-
1 pareren
v. parry, ward, ward off, fend off, put by, fence, fend, counter -
2 verdrijven
v. drive back, turn back, pass away, expel, dissipate, dispel, dislodge, eliminate, fend off, fend, eject, extrude, scatter -
3 afweren
3 [afslaan] ward off♦voorbeelden:lastige vragen afweren • duck tricky questions3 een aanval/aanvaller afweren • repel an attack/attacker -
4 afweren
v. keep off, fight off, parry, ward off, repel, fend -
5 terugslaan
n. repulsion, backfire--------v. hit back, repel, fend, repulse, return, rebut -
6 wegjagen
v. drive away, shoo, scare away, bundle away, expel, extrude, fight off, fend -
7 zich bekommeren
v. care, worry, fend for oneself -
8 zich moeite geven
v. fend for oneself, labour, labor -
9 zich verweren
v. fend off -
10 zorgen
v. care, worry, go after, look, handle, fend for oneself -
11 iemand aan zijn lot overlaten
iemand aan zijn lot overlatenleave someone to fend for himself/to his fateVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand aan zijn lot overlaten
-
12 lijf
1 body♦voorbeelden:het vege lijf redden • save one's skinaan mijn lijf geen polonaise! • no way!bijna geen kleren aan zijn lijf hebben • have hardly a shirt to one's backiets aan den lijve ondervinden • experience (something) personallygeen hart in zijn lijf hebben • have no heartdie rol is haar op het lijf geschreven • she's made for that partiemand te lijf gaan • let go at someoneiemand (toevallig) tegen het lijf lopen • run into someone, stumble upon someonezijn longen uit zijn lijf hoesten • cough one's lungs upblijf van mijn lijf • hands offzich iets van het lijf houden • fend something offik kon hem niet van het lijf houden • I couldn't keep him off megezond van lijf en leden • able-bodiedde voorstelling had weinig om het lijf • the performance didn't amount to much -
13 lot
2 [bewijs van aandeel in een loterij] lottery-share/-bond4 [voorwerp waarmee geloot wordt] lot, die♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 een lot uit de loterij trekken • draw a lucky number, back a winnerdoor/volgens het lot aanwijzen • determine/appoint by lothet lot tarten • tempt fatehet lot is hem niet gunstig gezind • the dice are loaded against him6 iemand aan zijn lot overlaten • leave someone to fend for himself/to his fatezich iemands lot aantrekken • take pity on someoneberusten in zijn lot • resign oneself to one's fatezijn lot verbinden aan • throw/cast in one's lot withzich in zijn lot schikken • accept/embrace one's lot/destinymet zijn lot tevreden zijn • accept/be satisfied with one's lot -
14 op eigen wieken drijven
op eigen wieken drijvenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > op eigen wieken drijven
-
15 potje
-
16 voor zichzelf kunnen zorgen
voor zichzelf kunnen zorgenbe able to take care of/fend for oneselfVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > voor zichzelf kunnen zorgen
-
17 wiek
-
18 zich iets van het lijf houden
zich iets van het lijf houdenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > zich iets van het lijf houden
-
19 zijn eigen potje koken
zijn eigen potje kokenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > zijn eigen potje koken
-
20 zorgen
♦voorbeelden:daar moet jij voor zorgen • that's your jobvoor grote opschudding zorgen • cause a sensation2 voor zichzelf kunnen zorgen • be able to take care of/fend for oneself3 zorg dat je niet te laat komt • see that/make sure you're not late
См. также в других словарях:
fend — fend … Dictionnaire des rimes
fend — [fend] v [Date: 1200 1300; Origin: defend] fend for yourself to look after yourself without needing help from other people ▪ The kids had to fend for themselves while their parents were away. fend off [fend sb/sth off] phr v 1.) to defend… … Dictionary of contemporary English
Fend — Fend, v. t. [imp. & p. p. {Fended}; p. pr. & vb. n. {Fending}.] [Abbrev. fr. defend.] To keep off; to prevent from entering or hitting; to ward off; to shut out; often with off; as, to fend off blows. [1913 Webster] With fern beneath to fend the… … The Collaborative International Dictionary of English
Fend — ist der Familienname von Fritz Fend (1920–2000), deutscher Automobilkonstrukteur Helmut Fend (* 1940), österreichischer Pädagogikprofessor Werner Fend (1926–1997), österreichischer Lehrer, Jäger, Fotograf, Tierfilmer und Autor … Deutsch Wikipedia
fend — /fend/, v.t. 1. to ward off (often fol. by off): to fend off blows. 2. to defend. v.i. 3. to resist or make defense: to fend against poverty. 4. to parry; fence. 5. to shift; provide: to fend for oneself. [1250 1300; ME fenden, aph. var. of… … Universalium
fend — UK US /fend/ verb ● fend for yourself Cf. fend for yourself … Financial and business terms
fend — [ fend ] verb fend for yourself to look after yourself without help from anyone else ,fend off phrasal verb transitive to defend yourself against an attack a. to protect yourself from a criticism or difficulty by ignoring it or not dealing… … Usage of the words and phrases in modern English
fend — [fend] vt. [ME fenden, aphetic for defenden, DEFEND] Archaic to defend vi. to resist; parry fend for oneself to manage by oneself; get along without help fend off to ward off … English World dictionary
Fend — Fend, v. i. To act on the defensive, or in opposition; to resist; to parry; to shift off. [1913 Webster] The dexterous management of terms, and being able to fend . . . with them, passes for a great part of learning. Locke. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
fend — [fend] verb fend for yourself fend sb off … Dictionary for writing and speaking English
fend — ► VERB 1) (fend for oneself) look after and provide for oneself. 2) (fend off) defend oneself from (an attack or attacker). ORIGIN shortening of DEFEND(Cf. ↑defender) … English terms dictionary