-
1 жить на широкую ногу
vgener. mooi weer spelen, op grote voet leven, op zijn grootscheeps leven, zich groot houden op grote voet levenRussisch-Nederlands Universal Dictionary > жить на широкую ногу
-
2 обширный
adjgener. groot, wijd, extensief, grootscheeps, ruim, uitgebreid, uitgestrekt, veelomvattend, wijdlopig -
3 пышный
adjgener. flamboyant, pronkerig, schitterend, statig, tierig, grootscheeps, heerlijk, luisterrijk, luxueus, pompeus, prachtig, weelderig, weids, welig -
4 широкий
adjgener. brede, breed, groots (по замыслу), grootscheeps (по замыслу), ruim, uitgebreid, wijd -
5 широко задуманный
advgener. breed van opzet, breedopgezet, grootscheepsRussisch-Nederlands Universal Dictionary > широко задуманный
-
6 blue chip
aandeel "blauw" (in economie, bijnaam voor aandeel van grootscheeps bedrijf met vaste winsten en vandaar de hoge prijzen); iets van uitstekende kwaliteit met hoge waarde; blauwe munt -
7 wide
adj. wijd, breed; in de breedte van; verbreed; verruimd; ver weg van het doel; sluw (i.d. spreektaal)--------adv. wijd, breed; ver weg; grootscheeps; in het geheel--------n. Een bal die het doel mist (bij cricket); ruimtewide1————————wide2♦voorbeelden:a wide public • een breed publiekwide of the mark • compleet ernaast, irrelevanthis answer was wide of the mark • hij sloeg de plank helemaal misgive someone/something (a) wide berth • iemand/iets uit de weg blijven————————wide3〈 bijwoord〉♦voorbeelden: -
8 envergure
envergure [ãverguur]〈v.〉1 omvang ⇒ formaat, gewicht, betekenis♦voorbeelden:de grande envergure • grootscheeps, breed opgezetf1) omvang, formaat, gewicht2) vleugelbreedte [vogel]3) spanwijdte [vliegtuig] -
9 grand
grand1 [grã]〈bijvoeglijk naamwoord; ook m.〉1 groot ⇒ lang, ruim4 belangrijk ⇒ voornaam, groot6 edel♦voorbeelden:une grande heure • ruim een uurhomme grand • lange manil n'y a pas grand monde • er zijn weinig mensense faire grand • groot wordenà grands frais • tegen hoge kostenen grande pompe • met grote staatsiele grand • het groteun grand • volwassene; oudere leerlinggrands amis • dikke vriendengrand blessé • zwaar gewondegrand buveur • stevige drinkergrand froid • strenge kougrand jour • klaarlichte daggrand teint • kleurechtà grands coups • hevigau grand air • in de open luchtproduire au grand jour • aan het licht brengen, publicerenau grand jamais • nooit of te nimmerla Grande Guerre • de Eerste Wereldoorloggrand homme • beroemd, groot manle grand monde • de hogere standenaller grand train • snel gaanun grand • hooggeplaatst persoongrand prix • eerste prijs6 grandes actions • goede, edele dadende grand coeur • edelmoedig————————grand2 [grã]〈 bijwoord〉1 groot♦voorbeelden:voir grand • grootse plannen hebbenen grand • op grote schaal, grootscheeps1. adj1) groot2) lang, ruim3) hoog4) volwassen5) heftig, intensief6) belangrijk, voornaam7) groot-, opper-8) edel2. adv -
10 de grande envergure
de grande enverguregrootscheeps, breed opgezet -
11 en grand
en grandop grote schaal, grootscheeps -
12 Stil
〈m.; Stil(e)s, Stile〉♦voorbeelden:großen Stils, im großen Stil • groots (opgezet), grootscheepsin großem Stil leben • op grote voet leven
Перевод: со всех языков на нидерландский
с нидерландского на все языки- С нидерландского на:
- Все языки
- Со всех языков на:
- Все языки
- Английский
- Нидерландский
- Русский
- Французский