-
21 die
1 [om iemand/iets aan te wijzen] that; 〈 meervoud〉 those; 〈 zonder zelfstandig naamwoord〉 that one; 〈 meervoud〉 those (ones)2 [als terugwijzing] that; 〈 meervoud〉 those; 〈 zonder zelfstandig naamwoord〉 that one; 〈 meervoud〉 those (ones)♦voorbeelden:1 heb je die nieuwe film van Godard al gezien? • have you seen this new film by Godard?die grote of die kleine? • the big one or the small one?die stem van hem • that voice of hisniet deze maar die (daar) • not this one, that onedat meisje met die groene jurk • that girl in the green dressdie en die • so and so, such and suchop die en die dag • on such and such a daydie griet is gek • she's a nutcasedie tijd is voorbij • those times are overken je die? • do you know him/her?wie? die met die lange haren • who? the one with the long hairdie van mij/jou/hem/haar/ons/jullie/hen • mine/yours/his/hers/ours/yours/theirsze draagt altijd van die korte rokjes • she always wears (those) short skirtsken je die van die Belg die … • do you know the one about the Belgian who …?dat zijn van die rare mensen • they're such odd peoplemet alle gevolgen van dien • with all that that entailsdie is goed • that's a good onehet is een rare vent, die Jan • he's a strange guy, Jan iso, die! • oh, him/her!waar is je auto? die staat in de garage • where's your car? it's in the garagewas Jan er ook? nee, die moest werken • was Jan there? no, he had to workdie zit! • bullseye!, touché!〈 informeel〉 die Jan toch • that Jan!1 the♦voorbeelden:hij heeft zijn werk gedaan met die nauwkeurigheid die je van hem mag verwachten • he has worked with the accuracy one has come to expect from him1 [antecedent nog niet geheel bekend] that ⇒ 〈 persoon ook〉 who, 〈 als voorwerp ook〉 whom, 〈 zaak ook〉 which, 〈 zonder onderwerp vaak ook onvertaald〉♦voorbeelden:de kleren die u besteld heeft • the clothes (that/which) you orderedde man die daar loopt, is mijn vader • the man (that's/who's) walking over there is my fatherde mensen die ik spreek, zijn heel vriendelijk • the people (who/that) I talk to are very nicedezelfde die ik heb • the same one (as) I've goter is hier iemand die u wil spreken • there's somebody here (who/that) wants to see youniemand die het weet • nobody knows2 zijn vrouw, die arts is, rijdt in een grote Volvo • his wife, who's a doctor, drives a big Volvo -
22 een geregeld huishouden
een geregeld huishoudenan orderly/a well-ordered householdVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een geregeld huishouden
-
23 geordend
-
24 hij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten
hij werd veroordeeld tot betaling van de proceskostenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten
-
25 ik heb twee thee besteld
ik heb twee thee besteldI have ordered two teas/cups of teaVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik heb twee thee besteld
-
26 ontruimen
♦voorbeelden:de voorzitter liet de publieke tribune ontruimen • the chairman ordered the public gallery to be cleared -
27 ordelievend
-
28 ordelijk
2 [geregeld] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 orderly ⇒ 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 well-organized/-ordered, 〈 bijwoord〉 in orderly fashion, 〈 bijwoord〉 in good order♦voorbeelden:2 de demonstratie kent een ordelijk verloop • the demonstration is passing off in an orderly fashionalles gaat er ordelijk toe • everything is well-organized (there)3 een ordelijk huishouden • a tidy/well-organized household -
29 proceskosten
♦voorbeelden: -
30 ter beschikking gesteld van de regering
ter beschikking gesteld van de regeringordered to be detained during Her/His Majesty's pleasureVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ter beschikking gesteld van de regering
-
31 thee
1 tea♦voorbeelden:slappe thee • weak teathee drinken • drink/have teaik heb twee thee besteld • I have ordered two teas/cups of teathee inschenken • pour outlaat de thee nog maar even trekken • just let the tea brew/steep a bit longerthee zetten • make teaop de thee komen • come to tea -
32 verwijderen
1 [verder plaatsen; wegnemen] remove♦voorbeelden:1 niet verwijderen! • do not remove!een gezwel/blindedarm operatief verwijderen • surgically remove a tumour/an appendixiemand met geweld verwijderen • remove someone forciblyiemand uit zijn huis verwijderen • evict someonevrienden van zich verwijderen • alienate friends (from oneself)iemand van het veld verwijderen • send someone off (the field)II 〈wederkerend werkwoord; zich verwijderen〉♦voorbeelden:1 de politie gelastte de demonstranten zich te verwijderen • the police ordered the demonstrators to leavezich verwijderende voetstappen • receding footstepszich van elkaar verwijderen • drift apartzich van iemand/iets verwijderen • move away from someone/something
- 1
- 2
См. также в других словарях:
ordered — adj. 1. having or evincing a systematic arrangement; especially, having elements succeeding in order according to rule; as, an ordered sequence; an ordered pair. Opposite of {disordered} or {unordered}. [Narrower terms: {abecedarian,… … The Collaborative International Dictionary of English
ordered — ordered; un·ordered; … English syllables
ordered — index decretal, systematic Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
ordered — [adj] orderly all together, arranged, businesslike, controlled, disciplined, in good shape, in order, law abiding, methodical, neat, organized, peaceable, precise, shipshape*, systematic, systematized, tidy, well behaved, well organized; concepts … New thesaurus
Ordered — Order Or der, v. t. [imp. & p. p. {Ordered}; p. pr. & vb. n. {Ordering}.] [From {Order}, n.] 1. To put in order; to reduce to a methodical arrangement; to arrange in a series, or with reference to an end. Hence, to regulate; to dispose; to… … The Collaborative International Dictionary of English
ordered — adjective Date: 1579 characterized by order: as a. marked by regularity or discipline < led an ordered life > b. marked by regular or harmonious arrangement or disposition < an ordered landscape > < the ordered crystal structure > c. having… … New Collegiate Dictionary
ordered — orderedness, n. /awr deuhrd/, adj. 1. neatly or conveniently arranged; well organized: an ordered office. 2. done according to specific principles or procedures: an ordered method of assembling the parts. 3. conducted according to certain… … Universalium
ordered — or|dered [ˈo:dəd US ˈo:rdərd] adj also well ordered well arranged or controlled ▪ an ordered existence ▪ a well ordered household →↑disordered … Dictionary of contemporary English
ordered — also well ordered adjective well arranged or controlled: a well ordered household | an ordered existence compare disordered (1) … Longman dictionary of contemporary English
ordered — I (Roget s IV) modif. 1. [On order] Syn. requested, requisitioned, applied for, sent for, bespoken, spoken for, engaged, booked, arranged for, stipulated, retained, written for, telephoned for; see also requested 2 , reserved 1 . 2. [Commanded]… … English dictionary for students
ordered — or|dered [ ɔrdərd ] adjective carefully arranged or organized: Trees had been planted in ordered rows. She led a very ordered existence … Usage of the words and phrases in modern English