-
21 danger
n. gevaar[ deendzjə]1 gevaar ⇒ risico, onraad♦voorbeelden:her life was in danger, she was in danger of losing her life • ze verkeerde in levensgevaarbe in danger of • het gevaar lopen teout of danger • buiten (levens)gevaarwithout danger • veilig, zonder risicoDanger! Falling rocks • Pas op! Neerstortend gesteente -
22 evening
adj. bij de avond behorend--------n. avond[ ie:vning]♦voorbeelden:good evening! • goedenavond!evening is falling • de avond valt/daaltlate in the evening • 's avonds laatan evening out • een avondje uitin/during the evening • 's avondson Tuesday evening • op dinsdagavond -
23 now
adv. onmiddelijk, direct; nu--------conj. dus; als; d.w.z. (dat wil zeggen)--------n. nunow1[ nau] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 nu ⇒ dit moment♦voorbeelden:1 every now and again, every now and then • zo nu en dan, af en toebefore now • vroeger, tot nu toeby now • ondertussen, inmiddelsfor now • voorlopigas from now, from now on • van nu af aanuntil now, up till now, up to now • tot nu toe————————now2〈 bijwoord〉1 nu ⇒ tegenwoordig; onder deze omstandigheden♦voorbeelden:it's two years ago now that I went away • het is nu (al weer) twee jaar geleden dat ik weggingwith prices now rising, now falling • met prijzen die nu eens stijgen, dan weer dalennow what do you mean? • maar wat bedoel je nu eigenlijk?now why didn't you tell me? • waarom heb je me dat dan niet gezegd?now and again/then • zo nu en dan, van tijd tot tijdjust now • zoëven, daarnet; nu, op dit ogenblikright now I'm working for B. • tegenwoordig werk ik voor B.now then, where do you think you're going? • zo, en waar dacht jij heen te gaan?there now • eindelijk!that's settled, now for the next question • dat is geregeld, en nu de volgende vraag————————now3〈 voegwoord〉♦voorbeelden: -
24 obey
-
25 sickness
-
26 star
n. ster--------v. een ster zijn; sukses hebbenstar1[ sta:] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:falling star • vallende stershooting star • vallende/verschietende sterthank one's (lucky) stars • zich gelukkig prijzen————————star2〈 starred〉II 〈 overgankelijk werkwoord〉3 met een sterretje/asterisk aanduiden♦voorbeelden: -
27 stock
adj. gewoon, vast--------n. voorraad; aandelen, waarde papieren; houtblok, (boerderij) dieren; moederstam--------v. in voorraad hebbenstock1[ stok]1 stok ⇒ stam, (boom)stronk4 steel5 blok6 familie ⇒ ras, geslacht1 voorraad ⇒ stock, inventaris2 bouillon4 〈 economie〉aandelen(bezit/portefeuille) ⇒ effecten, fonds5 〈Brits-Engels; economie〉overheids/staatspapier♦voorbeelden:1 stock in trade • voorhanden/beschikbare voorraad; kneep (van het vak), trucwhile stocks last • zolang de voorraad strektlay in stock • voorraad inslaantake stock • de inventaris opmakenin stock • in voorraadout of stock • niet in voorraad4 active stocks • actieve/druk verhandelde aandelenbuy/hold stock • aandelen kopen/bezittendeferred stock • uitgestelde aandelen, aandelen met uitgesteld dividend〈 Amerikaans-Engels〉 preferred stock • preferente/prioriteitsaandelen〈 figuurlijk〉 her stock is rising • haar ster gaat op/rijsttake stock in • aandelen kopen van; 〈 figuurlijk〉 zich interesseren voor; 〈 informeel〉vertrouwen, geloven, belang hechten aan1 afkomst ⇒ familie, komaf2 materiaal ⇒ materieel, grondstof♦voorbeelden:IV 〈 meervoud〉♦voorbeelden:————————stock2♦voorbeelden:————————stock3♦voorbeelden:1 stock up on/with sugar • suiker inslaan/hamsterenII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden: -
28 tone
n. toon, klank; intonatie; stemming--------v. stemmen, tinten; kleuren; versterken; temperen, verzachten, afzwakken; harmoniëren, goed passen bijtone1[ toon] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 toon ⇒ klank; stem(buiging); tint♦voorbeelden:a rising/falling tone • een stijgende/dalende toonspeak in an angry tone • op boze toon spreken————————tone2♦voorbeelden:1 tone (in) with • kleuren bij, harmoniëren met→ tone up tone up/II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 tinten♦voorbeelden:2 tone (in) with • doen harmoniëren/kleuren met, laten passen bij
- 1
- 2
См. также в других словарях:
Falling — Fall ing, a. & n. from {Fall}, v. i. [1913 Webster] {Falling away}, {Falling off}, etc. See {To fall away}, {To fall off}, etc., under {Fall}, v. i. {Falling band}, the plain, broad, linen collar turning down over the doublet, worn in the early… … The Collaborative International Dictionary of English
Falling — may refer to: *Falling (physics), movement due to gravity *Falling (accident) *Falling (sensation) *Falling (game), in which the goal is to hit the ground last * Falling in mathematics describes a scalar value that decreases with respect to time… … Wikipedia
Falling up — Gründung: 2002 Genre: Christian rock, Alternative rock, Experimental rock Website: http://www.fallingup777.com/ Aktuelle Besetzung Gesang, Keyboard … Deutsch Wikipedia
falling — prp. adj. from FALL (Cf. fall) (v.). Falling star is from 1560s; falling out disagreement is from 1560s. Falling evil epilepsy is from early 13c … Etymology dictionary
Falling Up — Allgemeine Informationen Genre(s) Christlicher Rock, Alternative Rock Gründung 2002 Auflösung 2010 Neugründung … Deutsch Wikipedia
falling — index decadent, descent (declination) Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
Falling Up — Infobox musical artist Name = Falling Up Img capt = Img size = Background = group or band Origin = Albany, Oregon, United States Genre = Christian rock Alternative rock Experimental rock Years active = 2002 ndash;present Label = BEC… … Wikipedia
Falling On — Infobox Single Name = Falling On Artist = Finger Eleven from Album = Them vs. You vs. Me Released = June, 2007 Format = CD Recorded = 2006 2007 Genre = Alternative rock Length = 3:07 Label = Wind Up Records Writer = Scott Anderson/ Black/Sean… … Wikipedia
falling — adjective 1. decreasing in amount or degree (Freq. 1) falling temperature • Similar to: ↑decreasing 2. becoming lower or less in degree or value a falling market falling incomes • Ant: ↑ … Useful english dictionary
Falling — Fall Fall (f[add]l), v. i. [imp. {Fell} (f[e^]l); p. p. {Fallen} (f[add]l n); p. pr. & vb. n. {Falling}.] [AS. feallan; akin to D. vallen, OS. & OHG. fallan, G. fallen, Icel. Falla, Sw. falla, Dan. falde, Lith. pulti, L. fallere to deceive, Gr.… … The Collaborative International Dictionary of English
falling — / fɔ:lɪŋ/ adjective which is becoming smaller or dropping in price ▪▪▪ ‘…falling profitability means falling share prices’ [Investors Chronicle] … Marketing dictionary in english