-
121 alors
alors [aalor]〈 bijwoord〉1 toen2 dan3 nou♦voorbeelden:alors même que • zelfs al2 et (puis) alors? • en wat dan nog?, wat zou dat?ou alors • of andersalors? • en?3 non mais alors! • nee maar!alors, ça va? • en, hoe is het?ça alors • nee maar, nee toch〈 informeel〉 alors, tu viens? • kom je nou?1. adv1) dan, toen, destijds2) in dat geval2. alors queconjook al, terwijl3. interj -
122 apparaître
apparaître [aapaaretr]1 verschijnen ⇒ zichtbaar worden, te voorschijn komen2 aan het licht komen ⇒ optreden, zich voordoen♦voorbeelden:apparaître comme • voorkomen alsII 〈 onpersoonlijk werkwoord〉♦voorbeelden:1. v1) verschijnen, te voorschijn komen2) optreden, zich voordoen3) lijken, voorkomen2. il apparaît quev -
123 appeler
appeler [aaplee]♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 roepen2 oproepen3 opbellen4 noemen5 benoemen ⇒ roepen (tot), bestemmen (voor)6 verlangen ⇒ noodzaken, met zich brengen♦voorbeelden:appeler le médecin • de dokter laten komenappeler qn. • iemand (aan)roepenappeler à l'aide, au secours • om hulp roepenappeler qn. ( au téléphone) • iemand opbellenappeler qn. en justice • iemand voor het gerecht dagenappeler qn. par son prénom • iemand bij zijn voornaam noemenappeler les choses par leur nom • het kind bij de naam noemenêtre appelé à 〈+ onbepaalde wijs〉 • bestemd zijn (om), geroepen worden (tot), genoodzaakt zijn (om)appeler qn. à une fonction, à un poste • iemand benoemen op een postelle est appelée par sa fonction à beaucoup voyager • haar functie zal met zich meebrengen dat ze veel moet reizenune riposte en appelle une autre • het ene weerwoord lokt het andere uitappeler l'attention de qn. sur qc. • iemands aandacht op iets vestigen♦voorbeelden:1 comment t'appelles-tu? • hoe heet je?voilà ce qui s'appelle parler • dat is pas duidelijke taalou je ne m'appelle plus X, aussi sûr que je m'appelle X • zowaar als ik leef, hier sta1. v1) noemen2) (op)roepen3) opbellen4) benoemen2. s'appelerv -
124 applicable
applicable [aapliekaabl]1 die, dat aangebracht kan worden (op)♦voorbeelden:2 être applicable à qn., à qc. • op iemand, op iets van toepassing zijnadj2) die, dat aangebracht kan worden -
125 arrêter
arrêter [aarettee]1 stilhouden ⇒ stoppen, blijven staan♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 tegenhouden ⇒ ophouden, stilzetten3 bepalen ⇒ vaststellen, afspreken♦voorbeelden:arrêter sa voiture • zijn auto tot stilstand brengenle maire arrête que • de burgemeester verordent dat1 blijven staan ⇒ stilhouden, stoppen2 ophouden♦voorbeelden:s'arrêter à une décision • bij een beslissing blijven1. v1) stoppen, blijven staan3) tegenhouden4) arresteren5) bepalen7) afsluiten [rekening]2. s'arrêterv1) blijven staan, stoppen2) ophouden -
126 assurer
assurer [aasuuree]3 waarborgen ⇒ veilig, zeker stellen, zorgen voor4 belast zijn met ⇒ de verantwoordelijkheid hebben voor, waarnemen♦voorbeelden:4 assurer une permanence • dag en nacht open zijn, de dienst waarnemenassurer son service • dienst doen, hebbenassurer une rente à qn. • iemand een jaargeld toekennen♦voorbeelden:s'assurer (de) qc. • zich van iets verzekeren, zich iets verschaffen1. v1) verzekeren (van, tegen)2) waarborgen, veilig/zeker stellen2. s'assurerv -
127 attacher
attacher [aataasĵee]1 aanbranden ⇒ aanbakken, aanzettenII 〈 overgankelijk werkwoord〉2 vastspijkeren ⇒ vastschroeven, vasthaken♦voorbeelden:attacher les mains de qn., à qn. • iemands handen boeienattacher son tablier • zijn schort omdoen, omknopenattacher les volets • de luiken vastzetten1 zich hechten (aan) ⇒ gehecht raken (aan), liefde opvatten (voor)2 zich toeleggen (op) ⇒ zich beijveren (om), zijn best doen (om)3 verbonden zijn (aan, met) ⇒ (vast)gehecht zijn (aan), vastzitten (aan)4 (belang, waarde) hechten (aan) ⇒ vasthouden (aan), zich vastklampen (aan)5 (vast)kleven (aan) ⇒ zich vasthechten (aan), (vast) blijven plakken (aan)♦voorbeelden:s'attacher à ce que 〈+ aanvoegende wijs〉 • eraan hechten dat, erop gesteld zijn datcette robe s'attache derrière par des boutons • deze jurk gaat vanachter met knoopjes dicht1. v1) aanbranden, aanbakken2) vastkleven, blijven plakken3) vastmaken4) dichtknopen [kleding]5) hechten, verbinden6) aanstellen [werk]7) fixeren [blik]2. s'attacher (à)v3) verbonden zijn (aan, met)4) belang/waarde hechten (aan) -
128 attention
attention [aatãsjõ]〈v.〉1 oplettendheid ⇒ opmerkzaamheid, aandacht♦voorbeelden:attirer l'attention de • de aandacht trekken vanfais attention! • let op!faites bien attention à ma question • denk goed na over mijn vraagfais attention à, de ne pas le réveiller • zorg ervoor hem niet wakker te makenj'appelle votre attention sur ce détail • ik maak u opmerkzaam op dit detailfaire attention que, à ce que 〈+ aanvoegende wijs〉 • ervoor zorgen dat, erop toezien datattention! • let op!1. foplettendheid, aandacht2. attentionsf pl3. interj
См. также в других словарях:
DAT TV — Saltar a navegación, búsqueda Dios Amor y Trabajo Televisión Nombre DAT TV Eslogan Ampliando Horizontes Lanzado en Julio de 1999 Sede Torre DAT TV, Av. Valencia, Naguanagua Edo. Carabobo Propietario D … Wikipedia Español
DAT — or Dat may refer to: Biology: Direct agglutination test, any test that uses whole organisms as a means of looking for serum antibody Direct antiglobulin test, one of two Coombs tests Dopamine transporter or dopamine active transporter, a membrane … Wikipedia
Dat'r — Origin Portland, Oregon, United States Genres Funk, Electronica, Indie rock Years active 2007?–present Labels … Wikipedia
DAT — 〈Abk. für engl.〉 Digital Audio Tape (Digitaltonband) * * * I DAT [Abk. für Digital Audio Tape, dt. digitales Audioband], Kassette. II DAT [Abkürzung für … Universal-Lexikon
.dat — dat Тип Общество с ограниченной ответственностью Деятельность Разработка и издание компьютерных игр Год основания 2003 Основатели … Википедия
DAT — ● DAT nom masculin (sigle de l anglais Digital Audio Tape) Bande magnétique servant de support d enregistrement numérique du son. ● DAT (expressions) nom masculin (sigle de l anglais Digital Audio Tape) Cassette DAT, cassette d enregistrement… … Encyclopédie Universelle
dat. — dat. 〈Abk. für lat.〉 datum * * * dat. = datum. * * * Dat. = Dativ … Universal-Lexikon
Dat. — Dat. 〈Abk. für〉 Dativ * * * dat. = datum. * * * Dat. = Dativ … Universal-Lexikon
dat — dat: dit og dat … Dansk ordbog
dat´ed|ly — dat|ed «DAY tihd», adjective. 1. marked with a date; showing a date on it. 2. out of date: »Jazzy and theatrically insistent, they [torch songs by Kurt Weill] have a lot of fascination, even if they are as dated as an Emil Jannings movie (New… … Useful english dictionary
dat|ed — «DAY tihd», adjective. 1. marked with a date; showing a date on it. 2. out of date: »Jazzy and theatrically insistent, they [torch songs by Kurt Weill] have a lot of fascination, even if they are as dated as an Emil Jannings movie (New Yorker).… … Useful english dictionary