-
81 deken
I 〈 de (mannelijk)〉1 [overste, hoofd] dean♦voorbeelden:de deken van het corps diplomatique • doyen of the diplomatic corpsII 〈de〉1 [kleed] blanket♦voorbeelden:onder de dekens kruipen • pull the cover(s) over one's head -
82 delen
♦voorbeelden:1 bacteriën vermenigvuldigen zich door zich te delen • bacteria multiply by division/fissionin tweeën delen • divide in twohet verschil delen • split the differenceu moet kiezen of delen • you may take it or leave iteerlijk delen • share and share alikesamen delen • go halveseen kamer delen met • share a room with♦voorbeelden:iemand in zijn vreugde laten delen • share one's joy with someone1 [meevoelen] share♦voorbeelden: -
83 gemeenschappelijk
♦voorbeelden:een gemeenschappelijke rekening • a joint accountin gemeenschappelijk overleg • by mutual agreementgemeenschappelijke pogingen • joint attemptsII 〈 bijwoord〉♦voorbeelden:Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > gemeenschappelijk
-
84 gezamenlijk
I 〈 bijwoord〉1 [samen, met elkaar] together♦voorbeelden:II 〈 bijvoeglijk naamwoord〉♦voorbeelden:1 de gezamenlijke werken van een schrijver • the complete/collected works of an authormet gezamenlijke krachten • with united forces -
85 gezelschap
♦voorbeelden:in gezelschap van • in the company ofin gezelschap • in companydat is geen gezelschap voor u • that is not the (right) sort of company for youhet middelpunt van het gezelschap • the life and soul of the party, the centre of attractioneen gemengd gezelschap • a mixed companyhij heeft gezelschap aan zijn hond • his dog keeps him companyzich bij het gezelschap voegen • join the party -
86 hokken
-
87 kracht
2 [vermogen om invloed uit te oefenen] power(s)3 [geestelijk/zedelijk vermogen] strength5 [macht om iets uit te werken] force♦voorbeelden:1 aan het eind van zijn krachten zijn • be totally exhausted, have no strength leftmet zijn laatste krachten • with a final effortmet vereende krachten • with combined effortsmet vernieuwde kracht • with renewed effortsal zijn krachten inspannen • exert all one's energies/strength, use all one's powerszijn krachten meten met iemand • pit one's strength against someonezijn krachten nemen met de dag af • he is fading by the dayzijn krachten sparen/verspillen • conserve/waste one's energyin kracht afnemen 〈 van wind〉 • abate, drop(weer) op krachten komen • regain one's strengthuit zijn krachten groeien • outgrow oneselfgeen kracht meer hebben (in zijn armen) • lose all the strength (in one's arms)2 de stille kracht • unseen/hidden powers(aan) argumenten/eisen kracht bijzetten (door …) • enforce arguments/claims (with/by …)zijn krachten wijden aan iets • devote one's efforts towards something4 drijvende kracht (achter) • moving force/spirit (behind)op eigen kracht • on one's own, by oneselfnieuwe krachten verzamelen • gain fresh strength(de) kracht geven om … • give the strength to …daarin ligt zijn kracht • that's his strengthzijn krachten verzamelen • gather (all) one's strength, summon up all one's strengthin de kracht van zijn leven • in one's primehet vergt veel van mijn krachten • it's a great drain on my energy5 de kracht van een betoog • the strength/cogency of an argumentde wet heeft geen terugwerkende kracht • the Act does not apply retroactivelyvan kracht zijn/worden • be/become valid/effectiveniet (meer) van kracht • invalid, ineffectual(weer) van kracht doen worden • bring (back) into effect/operation6 een ervaren kracht • an experienced worker/employee7 neer-/opwaartse kracht • downward/upward pressurevolle kracht vooruit • full steam/speed aheadop volle/halve kracht (werken) • operate at full/half speed/power -
88 mee
1 [samen weg] 〈zie voorbeelden 1〉2 [in iemands voordeel] 〈zie voorbeelden 2〉3 [bijwoordelijke vorm van met] 〈zie voorbeelden 3〉♦voorbeelden:1 kan ik ook mee? • can I come too?hij wil met ons mee • he wants to go with ushij heeft ook alles mee • he has got every advantagehet zit hem niet mee • things are not going his way, he's not having much luck3 het kan er mee door • it's all right, it'll doergens te vroeg/laat mee komen • be too early/late with something¶ dat kan nog jaren mee • that will last/do for years -
89 meewerken
2 [behulpzaam zijn] assist♦voorbeelden:1 we werkten allemaal een beetje mee • we all pulled together/did our little bit2 allen werkten mee om de onderneming te laten slagen • everyone assisted in making the venture successful -
90 ongedeeld
-
91 onweerswolk
1 thundercloud, stormcloud♦voorbeelden:1 〈 figuurlijk〉 de onweerswolken pakten zich samen boven Europa • stormclouds were gathering over Europe -
92 oplopen
1 [naar boven lopen] go/run/walk up3 [op weg gaan] walk on/along5 [botsen op] bump/run into♦voorbeelden:1 de trap oplopen • run/go/walk up the stairstegen de dijk oplopen • run up the dikeeen rekening laten oplopen • run up a bill/an accountal die kleine bedragen bij elkaar, dat loopt flink op • all those small sums put together, it mounts uphet kan oplopen tot ettelijke miljoenen • it may run/amount to several millions3 de straat oplopen • walk/come into the streetsamen (een eindje) oplopen • walk some/part of the way together4 de straat loopt op • the street rises/climbs5 tegen iemand oplopen • bump/run into into someonetegen een mooi huis/goede baan oplopen 〈 figuurlijk〉 • run into a nice house/good jobII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [opdoen] catch, get2 [scheepvaart] [inhalen] overtake♦voorbeelden:schade/een verlies oplopen • sustain/suffer/receive damage/a losseen verkoudheid oplopen • catch a cold -
93 optrekken
1 [zich begeven] go, move2 [met betrekking tot auto's] accelerate3 [leger] march, advance4 [zich bezighouden met] 〈 zorgen voor〉 be busy (with), take care (of); 〈 omgaan met〉 hang around (with)♦voorbeelden:2 snel optrekken • accelerate quickly/rapidly4 samen optrekken • hang/go around together5 de mist trekt op • the fog is lifting/risingII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:1 met opgetrokken knieën • with one's knees pulled up/raisedde wenkbrauwen optrekken • raise one's eyebrows2 een muur optrekken • put up/erect a wallIII 〈wederkerend werkwoord; zich optrekken〉1 [steun vinden] lean on♦voorbeelden: -
94 reisgezelschap
2 [het bijzijn van anderen] company on a trip♦voorbeelden: -
95 samenpakken
1 [tot een pak maken] pack (together)♦voorbeelden:II 〈wederkerend werkwoord; zich samenpakken〉♦voorbeelden: -
96 samenspannen
♦voorbeelden:alles spant samen om mij ongelukkig te maken • everything is conspiring to make me unhappytegen iemand samenspannen • conspire/plot against someone -
97 samentrekken
1 [dichter bij elkaar trekken] contract ⇒ draw/pull together, gather 〈 ook van wolken〉, purse 〈 lippen〉2 [met betrekking tot troepen] concentrate♦voorbeelden:1 een strik/een knoop samentrekken • tighten a bow/knothet hart trekt zich samen • the heart contracts♦voorbeelden: -
98 samenvallen
♦voorbeelden:2 de twee feesten vielen samen • the two parties coincided/clashed -
99 samenzweren
♦voorbeelden:1 〈 figuurlijk〉 alles schijnt wel tegen mij samen te zweren • everything seems to conspire against metegen iemand samenzweren • conspire/plot against someone -
100 scheiden
1 [samenzijn/verbinding tegengaan] separate4 [afzonderen] separate♦voorbeelden:het hoofd van de romp scheiden • sever the head from the bodytwee vechtenden scheiden • separate two fighterswettig gescheiden • (legally) divorcedhet scheiden van koolwaterstoffen is moeilijk • separating hydrocarbons is difficult5 die begrippen zijn niet scherp van elkaar te scheiden • those concepts are hard to distinguish/separate3 [zich losmaken] part4 [formeel] [heengaan] depart (from this life/world) ⇒ pass away♦voorbeelden:scheiden van • part/separate fromals vrienden/in onmin scheiden • part (as) friends/on bad termsIII 〈wederkerend werkwoord; zich scheiden〉1 [losgaan] separate ⇒ come/break off♦voorbeelden:
См. также в других словарях:
Samen — sind: Semen, pharmazeutischer Begriff für Samen einer Heilpflanze Samen im Sperma, der von den männlichen Geschlechtsorganen produzierten Samenflüssigkeit Same (Pflanze), der von einer Schutzhülle und dem Nährgewebe umgebene Keim (Embryo) Samen… … Deutsch Wikipedia
Samen [2] — Samen, 1) (Semen, Bot.) ist das bei den Phanerogamen zu seiner Vollkommenheit gelangte Pflanzenei (s.u. Ei 2), welches in der Fruchthülle sich befindet u. den Keimling umschließt, d.i. die vorgebildete neue Pflanze, durch welche die Art… … Pierer's Universal-Lexikon
Samen [1] — Samen, so v.w. Semen … Pierer's Universal-Lexikon
Samen [1] — Samen, im naturwissenschaftl. Sinne, s. Same; im biblischen Sinne soviel wie Nachkommenschaft … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Samen [2] — Samen, abessinische Landschaft, s. Semién … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Samen — (Sperma), bei Mensch und Tier die in den männlichen keimbereitenden Geschlechtsteilen (Hoden) abgesonderte, durch die Samenleiter in die zwei am hintern untern Teil der Harnblase gelegenen Samenbläschen gelangende, schleimig klebrige, weiße, zur… … Kleines Konversations-Lexikon
Samen — Samen, animalischer, das Produkt besonderer Drüsen (Hoden) im Organismus der männlichen Thiere, ist eine dickflüssige Materie von weißlicher Farbe und eigenthümlichem Geruche, wird an der Luft dünnflüssiger und durchsichtig, gerinnt durch… … Herders Conversations-Lexikon
Samen — Samen, von der Mutterpflanze aus der Samenanlage im Zustand der Reife gebildete Ausbreitungseinheit der Samenpflanzen. Der S. besteht aus dem ⇒ Embryo, der meist von Nährgewebe (⇒ Endosperm) umgeben ist, und aus der ⇒ S.schale (Testa). Nur wenige … Deutsch wörterbuch der biologie
şămen — şămén s.n. (înv.) numele unui joc de cărţi. Trimis de blaurb, 05.02.2007. Sursa: DAR … Dicționar Român
samēn — *samēn, *samæ̅n germ.?, schwach. Verb: nhd. gefallen ( Verb); ne. please (Verb); Rekontruktionsbasis: an.; Etymologie: s. ing. *sem (2), Num. Kard., Adverb … Germanisches Wörterbuch
Samen — [Aufbauwortschatz (Rating 1500 3200)] Bsp.: • Ich muss Blumensamen kaufen … Deutsch Wörterbuch