-
1 bevalling
♦voorbeelden: -
2 bevalling
vaccouchement m, délivrance f -
3 bevalling
accouchement -
4 bij een bevalling assisteren
bij een bevalling assisterenseconder un accoucheur, une sage-femme -
5 dat was een zware bevalling
dat was een zware bevalling -
6 een pijnloze bevalling
een pijnloze bevalling -
7 een voorspoedige bevalling
een voorspoedige bevalling -
8 een zware bevalling
een zware bevalling -
9 voorspoedige bevalling
voorspoedige bevalling -
10 zij is bij de bevalling ingescheurd
zij is bij de bevalling ingescheurdDeens-Russisch woordenboek > zij is bij de bevalling ingescheurd
-
11 assisteren
-
12 inscheuren
♦voorbeelden:zij is bij de bevalling ingescheurd • elle a eu une déchirure lors de l'accouchement -
13 nawee
1 [m.b.t. het lichaam] 〈 na bevalling〉 contractions 〈v., meervoud〉 utérines après l'accouchement 〈m.b.t. ziekte〉 séquelles 〈v., meervoud〉2 [vervelend gevolg] séquelles♦voorbeelden: -
14 pijnloos
♦voorbeelden: -
15 poliklinisch
♦voorbeelden:poliklinische bevalling 〈 hospitalisation de 24 h pour un accouchement〉 -
16 verlossen
1 [bevrijden] délivrer2 [bij een bevalling helpen] accoucher♦voorbeelden:1 iemand van zijn boeien verlossen • délivrer qn. de ses chaînesverlos ons van het kwade • délivre-nous du mal -
17 verlossing
-
18 voorspoedig
♦voorbeelden:een voorspoedig leven • une vie sans problèmeseen voorspoedige reis • un bon voyagehet gaat nog niet erg voorspoedig • cela ne marche pas encore très bienalles verliep voorspoedig • tout se passa bien -
19 zwaar
♦voorbeelden:een zwaar kruis te dragen hebben • avoir une lourde croix à portereen zware slag • un coup durde zware stukken in het schaakspel • les pièces maîtresses au jeu d'échecszwaar vergif • poison violentzwaar weer • gros tempszwaar maken • alourdiriemand zwaar straffen • punir qn. sévèrementhoe zwaar is deze machine? • combien pèse cette machine?een zwaar geschapen man • un costaudeen zwaar examen • un examen dureen zware strijd • un difficile combatde tocht viel hem zwaar • il a trouvé la randonnée pénibleeen zware misdaad • un crime graveeen zware verkoudheid • un gros rhumeeen zwaar belast verleden • un passé chargézwaar gewond • grièvement blesséiemand iets zwaar aanrekenen • tenir rigueur de qc. à qn.het zwaar te verduren hebben • en voir de toutes les couleurszich zwaar vergissen • se tromper gravementhet zwaar te pakken hebben • 〈 ziek〉 être bien malade; 〈 verkouden〉 avoir un rhume carabiné; 〈 verliefd〉 être amoureux fou
Перевод: с нидерландского на французский
с французского на нидерландский- С французского на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Русский
- Турецкий
- Французский