-
1 Teen
-
2 von Kopf bis Fuß
-
3 Fuß
Fuß1〈m.; Fußes, Füße〉♦voorbeelden:1 mit bloßen Füßen • op blote voeten, blootsvoets〈informeel; figuurlijk〉 mit dem linken Fuß zuerst aufgestanden sein • met het verkeerde been uit bed gestapt zijnjemanden auf freien Fuß setzen • iemand op vrije voeten stellenauf großem Fuß leben • op grote voet leven〈informeel; figuurlijk〉 kalte Füße bekommen, kriegen • nattigheid voelen, terugkrabbelen〈 figuurlijk〉 auf schwachen, tönernen Füßen stehen • zwak staan, een zwakke basis hebbenstehenden Fußes • op staande voetFüße bekommen haben • spoorloos verdwenen zijn(festen) Fuß fassen • (vaste) voet krijgenden Fuß an Land setzen • voet aan wal zettensich auf den Füßen halten • zich op de been, staande houden〈 informeel〉 jemandem auf den Fuß, die Füße treten • (a) iemand op zijn tenen trappen; (b) iemand tot spoed aanzettenvon Kopf bis Fuß • van top tot teenetwas mit Füßen treten • iets met voeten tredenjemandem zu Füßen fallen • aan iemands voeten vallengut zu Fuß, Füßen sein • goed ter been zijn————————Fuß2〈m.; Fußes, Fuß〉 -
4 Gerte
-
5 Kopf
〈m.; Kopf(e)s, Köpfe〉3 hoofd, kop ⇒ wil, zin7 hoofd, kop ⇒ titel, opschrift8 hoofd, kop ⇒ begin(stuk), boveneinde♦voorbeelden:sich die Köpfe heiß reden • heftig discussiërenKopf und Kragen riskieren • alles op het spel zetten〈 informeel〉 Kopf hoch! • kop op!die Menge stand Kopf an Kopf • je kon over de hoofden lopen〈informeel; schertsend〉 jemandem auf den Kopf spucken können • een stuk groter zijn dan iemand andersalles auf den Kopf stellen • (a) de hele zaak door elkaar halen; (b) de hele zaak verkeerd voorstellender Ruhm ist ihm in den Kopf gestiegen • de roem is hem naar het hoofd gestegenmit seinem Kopf für etwas einstehen • volledig voor iets instaanmit bloßem Kopf • blootshoofdspro Kopf • per persoon, per hoofd〈 figuurlijk〉 er ist seinen Eltern über den Kopf gewachsen • hij laat zich niks meer vertellen door zijn oudersbis über den Kopf in Schulden stecken • tot over de oren in de schulden stekenvon Kopf bis Fuß • van top tot teender Erfolg ist ihm zu Kopf gestiegen • het succes is hem naar het hoofd gestegen〈informeel; schertsend; figuurlijk〉 jemandem den Kopf zwischen die Ohren setzen • iemand op zijn nummer zettenKopf oder Zahl • kruis of munteinen kühlen Kopf bewahren • het hoofd koel houdenseinen Kopf aufsetzen • per se zijn zin willen hebbenseinen Kopf durchsetzen • zijn zin doordrijvendanach steht mir der Kopf nicht • daar heb ik geen zin in〈 figuurlijk〉 sich 〈 3e naamval〉 etwas durch den Kopf gehen lassen • zijn gedachten over iets laten gaanim Kopf rechnen • uit het hoofd (uit)rekenen4 die Besatzung war 100 Köpfe stark • de bemanning telde, bestond uit 100 koppen -
6 Korbweide
-
7 Nagel
Nagel〈m.; Nagels, Nägel〉1 nagel, spijker3 verkeersspijker, -punaise♦voorbeelden:〈informeel; figuurlijk〉 etwas an den Nagel hängen • iets aan de kapstok, de wilgen hangen〈informeel; figuurlijk〉 sich 〈 3e naamval〉 etwas unter den Nagel reißen, ritzen • iets verdonkeremanen -
8 Reis
Reis1〈m.; Reises, Reise〉————————Reis2〈o.; Reises, Reiser〉♦voorbeelden: -
9 Rute
Rute〈v.; Rute, Ruten〉♦voorbeelden:2 mit eiserner Rute regieren • met harde hand, ijzeren vuist regeren -
10 Scheitel
Scheitel〈m.; Scheitels, Scheitel〉♦voorbeelden: -
11 Weidengerte
-
12 Wirbel
-
13 Zehe
Zehe〈v.; Zehe, Zehen〉♦voorbeelden:1 jemanden, jemandem auf die Zehen treten • 〈 (a) ook figuurlijk〉 iemand op de tenen trappen; 〈 (b) figuurlijk〉 iemand tot spoed aanzetten -
14 Zehenspitze
Zehenspitze〈v.〉♦voorbeelden: -
15 heruntersehen
-
16 jemanden von oben bis unten messen
jemanden von oben bis unten messenWörterbuch Deutsch-Niederländisch > jemanden von oben bis unten messen
-
17 messen
messen1 (af-, op)meten, toetsen2 meten, een bepaalde afmeting hebben♦voorbeelden:an ihm gemessen • in vergelijking met hemjemanden an seinen Leistungen messen • iemand op zijn prestaties beoordelenFlüssigkeiten misst man nach Litern • vloeistoffen meet men in liters2 sie misst 1,65 m • zij is 1,65 m lang1 zich meten ⇒ wedijveren, concurreren♦voorbeelden:1 er kann sich mit ihr an Talent nicht messen • hij kan met haar in, qua talent niet wedijveren -
18 oben
oben♦voorbeelden:1 oben erwähnt, genannt • voornoemd, bovengenoemd〈 informeel〉 oben ohne • zonder bh, toplessjemanden von oben herab behandeln • iemand uit de hoogte behandelenvon oben bis unten • van top tot teen -
19 vom Scheitel bis zur Sohle
vom Scheitel bis zur SohleWörterbuch Deutsch-Niederländisch > vom Scheitel bis zur Sohle
-
20 vom Wirbel bis zur Zehe
vom Wirbel bis zur Zehe
- 1
- 2
См. также в других словарях:
Teen — 〈[ ti:n] m. 6〉 = Teenager * * * Teen [ti:n ], der; s, s <meist Pl.> [engl. teens (Pl.)], Teen|ager [ ti:n|eɪʤɐ ], der; s, [engl. teenager, zu: teen = zehn (in: thirteen usw.) u. age = Alter]: Jugendliche[r] im Alter etwa zwischen 13 u. 19… … Universal-Lexikon
Teen TV — Страна … Википедия
Téén — Gesprochen in Elfenbeinküste, Burkina Faso Sprecher 6.100 Linguistische Klassifikation Niger Kongo Atlantik Kongo Volta Kongo Nord … Deutsch Wikipedia
teen — (n.) teen aged person, 1818 (but rare before 20c.), from TEEN (Cf. teen). As an adjective meaning of or for teen agers, from 1947 … Etymology dictionary
Teen — Teen, n. [OE. tene, AS. te[ o]na reproach, wrong, fr. te[ o]n to accuse; akin to G. zeihen, Goth. gateihan to tell, announce, L. dicere to say. See {Token}.] Grief; sorrow; affiction; pain. [Archaic] Chaucer. Spenser. [1913 Webster] With public… … The Collaborative International Dictionary of English
Teen — Teen, v. t. [AS. te[ o]nian, t?nan, to slander, vex. [root]64. See {Teen}, n.] To excite; to provoke; to vex; to affict; to injure. [Obs.] Piers Plowman. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
teen — (izg. tȋn) prid. <indekl.> DEFINICIJA koji se odnosi na životnu dob između 13 i 19 godina i na osobine te dobi [teen idol; teen zvijezda] ETIMOLOGIJA engl … Hrvatski jezični portal
teen-ag|ed — teen|ag|ed or teen ag|ed «TEEN ayjd», adjective. being a teenager; in one s teens: »a teenaged athlete … Useful english dictionary
teen|ag|ed — or teen ag|ed «TEEN ayjd», adjective. being a teenager; in one s teens: »a teenaged athlete … Useful english dictionary
teen-ag|er — teen|ag|er or teen ag|er «TEEN AY juhr», noun. a person in his or her teens … Useful english dictionary
teen|ag|er — or teen ag|er «TEEN AY juhr», noun. a person in his or her teens … Useful english dictionary