-
61 chum with someone
chum with someone -
62 chum
n. maatje (i.d. spreektaal)--------v. goede maatjes wordenchum1[ tsjum] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————chum2〈werkwoord; chummed〉♦voorbeelden: -
63 clash
n. klap; conflict--------v. kloppen; botsen, aanrijdenclash1[ klæsj] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:1 a clash of opinions • verschil van mening, botsing der meningen————————clash2〈 werkwoord〉2 tegenstrijdig zijn ⇒ botsen, in conflict zijn/raken♦voorbeelden: -
64 click
n. tik, klik (ook op de computer), een muis klik (op computers)--------v. kloppen; slagenclick1[ klik] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 klik ⇒ tik, klak————————click21 klikken ⇒ tikken, ratelen♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉 -
65 clump
n. groep (bloemen, enz.); klont, brok; dreun, bons--------v. stommelen; bijelkaar plantenclump1[ klump] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:————————clump21 stommelen ⇒ zwaar lopen, klossen♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden: -
66 codifier
-
67 collaborate
-
68 collective
adj. gezamenlijk, collectief--------n. collectief, samencollective1[ kəlektiv] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 groep ⇒ gemeenschap, collectief2 gemeenschappelijke/gezamenlijke onderneming ⇒ collectief landbouwbedrijf————————collective21 gezamenlijk ⇒ gemeenschappelijk, collectief♦voorbeelden:1 collective agreement • collectieve arbeidsovereenkomst, caocollective farm • collectief landbouwbedrijfcollective leadership • collectief leiderschapcollective noun • verzamelnaamcollective ownership • collectief bezitcollective bargaining • collectieve arbeidsonderhandelingen, cao-overleg -
69 combination
n. kombinatie; inschakeling; motorfiets met aanhang[ kombinneesjn]4 klein dansorkest ⇒ (jazz) band, combo1 combinatie ⇒ het combineren, het verbinden♦voorbeelden: -
70 company
n. gezelschap; maatschappij; firma, vennootschap[ kump(ə)nie]♦voorbeelden:1 John's good/bad company • John is een gezellige/ongezellige kerelbear/keep someone company • iemand vergezellen/gezelschap houdenpart company from/with • scheiden van, verlatenin company • in gezelschapin company with • samen metrequest the company of • inviterenkeep company with • omgaan met, verkering hebben met2 have/expect company • visite/bezoek hebben/krijgen→ two two/II 〈zelfstandig naamwoord; werkwoord enkelvoud of meervoud〉1 gezelschap ⇒ groep, gemeenschap, toneelgezelschap2 onderneming ⇒ firma, bedrijf, maatschappij, vennootschap♦voorbeelden: -
71 complementary colours
-
72 comprise
v. includeren; alles omvatten[ kəmprajz]1 bestaan/opgebouwd zijn uit ⇒ be/omvatten, vormen♦voorbeelden: -
73 conglomerate
n. groep of massa gevormd door verscheidene elementen; groot bedrijf gevormd door opkomst van veschillende bedrijven--------v. ophopen, accumulerenconglomerate1[ kənglommərət] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————conglomerate2————————conglomerate31 samenklonteren ⇒ samenballen, (zich) tot een massa verenigen -
74 congregate
v. samenkomen, bijeenkomen (van mensen)[ konggrigeet]1 samenkomen/stromen ⇒ zich verzamelen, bijeenkomenII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 samen/bijeenbrengen ⇒ verzamelen, bijeendrijven -
75 conjunction
n. kombinatie; verbindingswoord[ kəndzjung(k)sjn]2 → conjuncture conjuncture/3 verbinding ⇒ combinatie, samengaan♦voorbeelden:in conjunction with • in combinatie/samenwerking met, samen met -
76 consort
n. metgezel, partner; konvooischip, meeligger--------v. aanpassen; koördinerenconsort1[ konso:t] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 gade ⇒ gemaal, gemalin♦voorbeelden:————————consort21 omgaan ⇒ optrekken, in gezelschap verkeren♦voorbeelden: -
77 conspire
v. samenzweren; conspireren[ kənspajjə]II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 beramen ⇒ smeden, op touw zetten -
78 contributory
-
79 correspond
v. samen hangen; parallel lopen; corresponderen[ korrispond]1 〈+to/with〉overeenkomen/stemmen (met) ⇒ kloppen, corresponderen2 corresponderen ⇒ een briefwisseling voeren, schrijven♦voorbeelden:1 the description doesn't correspond to/with what really happened • de beschrijving dekt de werkelijkheid niet -
80 crick
n. Crick, familienaam, Crick, Francis (1916-2004), Britse biofysicus, winnaar van de 1962 Nobelprijs in Fysiologie voor zijn ontdekking van dubbele spiraalvormige structuur van DNA (samen met James Watson)crick1[ krik] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:————————crick2〈 werkwoord〉1 verrekken ⇒ verdraaien, ontwrichten♦voorbeelden:1 I cricked my neck/back • ik heb een stijve nek/rug
См. также в других словарях:
Samen — sind: Semen, pharmazeutischer Begriff für Samen einer Heilpflanze Samen im Sperma, der von den männlichen Geschlechtsorganen produzierten Samenflüssigkeit Same (Pflanze), der von einer Schutzhülle und dem Nährgewebe umgebene Keim (Embryo) Samen… … Deutsch Wikipedia
Samen [2] — Samen, 1) (Semen, Bot.) ist das bei den Phanerogamen zu seiner Vollkommenheit gelangte Pflanzenei (s.u. Ei 2), welches in der Fruchthülle sich befindet u. den Keimling umschließt, d.i. die vorgebildete neue Pflanze, durch welche die Art… … Pierer's Universal-Lexikon
Samen [1] — Samen, so v.w. Semen … Pierer's Universal-Lexikon
Samen [1] — Samen, im naturwissenschaftl. Sinne, s. Same; im biblischen Sinne soviel wie Nachkommenschaft … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Samen [2] — Samen, abessinische Landschaft, s. Semién … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Samen — (Sperma), bei Mensch und Tier die in den männlichen keimbereitenden Geschlechtsteilen (Hoden) abgesonderte, durch die Samenleiter in die zwei am hintern untern Teil der Harnblase gelegenen Samenbläschen gelangende, schleimig klebrige, weiße, zur… … Kleines Konversations-Lexikon
Samen — Samen, animalischer, das Produkt besonderer Drüsen (Hoden) im Organismus der männlichen Thiere, ist eine dickflüssige Materie von weißlicher Farbe und eigenthümlichem Geruche, wird an der Luft dünnflüssiger und durchsichtig, gerinnt durch… … Herders Conversations-Lexikon
Samen — Samen, von der Mutterpflanze aus der Samenanlage im Zustand der Reife gebildete Ausbreitungseinheit der Samenpflanzen. Der S. besteht aus dem ⇒ Embryo, der meist von Nährgewebe (⇒ Endosperm) umgeben ist, und aus der ⇒ S.schale (Testa). Nur wenige … Deutsch wörterbuch der biologie
şămen — şămén s.n. (înv.) numele unui joc de cărţi. Trimis de blaurb, 05.02.2007. Sursa: DAR … Dicționar Român
samēn — *samēn, *samæ̅n germ.?, schwach. Verb: nhd. gefallen ( Verb); ne. please (Verb); Rekontruktionsbasis: an.; Etymologie: s. ing. *sem (2), Num. Kard., Adverb … Germanisches Wörterbuch
Samen — [Aufbauwortschatz (Rating 1500 3200)] Bsp.: • Ich muss Blumensamen kaufen … Deutsch Wörterbuch