-
1 contempt
n. verachting, minachting; verachting (van de rechtbank)[ kəntem(p)t]1 min/verachting ⇒ geringschatting♦voorbeelden:1 〈 juridisch〉 contempt of court • 〈 letterlijk〉minachting voor de rechtbank, contempt of court 〈 in Angelsaksisch recht, strafbare weigering de instructies van de rechtbank op te volgen〉have/hold something in contempt • neerzien op iets, iets min/verachtenbeneath contempt • beneden alles -
2 contempt of court
verachting van het gerechtshof〈 letterlijk〉minachting voor de rechtbank, contempt of court 〈 in Angelsaksisch recht, strafbare weigering de instructies van de rechtbank op te volgen〉 -
3 beneath contempt
beneath contempt -
4 familiarity breeds contempt
geen profeet in zijn eigen stad, bekendheid brengt verachting voort -
5 have/hold something in contempt
have/hold something in contemptneerzien op iets, iets min/verachten -
6 he gave a snort of contempt
-
7 open contempt
-
8 toss one's head back with contempt
toss one's head back with contemptEnglish-Dutch dictionary > toss one's head back with contempt
-
9 with sovereign contempt
-
10 exclamation of contempt
uitroep van verachting,uitroep van minachting -
11 find someone in contempt
iemand beschuldigen op goedkoop zijn -
12 hold in contempt
het gerechtshof honen, smaden -
13 hold in contempt of court
beschuldigd van belediging van de rechtbank -
14 treat with contempt
geringschattend behandelen -
15 familiarity
n. kundigheid; bekendheid; verwantschap; openheid, onofficieel gedrag; te familiaar zijn[ fəmillie▪ærətie] 〈meervoud: familiarities〉♦voorbeelden: -
16 open
adj. open; bloot; eerlijk; vrij (een baan is beschikbaar)--------n. open plaats; ruimte; openlucht--------v. openen; openmaken ; beginnen; alert zijn; openen (bij zang); openen (van benen)open1[ oopən] 〈zelfstandig naamwoord; the〉♦voorbeelden:bring into the open • aan het licht brengen, bekend/openbaar makencome (out) into the open • open kaart spelen 〈 van iemand〉; aan het licht komen, ruchtbaarheid krijgen 〈 van iets〉in the open • buiten(shuis), in de open lucht; in het open/vrije veld, op het land; in volle zee————————open21 open ⇒ geopend; met openingen; onbedekt, niet (af/in)gesloten, vrij2 open(staand) ⇒ beschikbaar, onbeschut; vacant; onbeslist, onbepaald3 openbaar ⇒ (algemeen) bekend, duidelijk, openlijk4 open(hartig) ⇒ oprecht, mededeelzaam♦voorbeelden:open book • open(geslagen) boekkeep one's eyes open • goed opletten, uitkijken〈 figuurlijk〉 with one's eyes open • bij zijn/haar volle verstand, weloverwogen〈 figuurlijk〉 you bought that old car with your eyes open • je wist wat je deed toen je die oude auto kochtopen harbour • ijsvrije havenopen passage • vrije doorgangopen prison • open gevangenisopen sandwich • canapé, belegde boterhamin the open air • buiten(shuis), in de open luchtopen to • toegankelijk vooropen question • open vraagopen return ticket • retourkaartje geldig voor onbepaalde duur〈 juridisch〉 open verdict • juryuitspraak met betrekking tot een overlijden waarbij geen melding wordt gemaakt van de juiste doodsoorzaakit is open to you to • het staat je vrij tethere are four courses open to us • we kunnen vier dingen doen/wegen inslaanlay oneself (wide) open to • zich (helemaal) blootstellen aanthrow open • opengooien, openstellen 〈 bijvoorbeeld voor publiek〉open hostilities • openlijke vijandighedenopen letter • open briefopen secret • publiek geheimbe open with • open kaart spelen metopen day • open dag/huisopen examination • openbaar examenopen shop • werkplaats waar zowel leden als niet-leden van een vakvereniging mogen werkenwith open hands/an open hand • gul, royaalkeep open house • erg gastvrij zijnopen marriage • vrij/open huwelijkhave/keep an open mind on • openstaan voorwith open mouth • sprakeloos van verbazinglay oneself open to ridicule • zich belachelijk makenbe open to an offer • bereid zijn een aanbod in overweging te nemen————————open31 opengaan ⇒ (zich) openen, geopend worden4 opendoen ⇒ de deur openen; (een boek) openslaan♦voorbeelden:open into/onto the garden • uitkomen in/op de tuin4 I opened at page 58 • ik deed/sloeg het boek open op bladzijde 58II 〈 overgankelijk werkwoord〉2 openen ⇒ voor geopend verklaren, starten3 openleggen ⇒ toelichten, openlijk meedelen4 openstellen ⇒ ontvankelijk/vatbaar maken, verruimen♦voorbeelden:open a credit • een krediet openenopen a new road through the jungle • een nieuwe weg aanleggen door de rimboeopen fire at/on • het vuur openen op -
17 snort
n. gesnuif--------v. snuiven; snuivend uitdrukken; snurkensnort1[ sno:t] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 gesnuif♦voorbeelden:————————snort21 snuiven♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉 -
18 sovereign
adj. heersend, soeverein; uitmuntend, uitstekend--------n. heer, vorst, vorstin, soeverein (ook goudstuk, geldstuk van 1 pond)sovereign1[ sovrin] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————sovereign21 soeverein ⇒ onafhankelijk, autonoom2 soeverein ⇒ heersend, oppermachtig3 onovertroffen ⇒ buitengewoon; puur♦voorbeelden:2 our sovereign lord the King • onze landsheer/vorst -
19 toss
n. toss, opgooi; worp (met dobbelstenen); slinger--------v. gooien, werpen; rollentoss1[ tos] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 worp♦voorbeelden:lose/win the toss • verliezen/winnen bij het tossen————————toss21 tossen ⇒ een munt opgooien, loten♦voorbeelden:2 schudden ⇒ (doen) zwaaien, afwerpen♦voorbeelden:toss about (in one's bed) • (in zijn bed) liggen te woelentoss one's head back with contempt • zijn hoofd minachtend in de nek gooien→ toss off toss off/1 gooien ⇒ aan/op/toegooien, in de lucht werpen♦voorbeelden:toss hay • hooi kerentoss a pancake • een pannenkoek in de lucht keren
См. также в других словарях:
contempt — con·tempt /kən tempt/ n 1: willful disobedience or open disrespect of the orders, authority, or dignity of a court or judge acting in a judicial capacity by disruptive language or conduct or by failure to obey the court s orders; also: the… … Law dictionary
Contempt — Con*tempt (k[o^]n*t[e^]mt ; 215), n. [L. contemptus, fr. contemnere: cf. OF. contempt. See {Contemn}.] 1. The act of contemning or despising; the feeling with which one regards that which is esteemed mean, vile, or worthless; disdain; scorn.… … The Collaborative International Dictionary of English
contempt — ► NOUN 1) the feeling that a person or a thing is worthless or beneath consideration. 2) (also contempt of court) the offence of being disobedient to or disrespectful of a court of law. ● beneath contempt Cf. ↑beneath contempt ● hold in contempt… … English terms dictionary
contempt — late 14c., from L. contemptus scorn, from pp. of contemnere to scorn, despise, from com , intensive prefix (see COM (Cf. com )), + *temnere to slight, scorn, of uncertain origin. Phrase contempt of court is attested from 19c., though the idea is… … Etymology dictionary
contempt — [n1] disdain, disrespect antipathy, audacity, aversion, condescension, contumely, defiance, derision, despisal, despisement, despite, disesteem, disregard, distaste, hatred, indignity, malice, mockery, neglect, recalcitrance, repugnance, ridicule … New thesaurus
contempt — [kən tempt′] n. [OFr < L contemptus, scorn, pp. of contemnere: see CONTEMN] 1. the feeling or attitude of one who looks down on somebody or something as being low, mean, or unworthy; scorn 2. the condition of being despised or scorned 3. the… … English World dictionary
contempt — despite, disdain, scorn (see under DESPISE vb) Analogous words: abhorrence, detestation, loathing, hatred, hate (see under HATE vb): aversion, *antipathy: repugnance, distaste (see corresponding adjectives at REPUGNANT) Antonyms: respect… … New Dictionary of Synonyms
contempt — et mespris de justice, Iurisdictionis contemptus et legum ludibrium, B … Thresor de la langue françoyse
Contempt — Disdain redirects here. For other uses, see Disdain (disambiguation). For the legal term, see Contempt of court. For other uses of Contempt, see Contempt (disambiguation). Contempt is an intensely negative emotion regarding a person or group of… … Wikipedia
contempt — /keuhn tempt /, n. 1. the feeling with which a person regards anything considered mean, vile, or worthless; disdain; scorn. 2. the state of being despised; dishonor; disgrace. 3. Law. a. willful disobedience to or open disrespect for the rules or … Universalium
contempt — noun 1 lack of respect ADJECTIVE ▪ complete, deep, great, open, outright, pure, utter, withering ▪ cold … Collocations dictionary