ǁ hævz] adverb go halves informal to share something equally: • We decided to go halves on the investment. * * * halves UK US /hɑːvz/ US /hævz/ noun [plural] ● not/never do things by halves Cf. not/never do things by halves … Financial and business terms
Halves — (h[aum]vz), n., pl. of {Half}. [1913 Webster] {By halves}, by one half at once; halfway; fragmentarily; partially; incompletely. [1913 Webster] I can not believe by halves; either I have faith, or I have it not. J. H. Newman. [1913 Webster] {To… … The Collaborative International Dictionary of English
halves — [ha:vz US hævz] 1.) the plural of ↑half 2.) go halves (with sb) BrE if you go halves with someone, you divide something equally between you, especially money … Dictionary of contemporary English
halves — [havz, hävz] n. pl. of HALF by halves 1. halfway; imperfectly 2. halfheartedly go halves to share expenses, etc. equally … English World dictionary
halves — the plural of half … Usage of the words and phrases in modern English
Halves — Half Half (h[aum]f), n.; pl. {Halves} (h[aum]vz). [AS. healf. See {Half}, a.] 1. Part; side; behalf. [Obs.] Wyclif. [1913 Webster] The four halves of the house. Chaucer. [1913 Webster] 2. One of two equal parts into which anything may be divided … The Collaborative International Dictionary of English
halves — /havz, hahvz/, n. 1. pl. of half. 2. by halves, a. incompletely or partially: to do things by halves. b. halfheartedly: better not at all than by halves. 3. go halves, to share equally; divide evenly. * * * … Universalium
halves — /havz / (say hahvz) plural noun 1. plural of half. –phrase 2. by halves, a. incompletely. b. half heartedly. 3. for (or on){{}} (the) halves, (formerly) …
halves — [[t]hævz, hɑvz[/t]] n. pl. of half • by halves go halves … From formal English to slang
HALVES — pl. of HALF. * * * [havz; hävz] plural form of half * * * plural of ↑half, 1 * * * halves [halves] [hɑːvz] ; [hævz] pl. of ↑half … Useful english dictionary
Halves (band) — Infobox musical artist Name = Halves Img capt = Img size = Landscape = Background = group or band Alias = Origin = Dublin, Ireland Genre = Post rock Years active = Label = Associated acts = URL = [http://www.ahomeforhalves.com/ www.ahomeforhalves … Wikipedia