-
1 overschrijden
1 [over (iets) heen gaan] step over/across ⇒ cross♦voorbeelden:een termijn overschrijden • pass/exceed/not keep the term -
2 buiten zijn boekje gaan
v. exceed one's authority -
3 overschrijden
v. overstep, outstep, overfulfil, exceed -
4 overtreffen
v. best, surpass, excel, exceed, outdo, outvie, top, transcend, beat, head, go beyond, outgo, outmarch, outperform, outact, outbalance, outbrave, outrank, outreach, outrival, outstrip, overbear, overbid, overfulfil, overtop, outtop, overmatch, lick -
5 te boven gaan
v. surpass, exceed, transcend, overtop, outtop, outrival, overbear -
6 overschrijden
• to exceed• to transgress -
7 bevoegdheid
♦voorbeelden:ruime bevoegdheden hebben • enjoy wide powersde bevoegdheid hebben om • have the power toiemand de bevoegdheid verlenen/geven om • grant someone (the) power todat valt niet binnen/ligt buiten de bevoegdheid van • that is outside the competence ofzonder bevoegdheid • unauthorizedzijn bevoegdheden te buiten gaan • exceed one's authority -
8 boven
boven1〈 bijwoord〉3 [op de hoogst gelegen plaats] on top4 [aan de oppervlakte] up5 [in het voorafgaande] above6 [aan de winnende hand] on top ⇒ at the top/head♦voorbeelden:1 deze kant/dit boven! • this side/end up!boven was het uitzicht fantastisch • the view from above/ 〈 op hoogste punt〉 at the top was magnificentde weg naar boven • the way upnaar boven afronden • round upkom maar boven • come on upwoon je boven of beneden? • do you live upstairs or down(stairs)?ik kom net van boven • I've just come downstairshet gaat elke beschrijving te boven • it defies all descriptiontot boven aan toe • to the (very) topde vierde regel van boven • the fourth line from the tophij zat van boven tot beneden onder de modder • he was covered with mud from head to toevan boven af voorschrijven • prescribe from aboveals boven • as (stated) abovezoals boven gezegd/aangehaald • as mentioned above/earlier (on)7 boven aan de lijst staan • be at the top/head of the listboven op elkaar stapelen • pile one on top of the other————————boven2〈 voorzetsel〉6 [stroomopwaarts; ten noorden van] above♦voorbeelden:uitsteken boven • rise abovede flat boven ons • the flat overheadboven zijn stand trouwen • marry above oneselfer gaat niets boven Belgische friet • there's nothing like Belgian chipsuitmunten boven • excelveiligheid boven alles • safety firstkinderen boven de drie jaar • children over threeboven zijn stand leven • live beyond one's meansboven alle twijfel • beyond (a/all) doubthij is boven alle verdenking/kritiek verheven • he is above all suspicion/criticismtien graden boven het vriespunt • ten degrees above freezing pointboven de tien seconden blijven • not get under ten seconds5 hij verdient nog wel duizend gulden boven zijn maandsalaris • he earns as much as a thousand guilders on top of his monthly salaryBonn ligt boven Lobith • Bonn is above Lobith -
9 de import moet de export niet overtreffen
de import moet de export niet overtreffenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de import moet de export niet overtreffen
-
10 de temperatuur mag niet hoger zijn dan 60°
de temperatuur mag niet hoger zijn dan 60°the temperature must not go above/exceed 60°Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de temperatuur mag niet hoger zijn dan 60°
-
11 de tijdslimiet overschrijden
de tijdslimiet overschrijdenexceed/ 〈 informeel〉 go over the time limitVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de tijdslimiet overschrijden
-
12 een termijn overschrijden
een termijn overschrijdenpass/exceed/not keep the termVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een termijn overschrijden
-
13 hoog
hoog1〈 het〉1 high♦voorbeelden:¶ bij hoog en laag volhouden/blijven beweren • stand firm, stick to one's guns/opinion————————hoog22 [zover reikend als in de bepaling genoemd wordt] high3 [vergevorderd in een rang-/volgorde] high♦voorbeelden:een hoge C • a high/top Choge gebouwen • high/tall buildingsde hoogste verdieping • the top floordat paard staat hoog op de benen • that horse has (got) long legs/is tallhoog in de lucht/bergen • high up in the air/mountainseen stapel van drie voet hoog • a three-foot high pilehij woont drie hoog • he lives on the Bthird/ Asecond floor3 de hoge adel • the leading aristocracy; the high nobility 〈 graven en hertogen, maar niet baronnen〉een hoge ambtenaar • a senior officialnaar een hogere klas overgaan • move up/be moved up to a higher classeen hoge waarde hebben • have a high value, be (very) valuable4 zij had een hoge kleur • she had a high colour, her face flushedShell aandelen waren 10 punten hoger • Shell shares were 10 points higher/gained 10 pointseen hoog stemmetje/geluid • a high-pitched voice/soundiemand hoog aanslaan • 〈 figuurlijk〉 have a high opinion of/think highly of someonehoger gaan dan duizend gulden • go above/beyond a thousand guilders; 〈 bieden ook〉 bid more than a thousand guildersde twist liep hoog op • the quarrel became heatedhoog opgeven van iemand • praise someoneiets hoog opnemen • take something seriouslyde verwarming staat hoog • the heating is on highhet zit hem hoog • it rankles him10 % hoger dan vorig jaar • 10 % higher than/up on last yearde temperatuur mag niet hoger zijn dan 60° • the temperature must not go above/exceed 60°de prijzen zijn 1000 gulden en hoger • prices start at 1000 guildersje kunt hoog of laag springen maar ik doe het toch niet • I'm not going to do it whatever you do/say -
14 import
1 [invoer van koopwaren] import(ation)2 [ingevoerde koopwaar] import(s)3 [pejoratief; figuurlijk] foreign elements/customs/ideas/products 〈enz.〉♦voorbeelden:3 in deze wijk woont bijna allemaal import • there are hardly any locals (left) in this neighbourhood -
15 meevallen
1 [minder erg zijn] turn out/prove/be better than (was) expected2 [de verwachting overtreffen] exceed one's expectations♦voorbeelden:de onderzoeksresultaten vielen niet mee • the research results proved (to be) disappointinghet valt niet mee om zo hard te werken • hard work isn't as easy as one would thinkdat zal wel meevallen • it won't be so bad -
16 niet boven de begroting gaan
niet boven de begroting gaanVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > niet boven de begroting gaan
-
17 overstijgen
-
18 overtreffen
♦voorbeelden:alles overtreffende • superlative, supremehij heeft zichzelf overtroffen • he has excelled himselfiemand in schoonheid overtreffen • surpass someone in beautyin aantal overtreffen • outnumberdat is niet meer te overtreffen • that cannot be surpassed -
19 tijdslimiet
♦voorbeelden:een tijdslimiet stellen • set a time limit -
20 zijn bevoegdheden te buiten gaan
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > zijn bevoegdheden te buiten gaan
См. также в других словарях:
exceed — exceed, surpass, transcend, excel, outdo, outstrip mean to go or to be beyond a stated or implied limit, measure, or degree. Exceed may imply an overpassing of a limit set by one s right, power, authority, or jurisdiction {this task exceeds his… … New Dictionary of Synonyms
exceed — ex‧ceed [ɪkˈsiːd] verb [transitive] 1. to be more than a particular number or amount: • Working hours must not exceed 42 hours a week. • individuals with assets exceeding £500,000 2. to go beyond an official or legal limit: • Pesticide levels… … Financial and business terms
Exceed — Ex*ceed , v. i. 1. To go too far; to pass the proper bounds or measure. In our reverence to whom, we can not possibly exceed. Jer. Taylor. [1913 Webster] Forty stripes he may give him, and not exceed. Deut. xxv. 3. [1913 Webster] 2. To be more or … The Collaborative International Dictionary of English
exceed — [ek sēd′, iksēd′] vt. [ME exceden < OFr exceder < L excedere < ex , out, beyond + cedere, to go: see CEDE] 1. to go or be beyond (a limit, limiting regulation, measure, etc.) [to exceed a speed limit] 2. to be more than or greater than;… … English World dictionary
Exceed — Ex*ceed , v. t. [imp. & p. p. {Exceeded}; p. pr. & vb. n. {Exceeding}.] [L. excedere, excessum, to go away or beyond; ex out + cedere to go, to pass: cf. F. exc[ e]der. See {Cede}.] To go beyond; to proceed beyond the given or supposed limit or… … The Collaborative International Dictionary of English
exceed — late 14c., from O.Fr. exceder (14c.) exceed, surpass, go too far, from L. excedere depart, go beyond, be in excess, surpass, from ex out (see EX (Cf. ex )) + cedere go, yield (see CEDE (Cf. cede)). Related: Exceeded; exceeding … Etymology dictionary
exceed — index carouse, outbalance, outweigh, overestimate, overlap, overreach, overstep, predominate (outnumber) … Law dictionary
exceed — [v] be superior to; surpass beat, best, better, break record*, cap, distance, eclipse, excel, get upper hand*, go beyond, go by, have advantage, have a jump on*, have it all over*, out distance, outdo, outpace, outreach, outrun, outshine,… … New thesaurus
exceed — ► VERB 1) be greater in number or size than. 2) go beyond what is stipulated by (a set limit). 3) surpass. ORIGIN Latin excedere, from cedere go … English terms dictionary
exceed — verb ADVERB ▪ considerably, far, greatly, significantly, substantially, vastly ▪ clearly, comfortably (esp. BrE), easily … Collocations dictionary
exceed — verb Etymology: Middle English exceden, from Middle French exceder, from Latin excedere, from ex + cedere to go Date: 14th century transitive verb 1. to extend outside of < the river will exceed its banks > 2. to be greater than or superior to 3 … New Collegiate Dictionary