-
1 wiskundeknobbel
♦voorbeelden: -
2 aanleg
♦voorbeelden:de aanleg van gas en water • l'installation du gaz et de l'eau -
3 blokken op wiskunde
blokken op wiskunde -
4 blokken
♦voorbeelden:blokken voor een tentamen • bûcher pour un partiel -
5 brekebeen
♦voorbeelden: -
6 drie
1 trois♦voorbeelden:hoofdstuk drie • chapitre troisdrie aan drie • trois par troisiets in drieën delen • partager qc. en troiseen auto in z'n drie zetten • passer la troisièmezij waren met hun drieën • ils étaient troishet is tegen drieën • il est près de trois heureseen drie voor wiskunde • un trois (sur dix) en maths -
7 een drie voor wiskunde
een drie voor wiskunde -
8 een een voor wiskunde
een een voor wiskunde -
9 een vier voor wiskunde
-
10 een
een11 un, une♦voorbeelden:een zijn met • faire corps avec————————een21 un, une♦voorbeelden:je bent me er (ook) een! • tu es un drôle de numéro!als er een is, die het kan, dan is hij het • s'il y en a un qui en est capable, c'est bien lui————————een3I 〈hoofdtelwoord; met klemtoon〉1 un, une♦voorbeelden:dat is een! • et d'un(e)!elke stem is er een • chaque voix compteeen en dezelfde persoon • une seule et même personneniet één heeft er iets over gezegd • pas un(e) n'en a parléhet is bij enen • il est près d'une heureop één dag • le même jourtien tegen een dat • il y a gros à parier quehonderd tegen een! • je te le parie à cent contre un!een van tweeën • de deux choses l'uneeen van hen • l'un(e) d'entre eux (d'entre elles)een voor een • un(e) à un(e)de een nog mooier dan de ander • tous plus beaux les uns que les autres, toutes plus belles les unes que les autreseen een voor wiskunde • un un (sur dix) en mathsmen kan het ene doen en het andere niet laten • on peut faire les deuxde een of ander • quelqu'un(het) een en ander • des choses et d'autreswij hebben het een en ander besproken • nous avons abordé plusieurs sujetsniet om het een of ander • ce n'est pas pour direhet is het een of het ander • de deux choses l'une→ link=komen komenII 〈rangtelwoord; met klemtoon〉♦voorbeelden:bladzijde een • page unIII 〈lidwoord; zonder klemtoon〉1 [onbepaald]un, une2 [m.b.t. de hele soort]le, la3 [ongeveer] environ♦voorbeelden:1 een man, een vrouw, een kind • un homme, une femme, un(e) enfanteen meneer A. • un (certain) monsieur A.een uur of drie • environ trois heureseen duizend gulden • environ mille florins→ link=dag dag¶ het kost me een geld! • cela me coûte les yeux de la tête!een mensen dat er waren! • il y avait un monde fou!wat een mensen! • 〈 hoeveelheid〉 quelle foule!wat een geldverspilling! • quel gaspillage! -
11 hij heeft een wiskundeknobbel
hij heeft een wiskundeknobbel -
12 hij heeft veel aanleg voor wiskunde
hij heeft veel aanleg voor wiskundeDeens-Russisch woordenboek > hij heeft veel aanleg voor wiskunde
-
13 hij is een (hele) piet in wiskunde
hij is een (hele) piet in wiskundeDeens-Russisch woordenboek > hij is een (hele) piet in wiskunde
-
14 ik zal in de wiskunde wel altijd een brekebeen blijven
ik zal in de wiskunde wel altijd een brekebeen blijvenDeens-Russisch woordenboek > ik zal in de wiskunde wel altijd een brekebeen blijven
-
15 piet
♦voorbeelden:een hoge piet • une grosse légumede hoge pieten in Den Haag • les gros bonnets de La Hayestinken als de pieten • puer comme une charogne -
16 vier
1 quatre♦voorbeelden:vier mei • le quatre maide trap afvliegen met vier treden tegelijk • dévaler l'escalier quatre à quatrede grote Vier • les quatre grandszij gingen vier aan vier • ils marchaient quatre à quatre(een auto) in z'n vier zetten • mettre (une voiture) en quatrièmeiets in vieren verdelen • partager qc. en quatremet ons, z'n vieren • à quatrena vieren • après quatre heureseen vier voor wiskunde • un quatre (sur dix) en maths→ link=zeker zeker
См. также в других словарях:
maths — ou math [ mat ] n. f. pl. • 1880 math; abrév. de mathématique,II ♦ Fam. Mathématiques. Un fort en maths. ⇒ matheux. La bosse des maths. Faire des maths. Prof de maths. ♢ Classe de mathématiques. Math sup. ⊗ HOM. Mat, matte. ● math ou maths nom… … Encyclopédie Universelle
maths — S2 [mæθs] n [U] BrE informal mathematics American Equivalent: math ▪ the new maths teacher ▪ maths lessons ▪ She got top marks in maths and chemistry … Dictionary of contemporary English
maths — is the BrE abbreviation for mathematics; in AmE it is maths … Modern English usage
maths — [maths] n. [Brit. Informal] short for MATHEMATICS … English World dictionary
maths — /maths/, n. (used with a sing. or pl. v.) Chiefly Brit. mathematics. [by shortening] * * * … Universalium
maths — [ mæθs ] noun uncount BRITISH mathematics … Usage of the words and phrases in modern English
maths — see MATH (Cf. math) … Etymology dictionary
maths — (BrE) (AmE math) noun ADJECTIVE ▪ applied, pure ▪ basic, elementary, simple ▪ advanced, complicated … Collocations dictionary
Maths — Mathématiques Les mathématiques constituent un domaine de connaissances abstraites construites à l aide de raisonnements logiques sur des concepts tels que les nombres, les figures, les structures et les transformations. Les mathématiques… … Wikipédia en Français
maths — [[t]mæ̱θs[/t]] N UNCOUNT Maths is the same as mathematics. [BRIT] He taught science and maths. (in AM, use math) … English dictionary
maths */ — UK [mæθs] / US noun [uncountable] British mathematics. The American word is math. • (you) do the maths used for telling someone that a plan or idea cannot work because it is impossible, too expensive, etc. You do the maths: four teams can t win… … English dictionary