-
1 eisen
♦voorbeelden:het Openbaar Ministerie eiste drie jaren • le procureur a requis trois ans de prisondat eist overleg • cela demande délibérationiets van iemand eisen • exiger qc. de qn. -
2 vorderen
1 [verderkomen] avancer♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [eisen] exiger2 [opeisen] réquisitionner♦voorbeelden: -
3 eisen
-
4 staan
ww1) être debout2) se trouver3) être4) aller (à qn) [vêtements, etc]5) figurer8) être passible (de), être offert (pour)10) rester intact11) résister (à)12) convenir13) exiger (que) -
5 betaling vorderen
betaling vorderen -
6 dat mag ik niet van u vragen
dat mag ik niet van u vragen -
7 geheimhouding eisen
geheimhouding eisen -
8 geheimhouding
♦voorbeelden:geheimhouding verzekerd • discrétion garantieonder geheimhouding • sous le sceau du secret -
9 gehoorzaamheid eisen
gehoorzaamheid eisen -
10 iets van iemand eisen
iets van iemand eisenexiger qc. de qn. -
11 invorderen
-
12 losgeld eisen
losgeld eisen -
13 losgeld
-
14 opeisen
-
15 rekenschap eisen
rekenschap eisen -
16 rekenschap
♦voorbeelden:1 rekenschap en verantwoording afleggen (aan iemand, over iets) • rendre des comptes (à qn., sur qc.)ik ben u geen rekenschap verschuldigd • je n'ai pas de comptes à vous rendrerekenschap eisen • exiger des comptes¶ zich rekenschap van iets geven • se rendre compte de qc. -
17 staan
1 [m.b.t. personen, dieren] être debout2 [op steunpunten rusten] se trouver3 [in een toestand, hoedanigheid zijn] être4 [passen, kleden] aller (à qn.)5 [opgetekend, gedrukt zijn] figurer6 [+ op; + onbepaalde wijs][weldra zullen] être sur le point (de)7 [gericht zijn] être dirigé (vers)8 [bij voortduring met iets bezig zijn] être en train (de)10 [stilstaan] rester immobile11 [onaangeroerd zijn] rester intact12 [niet wijken] résister (à)♦voorbeelden:ga er maar aan staan! • essaie un peu!gaan staan • se leverergens aan gaan staan • attaquer qc.ergens onverwacht voor komen te staan • se trouver subitement confronté à qc.iemand laten staan • laisser qn. deboutik kan niet lezen wat daar staat • je ne peux pas lire ce qui est écritovereind staan • se tenir deboutrechtop staan • se tenir droit〈 figuurlijk〉 achter iets staan • soutenir qc.die gebeurtenis staat geheel op zichzelf • cet événement est totalement isoléje staat op mijn tenen • tu me marches sur le piedop zijn tenen staan • être sur la pointe des pieds〈 figuurlijk〉 voor iemand staan • défendre la cause de qn.voor zijn mening staan • défendre son opinion〈 figuurlijk〉 ergens alleen voor staan • être seul face à qc.de kerk staat midden in het dorp • l'église se trouve au milieu du villagedeze stoel staat op drie poten • cette chaise repose sur trois piedshet eten staat op tafel • le repas est sur la tablealleen staan • être seulde kansen staan goed • les chances sont bonneshet water staat hoog • la marée est hauteleeg staan • être inoccupéde bloemen staan er mooi bij • les fleurs sont belleshaar gezicht staat vrolijk • elle a un visage réjouihet staat geschreven • c'est écriter goed bij staan • prospérerzoals de zaken ervoor staan • au point où en sont les chosesergens middenin staan • participer activement à qc.〈 figuurlijk〉 iemand na staan • être proche de qn.buiten iets staan • être en dehors de qc.in zijn twee staan • être en secondezij staat derde in het klassement • elle est troisième au classementde tranen staan hem in de ogen • il a les larmes aux yeuxonder iemand staan • être sous les ordres de qn.de verwarming staat op 18° • le chauffage est à 18°ergens sceptisch tegenover staan • être sceptique à l'égard de qc.7 staat tot 14 als 8 staat tot 16 • 7 est à 14 ce que 8 est à 16dat stáát niet • ça ne va pasdat kapsel staat u goed • cette coiffure vous va bienhet staat niet in van Dale • (le) Van Dale ne le mentionne paswat staat er in de krant? • qu'y a-t-il dans le journal?het staat op haar naam • c'est à son nom7 de zon staat 's middags op deze kamer • l'après-midi, le soleil donne dans cette pièceergens van staan kijken • être très étonné par qc.staan luisteren • être en train d'écouterzich staan te vervelen • s'ennuyerze staat al een uur te wachten • ça fait une heure qu'elle attend(iets) tot staan brengen • arrêter (qc.)sta of ik schiet! • halte ou je tire!laat staan dat … • sans parler de …zijn eten laten staan • ne pas toucher à son repasde alcohol laten staan • ne plus boire (d'alcool)zijn baard laten staan • se laisser pousser la barbeer staat nog wat van gisteren • il en reste encore un peu d'hier12 ervoor staan • être prêt à affronter qc.zij staat voor niets • elle ne recule devant rienhij staat op goede manieren • il exige de bonnes manièreser staat heel wat te doen • il y a encore beaucoup à fairezij ziet hem niet staan • il n'existe pas pour elle -
18 vereisen
1 exiger♦voorbeelden:dat vereist veel tijd • cela demande beaucoup de tempsde vereiste zorg aan iets besteden • consacrer l'attention nécessaire à qc. -
19 vergen
-
20 vragen
1 [algemeen] demander2 [ondervragen] interroger3 [uitnodigen] inviter4 [+ om][het onvermijdelijk maken] chercher (qc.)5 [kaartspel][een bod doen] faire une enchère♦voorbeelden:van iemand het onmogelijke vragen • demander l'impossible à qn.hoge prijzen vragen • vendre cherhet lichaam vraagt rust • le corps a besoin de reposgevraagd: typiste • on demande une dactyloiemand de weg vragen • demander son chemin à qn.dat hoef je niet te vragen! • quelle question!als ik vragen mag, bent u getrouwd? • serait-il indiscret de vous demander si vous êtes marié?daar vraag je (me) wat • là, tu m'en demandes tropnu vraag ik je! • je vous demande un peu!vraag eens wat zij wil • demande-lui ce qu'elle veutje moet niet vragen hoe, vraag niet hoe • ne me demandez pas commentveel gevraagd • très demandénaar iemands gezondheid vragen • s'informer de la santé de qn.naar de prijs van een artikel vragen • demander le prix d'un articlehij vraagt altijd naar de kinderen • il prend toujours des nouvelles des enfantsnaar iemand vragen • demander qn.daar wordt niet naar gevraagd • 〈 dat telt niet〉 ça ne compte pas; 〈 daar gaat het niet om〉 là n'est pas la questionhij vraagt je om te komen • il te demande de venirdat mag ik niet van u vragen • je ne peux exiger cela de voushoeveel vraagt u voor deze stoffen? • combien demandez-vous pour ces étoffes?als je het mij vraagt • à mon avishij vraagt of hij mag komen • il demande s'il peut venirvragen hoe laat het is • demander l'heure2 wat wordt er gevraagd? • quelle est la question?3 iemand te eten vragen • inviter qn. à mangeriemand op een partijtje vragen • inviter qn. à une fête
- 1
- 2
См. также в других словарях:
exiger — [ ɛgziʒe ] v. tr. <conjug. : 3> • 1373; lat. exigere, proprt « pousser dehors », d où « faire payer, exiger » 1 ♦ Demander impérativement (ce que l on a, croit ou prétend avoir le droit, l autorité ou la force d obtenir). ⇒ réclamer,… … Encyclopédie Universelle
exiger — EXIGER. v. a. Demander, vouloir obtenir quelque chose par un droit veritable ou apparent, soustenu de force. La guerre est cause qu on a exigé de grands deniers sur les peuples. exiger les tailles cet impost est revoqué, il ne s exige plus. cet… … Dictionnaire de l'Académie française
exiger — Exiger, ou demander, Exigere, Exprimere, Exsculpere, Extundere … Thresor de la langue françoyse
exiger — (è gzi jé. Le g prend un e devant a ou o : exigeant, nous exigeons) v. a. 1° Réclamer quelque chose en vertu d un droit fondé ou prétendu. • Ce n est pas exiger grande reconnaissance Des soins que mes bontés ont pris de votre enfance, CORN.… … Dictionnaire de la Langue Française d'Émile Littré
EXIGER — v. a. Demander quelque chose en vertu d un droit légitime ou prétendu tel. Exiger le payement d une dette. N exiger rien au delà de ce qu il faut. Cet impôt est aboli, on ne l exige plus. N exiger que des choses raisonnables. Il signifie aussi … Dictionnaire de l'Academie Francaise, 7eme edition (1835)
EXIGER — v. tr. Demander quelque chose en vertu d’un droit légitime ou prétendu tel. Exiger le paiement d’une dette. N’exiger que des choses raisonnables. Des références sérieuses sont exigées pour être admis à cet emploi. La taille exigée pour le service … Dictionnaire de l'Academie Francaise, 8eme edition (1935)
exiger — (v. 1) Présent : exige, exiges, exige, exigeons, exigez, exigent ; Futur : exigerai, exigeras, exigera, exigerons, exigerez, exigeront ; Passé : exigeai, exigeas, exigea, exigeâmes, exigeâtes, exigèrent ; Imparfait : exigeais, exigeais, exigeait … French Morphology and Phonetics
exiger — vt. ègzijî (Albanais.001b, Saxel.002), ézijî (001a), C. d ègzîjo <j exige>, pp. ègzijà, à, è / eu (001 / 002) ; => Demander … Dictionnaire Français-Savoyard
vouloir — 1. vouloir [ vulwar ] v. tr. <conjug. : 31> • XIIe; voleir Xe; lat. pop. °volere, sur le rad. de certaines formes du lat. class. velle I ♦ Avoir une volonté, une intention, un désir. A ♦ (Suivi de l inf., d une complétive ou d un pron.) 1 ♦ … Encyclopédie Universelle
demander — [ d(ə)mɑ̃de ] v. tr. <conjug. : 1> • 1080; lat. demandare « confier », de mandare « mander, solliciter », en lat. pop.→ mander I ♦ 1 ♦ Faire connaître à qqn (ce qu on désire obtenir de lui); exprimer (un désir, un souhait) de manière à en… … Encyclopédie Universelle
exigible — [ ɛgziʒibl ] adj. • 1603; de exiger ♦ Qu on a le droit d exiger. Dette exigible, dont le créancier peut exiger l exécution immédiate. Impôt exigible à telle date. ⊗ CONTR. Inexigible. ● exigible adjectif Qui peut être exigé : L impôt est exigible … Encyclopédie Universelle