-
1 gadeslaan
observer -
2 observeren
observer -
3 toekijken
observer, regarder -
4 toezien
observer, regarder, surveiller, vérifier, -
5 gadeslaan
-
6 onderhouden
-
7 (de) zondag vieren
(de) zondag vieren -
8 de hand aan iets houden
de hand aan iets houdenobserver (scrupuleusement) qc. -
9 de instructies opvolgen
de instructies opvolgen -
10 de omgangsvormen in acht nemen
-
11 de sabbat houden
de sabbat houden -
12 de sabbat vieren
de sabbat vieren -
13 de uiterste voorzichtigheid betrachten
de uiterste voorzichtigheid betrachtenDeens-Russisch woordenboek > de uiterste voorzichtigheid betrachten
-
14 de zon schieten
de zon schieten -
15 een termijn in acht nemen
een termijn in acht nemen -
16 een voorschrift volgen
een voorschrift volgen -
17 een wet naleven
een wet naleven -
18 gadeslaan
1 [observeren] observer (qn., qc.)2 [aandachtig de ontwikkeling volgen van] considérer (qc.)3 [in het oog houden] tenir (qn.) à l'oeil♦voorbeelden:iets met zorg gadeslaan • suivre qc. avec inquiétude -
19 gang
gang1〈de〉♦voorbeelden:de gang van zaken is als volgt • la procédure est la suivantede gewone gang van zaken • le cours ordinaire des choseshij ging zijn oude gang • il ne changea rien à ses habitudeshet feest is in volle gang • la fête bat son pleinaan de gang zijn • être en coursga je gang maar • vas-yz'n gewone gang gaan • suivre son coursiemand zijn gang laten gaan • laisser faire qn.gaat uw gang • je vous en prieiemands gangen nagaan • observer les allées et venues de qn.de les was al aan de gang • la classe avait déjà commencéeen motor aan de gang krijgen • parvenir à mettre un moteur en marcheaan de gang gaan • s'y mettreeen proces in gang zetten • déclencher un processusde (dagelijkse) gang naar school • le chemin (journalier) à l'écolegoed op gang komen • être lancé〈 figuurlijk〉 iemand op gang helpen • aider qn. à démarreriets op gang brengen • mettre qc. en route————————gang2〈de〉 -
20 hand
♦voorbeelden:op handen en voeten lopen, kruipen • marcher à quatre pattesin andere handen komen • changer de mainaan de beterende hand zijn • être en voie de guérisoneen gelukkige hand van gooien hebben • avoir la main chanceuseeen gemakkelijke hand van uitgeven hebben • dépenser sans compterdie zaak is in goede handen • cette affaire est en bonnes mainsgouden handen hebben • avoir des doigts de féemet harde hand opvoeden • élever à la dure(iemand) de helpende hand bieden • tendre une main secourable (à qn.)bevelen van hoger hand • ordres qui viennent d'en hautvan hoger hand is besloten dat • les autorités ont décidé que〈 figuurlijk〉 de laatste hand aan iets leggen • mettre la dernière main à qc.niet met lege handen komen • ne pas arriver les mains vides〈 figuurlijk〉 iets uit de losse hand doen • faire qc. par-dessus la jambemet losse handen rijden • rouler sans les mainsiemand de reddende hand toesteken • tendre la perche à qn.de sterke hand • (les agents de) la force publiquede politiek van de toegestoken hand • la politique de la main tenduemet vaste hand • d'une main assuréemet vaste, krachtige hand regeren • gouverner avec poignein vertrouwde handen zijn • être entre bonnes mainsde vlakke hand • la paumedat kost handen vol geld • ça coûte une (petite) fortunein vreemde handen overgaan • passer en d'autres mainsde handen vrij hebben • avoir les coudées franches〈 figuurlijk〉 iemand de vrije hand laten • donner carte blanche à qn.aan de winnende hand zijn • être en train de gagner〈 figuurlijk〉 de handen van iemand aftrekken • abandonner qn. à son sort〈 figuurlijk〉 de handen van iets aftrekken • se détourner de qc.〈 figuurlijk〉 iemand de handen binden • lier les mains à qn.iemand de hand drukken, geven, schudden • donner une poignée de main à qn.iemand de hand op iets geven • donner sa parole à qn.zij kunnen elkaar de hand geven • ils peuvent se donner la main〈 figuurlijk〉 de hand in iets hebben • être mêlé à qc.〈 figuurlijk〉 de hand aan iets houden • observer (scrupuleusement) qc.de hand op iets, iemand leggen • mettre la main sur qc., qn.de hand lezen • lire (dans) les lignes de la mainde hand met iets lichten • 〈 't niet zo nauw nemen〉 prendre qc. à la légère; 〈 zich ervan afmaken〉 bâcler qc.hij heeft de handen los aan zijn lijf zitten • il n'a pas les bras gourds〈 figuurlijk〉 zijn hand niet voor iets omdraaien ↓ faire qc. les doigts dans le nez〈 figuurlijk〉 de hand(en) tegen iemand opheffen • lever la main contre qn.iemand de hand reiken, toesteken • tendre la main à qn.; 〈 helpen〉 donner un coup de main à qn.de hand aan de ploeg, aan het werk slaan • se mettre à l'ouvragezijn handen niet thuis kunnen houden • 〈 slaan〉 avoir la main leste; 〈 betasten〉 avoir la main baladeuse; 〈 stelen〉 laisser traîner ses mains partout〈 figuurlijk〉 iemand de handen vullen • graisser la patte à qn.〈 figuurlijk〉 iemands handen zalven • graisser la patte à qn.mijn hand erop! • c'est promis!handen omhoog! • haut les mains!streng de hand houden aan de voorschriften • être à cheval sur le règlementhanden thuis! • bas les pattes!〈 figuurlijk〉 iemand iets aan de hand doen • suggérer qc. à qn.hand aan (in) hand gaan • marcher la main dans la main〈 figuurlijk〉 iets achter de hand hebben • avoir qc. en réserve〈 figuurlijk〉 iets bij de hand nemen • entreprendre qc.〈 figuurlijk〉 iets bij de hand hebben • avoir qc. à portée de la mainin de handen klappen • battre des mainsin handen vallen van de politie • tomber aux mains de la policegoed, gemakkelijk in de hand liggen • être maniablezijn toekomst is in mijn handen • son avenir est entre mes mainsiemand iets in handen spelen • faire passer discrètement qc. à qn.iets met het bewijs in handen aantonen • démontrer qc. preuves en main〈 figuurlijk〉 iemand in handen vallen • tomber entre les mains de qn.〈 figuurlijk〉 iemand iets in handen geven • confier qc. à qn.hij wil met de hand aan de hemel reiken • il veut décrocher la lunemet de handen werken • travailler de ses mains〈 figuurlijk〉 met de hand op het hart iets verklaren • déclarer qc. la main sur le coeurmet de hand genaaid • cousu (à la) mainzich met hand en tand verzetten • se défendre comme un lion〈 figuurlijk〉 iemand naar zijn hand stellen • manipuler qn.〈 figuurlijk〉 iemand naar zijn hand zetten • mettre qn. dans sa pocheiets om handen hebben • avoir qc. à faire〈 figuurlijk〉 iets onder handen hebben • travailler à qc.〈 figuurlijk〉 iemand onder handen nemen • passer un savon à qn.op (met) de hand wassen • laver à la mainde hand op de knip houden • être près de ses soushand over hand toenemen • aller en augmentantiemand iets ter hand stellen • remettre qc. à qn. (en mains propres)iemand het werk uit de handen nemen • décharger qn. d'un travailer komt niets uit zijn handen • il n'arrive à rien (de bon)uit de hand eten • 〈letterlijk; m.b.t. dieren〉 accepter la nourriture dans la main de qn.; 〈 figuurlijk〉 manger dans la mainuit de eerste hand • de première mainvlug van de hand gaan • se vendre comme des petits painsiets van de hand doen • écouler qc.van hand tot hand gaan • passer de main en maingeen hand voor iemand, iets uitsteken • ne pas lever le petit doigt pour aider qn., faire qc.hij heeft er geen hand naar uitgestoken • il n'y a pas touchéhet zijn twee handen op één buik • ils s'entendent comme larrons en foire¶ wat is er daar aan de hand? • qu'est-ce qui se passe?alsof er niets aan de hand was • comme si de rien n'étaitiets in de hand werken • aider à qc.dat werkt misdaad in de hand • c'est une incitation au crimeiemand op zijn hand krijgen • mettre qn. de son côtéop iemands hand zijn • être du côté de qn.op handen zijn • être imminentvan de hand in de tand leven • vivre au jour le joureen voorstel van de hand wijzen • repousser une propositionbeschuldigingen van de hand wijzen • rejeter des accusationseen uitnodiging van de hand wijzen • décliner une invitation→ link=vogel vogel
См. также в других словарях:
observer — [ ɔpsɛrve ] v. tr. <conjug. : 1> • Xe; lat. observare I ♦ Se conformer de façon régulière à (une prescription). ⇒ obéir (à), respecter. « il faut observer certaines règles, certaines formules » (Joubert). « Une des seules coutumes de l… … Encyclopédie Universelle
Observer — may refer to person who is observing. More specialised meanings follow. Contents 1 Computer science and information theory 2 Fiction 3 Music 4 Physics … Wikipedia
observer — OBSERVER. v. a. Accomplir, suivre ce qui est prescrit par quelque loy, par quelque regle. Observer les commandemens de Dieu. un bon Religieux doit observer sa regle. observer le silence, le jeusne &c. observer les statuts. observer les loix, les… … Dictionnaire de l'Académie française
Observer — (engl.: Beobachter oder Observator) steht für: The Observer, eine englische Zeitung The Observer (Sri Lanka), eine Zeitung in Sri Lanka Observer (Luftsport), ein Schiedsrichter bei Luftsportwettbewerben Observer (Entwurfsmuster), ein… … Deutsch Wikipedia
observer — UK US /əbˈzɜːvər/ noun [C] ► a person who watches and studies what happens but has no active part in it: an observer of sth »He is close observer of the situation on Wall Street. »One industry observer noted: The car market is going through a… … Financial and business terms
Observer — Ob*serv er, n. 1. One who observes, or pays attention to, anything; especially, one engaged in, or trained to habits of, close and exact observation; as, an astronomical observer. [1913 Webster] The observed of all observers. Shak. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
Observer — Observer: The Observer «Обозреватель», еженедельная английская газета, входит в группу The Guardian. См. также Наблюдатель … Википедия
Observer — Observer, The a serious British Sunday newspaper which generally supports fairly ↑left wing political ideas. The Observer is owned by the same company that owns The Guardian … Dictionary of contemporary English
observer — [əb zʉrv′ər] n. 1. a person who observes something; specif., a) a soldier manning an observation post b) a person who attends an assembly, convention, etc., not as an official delegate but only to observe and report the proceedings c) an official … English World dictionary
observer — index bystander, eyewitness, spy, witness Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
observer — (n.) 1550s, one who keeps a rule, custom, etc., agent noun from OBSERVE (Cf. observe). Meaning one who watches and takes notice is from 1580s; this is the sense of the word in many newspaper names … Etymology dictionary